vragen PM - toetsing locaties asielopvang
Een raadslid stelde op 24 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 18-02-2026 Zaaknummer: 1262403 Steller van de vragen: Ferry van der Koelen Politieke partij: Progressief Molenlanden Onderwerp: Toetsing locaties asielopvang Portefeuillehouder: Wethouder Bikker Behandelend ambtenaar: Fay Hakkesteegt en Menno Keller Toelichting:
Het CDA komt met een amendement voor kleinschalige opvang asielzoekers.
Dit betekent ca. 10 locaties met ieder 25 vluchtelingen.
Volgens PM betekent dit dat we als gemeente verantwoordelijk worden en de kosten hiervoor dienen te dragen. Vanuit het Rijk krijgen we wel een standaard vergoeding.
Volgens ons is deze niet toereikend om dit te bekostigen en zal de gemeente bij moeten passen.
Vraag 1: Zijn de financiële consequenties hiervan door de gemeente al in kaart gebracht?
Antwoord 1: Ja, in aanloop naar de raadsvergadering van 23 september 2025 heeft het college een indicatieve begroting voor een zeer kleinschalige opvanglocatie, met 20 personen per locatie, gedeeld met uw raad.
Vraag 2: Zo ja wat zou dit dan betekenen voor de gemeente en, uiteindelijk, haar inwoners?
Antwoord 2: Voor het verwerven en realiseren van een locatie is het lastig om de kosten in te schatten. Dit hangt van veel variabelen af, bijvoorbeeld of de locatie moet worden
aangekocht of al in eigendom van de gemeente is. Of dat een bestaand gebouw gebruikt
kan worden of dat er nieuwbouw of units nodig zijn. Deze kosten resulteren in rente- en
afschrijvingskosten voor de exploitatie. Ook de andere exploitatiekosten zijn erg lastig in te schatten zonder uitgewerkte businesscase.
Als we een locatie realiseren met de omvang van 30 personen zijn de kosten voor
rekening van de gemeente en krijgen we hiervoor een vergoeding. Die ligt nu op 78 euro per opvangplek per nacht. Het risico bestaat dat dit lager wordt. De afgelopen jaren is deze vergoeding al teruggebracht van 150 naar 78 euro. Ook bij de Oekraïneopvang hebben we een steeds lagere vergoeding van het Rijk ontvangen.
Als we ondanks alle variabelen toch een (conservatieve) inschatting maken denken we dat dit uitkomt op ongeveer €250.000 per jaar per locatie. Een netwerk van 8-9 locaties zou de begroting van Molenlanden structureel met grofweg €2 miljoen per jaar belasten.
De in november vastgestelde meerjarenbegroting heeft een positief saldo in 2029 van €
72.000. Om deze lasten te kunnen dragen zou er in de begroting voor €2 miljoen per jaar ruimte gevonden moeten worden, gedurende een periode van 10 jaar. Dit komt, zonder
indexatie, op een totaal van €20 miljoen. Dit komt boven op de ruimte die gevonden moet worden voor de toekomstige lasten van het IHP.
Vraag 3: Wat zijn de gevolgen voor de OZB?
Antwoord 3: Het is mogelijk dat zeer kleinschalige opvang gevolgen heeft voor de OZB.
Vanuit de gemeentelijke meerjarenbegroting zal structurele dekking gevonden moeten
worden. Als dit niet lukt zal gekeken moeten worden naar andere mogelijkheden, zoals de verhoging van de OZB.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen PM - toetsing locaties asielopvang
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.