vragen SGP - Toeristische Agenda Molenlanden
Een raadslid stelde op 21 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 07-04-2026 -Zaaknummer: 1271819 Steller van de vragen: Wietse Blok Politieke partij: SGP Molenlanden Onderwerp: Agendapunt 6: Vaststellen Toeristische agenda Molenlanden 2026-2030 Portefeuillehouder: Maarten van Helden Behandelend ambtenaar: Mariëlle Runge Toelichting:
Bij het bestuderen van het raadsvoorstel en de vernieuwde TAM hebben wij over een aantal onderdelen technische vragen. De antwoorden zullen we gebruiken om ons definitieve standpunt in te nemen.
Vraag 1: In de TAM kunnen we lezen dat het ‘veld’ betrokken is bij de totstandkoming.
Hoe wordt aangekeken tegen deze nieuwe versie? Welke winstpunten zien ze? Zijn er ook nog uitdagingen?
Antwoord 1:
Het betrekken van het veld is op verschillende manieren gebeurd. Tijdens de evaluatie zijn alle ondernemers benaderd om via een enquête hun input te leveren voor de nieuwe TAM.
Er is een inwonersonderzoek gehouden. En er is een klankbordgroep met een brede
vertegenwoordiging vanuit het veld opgericht. De nieuwe versie is dus in gezamenlijkheid opgesteld en heeft zodoende draagvlak bij de betrokkenen. Vervolgens is de nieuwe
versie gepresenteerd tijdens een bijeenkomst waarvoor de hele sector was uitgenodigd.
Er zullen wel altijd ondernemers zijn die de meerwaarde van een TAM minder of niet zien.
Uitdaging is om iedereen betrokken te houden, uit de evaluatie is gebleken dat een TAM snel wegzakt bij ondernemers, in de nieuwe TAM is daarom op verzoek van de
klankbordgroep een extra thema ‘samenwerking’ opgenomen. Het oprichten van een DMO wordt als grootste winstpunt gezien door de ondernemers.
Vraag 2: In de TAM is het belangrijkste nieuwe punt een professionele
destinatiemarketingorganisatie. Wanneer verwacht het college de uitkomsten van het
onderzoek naar de mogelijkheden? Hoe gaat deze DMO er financieel uitzien? Wie draagt de risico’s? Welk financieel deel komt van de gemeente en welke vanuit de sector?
Antwoord 2:
Er is een kwartiermaker aangesteld door Den Hâneker om de toeristisch, recreatieve gebiedsmarketing via platform Ontdek de Alblasserwaard los te koppelen van Den
Hâneker en te komen tot een DMO. De vorm, financiering en risico’s worden op dit moment onderzocht door de kwartiermaker. Doel is om per 1 januari 2027 een zelfstandige stichting / DMO in de Alblasserwaard te hebben.
Hierbij hebben wij als gemeente niet de regie. We vervullen wel een adviesrol. Naar
verwachting komt de kwartiermaker in de tweede helft van 2026 met een conclusies,
inclusief financiële consequenties, ook die voor de mogelijke deelnemers in de DMO, zoals de Alblasserwaardgemeenten en bedrijven uit de toeristisch recreatieve sector.
Vraag 3: In het stuk wordt meermaals gesproken over de balans die er moet zijn tussen
toerisme en leefbaarheid. Welke concrete indicatoren worden gebruikt om deze balans te meten? Wat gebeurt er al blijkt dat de balans wordt overschreden?
Antwoord 3:
Om de vier jaar wordt er door team Recreatie en Toerisme een groot Inwonersonderzoek Toerisme uitgezet waarin inwoners o.a. gevraagd wordt naar druk op de leefbaarheid en overlast. Dit onderzoek is inmiddels al twee keer afgerond en de bevindingen en
uitkomsten zijn verwerkt in de TAM en worden doorvertaald naar het Uitvoerings-
programma. Uitkomst zou dan bijvoorbeeld voor een bepaald gebied kunnen zijn dat er
maatregelen genomen moeten worden om de druk op de leefbaarheid te verbeteren. Dit zou dan bijvoorbeeld betere bewegwijzering kunnen zijn tot het niet meer toestaan van
bepaalde ontwikkelingen. Er is altijd sprake van maatwerk, passend bij de ontwikkeling én de omgeving. Buiten het meten wat altijd achteraf gebeurt, proberen wij vooral aan de
voorkant bij nieuwe ontwikkelingen te sturen op ontwikkeling op passende schaal. Dus welke ontwikkeling kan een gebied op welke manier dragen zonder dat daar door een grote groep grote overlast van wordt ervaren.
Vraag 4: Hoe wordt geborgd dat recreatie voor inwoners niet ondergeschikt raakt aan toeristisch bezoek van buitenaf? Worden de inwoners (dus niet alleen de sector) ook
betrokken bij de uitvoering en monitoring, of alleen via een periodiek onderzoek? Hoe wordt voorkomen dat toeristische voorzieningen vooral ten goede komen aan de bezoekers, terwijl de lasten lokaal gevoeld worden?
Antwoord 4:
In de nieuwe TAM hebben we juist de verschuiving gemaakt naar onze inwoners. Door
o.a. regeneratief toerisme te ontwikkelen en meer in te zetten op dagrecreatie profiteren onze inwoners mee. Hierbij zijn onze inwoners recreant in eigen gebied. De fiets- en
wandelroutes ontwikkelen we bijvoorbeeld vooral gericht op de wensen van onze eigen
inwoners. Na corona zijn we met z’n allen meer in de eigen omgeving gaan recreëren. Via
de klankbordgroepen, dorpsraden, maatschappelijke organisaties en onze verbinders zijn we goed bekend met de wensen vanuit de kernen. Ook via de subsidieverordening
Toerisme, Recreatie, Cultuur en Landschap komen veel aanvragen vanuit inwoners en verenigingen en stichtingen binnen. Dit geeft wel aan dat de betrokkenheid groot is
binnen Molenlanden en wij elk jaar flink investeren in lokale recreatieve en culturele initiatieven.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen SGP - Toeristische Agenda Molenlanden
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.