vragen ChristenUnie - Verbeterregeling onderwijshuisvesting
Een raadslid stelde op 16 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)
Datum: 29 november 2025 Zaaknummer: 1253693 Steller van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Molenlanden Onderwerp: Raadsvoorstel Verbeterregeling onderwijshuisvesting agendapunt 7 Portefeuillehouder: Wethouder H. Akkerman Behandelend ambtenaar: Wilton Christiaanse en Anne Duine Toelichting:
Wij hebben kennisgenomen van de technische vragen die door VVD zijn gesteld en hebben een aantal daarvan niet ook opgenomen, ondanks dat ook wij daarvan de
antwoorden zouden willen vernemen. Hieronder een aantal aanvullende/aangescherpte vragen van de ChristenUnie fractie.
Vraag 1: In het vastgestelde IHP stond in paragraaf 5.2 dat er eerst een uitwerking plaats
zou vinden van doelstelling, rollen, kaders en cofinanciering, etc., alvorens besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Immers, omdat de spelregels ontbreken vraagt dit een eigen besluitvormingstraject. In 2024 wordt deze groep schoolgebouwen in 1 projectopdracht aangepakt door eerst een haalbaarheidsonderzoek te starten waarmee de raad de kaders kan vaststellen, die de basis zijn voor de projectopdracht voor realisatie van de genoemde verbeteringen.
Kan het college de uitwerking in de vorm van het genoemde haarbaarheidsrapport aan de raad ter beschikking stellen of is er geen dergelijk rapport en vindt het college dat de benodigde spelregels zoals deze in enkele elementen in het raadsvoorstel zijn
opgenomen, vooraf helder genoeg zijn om als kaders te dienen voor de projectopdracht?
Graag daar dan een motivering van, maar liever nog het haalbaarheidsrapport waarin de uitwerking van de spelregels helder en eenduidig zijn verwoord.
Antwoord 1: In 2024 is er geen nieuw afzonderlijk haalbaarheidsrapport opgesteld. Het
college heeft voortgebouwd op een eerder rapport van Lakerveld. Dit rapport is bijgevoegd als bijlage.
De “spelregels” zijn onderzocht door HEVO. Deze zijn relatief eenvoudig. Namelijk dat alleen Lingewaard in aanmerking komt voor rijkscofinanciering en dat de overige kosten door de gemeente worden gedragen. Dit is ook zo besproken met de schoolbesturen. Er is geen sprake van afwijkende afspraken.
Vraag 2: In dit raadsvoorstel voor de Verbeterregeling staat de volgende passage: Wij
stellen voor dat de gemeente in dit geval de volledige kosten op zich neemt. Deze overweging sluit aan bij het andere raadsvoorstel over het verhogen van de kwaliteitsnorm, waarin de gemeente de onderdelen voor haar rekening neemt die essentieel zijn voor een goed en gezond schoolgebouw, zoals ventilatie en temperatuurregulatie. Wij willen alle scholen op gelijke wijze behandelen. Daarom stellen wij voor om ook voor deze scholen de kosten volledig te dekken. Einde citaat.
A. Hoe ziet het college het begrip ‘alle scholen op gelijke wijze behandelen’ in het kader van investeringen op het binnenklimaat die door scholen zijn uitgevoerd na de Corona-periode (dus in de laatste 5 jaar) maar die niet tot deze categorie behoren?
Worden zij alsnog (deels) gecompenseerd om ook gelijk te worden behandeld? Er staat immers ‘alle scholen..’.
B. Als het raadsvoorstel rond de verhoging van de kwaliteit en kosten schoolgebouwen niet, of deels zou worden aangenomen, geldt het genoemde begrip ‘alle scholen op gelijke wijze behandelen’ dan in de ogen van het college nog steeds en vindt zij dat dan ook dit raadsvoorstel niet voldoet aan het begrip ‘alle scholen op gelijke wijze behandelen’? Kortom, deze 2 raadsvoorstellen lijken daarmee feitelijk onlosmakelijk aan elkaar verbonden als het gaat over het gelijk behandelen. Graag een heldere uitleg van de afhankelijkheid van deze 2 raadsvoorstellen.
Antwoord 2:
A. Het college verstaat onder ‘alle scholen op gelijke wijze behandelen’ dat de
scholen die onder de Verbeterregeling vallen, gelijkwaardig worden ondersteund bij het realiseren van een gezond binnenklimaat. Onze redenering is dat we bij het raadsvoorstel over het verhogen van de kwaliteitsnorm hebben gesteld dat investeringen voor frisse lucht en temperatuurregulatie primair bij de gemeente horen. Als dat uitgangspunt geldt bij dat eerste voorstel, dan is het college van mening dat dit ook consequent moet worden toegepast bij de Verbeterregeling.
Daarom nemen wij in dit voorstel de volledige kosten voor onze rekening. Dit betekent echter niet dat eerdere investeringen die scholen in de afgelopen vijf jaar op eigen initiatief hebben gedaan, automatisch (deels) worden gecompenseerd.
Het voorstel richt zich op de huidige maatregelen die nodig zijn om aan de kwaliteitsnorm te voldoen.
B.
De twee raadsvoorstellen zijn inhoudelijk met elkaar verbonden, omdat beide bijdragen aan het realiseren van een gezond en toekomstbestendig schoolgebouw.
Het college zet daarom in op beide voorstellen. Mocht het voorstel voor de 15% extra kwaliteitsverhoging niet worden aangenomen, dan kan het college op het gebied van ventilatie en koeling nog steeds voldoen aan de prestatie-eisen onder de VNG-norm. In dat scenario is er echter geen budget beschikbaar voor aanvullende kwaliteitsaspecten zoals bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw, herindeelbaarheid en duurzaam bouwen. Het uitgangspunt ‘alle scholen op gelijke wijze behandelen’ blijft in de ogen van het college van kracht, maar de invulling daarvan is dan beperkt tot de onderdelen die binnen de beschikbare middelen gerealiseerd kunnen worden
Vraag 3: Wij hebben enig (verkort) onderzoek gedaan naar raming van kosten voor
ventilatie/airco’s die gemiddeld in schoollokalen worden gebruikt en komen beduidend lager uit dan de 30k die het college hanteert in dit raadsvoorstel. Graag een onderbouwing van de genoemde raming van 30k per airco/installatie (incl. werkzaamheden).
Antwoord 3:
De genoemde kostenraming van €30.000 per airco-installatie is gebaseerd op ervaringen van HEVO uit eerdere aanbestedingen die zij hebben georganiseerd. Het betreft nadrukkelijk een schatting, waarbij in de praktijk verschillen kunnen optreden. Zo kan het zijn dat bij een gezamenlijke uitvoering schaalvoordelen worden behaald, terwijl lokale installateurs in Molenlanden juist duurder of goedkoper kunnen zijn. Het richtbedrag omvat niet alleen de aanschaf van de unit zelf (circa €12.000), maar ook aanvullende kosten voor werktuigbouwkundige werkzaamheden, elektrotechnische aanpassingen om de installatie goed te laten functioneren, en bouwkundige ingrepen zoals constructieve maatregelen. Daarnaast komen er kosten bij voor arbeid en materialen die nodig zijn om deze werkzaamheden uit te voeren.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Verbeterregeling onderwijshuisvesting
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.