Vragen ChristenUnie en CDA - nav BP Entreezone Kinderdijk
Een raadslid stelde op 17 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 10 juli 2025 Zaaknummer: 1246731 Steller van de vragen: Harry Stam en Jan Arie Koorevaar Politieke partij: ChristenUnie (2b en 4 t/m 7) en CDA (1, 2a en 3) Onderwerp: Reeds in commissievergadering gestelde vragen t.b.v. bestemmingsplan Entreegebied Kinderdijk
Portefeuillehouder: wethouder Van Helden Behandelend ambtenaar: M. Stout Toelichting:
In de commissievergadering van 8 juli 2025 hebben Jan Arie Koorevaar en Harry Stam onderstaande vragen gesteld waarvan het college aangaf deze schriftelijk te willen beantwoorden.
Vraag 1: Wat is uw analyse dat het entreegebied stil wordt en niet ten dienste van het dorp is ingericht op daluren? Wat zijn uw ideeën om daar werk van te maken? Ziet u aanpassingen voor u zich en welke dan?
Antwoord 1; Het entreegebied wordt niet stiller in de daluren dan voorheen. Het gebied kenmerkt zich doordat het een aantrekkelijk gebied is voor fietsers, voetgangers en
watersporters. Daarom is ook eerder besloten om dit gebied openbaar te houden en niet
af te sluiten. Door de bij vraag 3 omschreven verbeteringen wordt het gebied alleen maar aantrekkelijker. Juist voor inwoners van Kinderdijk en de hele regio en juist ook in de
daluren. Deze lokale bezoekers zorgen ook voor een sociale controle in deze daluren. In de uitwerking van de voorkamer zal bekeken worden welke functies in de overgang van de dag naar de avond (17.00-20.00 uur) een rol kunnen spelen.
Vraag 2: a. Hoe komt het dat inwoners, ondanks dat u op de beeldvormende avond zei
dat het vertrouwen is hersteld, hier ondanks alles toch staan met vragen en een kritisch gevoel? Inwoners Kinderdijk. Molengebiedbewoners?
Antwoord 2a; Herstel en behoud van vertrouwen is een continu proces dat verschillen van mening tussen personen en groepen niet uitsluit. Het stellen van vragen en het uiten van
kritische gevoelens door de twee insprekers geeft blijk van openheid en wederzijds
vertrouwen. Wij hebben de inspraakreacties dan ook als positief-kritisch ervaren, juist als aanmoediging om met alle inzet te blijven werken aan herstel van vertrouwen. Ook constaterend dat de insprekers positief zijn over het voorliggende
ontwerpbestemmingsplan en tegelijk aandachtspunten benoemen voor de uitvoering. Die inbreng stellen wij op prijs omdat ook wij daarmee zijn geholpen. Zoals gezegd blijft het
mogelijk dat belangen met elkaar botsen, hetgeen tegengestelde geluiden uit het gebied
kan opleveren. Het is aan ons als gemeente om die belangen af te wegen en de benodigde besluiten te nemen. Hiernaast zien de partners van het BPK het als hun opgave om met kritische betrokkenen in verbinding te zijn en blijven.
Vraag 2: b. bij de insprekers op april 2022 heersten grote zorgen over de uitkoop van de eigenaren van de 2 woningen enerzijds en de twijfels bij de zgn. 'symbiose' van het
gebied en bij het uitnutten van de kansen. Als we ze nu zouden vragen of dit veranderd is, zal men de zorgen nog steeds ervaren, afgaande op de zienswijzen en de insprekers zojuist. Hoe ziet de wethouder het vervolg in het omgaan met deze zorgen?
Antwoord 2b; De door u gesignaleerde zorgen zijn natuurlijk niet onbekend voor ons.
Symbiose in het gebied ontstaat niet vanzelf. Hieraan zullen alle partijen en zeker ook wij als gemeente hard moeten blijven werken. Met de partijen in het gebied werken we aan een plan waarin we de samenwerking met en participatie door de omgeving concreet
uitwerken. Hiermee hopen we de zorgen zo veel als mogelijk een goede plek in het proces te geven. Het hiervoor bedoelde communicatieplan zullen wij ter kennisname aan u doen toekomen.
Vraag 3: Hoe bevordert het huidige stedenbouwkundig plan de balans tussen toerisme en leefbaarheid?
Antwoord 3; Het ontwerpbestemmingsplan maakt een gewenste ruimtelijke ontwikkeling mogelijk, maar is minder gedetailleerd dan een stedenbouwkundig plan.
Met het vaststellen van dit ontwerpbestemmingsplan zorgen we voor een verbetering van de verkeersveiligheid, een betere verdeling van de verkeersstromen en een groener en aantrekkelijker entreegebied voor zowel toeristische bezoekers als inwoners. Hiermee wordt een betere balans tussen toerisme en leefbaarheid gecreëerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
1. Het grotendeelse verplaatsen van het bezoekersparkeren naar transferia buiten het Werelderfgoed gebied.
2. Spreiden van de bezoekersrouting via Windkracht 4 en de Stop & Go. Hierdoor wordt de (verkeers)drukte op het knooppunt Lekdijk/Middelkade aanzienlijk minder en deels verschoven naar de ‘stop-en-go’ zone die verder van het dorp af ligt.
3. Het veranderen van de bestemming van Buena Vista van ‘Horeca’ naar ‘Gemengd’.
Hierdoor realiseren we een bufferzone tussen het dorp en het toeristisch gebied.
4. Het toevoegen van de bestemming ‘Natuur’ in overgangen tussen ‘water’ en ‘verkeer’.
Hierdoor creëren we een groener en aantrekkelijker gebied.
Vraag 4: Participatie vormt een zeer belangrijk onderdeel om aan de zojuist genoemde randvoorwaarde te kunnen voldoen. Dus zowel in de voorbereidingen van nieuwe
ontwikkelingen als in de besluitvormende en uitvoerende fase. Daarom is het des te
pijnlijker om te vernemen dat na de co-creatie fase ('het meewerken') er gekozen is om gas terug te nemen en terug te vallen op 'meedenken' en 'meeweten', omdat we
bestuurlijk gezien in de fase van een BP-wijziging waren terechtgekomen. Dat was
risicovol omdat er bij de co-creatie fase naast kennis, ervaring en creativiteit, ook een
hele historie aan afstand en onbegrip kon en moest worden hersteld. Dat is zeker ook
gebeurd, maar als je dat als gemeente erkent en waardeert dan laat je het elastiek toch niet los terwijl deze nog op spanning staat? Dan kies je er toch voor om een
overgangsfase in te richten die recht doet aan het broze proces i.p.v. meteen 1 of 2 treden terug te vallen op de participatieladder. Iedereen doet z'n uiterste best dat begrijpen we wel, maar kan de wethouder nog eens zijn visie op het gelopen
participatietraject geven en welke effecten dat heeft gehad en gaat hebben in zijn ogen?
Graag een reactie die recht doet aan de zorg, want participatie gaat uit van de deelnemers en niet in 1e instantie van de gemeente. De beantwoording van dit punt in de nota van zienswijzen vinden wij namelijk nogal eenzijdig gericht op het tegendeel proberen te
bewijzen, maar gaat niet in op de ervaren participatie die mensen regelmatig erover uiten.
Antwoord 4; In verschillende fasen van een plan passen verschillende vormen (treden) van participatie. Tijdens het ontwikkelen van de (stedenbouwkundige) visie hebben we
gekozen voor co-creatie. In de fase van het bestemmingsplan hebben we gekozen voor
meeweten en meedenken. Dit met name omdat het in deze fase ging om een technischjuridische uitwerking van de stedenbouwkundige visie. Maar ook omdat we de formele procedure bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening hebben gevolgd.
Achteraf gezien zijn wij van mening dat we de participatie in deze bestemmingsplanfase beter hadden kunnen vormgeven. Dit onderstreept voor ons hoe belangrijk het is om bij het uitwerken van diverse projecten adequate, bij het uitvoeringsproject passende en betekenisvolle participatie te organiseren.
Vraag 5: Wegbestemmen horeca Buena Vista: dit was een belangrijk onderwerp bij vele
(niet alle) inwoners vanwege verkeers- en geluidsoverlast bij uitbreiding. Dit lijkt nu met herbestemming 'functie diversen' met daarbij de expliciete uitsluiting van horeca op dat
aspect goed geborgd te zijn, maar ziet u deze ruime bestemming niet als risicovol als het pand wordt verkocht? Verkoop betekent immers regieverlies?
Antwoord 5; Essentieel is het leefbaar houden van de entreezone. Met het ontwerp-
bestemmingsplan en algemeen geldende wet- en regelgeving over vergunningen, toezicht
en handhaving (waaronder de APV) hebben wij voldoende instrumentarium om de
leefbaarheid te borgen ook zonder als eigenaar van het pand daarop invloed te hebben.
Vraag 6: benodigde parkeerplaatsen voor de SWEK: Er is een alternatief plan naar de raad gestuurd door inwoners van Kinderdijk, omdat de uitgangssituatie t.o.v. de
stedenbouwkundige visie veranderd is en er volgens hen kansen zijn. Heeft het college
deze input al eerder ontvangen en meegewogen? Wat kan het college met de suggesties die inwoners op het parkeren voor de SWEK hebben ingediend?
Wij hebben deze input eerder ontvangen en zijn hierover in overleg gegaan met de
inwoners. Hierbij bleek dat met name het dubbelgebruik een oplossing kan bieden. Een
vervolgoverleg hiervoor was reeds gepland. Vooruitlopend daarop hebben inwoners hun visie hierover gedeeld met de raad.
Deze week heeft uw raad een gezamenlijke brief ontvangen van de SWEK en de
Belangenvereniging Kinderdijk. Als wij de brief goed lezen, denken wij dat hiermee uw vraag voldoende is beantwoord.
Vraag 7: Naast Veilig Verkeer Nederland, geeft ook kennisplatform Kennis Over Zien een…
Bekijk de brief: Beantwoording Vragen ChristenUnie en CDA - nav BP Entreezone Kinderdijk
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.