1 april 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen CDA - opiniërende bespreking locatiekeuze asielopvang

Een raadslid stelde op 1 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Waarom is er, net zoals in de regio Rivierenland, niet gekozen voor een gezamenlijke aanpak met buurgemeenten in de opgave van de opvang van asielzoekers? → 1: Regionaal wordt reeds samengewerkt met buurgemeenten in de regio door middel van de regionale regietafel.
  • Zou u voor een aanpak met buurgemeenten zijn, als bijvoorbeeld een hoofdlocatie in een buurgemeente, kan dienen als centrale voorziening en kleinschalige dependances in… → 2: Wanneer een mogelijke locatie gevonden wordt en een dergelijke samenwerking binnen de mogelijkheden ligt, zowel geografisch als obv voorzieningen e.d., en tevens voldoet aan de (te…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waarom is er, net zoals in de regio Rivierenland, niet gekozen voor een gezamenlijke aanpak met buurgemeenten in de opgave van de opvang van asielzoekers?

Antwoord van het college

1: Regionaal wordt reeds samengewerkt met buurgemeenten in de regio door middel van de regionale regietafel. In dit samenwerkingsverband probeert men te navigeren door de opgave en realisatie van de opvanglocaties voor asielzoekers. Dergelijke samenwerkingen op het gebied van gezamenlijk realiseren zijn tot op heden niet concreet ter sprake geweest.

Vraag 2

Zou u voor een aanpak met buurgemeenten zijn, als bijvoorbeeld een hoofdlocatie in een buurgemeente, kan dienen als centrale voorziening en kleinschalige dependances in de kernen dienen als de Molenlandse aanpak van de opvang van asielzoekers?

Antwoord van het college

2: Wanneer een mogelijke locatie gevonden wordt en een dergelijke samenwerking binnen de mogelijkheden ligt, zowel geografisch als obv voorzieningen e.d., en tevens voldoet aan de (te herijken) criteria dan is dit uiteraard een mogelijkheid. Dit zou passen binnen het Molenlandse standpunt om kleinschalige (<75) locaties te realiseren. Een AZC dependance ligt op maximaal 45 minuten reistijd (fiets of openbaar vervoer) van de hoofdlocatie. Voor locaties kleiner dan 50 plekken ligt de verantwoordelijkheid voor de exploitatie bij de gemeente. De rol van het COA beperkt zich dan tot de schouw (kwaliteit van huisvesting) en toewijzing. Voor grotere locaties tot 100 plekken is de exploitatie in overleg. Kleinschalige opvanglocaties moeten instapklaar zijn. Het COA geeft de mogelijkheid om combinaties te maken van kleine en grotere opvanglocaties. Door een wijziging in de Wet COA en een artikel in de Spreidingswet kan de gemeente de volledige exploitatie van het COA overnemen en zelf doen, dan wel uitbesteden aan een derde partij. Als de gemeente taken van het COA overneemt, ontvangt ze hiervoor een vergoeding vanuit het Rijk. Het uitgangspunt is een doelmatige exploitatie. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde kostprijs van het COA. Meerkosten zijn voor rekening van de gemeente. Bij locaties kleiner dan 50 biedt het COA geen ondersteuning. Het aantal asielzoekers per 185 Molenlanders dat we verwacht worden op te vangen is 1. In een kern met 4000 inwoners zou 21 asielzoekers een verdeling zijn die recht doet aan de draagkracht van een gemeenschap. Als we dit criterium zouden hanteren: Vragen: 3. 4. Wat zouden dan de kosten voor de gemeente zijn al zou een opvang van 10 asielzoekers in een kern plaatsvinden? Wat zouden dan de kosten voor de gemeente zijn al zou een opvang van 20 asielzoekers in een kern plaatsvinden? Onderstaand antwoord omvat zowel vraag 3 als vraag 4: Het rapport van BMC is op 10 april 2024 gepubliceerd. Onderstaande beantwoording is gebaseerd op informatie afkomstig van de VNG uit december 2024. Deze informatie komt voort uit een nadere analyse van wetgeving door het ministerie en vragen vanuit de VNG. Op basis van de beschikbare informatie over de operationele kosten van asielopvang, kan een zeer ruwe, grof over de duim inschatting gemaakt worden van de operationele kosten voor een gemeentelijke opvang van 10 of 20 asielzoekers in een kleinere kern. Het is op korte termijn niet mogelijk hier een gedetailleerdere schatting van te maken (dus waar ook verdere investeringen als bijvoorbeeld pandaankoop / huur bij zijn meegeteld). De kosten per opvanglocatie zijn immers sterk situationeel en helaas ontbreken ervaringscijfers op het gebied van dermate kleine opvanglocaties die vallen binnen de Spreidingswetopgave. Voor een opvanglocatie voor asielzoekers wordt door het Rijk uitgegaan van kosten tussen de €75 en €150 per persoon per dag. Afhankelijk ook van de schaal van de opvang. Dit betekent dat de operationele kosten per jaar bij een aantal van 241 asielzoekers (conform huidige opgave spreidingswet) tussen de €6.597.315 en de €13.194.750 liggen. De kosten voor realisatie (verbouw, pand- of perceelaankoop) zijn te sterk situationeel. Echter, bij een zeer kleine opvang van 10 asielzoekers zouden de kosten per persoon mogelijk significant kunnen stijgen. Dit komt doordat de kosten voor bijvoorbeeld begeleiding en beveiliging relatief hoger worden door het ontbreken van schaalvoordelen. Wanneer er dermate meer opvanglocaties gerealiseerd moeten worden, betekent dat ook dat er meer uitgegeven moet worden aan beveiliging, locatiemanagement, en aanpassingen/verbouwing/bouwen van panden of gronden. 10 personen per locatie zou neerkomen op 24 locaties, waar in ieder geval 24 uur per dag in ieder geval één beveiliger zou moeten zijn, bijvoorbeeld. Dit loopt snel hoog in de kosten. Voor een opvang van 20 asielzoekers zouden de kosten mogelijk iets lager uitvallen dan bij 10 personen per plek, maar nog steeds aanzienlijk hoger zijn dan bij een grotere opvanglocatie. Dit komt met name door het verminderen van de schaalnadelen. Deze berekeningen zijn zeer sterk indicatief en afhankelijk van verschillende factoren, zoals de specifieke locatie, de beveiligingsbehoeften en de wijze waarop het project wordt ingericht. We hebben tot op heden nog geen voorbeelden van dergelijke opvangvormen onder de noemer van spreidingswetopvang kunnen vinden. Wat we wel weten is dat een dergelijke vorm van opvang volledig voor rekening zou zijn voor de gemeente zelf. Voor het COA is het (met name financieel) onder het huidige beleid niet haalbaar zulke kleine locaties op te zetten. Ook niet als dependancelocatie. We hebben uitvoerig contact gehad met COA over verschillende capaciteitsaantallen. Hierbij bleek 75 al erg moeilijk haalbaar en eigenlijk een ondergrens. En dit was al op het eerdere ruimere beleid. De Rijksbegroting voor asiel en migratie toont een neerwaartse trend: van €9.769.000.000 in 2026 naar €2.854.000.000 in 2027. Dit maakt een verruiming in de mogelijkheden rond kleinschaligheid onwaarschijnlijk. Maar, op dit moment is het voor gemeenten echter ook nog niet mogelijk om zelf volledig verantwoordelijk te zijn voor de exploitatie van een opvanglocatie. Uit het onderzoek van het ministerie van Asiel en Migratie blijkt dat óf het COA óf het college eindverantwoordelijk moet zijn en dat een gedeelde verantwoordelijkheid juridisch niet mogelijk is. Dit betekent dat gemeenten bij volledige exploitatie alle taken die normaliter door het COA worden uitgevoerd, op zich zouden moeten nemen, zoals de toegang tot medische zorg en het contact met ketenpartners. De kosteninschatting voor deze bijkomende taken is op dit moment nog niet mogelijk. Daarnaast ontbreken hiervoor nog juridische grondslagen, zoals een wettelijke basis voor gegevensuitwisseling met ketenpartners en een grondslag voor toezicht door de Inspectie Justitie en Veiligheid. Ook zijn er praktische belemmeringen, bijvoorbeeld het gebrek aan toegang tot de informatiesystemen van landelijke organisaties binnen de migratieketen bron: VNG (20-12-2024). Wel wordt er gewerkt aan een regeling voor Duurzame Gemeentelijke Opvang (DGO). Het voorbeeld van de gemeente Nijkerk sorteert voor op deze regeling. Deze vorm van opvang wordt beoogd als het duurzame alternatief voor de Tijdelijke Gemeentelijke Opvang (TGO). De TGO telt nu in principe niet in de Spreidingswetopgave, de DGO zou dat naar waarschijnlijkheid wel doen. Deze DGO zou dan ook een samenwerkingsvariant kunnen zijn om verantwoordelijkheden en taken te kunnen delen tussen gemeente en COA. Echter verkeert deze beoogde regeling nog in een vroeg stadium en heeft deze nog geen definitieve vorm. Er is dan ook nog niet bekend óf en hoe deze samenwerking eruit komt te zien (materieel en immaterieel). De komende tijd zal worden onderzocht (door onder andere het Rijk, COA en VNG) hoe gemeentelijke exploitatie alsnog mogelijk gemaakt kan worden, maar vooralsnog is dit niet haalbaar.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen CDA - opiniërende bespreking locatiekeuze asielopvang

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden