vragen SGP - Haalbaarheidsonderzoek CBS Groen van Prinsterer
Een raadslid stelde op 17 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college Datum: 11 sept. 2026 Zaaknummer: 1279042 Steller van de vragen: Christiaan de Ruijter Politieke partij: SGP Onderwerp: Haalbaarheidsonderzoek CBS Groen van Prinsterer Portefeuillehouder: Sanne Zijlstra Behandelend ambtenaar: Anneke Nienkemper Toelichting: Op 17 september staat dit als agendapunt gepland bij de commissievergadering SDB. Op basis van de beschikbare stukken hebben we enkele vragen.
Vraag 1: In het gebouw locatie Beréa is ook een uitvaartvoorziening gevestigd. Op pag. 3 van het raadsvoorstel wordt genoemd dat hiervan nauwelijks gebruik wordt gemaakt.
Kunt u aangeven hoe vaak dit per jaar is en van welke andere mogelijkheden gebruik wordt gemaakt bij opbaren, condoleance en uitvaarten in Oud-Alblas?
Antwoord 1: Volgens de huurder van het pand (De Drechtstreek & Timmers Uitvaartonderneming) wordt het pand maximaal eens per maand gebruikt voor kleine uitvaarten. Van de gelegenheid om op te baren wordt slechts incidenteel gebruik gemaakt. Voor de overige uitvaarten wordt gebruik gemaakt van de diverse andere mogelijkheden in de regio.
Vraag 2: Vervolg op vraag 1. Hoe is de inschatting van behoefte aan een dergelijke uitvaartvoorziening in de toekomst?
Antwoord 2: Gelet op het geringe aantal malen per jaar dat de voorziening gebruikt wordt, wordt de behoefte laag ingeschat. De voorziening biedt een aanvulling op het overig aanbod in de regio.
Vraag 3: Wat zijn de mogelijke locaties voor een uitvaartvoorziening als deze wenselijk blijkt in de toekomst?
Antwoord 3: Dit moet nader worden onderzocht. Omdat de voorziening maar beperkt gebruikt wordt, ligt het niet voor de hand om een locatie of gebouwdeel (bijvoorbeeld in De Beemd) uitsluitend voor deze functie beschikbaar te houden omdat hier relatief hoge kosten aan verbonden zijn. Dit zal zorgvuldig moeten worden afgewogen.
Vraag 4: De uitvaartvoorziening is in gebruik gegeven aan een uitvaartondernemer (pag. 4). Welke afspraken zijn van toepassing en in hoeverre is dat een belemmering om scenario 2 uit te voeren?
Antwoord 4: Het pand is sinds 1 juli 2001 verhuurd voor het bedrag van (inmiddels) 1 euro per jaar. In de overeenkomst is bepaald dat de opzegtermijn 6 maanden bedraagt.
De huurder moet het pand ook ter beschikking stellen aan andere uitvaartondernemingen.
Huurder is verantwoordelijk voor het klein onderhoud van gebouw en buitenruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor groot onderhoud.
Vraag 5: School en kerk maken gebruik van elkaars ruimtes (pag. 2). Op welke manier wordt dat nu gedaan en wat zijn de wensen (van beide partijen) voor de toekomst?
Antwoord 5:
School en kerk maken op dit moment over en weer gebruik van elkaars gebouwen en buitenruimte. Voorbeelden daarvan zijn: opvoeringen van de school in Bérea, rommelmarkt van de kerk op het schoolplein, zondagsschool in de school en soms gebruik van het speellokaal op zondag, gebruik van Bérea voor de oppas bij een openlesmorgen etc. De wens is om dit gebruik verder uit te breiden door bijvoorbeeld het delen van de bibliotheek, het inrichten van meer ruimte voor koken en het gebruiken van ruimtes voor extra zorg aan leerlingen Vraag 6: Bij scenario 2 kan bij het gebruik maken van de ruimte in het verenigingsgebouw van de kerk bijv. inclusief onderwijs verder worden vorm gegeven. Graag inzoomen op welke manier dat in de praktijk kan functioneren (gebouw/buitenruimte etc) en waarom dat in een nieuwe schoolgebouw met alle benodigde voorzieningen dan minder goed zou uitpakken.
Antwoord 6:
De overheid heeft als beleidsuitgangspunt vastgesteld dat in 2035 de meeste scholen inclusief onderwijs geven. Dat stelt ook eisen aan de gebouwen waar onderwijs in gegeven gaat worden. Gedacht kan worden aan meer ruimte voor beweging, bredere gangen en extra circulatieruimte. Daarnaast zullen scholen meer behoefte hebben aan multidisciplinaire ruimten waar ook zorg- en welzijnspartners gesprekken en behandelingen kunnen voeren. Tot slot kan ook gedacht worden aan voorzieningen als een verschoningsruimte of een ontprikkelruimte.
Op dit moment worden schoolgebouwen gebouwd op basis van de ruimtenormen zoals de VNG die hanteert voor het regulier onderwijs. De komende jaren wordt de ambitie om op alle scholen inclusief onderwijs te bieden door het rijk nader uitgewerkt. Vooruitlopend daarop biedt de nabijheid van elkaars gebouwen nu al ruimtelijke en onderwijskundige mogelijkheden. Voorbeelden van samenwerking zijn genoemd bij vraag 5.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen SGP - Haalbaarheidsonderzoek CBS Groen van Prinsterer
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.