26 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen ChristenUnie - Bezuiniging Huishoudelijke hulp WMO

Een raadslid stelde op 26 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 26 juni 2026 Zaaknummer: 1281559 Steller van de vragen: Gerjan Bloemendal Politieke partij: ChristenUnie Onderwerp: Bezuiniging huishoudelijke hulp WMO Portefeuillehouder: Sanne Zijlstra Behandelend ambtenaar: Arnold Stuij Toelichting:

Het huidige kabinet is van plan om de huishoudelijke ondersteuning als voorziening uit

de WMO te halen. Mensen die er gebruik van maken zouden dit zelf moeten gaan betalen of organiseren. Het kabinet heeft de bezuiniging vanaf 2029 al ingeboekt.

Vraag 1: Hoe beoordeelt het college deze plannen van het kabinet?

Antwoord 1: Het college maakt zich grote zorgen, aangezien deze plannen voor veel

inwoners gevolgen zullen hebben. Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat huishoudelijke ondersteuning meer is dan alleen poetsen. Voor veel inwoners is de huishoudelijke hulp een onmisbaar onderdeel van hun leven geworden.

In plaats van het schrappen van huishoudelijke hulp, ziet het college meer heil in de al

aangekondigde invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in 2028. Die verbetert eveneens de financiële houdbaarheid, maar tast de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning minder aan en bevordert solidariteit met mensen met lagere inkomens. Vanuit het perspectief van maatschappelijke houdbaarheid hebben eigen

betalingen (op basis van inkomen en vermogen) de voorkeur boven het afschaffen van voorzieningen.

Vraag 2: Denkt u dat mensen die gebruik maken van deze voorziening inderdaad de mogelijkheid hebben om dit zelf te betalen en te organiseren?

Antwoord 2: Een deel van deze mensen zal deze mogelijkheid hebben. Het college heeft

destijds bij de (landelijke) invoering van het abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen

(€21,80 per maand ongeacht de omvang van de ondersteuning) geconstateerd dat inwoners met een (ouderdoms-)beperking, die voorheen particuliere hulp hadden,

overstapten naar huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo. Dit beroep op de Wmo was (en is) rechtmatig, aangezien de gemeente het inkomen niet mag meewegen.

Intussen zijn we enkele jaren verder en signaleren we daarnaast dat inwoners, die

weliswaar bereid en in staat zijn om het zelf te regelen en te betalen, alsnog een beroep

doen op hulp vanuit de Wmo, omdat het hen niet lukt om een particuliere hulp te vinden.

Mocht de beschikbaarheid van particuliere hulp verbeteren én de inkomensafhankelijke

bijdrage is ingevoerd, verwacht het college dat een aanzienlijk deel van de huidige Wmocliënten het zelf kan regelen en betalen.

Daarnaast verwacht het college dat een aanzienlijk deel van de doelgroep daar niet toe in staat zal zijn. Dit baseren we met name op de situatie van vóór de invoering van het

abonnementstarief, toen circa 60% de laagste eigen bijdrage betaalde. Dat had betrekking op inkomens tot 120% van het bijstandsniveau en was deze eigen bijdrage vergelijkbaar

met het huidige abonnementstarief). De gemeente heeft echter geen inzage in de actuele inkomenssituatie van de Wmo-cliënten.

Vraag 3: Via waarstaatjegemeente.nl vinden we dat bijna 1000 inwoners van Molenlanden hier nu gebruik van zouden maken. Hoe schat u de gevolgen in? Wat betekent dit voor mensen zelf en voor hun sociale omgeving of mantelzorgers?

Antwoord 3: Het college ziet de huishoudelijke ondersteuning (die gemiddeld 2 uur in de week wordt ingezet) als een basisvoorziening, die kwetsbare inwoners helpt om zolang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Daarnaast verlicht de huishoudelijke

ondersteuning in belangrijke mate de mantelzorgers, die vaak al zwaar worden belast met alle zorg- en regeltaken voor hun naasten. Het college ziet een risico dat een deel van de inwoners zonder hulp komen. Ook zullen meer inwoners uitstromen naar de Wet

langdurige zorg, waarin de huishoudelijke ondersteuning nog wel deel uitmaakt van het zorgaanbod. Overigens kan dit betekenen dat de inwoner moet overstappen omdat de huidige Wmo-aanbieder geen contract heeft met het Zorgkantoor (Wlz).

In de plannen van het kabinet is echter nog teveel onduidelijk om de gevolgen goed te

kunnen inschatten. In het coalitieakkoord van het kabinet is afgesproken dat gemeenten een ‘vangnet’ bieden voor mensen die niet zelf hulp kunnen regelen. Hoe dat vangnet eruit gaat zien, is nog onduidelijk. Volgens het kabinet is in hun berekeningen niet

aangenomen dat de maatregel zal leiden tot extra druk op gemeentelijke armoede-

regelingen. Het college volgt in deze het kabinet vooralsnog niet. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het kabinet in gesprek gaat met gemeenten, cliëntenorganisaties

en zorgaanbieders over alternatieven voor het volledig schrappen van huishoudelijke hulp uit de Wmo 2015. De Kamer steunde 30 juni jl. een motie van Tweede Kamerlid Diederik van Dijk (SGP).

U noemde het aantal van 1.000 inwoners. Het aantal cliënten heeft de afgelopen jaren een stijgende lijn laten zien.

Jaar 2022 2023 2024 2025

Aantal cliënten 923 986 992 1010

De laatste jaren heeft ook Molenlanden met een wachtlijst te maken, al kan het aantal erg

variëren. Dit jaar waren er gemiddeld 25 wachtenden. In het jaar ervoor soms tot bijna 50.

Vraag 4: Hoe bereidt u zich voor op deze bezuiniging?

Antwoord 4: Gelet de onduidelijkheid biedt de voorgenomen maatregel nog weinig

handvatten voor concrete voorbereidingen. Het college is afhankelijk van de uiteindelijke besluitvorming op landelijk niveau en ziet nog geen mogelijkheden om de Wmo-

ondersteuning lokaal aan te passen. Het college volgt de ontwikkelingen op de voet en blijft zo goed mogelijk geïnformeerd.

Het college ziet dat de houdbaarheid van de zorg onder druk staat. In brede zin wordt

aandacht gevraagd voor de bewustwording dat het sociale netwerk onmisbaar is voor een zorgvrager. Het college anticipeert hierop in samenwerking met het voorveld en de

maatschappelijke partners op gebied van welzijn, wonen en zorg. Zoals bijvoorbeeld via

de recent gestarte campagne van de regio - zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten in de Drechtsteden, de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden ‘Samen zorgen dat het kan’,

die inwoners bewust wil maken van hun eigen rol in het toegankelijk houden van de zorg.

Vraag 5: Het FNV heeft aangegeven te vermoeden dat dit landelijk tienduizenden mensen hun baan gaat kosten. Hoe schat u dat risico lokaal in?

Antwoord 5: Het college ziet hierin ook een risico aangezien huishoudelijk werk

doorgaans laaggeschoold is met kleine contracten, waarbij veel medewerkers uit de

gemeente zelf of één van de buurgemeenten afkomstig zijn. Vervangend werk is geen vanzelfsprekendheid, al zal mogelijk een deel onder de Wlz werk vinden of in de particuliere huishoudelijke markt. Maar verder kunnen er op dit moment geen inschattingen worden gedaan.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Bezuiniging Huishoudelijke hulp WMO

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden