3 april 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen ChristenUnie - Uitwerking fin opgave 2026 ev

Een raadslid stelde op 3 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 28-3-2025 Zaaknummer: 1239419 Steller van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Onderwerp: Memo financiële opgave 2026 ev Portefeuillehouder: Wethouder Bram Visser Behandelend ambtenaar: Jacco Klootwijk, Jordy Venderbos, Wilton Christiaanse Toelichting:

Vraag 1: onder het kopje “Vervolg”

Waarom wordt bij de uitvraag aan de ambtelijke organisatie 90% van de raming als startpunt genomen en niet 100%?

Antwoord 1:

In het memo zijn de afhankelijkheden geschetst waar we als gemeente mee te maken

hebben. De opbrengst van de uitwerkingen zoals bij het memo gevoegd zijn mogelijk niet toereikend om tot een sluitende Begroting 2026 te komen. Om hier op in te kunnen spelen willen we voldoende opties beschikbaar hebben. Een manier om aanvullende

besparingen te realiseren is het startpunt van 90% van de budgetten. Op deze manier

wordt op een meer dwingende manier gezocht naar besparingen. De Raad wordt echter ook in de gelegenheid gesteld om zelf suggesties te doen.

Vraag 2: onder het kopje “Vervolg” Er staat:

Voor nieuwe initiatieven waarvoor nog geen dekking in de meerjarenraming is opgenomen geldt ‘nieuw voor oud’, waarbij de financiële dekking moet worden gevonden door iets anders niet (of anders) te doen.

Is dit een genomen raadsbesluit of komt dit uitgangspunt terug in de nog vast te stellen Kadernota?

Antwoord 2:

Het principe ‘nieuw voor oud’ is een goed gebruik om binnen een begroting met weinig

financiële ruimte dekking te vinden. Het zou als uitgangspunt kunnen worden opgenomen in de Kadernota 2026.

Vraag 3: Bij punt 5 staat bij optie C als uitgangspunt dat Duurzaamheidsvraagstukken

alleen uit externe bijdrages (geen eigen middelen) om een deel van de structurele 375k te bezuinigen en wordt als beste optie gekenmerkt.

Is dit dan feitelijk een structurele PM post ipv het nu genoemde “Incidenteel” gezien het structurele karakter van de max 375k?

Antwoord 3:

Tot op het moment dat duidelijk is welke rijksmiddelen de gemeente jaarlijks ontvangt

voor de duurzaamheidsvraagstukken zou het om een PM post kunnen gaan. Als duidelijk is hoeveel rijksmiddelen we meerjarig ontvangen voor deze vraagstukken kan bezien

worden of deze PM nog noodzakelijk is om op te nemen of dat deze kan vervallen of door een vast bedrag kan worden ingevuld.

Daarnaast wordt bekeken of de duurzame transitieopgaven een plek in de begroting

kunnen krijgen. Daarbij voorkomen we dat er separate voorstellen (naast de begroting)

aan u worden voorgelegd. Doordat de duurzaamheidsvraagstukken nu niet structureel in de begroting zitten kan daar bezien vanuit de begroting niet structureel op worden bezuinigd.

Vraag 4: Bij punt 14 staat slechts een aantal scholen vermeld waar op kosten van de gemeente wordt schoongemaakt.

a. Klopt het dat andere scholen waar de gemeente eigenaar van is reeds door andere

partijen worden schoongemaakt en is dat dus al jaren een scheve verhouding op dat vlak?

b. In de maatschappelijke effecten bij overdracht eigendom staat dat dit beperkt is omdat

het minder/niet relevant is waar het juridisch eigendom ligt, maar wat zijn andere nadelen dan deze genoemde (bijv. weerstand, geen/nauwelijks zeggenschap over planning IHP door de gemeente, etc.)?

Antwoord 4:

a. Het klopt dat de schoonmaak alleen bij OBS De Knotwilg en CBS Eben Haezer in

Nieuwpoort nog door de gemeente wordt gedaan. Hiervoor krijgt de gemeente een vergoeding van de scholen, die de kosten voor nu helaas onvolledig dekken. De gemeente wil graag gelijkheid voor alle scholen. Aan de betreffende

schoolbesturen OBS De Knotwilg en CBS Eben Haezer is de mogelijkheid geboden om zelf de regie te voeren op de (bezuinigingen van) de schoonmaak. Zij wensen daar geen gebruik van te maken.

b. Een overdracht van het juridisch eigendom (met bijbehorende risico’s,

bijvoorbeeld als gevolg van achterstallig onderhoud) van de gemeente naar de scholen kan op weerstand stuiten bij de scholen. Maar niet zozeer in de

maatschappij. De gemeente bepaalt in samenwerking met de schoolbesturen

(OOGO) het IHP, het uitvoeringsprogramma en de planning van het IHP. Juist om draagvlak te creëren voor deze belangrijke maatschappelijke opgave.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Uitwerking fin opgave 2026 ev

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden