27 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen ChristenUnie - Wensen en bedenkingen gebiedsplan Alblasserwaard

Een raadslid stelde op 27 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 9 januari 2026 Zaaknummer: 1262629 Steller van de vragen: Leo Timmer Politieke partij: ChristenUnie Molenlanden Onderwerp: Wensen en bedenkingen Gebiedsplan Alblasserwaard Portefeuillehouder: Wethouder Lock Behandelend ambtenaar: Roelof Westerhof / Marc Trouwborst Toelichting: Bij vraag 1: De provincie heeft nu een vrijwillige KPI-aanpak (pilot). Het

vaststellen van de emissie o.b.v. de stoffenbalans is hiervoor toereikend. Maar GS geeft aan dat het hoogstwaarschijnlijk niet mogelijk is om de stoffenbalans zodanig door te

ontwikkelen dat een juridisch geborgd systeem van emissiereductie hierop kan worden

gerealiseerd. Kortom, de provincie gaat verder juridische borging onderzoeken. Het Rijk zal dit waarschijnlijk ook doen.

Vraag 1:

De belangrijkste zorg is de juridische borging, zowel voor sturen op emissiereductie op zichzelf als sturen op emissiereductie op gebiedsniveau. Hoe wordt dit geborgd?

Antwoord 1:

We volgen de ontwikkelingen op landelijk niveau want alle partijen lopen tegen dit

vraagstuk aan. Daarnaast zijn we proactief hiermee bezig in de Collectieve Aanpak

Alblasserwaard-Vijfheerenlanden waarin we aan vergunningen en emissiereductie werken.

Juridisch borgen van maatregelen natuurherstel, emissiereductie en vergunningen is hierbij speerpunt. Belangrijk onderdeel is borgen van invoer en uitvoer van de

KringloopWijzer. Dit is een systeem om milieuprestaties in de melkveehouderij bij te

houden dat al door de zuivelindustrie en in studiegroepen wordt toegepast. Wat onze

aanpak uniek maakt is dat we de opgave niet per bedrijf maar als collectief doen, waardoor er sprake is van een robuuster resultaat. Via LVVN gaan we ook na of dit juridisch houdbaar is en blijft.

Vraag 2:

Hoe ziet het college de werking van het eerste werkpakket in relatie tot de

vergunningverlening voor zich? Dat is ons niet helemaal duidelijk. Wordt eerst de

emissiedoelstelling op gebiedsniveau gehaald, waarna alle bedrijven in het gebied de

vergunning toegekend moeten krijgen? Hierbij moet niet alleen de emissiedoelstelling

worden gehaald, maar ook de natuur voldoende zijn hersteld. Vind dit parallel plaats aan het samenwerken van agrariërs in de ‘coöperaties’ of in andere vormen?

Antwoord 2:

De praktische invulling werken we met betrokken agrariërs, provincie en LVVN verder uit.

Zoals uit het gebiedsplan blijkt, doen we dat in tranches per jaar met een duidelijke tijdlijn met per tranche een duidelijke opgave. We zoeken naar een vorm waarbij het vastleggen

van de tijdlijn en de organisatorische invulling en het commitment zo geborgd zijn, dat er van alle kanten vertrouwen is dat we de neergaande lijn realiseren.

T.a.v. de natuur: zoals uit het gebiedsplan blijkt is vanuit de opbouw de bijdrage van de emissiereductie vanuit de Alblasserwaard zo berekend, dat we onze bijdrage aan natuurherstel in de betrokken gebieden ook daadwerkelijk leveren.

Vraag 3:

Hoe wordt geborgd dat na stap 1(de vergunningverlening) de andere stappen ook nagekomen worden door alle betrokkenen?

Antwoord 3:

Uit gesprekken met boeren blijkt draagvlak om te werken aan natuurbeheer, weidevogels en water groot is. Daarnaast zijn er generieke landelijke maatregelen die al verplicht zijn

die bijdragen aan doelbereik. We verwachten dat verdere verplichte maatregelen niet nodig zijn om provinciale doelen te halen. We verwachten dat de provincie doelbereik blijft

monitoren en in ons gebiedsproces bespreken we welke acties nodig zijn als doelbereik achterblijft. Omgekeerd: als de vergunningverlening niet op gang komt, is er geen bedrijfsmatige basis meer om de volgende stappen nog in te vullen. Dus de volgordelijkheid der dingen is erg belangrijk.

Vraag 4:

Hoe wordt geregeld en geborgd dat alle individuele agrariërs meedoen aan de gezamenlijke doelen? Is iedere agrariër verplicht om mee te doen?

Antwoord 4:

Op dit moment is deelname niet verplicht. Vanuit eigen belang is deelname logisch want draagt bij aan toekomstbestendig bedrijf. Elk bedrijf kan deelnemen aan een traject van

opstellen en uitvoeren van bedrijfsverbeterplannen om in kaart te brengen welke

maatregelen bijdragen aan doelen en hoe dit in de bedrijfsvoering past. We zijn in gesprek met de provincie over stimulerend beleid voor maatregelen. Er zijn nu tot nu toe al meer dan 20 bedrijven die zich gemeld hebben en belangstelling hebben (zonder dat we nog een actief beleid hebben gevoerd).

Vraag 5:

Vanuit de agrarische sector hoorden we twijfels of grootschalige mestvergisting installaties de wens moet zijn. Dit geeft veel verkeersbewegingen en de meststof die overblijft is arm aan organische stof, wat de gezondheid van de bodem op lange termijn niet ten goede

komt; en ook daar is veel biodiversiteit. Vraag: Is kleinschalige mestvergisting niet meer gewenst dan grote installaties daar deze veel minder ‘aanslag’ op de omgeving hebben?

Antwoord 5:

Er zijn drie modaliteiten mestvergisting uitgezocht: de buurvergisters (aantal kleine boeren samen), individuele mestvergisting met collectieve opwaardering (aantal grote

mestvergisters op het boerenerf) en de modaliteit grote mestvergister bij een bedrijf dat veel zeer veel aardgas verbruikt. Wat wie waar doet is aan de sector en de bedrijven.

Kleinschaligheid is daar dus zeker een onderdeel van. Ja, dat geeft inderdaad meer

transportbewegingen, maar uiteindelijk minder transportbewegingen dan bij het wegvallen van de derogatie.

De mestvergisting gaat trouwens altijd gepaard met stikstof kraken, zodat niet alleen er sprake is van CO2-reductie maar ook van NH3 reductie.

De invloed op het bodemleven is mede afhankelijk van de behandeling van het digistaat.

Daar is vanuit de begeleiding veel aandacht voor.

Vraag 6:

Een van de beoogde effecten is een herverkaveling van het gebied om bedrijfsvoering efficiënter te maken en het wegennet minder te belasten.

Vraag: Wordt hierbij tegelijk rekening gehouden om minder zwaar verkeer via de

lintbebouwing en de dorpen (behoudens bestemmingsverkeer) te laten rijden; en waar moeten we dan aan denken?

Antwoord 6:

Ja, we zullen bij herverkaveling en herplaatsen van bedrijven ook kijken naar

bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Wel of niet zwaar verkeer door linten is uiteraard niet aan het gebiedsplan, dat is slechts ondersteunend. Het verkeersbeleid wordt door uw raad bepaald.

Vraag 7:

De Provincie Utrecht is vanwege Vijfheerenlanden deelnemer van het Gebiedsplan.

Stel: Deze Provincie heeft ten aanzien van hun beleid (deels) andere visies en

doelstellingen voor hun gebied. Vraag: Kan het Gebiedsplan voor de Alblasserwaard dan zonder problemen en belemmeringen verder met alle beoogde doelen?

Antwoord 7:

Ja, we kunnen dan gewoon verder. Ons gebiedsplan is een zaak tussen de provincie ZuidHolland en het Zuid Hollandse deel van de Alblasserwaard. We verwachten dan wel dat

uitvoering van beleid voor boeren, waterschap, gemeenten, natuurbeheerders, adviseurs, loonwerkers en andere erfbetreders die met beide provincies te maken hebben meer versnipperd raakt en afstemming moeilijker wordt. Daarom is er ook overleg tussen Alblasserwaard Vijfheerenlanden met de provincies, zodat aan beide zeiden van de

provinciegrens er sprake is van samenhang. Tijdens de behandeling van SANE is daar via

inspraak vanuit ons ook op aangedrongen en op dat punt heeft Provinciale Staten ook een motie aangenomen. Aan de Utrechtse kant van de Alblasserwaard is het de bedoeling om op dit punt een zienswijze in te dienen, om aandacht te vragen voor het punt dat u inbrengt.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen ChristenUnie - Wensen en bedenkingen gebiedsplan Alblasserwaard

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden