vragen SGP - Locatiekeuze oevergrondwaterwinning
Een raadslid stelde op 13 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)
Datum: 31 oktober 2025 Zaaknummer: 1257762 Steller van de vragen: Christiaan de Ruijter Politieke partij: SGP Onderwerp: Locatiekeuze oevergrondwaterwinning Portefeuillehouder: Jan Lock Behandelend ambtenaar: Noortje Breij Toelichting: Verhelderingsvragen bij aangeboden documenten.
Vraag 1: De 3 mogelijke locaties in Molenlanden hebben een bestemming agrarische
doeleinden en raken daarmee direct de sector. Hoe is dat met de andere 3 zoeklocaties ten noorden van de Lek?
Antwoord 1:
De locaties ten noorden van de Lek - Bergambacht West en Den Hoek- zijn gelegen in de gemeente Krimpenerwaard. Uit navraag bij deze gemeente blijkt dat de locaties zoals ingetekend in het MER een agrarische bestemming hebben.
Vraag 2: Vraag over pag. 2 Position Pater (PP). Hier worden zorgen benoemd over de
mogelijke ligging van een boringsvrije zone irt de bebouwde kom van Streefkerk. Vragen:
- is dat een mogelijk aanwezige bestaande zone of een nieuwe zone?
- wat muteert er bij een locatiekeuze Streefkerk West of Streefkerk-Oost?
- wat zijn de gevolgen van deze mutaties?
Antwoord 2:
Om te voorkomen dat het grondwater vervuild wordt door verontreinigingen aan de oppervlakte of door het toenemend gebruik van de ondergrond, heeft de provincie 'milieubeschermingsgebieden voor grondwater' aangewezen. De
milieubeschermingsgebieden voor grondwater zijn onderverdeeld in: waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones.
-
Een waterwingebied is het gebied direct rondom de waterwinputten waarmee Oasen drinkwater produceert. Gezien de grote kwetsbaarheid zijn er strenge regels om elk risico van verontreiniging te voorkomen. Daarom zijn boven en onder de grond in principe alleen activiteiten toegestaan voor de grondwaterwinning zelf.
-
Het grondwaterbeschermingsgebied is een zone rondom het waterwingebied, een buffer die is ingesteld om het grondwater in het waterwingebied te beschermen.
Voor deze zone zijn er minder verboden dan in het waterwingebied.
-
De boringsvrije zone ligt rond het grondwaterbeschermingsgebied. In deze zone is het bjjvoorbeeld verboden om zonder vergunning of toestemming putten te slaan.
Oasen geeft in de hiernavolgende afbeelding een overzicht van de waterwingebieden met o.a. de bestaande boringsvrije zones.
Een uitsnede hiervan is in de volgende afbeelding opgenomen:
Op deze afbeeldingen is terug te zien dat er momenteel geen boringsvrije zone in of nabij Streefkerk ligt. Nieuwe boringsvrije zones zijn een direct gevolg van nieuwe winlocaties.
Als gemeente Molenlanden vragen we in de beantwoording van vraag 2 van de PP aandacht voor de regelgeving van de provincie over dergelijke
‘milieubeschermingsgebieden voor grondwater’. Bestaande regelgeving, oftewel
beperkingen, zouden actualisatie behoeven. Dit heeft in meer of mindere mate gevolgen voor ruimtelijke ontwikkelingen, in ieder geval op het gebied van woningbouw en landbouw (gewasbescherming).
Vraag 3: Bij de weging tussen Streefkerk-West en Streefkerk-Oost (pag. 4-5 van PP) zijn de genoemde overwegingen in de opgenomen kaders bijna gelijk. Het verschil ligt in de duiding van de impact op de landbouw. Streefkerk-West scoort daarbij negatief en Streefkerk-Oost neutraal.
Als reactie op vraag 6 (pag. 9/ welke alternatief levert de grootste bezwaren op) wordt Streefkerk-Oost benoemd.
Dat lijkt een tegenstrijdigheid. Kunt u dit nader toelichten?
Antwoord 3:
Onder vraag 3 van de PP wordt een beschrijving gegeven van de belangrijkste effecten voor de gemeente Molenlanden. Hierbij zijn de effecten op landbouw, en de hiermee samenhangende effecten op bodemdaling en de geohydrologische situatie, als
belangrijkste benoemd. Daarnaast vinden we effecten op de bestaande bebouwing,
infrastructuur, kabels/leidingen en op de zettingen van de primaire en regionale keringen van groot belang. En ten slotte spelen ook effecten op natuur een rol.
In de kaders is de toelichting per locatie opgenomen, waarbij ook de andere effecten zijn benoemd en gewogen dan enkel voor ‘landbouw’.
Daarnaast is het verschil tussen alternatieven Streefkerk West en Oost voor wat betreft
‘landbouw’ gelegen in de potentiële opbrengst (doelrealisatie landbouw). Afbeelding 5.26 van het MER laat zien over welk oppervlak de verandering van de doelrealisatie optreedt.
Hierin is te zien dat Streefkerk West en Streefkerk Oost over een relatief groot oppervlak een toename van de doelrealisatie landbouw hebben. Het oppervlak voor deze
locatiealternatieven waarop de doelrealisatie afneemt is vergelijkbaar met alternatieven Den Hoek en Bergambacht West.
Bij het antwoord onder vraag 6 van PP is rekening gehouden met deze afwegingen zoals omschreven onder de beantwoording van vraag 3 van PP én verwijst naar het antwoord
onder vraag 5B van PP. Dit heeft betrekking op de effecten op de vitaliteit van de bedrijven die geraakt worden door de winning. Deze toevoeging leidt tot een keuze tot een alternatief waartegen de grootste bezwaren bestaan.
Vraag 4: Pagina 9 PP. Bij punt B wordt benoemd dat vooral 1 melkveehouderijbedrijf wordt geraakt. De locaties Streefkerk-West en Streefkerk-Oost liggen tussen de Lekdijk en de Middenpolderweg.
Langs de Lekdijk en vooral de Middenpolderweg zijn meerdere agrarische bedrijven
gevestigd. Met effecten op mogelijke bodemdaling tot wel enkele kilometers gaat het om meer dan 1 bedrijf. Wat maakt het dat dit voor 1 specifiek bedrijf anders is?
Antwoord 4:
Bij alle locaties worden agrarische bedrijven in meer of mindere mate geraakt door de
beoogde winningsopgave, met een diversiteit aan effecten. Ook de mate van bodemdaling is hierin een variabele. In alle gevallen zijn we van mening dat de effecten van de winning op het uitoefenen van agrarische activiteiten zo beperkt mogelijk mogen zijn. Wel is ons opgevallen dat voor locatiealternatief Streefkerk Oost geldt dat met name één specifiek
melkveebedrijf wordt geraakt. Door de aangrenzende ligging naast de puttenvelden raken de (grootste) effecten met name één bedrijf en dus de vitaliteit hiervan. Bij andere
alternatieven is sprake van een meer divers eigendomsbelang en heeft hiermee een kleiner effect op de vitaliteit van een bestaand bedrijf. Dit neemt uiteraard niet weg dat Oasen in alle gevallen minimaal een passende compensatie moet bieden.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen SGP - Locatiekeuze oevergrondwaterwinning
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.