28 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen DM, SGP, CU, CDA - Huisvesting statushouders

Een raadslid stelde op 28 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 27 mei 2026 Zaaknummer: 1278608 Steller van de vragen: Bob Brokking, mede namens een inwoner en vier andere partijen.

Politieke partij(en): Doe mee!, SGP, ChristenUnie en CDA Onderwerp: Huisvestingsplan Statushouders n.a.v. de beeldvormende avond in Kinderdijk op 14 april 2026.

Portefeuillehouder: Wethouder Bikker Behandelend ambtenaar: Talina van Splunter Toelichting:

Op 13 mei ontvingen veertien raadsleden van vier politieke partijen schriftelijke vragen van een inwoner uit Nieuw-Lekkerland. Deze inwoner had op 14 april de beeldvormende sessie over het huisvestingsplan voor statushouders in Kinderdijk bijgewoond. Voor hem bleven daar enkele vragen onbeantwoord.

Het afzonderlijk stellen van dezelfde vragen aan veertien raadsleden kan leiden tot versnipperde of onvolledige beantwoording. Daarnaast zijn niet alle vragen door raadsleden zelf te beantwoorden. In het presidium is daarom besloten de vragen, met toestemming van de inwoner, gebundeld en schriftelijk voor te leggen aan het college. Ook enkele aanvullende vragen die op 14 april door raadsleden zijn gesteld, zijn hierin meegenomen.

De vragen zijn:

Vraag 1: Waarom worden cijfers over de plaatsing van statushouders in Molenlanden niet standaard per kern gepubliceerd?

Antwoord 1: Zoals tijdens de beeldvormende avond van 14 april jl. toegelicht publiceert de gemeente deze cijfers niet per kern omdat de verdeling van de huisvesting niet op kernniveau wordt vastgesteld, maar via een verdeelsleutel tussen de drie woningcorporaties. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel sociale huurwoningen dat corporaties in Molenlanden bezitten. De corporaties bepalen vervolgens zelf in welke kern zij woningen beschikbaar hebben.

Daarnaast houden corporaties deze gegevens niet op een uniforme manier per kern bij, waardoor de gemeente hierover geen overzicht heeft.

Vraag 2: Waarom is er op 14 april geen informatie gedeeld over het aantal statushouders dat in de afgelopen jaren per kern in Molenlanden is gehuisvest?

Antwoord 2: Tijdens de bijeenkomst van 14 april jl. is gekozen om de systematiek van de spreiding toe te lichten in plaats van kerncijfers te presenteren. De kerncijfers zijn niet beschikbaar op gemeentelijk niveau en worden door corporaties niet structureel op die manier geregistreerd. Het doel van de beeldvormende avond was om de gemeenteraad, en andere geïnteresseerden, te informeren over het huisvestingsplan voor statushouders waarmee wordt uitgelegd hoe de opgelopen achterstand wordt weggewerkt.

De nadruk lag daarom op de aantallen in de verdeelsleutel, die zorgt voor een evenwichtige spreiding over de jaren heen, passend bij de sociale huurvoorraad van de corporaties.

Vraag 3: Is of wordt de gemeenteraad regelmatig en proactief geïnformeerd over de verschillen in plaatsing van statushouders per kern?

Antwoord 3: De gemeenteraad wordt regelmatig geïnformeerd over de voortgang van de taakstelling, de samenwerking met corporaties en de uitvoering van de verdeelsleutel. Zie verder vraag 1 en 2.

Vraag 4: Worden na-reizigers afzonderlijk geregistreerd in gemeentelijke rapportages?

Antwoord 4: Nareizigers worden in de gemeentelijke registratie wel onderscheiden, maar in de rapportages richting raad en corporaties worden zij meegenomen binnen de totale taakstelling. Dit sluit aan bij de landelijke systematiek: nareizigers tellen mee in de taakstelling en worden niet als aparte categorie geplaatst.

Vraag 5: Wat verstaat de gemeente concreet onder evenwichtige spreiding?

Antwoord 5: Onder evenwichtige spreiding verstaat de gemeente dat de drie corporaties gezamenlijk een proportioneel aandeel leveren, gebaseerd op hun sociale huurwoningvoorraad. Hierdoor ontstaat over de jaren heen een realistische en uitvoerbare verdeling van huishoudens over de kernen.

Evenwichtige spreiding betekent niet dat elke kern jaarlijks hetzelfde aantal plaatsingen heeft, maar dat de verdeling aansluit bij de beschikbare woningvoorraad en de mogelijkheden van corporaties.

Concreet vertaalt zich dat in de volgende verdeelsleutel: -

Aandeel Lek en Waard Wonen: 59%

-

Aandeel Kleurrijk Wonen: 24%

-

Aandeel Tablis Wonen: 17%

Vraag 6: Welke controle voert de gemeente uit op de uitvoering van die spreiding?

Antwoord 6: De gemeente monitort de realisatie van de taakstelling per corporatie en bespreekt dit periodiek in het overleg met de corporaties. Daarbij wordt gekeken of de corporaties hun aandeel conform de verdeelsleutel invullen.

De gemeente stuurt op corporatieniveau, omdat daar de verantwoordelijkheid voor de feitelijke plaatsing ligt. De gemeente controleert dus niet op kernniveau, maar op de uitvoering van de verdeelsleutel door de corporaties.

Vraag 7: Waarom wordt Nieuw-Lekkerland relatief vaker gebruikt voor de huisvesting van statushouders dan kleinere kernen met minder sociale huurwoningen?

Antwoord 7: De gemeente houdt geen cijfers bij van plaatsingen per kern. Echter heeft Nieuw-Lekkerland als grootste kern van de gemeente een grotere sociale huurvoorraad dan veel kleinere kernen. Corporaties hebben daar daardoor meer mogelijkheden om woningen beschikbaar te stellen.

De verdeelsleutel zorgt ervoor dat corporaties naar rato van hun bezit bijdragen.

Dat betekent dat kernen met meer sociale huurwoningen logischerwijs vaker in beeld zijn voor plaatsing, zonder dat dit leidt tot een onevenwichtige spreiding op corporatieniveau of op kernniveau.

Vraag 8: Is het mogelijk om de huisvesting van statushouders evenwichtig te verdelen over alle kernen? Wat is nodig om dit te kunnen realiseren?

Antwoord 8: Een volledig gelijke verdeling over alle kernen is niet haalbaar, omdat de sociale huurvoorraad per kern sterk verschilt. Evenwichtige spreiding wordt daarom gerealiseerd via de verdeelsleutel op corporatieniveau.

Vraag 9: Welke effecten van de plaatsing van het relatief hoge aantal statushouders ziet de gemeente op leefbaarheid, sociale cohesie en woningdruk in Nieuw-Lekkerland?

Antwoord 9: De gemeente voert geen structurele meting van leefbaarheid uit specifiek gekoppeld aan de huisvesting van statushouders. Wij handelen op basis van signalen, meldingen en klachten van inwoners. Via onder meer het sociaal team, de woningcorporatie en de verbinders, die per kern zijn ingedeeld, proberen we dicht bij inwoners te staan en tijdig in beeld te krijgen wat er speelt.

Op dit moment zijn er geen structurele signalen die wijzen op specifieke negatieve effecten op leefbaarheid of sociale cohesie in Nieuw-Lekkerland als gevolg van de huisvesting van statushouders. Wel is er, net als in andere kernen, sprake van druk op de sociale huurmarkt, en de woningmarkt in het algemeen.

Dit komt door een combinatie van factoren, zoals schaarste, gebrek aan doorstroming en demografische ontwikkelingen.

Vraag 10: Waarom kiest de gemeente voornamelijk voor reguliere sociale huurwoningen in plaats van tijdelijke of alternatieve woonvormen? Worden de mogelijkheden en de wettelijke ruimte (mogelijk afwijken van de voorrangsregeling) voldoende benut?

Antwoord 10: De gemeente werkt binnen de landelijke taakstelling, die uitgaat van duurzame reguliere huisvesting. Corporaties hebben hierin een wettelijke taak. Tijdelijke of alternatieve woonvormen kunnen aanvullend worden ingezet, maar zijn afhankelijk van locaties, vergunningen, investeringen en beheer.

De gemeente benut de beschikbare wettelijke ruimte, waaronder de voorrangsregeling, en onderzoekt waar mogelijk alternatieve woonvormen. Deze zijn echter niet altijd sneller of goedkoper te realiseren dan reguliere woningen. 11: Is onderzocht wat de maximale draagkracht van Nieuw-Lekkerland is qua plaatsingen binnen de sociale huurvoorraad?

Antwoord 11: Er is geen vaste “maximale draagkracht” per kern vastgesteld, omdat de gemeente stuurt op corporatieniveau en niet op kernniveau. De verdeelsleutel zorgt ervoor dat de belasting evenwichtig wordt verdeeld over de corporaties, passend bij hun woningvoorraad.

12. Waar ziet de gemeente de huidige en toekomstige (binnen vijf jaar) knelpunten voor het huisvesten en spreiden van statushouders in Molenlanden?

Wat is nodig om deze knelpunten op te lossen?

Antwoord 12: De belangrijkste knelpunten zijn de schaarste aan sociale huurwoningen, beperkte mogelijkheden in kleinere kernen en de afhankelijkheid van de beschikbaarheid van woningen bij corporaties.

Voor de toekomst is het nodig om:

•

•

•

•

te blijven investeren in voldoende en passende sociale huurwoningen, samen met corporaties te blijven sturen op de verdeelsleutel, alternatieve woonvormen te verkennen waar dat ruimtelijk en financieel haalbaar is, en de samenwerking tussen corporaties, sociaal team en gemeente te blijven versterken.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen DM, SGP, CU, CDA - Huisvesting statushouders

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden