vragen ChristenUnie - Adviesrecht Omgevingsvergunning N-214
Een raadslid stelde op 24 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)
Datum: 31 januari 2026 Zaaknummer: 1264279 Steller van de vragen: Leo Timmer Politieke partij: ChristenUnie Molenlanden Onderwerp: Adviesrecht Omgevingsvergunning N-214 Portefeuillehouder: Arco Bikker Behandelend ambtenaar: Pieter-Jan de Potter Toelichting: Bij kanttekening 1.1. staat in het RVS:
De omgevingsvergunning moet nog worden aangevuld.
De ruimtelijke onderbouwing is beoordeeld door de gemeente. De relevante
milieuaspecten zijn onderzocht. Enkele milieuaspecten zullen op onderdelen nader
onderzocht dan wel onderbouwd moeten worden. Het plan is haalbaar (zie argumenten) en daarmee kan uw raad over de afwijking van het omgevingsplan adviseren. Bij het hierop volgende besluit over de omgevingsvergunning door het college zullen de aanvullingen worden meegewogen.
Daarnaast staat in de bijlage enkele keren beschreven dat bermverharding uit
grasbetontegels moet bestaan. Onder andere bij hoofdstuk 4.2.2. en hoofdstuk 7.
In hoofdstuk 2 staat beschreven dat er kunststof graskanttegels toegepast worden.
Dit geeft aanleiding tot vragen.
Vraag 1: Welke milieuaspecten moeten op onderdelen nader onderzocht dan wel onderbouwd worden?
Antwoord 1: Het aspect ecologie dient nader onderbouwd te worden met een ecologische quickscan, met name voor het onderwerp soortenbescherming. De in de BOPA-
onderbouwing benoemde ontheffing NNN (paragraaf 4.8) heeft alleen betrekking tot het onderdeel gebiedsbescherming. Hiermee is het onderdeel soortenbescherming nog niet voldoende onderbouwd. Dit onderdeel moet akkoord zijn voordat het college de vergunning zal verlenen.
Voor het aspect bodem is aanvullend en nader onderzoek nodig. Dit dient plaats te vinden voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Dit is geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Men mag
echter niet starten met de geplande werkzaamheden tot het onderdeel bodem akkoord bevonden is.
Vraag 2: Heeft dit te maken met de kunststof graskanttegels t.o.v. grasbetontegels of iets anders?
Antwoord 2: Dit heeft niet te maken met de graskanttegels, maar met de aspecten die in het antwoord op vraag 1 benoemd zijn.
Vraag 3: Graag een reflectie op de volgende punten:
•
Is kunststof bermverharding duurzamer dan beton? Het wordt gemaakt van gerecycled plastic, maar breekt het niet eerder?
•
•
•
Zorgt de kunststof niet voor uittreding van schadelijke stoffen in de bodem?
Wordt de kunststof bermverharding niet glad bij regen of bevriezing?
Zorgt zwarte kunststof niet voor extra verdroging, doordat het erg warm wordt als de zon erop schijnt? Is dan bijv. groene kunststof niet beter en bovendien ook minder nadrukkelijk aanwezig?
Antwoord 3: De initiatiefnemer heeft de volgende reactie gegeven met betrekking tot de bermverharding: “Voor de bermverharding zullen grastegels van kunststof worden
toegepast (geen grasbetontegels). Kunststof tegels bestaan uit gerecycled kunststof en hebben zich in de praktijk bewezen als duurzame toepassing voor bermen. De
kunststoftegels kunnen zeer hoge belastingen aan, hebben een hogere buigtrekvastheid dan betontegels, zijn onderhoudsvrij en rotvrij (geen uittreding van schadelijke stoffen).
Zie voor meer informatie over de kunststof tegels van het toe te passen type (of gelijkwaardig van een andere leverancier):
https://www.kunststofreus.nl/nl/graskanttegels.html”
Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Adviesrecht Omgevingsvergunning N-214
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.