1 oktober 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen ChristenUnie - Volkshuisvestingsprogramma

Een raadslid stelde op 1 oktober 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 10 september 2026 Zaaknummer: 1285012 Steller van de vragen: Pieter van Bruggen Politieke partij: ChristenUnie Onderwerp: Volkshuisvestingsprogramma Portefeuillehouder: Arco Bikker, Sanne Zijlstra Behandelend ambtenaar: Lia de Kievit Toelichting: wij willen graag meer uitleg over de (voorlopig) gemaakte keuzes in het programma.

Vraag 1: Het programma verdeelt de woningbouwopgave vooral op basis van huishoudensgroei. Hoe waarborgt het college dat ook kleine kernen voldoende ontwikkelruimte houden om scholen, kerken, verenigingen en andere voorzieningen vitaal te houden?

Antwoord 1:

In het Volkshuisvestingsprogramma is een richtinggevend woningbouwprogramma opgenomen. We gebruiken dit als leidraad voor de programmering. We benadrukken dat dit richtinggevend is en dat er ruimte moet blijven om meer toe te voegen als dat bijdraagt aan de leefbaarheid van een kern. De vertaling naar kernniveau wordt gedaan in het daarvoor bedoelde omgevingsprogramma. Deze maken een integrale vertaling van de omgevingsvisie naar kernniveau.

Vraag 2: Het coalitieakkoord stelt dat dorpsperspectieven samen met inwoners de basis vormen voor toekomstige ontwikkelingen. Hoeveel ruimte blijft er nog over voor dorpsraden, klankbordgroepen en inwoners om invloed uit te oefenen op woningbouwopgaven per kern, nu deze in het volkshuisvestingsprogramma al richtinggevend zijn vastgelegd?

Antwoord 2:

We zien het Volkshuisvestingsprogramma als een kader voor de ontwikkeling van de dorpsperspectieven.

Binnen dat kader voeren we het gesprek over wat er nodig is in de kernen. Dorpsraden, klankbordgroepen en inwoners zijn betrokken geweest bij het opstellen van dit kader en zij zullen ook weer betrokken worden bij de totstandkoming van de dorpsperspectieven.

Vraag 3: Het programma spreekt met name over inbreiding. Hoeveel ruimte blijft er voor ‘een buurtje erbij’?

Antwoord 3:

We zien inbreiding als een belangrijke pijler voor het woningbouwprogramma. Tegelijkertijd realiseren we ons dat dit niet altijd een oplossing biedt. In het nieuwe omgevingsbeleid van de provincie is dan ook het “straatje erbij” opgenomen om mogelijkheden tot een beperkte uitbreiding van een kern te bieden. We zien dit als een kans die we inzetten op plekken waar inbreiding niet voldoende soelaas biedt.

Vraag 4: Inwoners vragen om meer ruimte voor tiny houses, small houses, wooncoöperaties en knarrenhofjes. Waarom zijn deze woonvormen slechts beperkt of impliciet opgenomen en is het college bereid deze expliciet terug te laten komen in de uitvoeringsagenda?

Antwoord 4:

Een van de actiepunten in het programma is dat we (bewoners)initiatieven voor collectieve en geclusterde woonvormen stimuleren en faciliteren. De actiepunten krijgen een plek in de uitvoeringsagenda.

Vraag 5: Wanneer beschouwt het college dit programma als geslaagd? Welke concrete indicatoren gaat het college jaarlijks aan de raad rapporteren?

Antwoord 5:

In de uitvoeringsagenda komen we daarop terug.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Volkshuisvestingsprogramma

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden