Vragen ChristenUnie en VVD - Waterschap en Lekdijk
Een raadslid stelde op 6 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 5 mei 2026 Zaaknummer: 1276686 Stellers van de vragen: Harry Stam en Arno van den Hof Politieke partij: ChristenUnie Molenlanden en VVD Molenlanden Onderwerp: Vragen Waterschap en Lekdijk Portefeuillehouder: Jan Lock Behandelend ambtenaar: Marc Hulst en Martin Crum Toelichting:
Recent ontvingen we als raad een Raadsinformatiebrief omtrent de laatste stand van
zaken in de afhandeling van schadegevallen in het project KIS. Dank daarvoor. Hoewel er nog van 4 gedupeerden dossiers openstaan vertrouwen we erop dat de vervolgstappen zullen leiden tot een voor alle partijen acceptabele oplossing. Dit project KIS kent vele leermomenten en we zijn als fracties benieuwd naar de rol van de gemeente in
vervolgprojecten op de Lekdijk, zoals het actuele SAFE project dat nu ter inzage ligt. Wij hebben daarom de volgende vragen:
Vraag 1:
Is de gemeente als (actief) betrokken in het SAFE-ontwerp, of kunnen we er alleen achteraf wat van vinden?
Antwoord 1:
Ja, we zijn zowel ambtelijk als bestuurlijk betrokken.
Voor het ontwerp is en blijft het waterschap primair verantwoordelijk.
Echter nemen we wel deel in de projectgroep. Wij adviseren hierin mee over de proces en uitvoering van de dijkversterking SAFE.
Vraag 2:
Gaat het college een zienswijze indienen op het Ontwerp-projectbesluit SAFE? Zo ja, op welke onderdelen gaat u zich dan richten en zo nee, waarom niet?
Antwoord 2:
Vooralsnog zien wij geen reden om een zienswijze in te dienen. Er is wel in het voortraject ambtelijke afstemming geweest waarbij we opmerkingen mee hebben kunnen geven.
Door Molenlanden aangedragen punten die door WSRL zijn opgepakt zijn o.a.:
•
Plaats natuurcompensatie binnen Molenlanden (niet bij locatie De Dompelaar (Groot Ammers) maar bij Streefkerk en bij Krimpen a/d Lek).
•
Door opmerking van Molenlanden is er in het ontwerp-projectbesluit naar SBRrichtlijnen voor trillingen verwezen en zijn ook richtinggevend in het vervolg van SAFE (De SBR-richtlijnen worden gezien als landelijk gehanteerde normen en worden algemeen geaccepteerd).
Vraag 3:
Op welke wijze past de gemeente de leringen uit het KIS traject toe bij de beoordeling van de noodzakelijke Omgevingsvergunning(en) voor het inbrengen van innovatieve dijkconstructies en werk-werkzaamheden?
Antwoord 3:
Momenteel is het waterschap bezig met het vooral ruimtelijk regelen van het SAFE project.
In een later stadium zal duidelijk worden welke technieken zij gaan toepassen.
Zodra de bouwtechnische vergunningen zijn aangevraagd, beoordelen we deze op de
aspecten en leringen uit het KIS traject. Hiervoor zullen we waar nodig expertise in de arm nemen om deze boordelingen te kunnen doen.
Vanuit Molenlanden is er een interne projectgroep SAFE, bestaande uit diverse
vakdisciplines (o.a. RO, water, juridisch, vergunningverlening, communicatie), actief die meekijkt en meedenkt bij het proces wat nu (en in de toekomst) wordt doorlopen.
Vraag 4:
Heeft het college voldoende inzicht in het door het Waterschap uit te oefenen
risicomanagement bij negatieve gevolgen van werkzaamheden zoals verzakkingen van opstallen bij bewoners? Is het reëel om te verwachten dat het Waterschap dan
bijvoorbeeld tijd en geld laat prevaleren boven kwaliteit en daarmee het risico op schade bij bewoners (fors) toeneemt? Het mag toch niet zo zijn dat dan de kosten voordeliger zijn voor het Waterschap maar de langdurige sores bij de bewoners komt te liggen?
Antwoord 4:
Zoals eerder benoemd, is WSRL nu vooral de ruimtelijke kant van dit project aan het vastleggen.
In een later stadium volgt de techniek. In dit stadium zal allereerst duidelijk worden welke techniek toegepast wordt.
Bij het kiezen voor de techniek zal ook mede bepaald worden welke risico’s hierbij een rol spelen.
Wij zullen in de projectgroep aandacht blijven houden voor deze risico’s.
Daarnaast heef het Waterschap (o.a. naar aanleiding van de afwikkeling van het KISdossier) een nieuw schadebeleid in het leven geroepen. Hiermee ligt het schadeafwikkelingsproces bij het waterschap.
In dit beleid is geborgd dat een onafhankelijke toetser de belangen van de inwoners hierin behartigt. Voor meer informatie verwijzen we u naar:
https://www.waterschaprivierenland.nl/aanpak-van-schade-waterschap-rivierenlandverder-verbeterd Vraag 5:
Is de gemeente bereid om bij het Waterschap aan te dringen op het instellen van
klankbordgroepen om doorlopend (tijdens werkzaamheden) de vinger aan de pols te
houden? (denk bijv. aan afwijkingen in uitvoering t.o.v. ontwerpplannen, maar ook nieuwe dijkzettingen, ontstaan van wellen achter de dijk etc.)?
Antwoord 5:
We zoeken bij deze vraag naar de vraag achter uw vraag. We menen te proeven dat u
behoefte hebt aan het “de vinger aan de pols houden”. U vertaalt dat met het instellen van
een klankbordgroep. Het college is van mening dat het vinger aan de pols houden cruciaal is (dat is ook geleerd vanuit KiS). Tegelijkertijd zijn we van mening dat een klankbordgroep niet het geëigende middel is.
De gemeente en het waterschap hebben verschillende verantwoordelijkheden bij een
dijkversterkingsproject. dat moet scherp in de gaten gehouden worden. De gemeente is niet geen bevoegd gezag voor de dijkversterking als zodanig. Die suggestie moeten wij dan ook niet wekken door aan te dringen op een klankbordgroep.
Wél vullen we de vinger aan de pols anders in, te weten:
•
Structureel ambtelijk overleg, waarbij de Molenlandse thema’s die spelen besproken en -waar kan- opgelost worden. Dit structureel ambtelijk overleg wordt z.s.m. – in samenwerking met WSRL – vormgegeven.
Tot nu toe volstaat de structuur van de Ambtelijke BegeleidingsGroep (ABG), geïnitieerd vanuit WSRL, waarin alle bevoegd gezagen aanwezig zijn; zodra het structurele ambtelijke overleg ML-WSRL is ingeregeld dan kunnen beiden naast elkaar functioneren.
•
Eens per halfjaar en indien nodig frequenter bestuurlijk overleg om thema’s die in de dagelijkse praktijk niet direct opgelost kunnen worden, te agenderen en bestuurlijk commitment af te geven voor alternatieven (als die er zijn) of andere zaken
•
Rond vergunningverlening en wijzigingen tijdens het proces moet de vergunningverlener capaciteit en expertise inzetten om daadwerkelijk én effectief toezicht te kunnen houden en daarover te communiceren. Dat moet de gemeente zelf organiseren en het voornemen is er ook (op basis van KiS) dat te doen.
Vraag 6:
Is de Gemeente Molenlanden bereid om er bij het Waterschap op aan te dringen een expert (vanuit de gemeente) mee te laten kijken bij toekomstige nulmetingen en
risicobeheersing in de uitvoering? Dit, zodat we als gemeente bij incidenten en of onregelmatigheden dan naast onze inwoners kunnen staan?
Antwoord 6:
Het is ten alle tijden zo dat wij als gemeente de belangen van onze inwoners behartigen.
Ook in dit traject hebben wij onze verantwoordelijkheden als vergunningverlener en
toezichthouder. Als toezichthouder zullen we dus (evt. aangevuld met extra expertise) zicht houden op de uitvoering van de werkzaamheden.
Zoals reeds gezegd, de gemeente en het waterschap hebben verschillende
verantwoordelijkheden bij een dijkversterkingsproject. Dat moet scherp in de gaten gehouden worden. De gemeente is geen bevoegd gezag voor de dijkversterking als
zodanig. Die suggestie moeten wij dan ook niet wekken door actief toezicht te houden op de nulmetingen (waar het waterschap en de aannemer verantwoordelijk voor zijn).
Risicobeheersing op hoofdlijnen is onderdeel van het projectplan én van de
vergunningverlening. Dus dat betekent dat we in het proces automatisch het inzicht op
hoofdlijnen hebben en indien nodig, ter beoordeling, daar expertise op in zullen huren.
Bekijk de brief: Beantwoording Vragen ChristenUnie en VVD - Waterschap en Lekdijk
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.