20 april 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen PM - Huisvesting statushouders

Een raadslid stelde op 20 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • U geeft in uw raadsinformatiebrief aan, dat de provincie uw huisvestingsplan voor vergunninghouders positief heeft beoordeeld. → Antwoord 1: In de RIB van 31 maart is aangegeven dat de provincie het huisvestingsplan positief heeft beoordeeld.
  • Verwacht u dat u de aanscherpingen, die Gedeputeerde Staten eist, zoals verwoord in haar brief op pagina 2 voor 2 juni aan te kunnen leveren? → Zo ja, waar is die verwachting op gebaseerd?
  • Indien Gedeputeerde Staten oordeelt, dat die aanscherping niet is gerealiseerd, hoe groot is de kans, dat dan trede 5 (indeplaatstelling) wordt toegepast? → Antwoord 3: Het is aan Gedeputeerde Staten om te bepalen of toepassing van trede 5 noodzakelijk is.
  • Indien Gedeputeerde Staten oordeelt, dat die aanscherping niet is gerealiseerd, hoe ziet dan trede 5 (indeplaatstelling) er in de praktijk voor Molenlanden uit? → Antwoord 4: Bij trede 5 neemt de provincie – indien zij dat noodzakelijk acht – de bevoegdheid tot het huisvesten van statushouders tijdelijk over.
  • In hoeverre heeft u sinds 1 juli 2023 met de door u in het huisvestingsplan (nov 2025; gedeeld in de beeldvormende sessie dd 14 april 2026) genoemde maatregelen 1-6 en… → Antwoord 5: Sinds 1 juli 2023 zijn diverse maatregelen in gang gezet of uitgevoerd.
  • Kunt u uw ervaringen met het doorvoeren van die opties, bedoeld in vraag 5, met ons delen? → Antwoord 6: Onze ervaringen laten zien dat: • maatregelen die nieuwe locaties of bouwprojecten betreffen meer tijd vragen vanwege ruimtelijke procedures, beschikbaarheid van locaties en…
  • Waar is uw verwachting op gebaseerd, dat de in vraag 5 bedoelde opties nu wel in het door u genoemd tijdsbestek worden gerealiseerd? → Antwoord 7: Onze verwachting is gebaseerd op: • de concrete afspraken die inmiddels met corporaties zijn gemaakt, • de korte lijnen met de provincie, • de beschikbaarheid van locaties die…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 17 april 2026 Zaaknummer: 1275440 Steller van de vragen: Peter-Erik Ywema Politieke partij: Progressief Molenlanden Onderwerp: huisvesting statushouders Portefeuillehouder: Wethouder Bikker Behandelend ambtenaar: Talina van Splunter Toelichting:

PM heeft kennisgenomen van uw Raadsinformatiebrief van 31 maart jl., en ook de brief van Gedupeerde Staten over de huisvesting van vergunninghouders (statushouders).

Daarin is naar ons oordeel Gedeputeerde Staten zeer kritisch over de inspanningen van

uw College. Dat geeft zorg, nu de gemeente al op trede 4 van de interventieladder staat.

Het is dus 5 voor 12.

PM is van mening dat het altijd beter is om proactief en met eigen regie op te treden en niet af te wachten tot anderen je geen opties meer geven. Wij hebben de we (wettelijke)

verantwoordelijkheid om statushouders -net als andere urgente woningzoekenden- een goede woonplek en hulp bij inburgering te bieden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

U geeft in uw raadsinformatiebrief aan, dat de provincie uw huisvestingsplan voor vergunninghouders positief heeft beoordeeld. In de brief van Gedeputeerde Staten wordt echter gesteld, dat het plan op dit moment niet volledig voldoet aan de vereisten om hier bestuurlijk en toezichthoudend mee in te kunnen stemmen. Waar baseert u uw mening op, dat het huisvestingsplan positief is beoordeeld?

Antwoord van het college

Antwoord 1:

In de RIB van 31 maart is aangegeven dat de provincie het huisvestingsplan positief heeft beoordeeld. Daarmee wordt bedoeld dat de provincie het plan inhoudelijk als

richtinggevend en bruikbaar ziet om de achterstand in de huisvesting van statushouders

in te lopen, zoals toegelicht tijdens de beeldvormende avond op 14 april jl. In de brief van

Gedeputeerde Staten wordt dit bevestigd: de provincie onderschrijft de gekozen

maatregelen en ziet het plan als een goede basis voor verdere uitvoering. Tegelijkertijd

geeft de provincie aan dat het plan op onderdelen verder moet worden aangescherpt om bestuurlijk en toezichthoudend volledig te kunnen instemmen. Onze duiding “positief beoordeeld” verwijst dus naar de inhoudelijke waardering van de koers en de maatregelen, niet naar een formele afronding van het toezichtstraject.

Vraag 2

Verwacht u dat u de aanscherpingen, die Gedeputeerde Staten eist, zoals verwoord in haar brief op pagina 2 voor 2 juni aan te kunnen leveren?

Antwoord van het college

Zo ja, waar is die verwachting op gebaseerd?

Antwoord 2:

Ja, wij verwachten de gevraagde aanscherpingen tijdig te kunnen aanleveren. Deze verwachting is gebaseerd op:

•

de reeds lopende uitwerking van het uitvoeringsprogramma,

•

de afspraken die met de provincie zijn gemaakt over de benodigde aanvullingen,

•

de inzet van de betrokken teams en woningcorporaties om de maatregelen concreet te maken,

•

de planning die wij intern hebben vastgesteld richting 1 juli, die aansluit op de provinciale deadline van 2 juni.

Wij werken hierbij in nauw overleg met de provincie, zodat de aanscherpingen aansluiten bij de eisen die zij stelt in het kader van de interventieladder.

Vraag 3

Indien Gedeputeerde Staten oordeelt, dat die aanscherping niet is gerealiseerd, hoe groot is de kans, dat dan trede 5 (indeplaatstelling) wordt toegepast?

Antwoord van het college

Antwoord 3:

Het is aan Gedeputeerde Staten om te bepalen of toepassing van trede 5 noodzakelijk is.

De provincie heeft in haar brief aangegeven dat zij stapsgewijs en proportioneel optreedt binnen de interventieladder. Zolang de gemeente aantoonbaar voortgang boekt,

maatregelen uitvoert en de gevraagde aanscherpingen oplevert, is er geen aanleiding voor toepassing van trede 5. Wij zetten daarom maximaal in op tijdige en volledige uitvoering van de gevraagde stappen, zodat toepassing van trede 5 niet aan de orde komt.

Vraag 4

Indien Gedeputeerde Staten oordeelt, dat die aanscherping niet is gerealiseerd, hoe ziet dan trede 5 (indeplaatstelling) er in de praktijk voor Molenlanden uit?

Antwoord van het college

Antwoord 4:

Bij trede 5 neemt de provincie – indien zij dat noodzakelijk acht – de bevoegdheid tot het huisvesten van statushouders tijdelijk over. In de praktijk betekent dit dat Gedeputeerde Staten:

•

zelf besluiten kan nemen over de inzet van maatregelen,

•

zelf afspraken kan maken met corporaties of andere partijen,

•

en de uitvoering van maatregelen kan organiseren die normaliter door de gemeente worden uitgevoerd.

De gemeente blijft verantwoordelijk voor de kosten die inzet en maatregelen van provincie met zich meebrengen en de uitvoering van overige wettelijke taken, zoals inburgering en maatschappelijke begeleiding. Het doel van trede 5 is niet om de gemeente buitenspel te zetten, maar om de wettelijke taakstelling alsnog te realiseren wanneer andere stappen onvoldoende effect hebben gehad.

Vraag 5

In hoeverre heeft u sinds 1 juli 2023 met de door u in het huisvestingsplan (nov 2025; gedeeld in de beeldvormende sessie dd 14 april 2026) genoemde maatregelen 1-6 en de overige door u als minder kansrijk gekwalificeerde opties, al doorgevoerd?

Antwoord van het college

Antwoord 5:

Sinds 1 juli 2023 zijn diverse maatregelen in gang gezet of uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn:

•

het versnellen van processen rondom mutaties en toewijzingen,

•

De samenwerking met omliggende gemeenten met betrekking tot de uitruil van gezinnen/alleenstaanden,

•

het intensiveren van de samenwerking met corporaties en maatschappelijke partners,

•

het uitbreiden van ambtelijke capaciteit met circa 20 uur,

•

Het uitvoeren van de pilot kamergewijze verhuur,

•

het voorbereiden van nieuwe locaties en het onderzoeken van aanvullende opties.

Tijdens de beeldvormende avond van 14 april is toegelicht dat een deel van de maatregelen al effect sorteert, terwijl andere maatregelen een langere doorlooptijd kennen vanwege planologische, financiële of uitvoeringsmatige randvoorwaarden.

Vraag 6

Kunt u uw ervaringen met het doorvoeren van die opties, bedoeld in vraag 5, met ons delen?

Antwoord van het college

Antwoord 6:

Onze ervaringen laten zien dat:

•

maatregelen die nieuwe locaties of bouwprojecten betreffen meer tijd vragen vanwege ruimtelijke procedures, beschikbaarheid van locaties en afstemming met corporaties,

•

de samenwerking met corporaties en maatschappelijke partners constructief is, maar dat ook zij te maken hebben met capaciteits- en voorraadbeperkingen,

•

en dat de druk op de sociale woningmarkt in Molenlanden – net als landelijk – hoog blijft, waardoor elke maatregel zorgvuldig moet worden afgewogen.

Vraag 7

Waar is uw verwachting op gebaseerd, dat de in vraag 5 bedoelde opties nu wel in het door u genoemd tijdsbestek worden gerealiseerd?

Antwoord van het college

Antwoord 7:

Onze verwachting is gebaseerd op:

•

de concrete afspraken die inmiddels met corporaties zijn gemaakt,

•

de korte lijnen met de provincie,

•

de beschikbaarheid van locaties die nu verder in onderzoek zijn,

•

de achterstand die in 2025 licht is ingelopen,

•

en de versterkte interne organisatie rondom de uitvoering van het huisvestingsplan.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen PM - Huisvesting statushouders

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden