vragen ChristenUnie - Subsidiebeleid
Een raadslid stelde op 3 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- 000 als de speeltuinvereniging <150 leden heeft. → Antwoord 1c1: -Nee, dit is aangepast bij B&W-besluit dd 12-07-2022 waarin is opgenomen dat de speeltuinverenigingen tot deze regeling behoren en, zoals hiervoor aangegeven, is de tabel uit…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 03-11-2025 Zaaknummer: 1260319 Steller van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Onderwerp: Subsidiebeleid Portefeuillehouder: dit veld wordt ingevuld door het college Behandelend ambtenaar: dit veld wordt ingevuld door het college Toelichting:
Wij hebben de nodige documenten rond subsidies voor verenigingen doorgenomen en de historie ervan. Na het nodige uitzoekwerk hebben wij een aantal technische vragen geformuleerd, omdat het voor ons niet voldoende duidelijk is of er met name bij
speeltuinverenigingen recht wordt gedaan aan evenredigheid en wij ook een aantal vragen hebben bij de teksten en geldigheid van regels en verordeningen op dat terrein.
Vraag 1:
a. In de Nadere Subsidieregels 2021 staan in de Artikelen en 3 en 4 (grondslagen en
criteria) geen speeltuinverenigingen, maar alleen in de RIB van juli 2022 staat dat zij een
waarderingssubsidie kunnen ontvangen. Dit is in de Subsidieregeling Waarderingssubsidie vrijwilligersorganisaties 2022 wél weer geregeld en ook in de Nadere Beleidsregels
subsidieverordening 2024 staan ze genoemd. Daarin zijn de speeltuinverenigingen
ondergebracht bij de vrijwilligersorganisaties die op basis van hun ledenaantal worden
gesubsidieerd, echter ontbreken ook daar de speeltuinverenigingen in de tekst die tussen haakjes staat in Artikel 3 lid 1.
a1. Wat was de aanleiding om de 2024 Nadere beleidsregels vast te stellen? Wat is gewijzigd en welk ‘probleem’ werd ermee opgelost?
Antwoord 1a1:
Aanleiding was een wijziging in de nadere beleidsregel semi-professionele instellingen waardoor het totale overzicht van de nadere beleidsregels opnieuw moest worden vastgesteld.
De wijziging betrof toevoeging van artikel 3 lid 1a.
a2. Moet feitelijk de tekst in Artikel 3 lid 1 zodanig worden aangepast dat in de tekst tussen de haakjes ook speeltuinverenigingen worden vermeld of is dat voor de rechtsgeldigheid niet noodzakelijk?
Antwoord 1a2:
Bij besluit d.d. 12-07-2022 is bepaald dat deze subsidieregeling ook van toepassing is
voor speeltuinverenigingen. Toevoeging tussen haakjes in artikel 3 lid 1 is daardoor niet noodzakelijk. Bij het, op te stellen, collegevoorstel tot aanpassing van administratieve aard wordt dit wel meegenomen.
a3. Overigens ontbreken in de tekst die wij vonden op de website van de lokale regelgeving 2024, ook de tabellen met bedragen.
-…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
000 als de speeltuinvereniging <150 leden heeft. Voor 150 of meer betalende leden is dat 2.000. Omdat we niet meer kunnen zien welke bedragen er in de Nadere regels van 2024, gelden vallen we terug op de bedragen uit de Nadere regels van 2022: c1. Is door het ontbreken van de speeltuinverenigingen in de tekst van Artikel 3, lid1 maar het wel opnemen in de onderliggende tabel daarvan een inconsistentie ontstaan en daarmee onduidelijkheid waar speeltuinverenigingen aanspraak op kunnen maken?
Antwoord van het college
Antwoord 1c1:
-Nee, dit is aangepast bij B&W-besluit dd 12-07-2022 waarin is opgenomen dat de
speeltuinverenigingen tot deze regeling behoren en, zoals hiervoor aangegeven, is de tabel uit 2022 nog steeds van kracht.
c2. Op basis waarvan is de scheiding 149/150 betalende leden tot stand gekomen en
doet dat recht aan verenigingen die rond dat aantal betalende leden hebben en dus op
basis van 1 lid meer of minder 1.000 minder of meer ontvangen? Biedt het college daarin dan ook maatwerk o.b.v. de Hardheidsclausule uit Artikel 17 van de Algemene
Subsidieverordening (ASV) en welke grenzen zijn daarin gehanteerd in de periode 20222025?
Antwoord 1c2:
Er is geen specifieke berekening waarop deze bedragen zijn gebaseerd. Het is een
beleidsmatige keuze om een eenvoudige en overzichtelijke regeling te hanteren, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen kleinere en grotere verenigingen.
Er zijn geen expliciete grenzen of casussen gepubliceerd waarin het college deze
hardheidsclausule heeft toegepast voor speeltuinverenigingen in de periode 2022–2025.
Wel is duidelijk dat het college deze bevoegdheid heeft, en dat maatwerk mogelijk is bij bijzondere omstandigheden.
c3. Overigens wordt in de Hardheidsclausule van Artikel 17 van de ASV o.a. ook Artikel 3
uitgesloten (Nadere Subsidieregels) of geldt dat alleen de vaststelling door het college van deze nadere regels en niet de inhoud daarvan?
Antwoord 1c3:
De uitsluiting van Artikel 3 in Artikel 17 ASV betreft de bevoegdheid tot het vaststellen
van nadere regels, niet de inhoudelijke toepassing van die regels. Het college kan dus wel maatwerk bieden bij toepassing van bijvoorbeeld de ledengrens in de waarderingssubsidie, zolang dat goed gemotiveerd is.
d. Op basis van welke berekening is dit vaste bedrag (resp. 1.000 en 2.000) tot stand
gekomen en hoe verhoudt zich dat tot andere verenigingen binnen het onderdeel dat per betalend lid wordt gesubsidieerd (bijvoorbeeld binnensportverenigingen die geen materiaal hoeven te vervangen omdat de gemeente deze betaalt)?
Antwoord 1d:
Er is geen specifieke berekening waarop deze bedragen zijn gebaseerd. Het is een beleidsmatige keuze om een eenvoudige en overzichtelijke regeling te hanteren, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen kleinere en grotere verenigingen.
Vraag 2: Het subsidiebeleid is in 2020 vastgesteld voor 2021 e.v. De Waarderingssubsidie voor vrijwilligers is vastgesteld voor 2022 e.v. Wanneer vindt het college het zinvol dit beleid te evalueren?
Antwoord 2:
Wanneer er vanuit de subsidieaanvrager/gebruiker specifieke ontwikkelingen of vragen aan de orde worden gesteld, of maatschappelijke ontwikkelingen in brede zin zich
voordoen, die het belang van een evaluatie rechtvaardigen zal het college zich hierover beraden. Tot op heden is dit niet het geval geweest.
Vraag3: Op pagina 8 van de Begroting 2026 staat bij Sportsubsidies dat we deze 118k
structureel te laag hebben begroot vanwege historische uitgaven (lees: te laag begroot) en toename van het aantal aanvragen van sportverenigingen. Kunt u duiden hoe deze
redenen zich verhouden tot de zorgen die verschillende (sport)verenigingen sinds Corona uiten m.b.t. afname van het aantal (jeugd)leden (zie hiervoor ook het laatste stuk uit het antwoord op onze vragen n.a.v. financiële zorgen bij speeltuinvereniging De Franse Put d.d. 26-6-2025)?
Antwoord 3:
Het aantal verenigingen (vrijwilligersorganisaties) dat gebruik mag maken van onze subsidieregeling Ondersteuning Accommodaties is zo goed als volledig. Daarmee bestaat er wel altijd de kans dat nieuwe vrijwilligersorganisaties zich melden die ook een aanvraag kunnen/mogen indienen. Wij informeren pro-actief.
Wij merken vooralsnog geen teruggang in het aantal Molenlandse sportverenigingen.
Tijdens/na de Coronatijd is er zover bij ons bekend slechts 1 vereniging gestopt. De trend die landelijk zichtbaar is – de afname van het aantal jeugdleden – is ook voelbaar/hoorbaar in Molenlanden. Team Sportservice Zuid-Holland is in opdracht van ons gestart met verenigingsondersteuning. Een doel hierbij is om inzicht te krijgen in onze verenigingen en te helpen waar dat nodig is om een gezonde basis te houden.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Subsidiebeleid
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.