vragen PM - locatiekeuze oevergrondwaterwinning
Een raadslid stelde op 13 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Is op dit traject al participatie van inwoners rondom de voorgestelde locaties gewenst? → Zo nee, waarom heeft die niet plaatsgevonden?
- Wat is de mening van de bij dit proces betrokken partijen, waaronder natuurorganisaties omtrent het voorkeursalternatief? → Antwoord 2: De Position Paper versie 1 van de gemeente Molenlanden is (ambtelijk) besproken met vertegenwoordigers van de LTO Alblasserwaard.
- Op pagina 3 van de Raadsinformatiebrief wordt gesteld, dat er draagvlak bestaat bij de samenwerkingspartners. → Is dat laatste het geval, over welk voorkeursinitiatief is dan draagvlak?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)
Datum: 3 november 2025 Zaaknummer: 1257762 Steller van de vragen: Michel Blom Politieke partij: Progressief Molenlanden Onderwerp: agendapunt 9: Locatiekeuze oevergrondwaterwinning Portefeuillehouder: Jan Lock Behandelend ambtenaar: Noortje Breij Toelichting: ter voorbereiding besluitvorming
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is op dit traject al participatie van inwoners rondom de voorgestelde locaties gewenst?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom heeft die niet plaatsgevonden?
Antwoord 1:
Op 6 oktober (gemeente Molenlanden) en 8 oktober (gemeente Krimpenerwaard) heeft Oasen inloopbijeenkomsten georganiseerd. Hierbij zijn ruim 90 bezoekers ontvangen om zich te laten informeren over de locatiekeuze.
Oasen schrijft hierover in haar nieuwsbrief:
“Veel gestelde vragen gingen over nut en noodzaak, bodemdaling, financiële compensatie bij schade en regels in grondwaterbeschermingsgebieden. Met name over de boringsvrije zone en grondwaterbeschermingszone.
Een groot deel van de vragen konden we direct beantwoorden. Andere vragen kunnen we pas beantwoorden in een volgende fase. Voor vragen die uitzoekwerk vragen maken we een overzicht. De antwoorden hierop
plaatsen we op de projectpagina en lichten we toe in de volgende nieuwsbrief.” Daarnaast is de Omgevingsmanager van Oasen in 2025 informerend dan wel oriënterend in gesprek geweest met betrokken grondeigenaren.
Overigens heeft de provincie Zuid-Holland, in samenspraak met Oasen, bij aanvang van het proces in 2021 de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ter inzage gelegd. Hierop zijn zienswijzen ingediend door inwoners (Alblasserwaard), LTO Noord, omgevingsdiensten, waterschappen en gemeenten (waaronder onze gemeente). Deze zijn beantwoord, waarna vervolg is gegeven aan het opstellen van het MER.
Vraag 2
Wat is de mening van de bij dit proces betrokken partijen, waaronder natuurorganisaties omtrent het voorkeursalternatief?
Antwoord van het college
Antwoord 2:
De Position Paper versie 1 van de gemeente Molenlanden is (ambtelijk) besproken met vertegenwoordigers van de LTO Alblasserwaard. Deze konden zich vinden in de beschrijvingen, zoals opgenomen in de paper.
Daarnaast gaven zij aan dat zij op dit onderwerp samenwerken met LTO Krimpenerwaard en dat de wens bestaat te komen tot een gezamenlijk position paper ter vertegenwoordiging van de landbouwbelangen (als deelnemer aan de Klankbordgroep).
Ook is de paper gedeeld met de gemeente Krimpenerwaard, Waterschap Rivierenland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Deze mede-overheden geven aan nog geen definitieve standpunten te kunnen delen, aangezien zij nog besluitvorming hierover in voorbereiding hebben. Gesprekken over afstemming van (gezamenlijke) standpunten vinden nog plaats.
Vraag 3
Op pagina 3 van de Raadsinformatiebrief wordt gesteld, dat er draagvlak bestaat bij de samenwerkingspartners. Dit is geformuleerd onder het kopje “toenemende druk op het landelijk (veenweide)gebied”. Is dit draagvlak nu toegespitst op dit punt, of heeft dit betrekking op het voorkeursalternatief zelf?
Antwoord van het college
Is dat laatste het geval, over welk voorkeursinitiatief is dan draagvlak?
Antwoord 3:
In het proces van de locatiekeuze zijn diverse mede-overheden en omgevingspartijen betrokken. Bestuurlijk overleg tussen de betrokken overheden en Oasen van mei 2024 heeft ertoe geleid dat de variant waarbij aan beide kanten van de Lek 4 miljoen m3 per jaar wordt gewonnen (i.p.v. op één locatie 8 miljoen m3 per jaar) in het MER verder wordt onderzocht.
De bestuurlijke behoefte om deze variant (Weerszijden Lek) als aanvulling op de andere locatiealternatieven mee te laten nemen, geeft aan dat hiervoor draagvlak bestaat. Dit is gebaseerd op ieders ervaringen van druk van een veelheid aan ruimtelijke opgaven op het veenweidegebied.
Of de benodigde mede-overheden eenzelfde voorkeur gaan uitspreken is nog niet geheel duidelijk, aangezien zij nog formele standpunten aan het voorbereiden zijn. 4.
Is er afstemming geweest met de gemeenten in de Krimpenerwaard over de diverse voorkeurslocaties? Zo ja, kan dit nader toegelicht worden?
Antwoord 4:
Zie beantwoording van vraag 2.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen PM - locatiekeuze oevergrondwaterwinning
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.