1 oktober 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen SGP Volkshuisvestingsprogramma

Een raadslid stelde op 1 oktober 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college Datum: 11 september 2026 Zaaknummer: 1285012 Steller van de vragen: Bas de Groot Politieke partij: SGP Onderwerp: Volkshuisvestingsprogramma “Een thuis voor iedereen in Molenlanden” Portefeuillehouder: Arco Bikker, Sanne Zijlstra Behandelend ambtenaar: Lia de Kievit Toelichting: Toelichting: Het voorstel Volkshuisvestingsprogramma “Een thuis voor iedereen in Molenlanden” wordt op 15 september 2026 behandeld in de Commissie Wonen, Werken & Verkeer en daarover hebben wij de volgende technische vragen:

Vraag 1: In uw voorstel heeft u het over ongeveer over 1700 woningen tot 2040. Hoe zijn deze aantallen bepaalt? Zijn hierin de geprogrammeerde 950 woningen in deze collegeperiode 2026-2030 inclusief of exclusief? (vallen deze onder het volkshuisvestingsprogramma of de woonvisie?) Antwoord 1:

Het aantal te realiseren woningen is gebaseerd op het eerder uitgevoerde Woningbehoefteonderzoek 2024, dat ten grondslag ligt aan het Volkshuisvestingsprogramma. De in het ‘Coalitieakkoord 2026-2030’ genoemde ‘te realiseren nieuwe woonruimte voor minimaal 950 huishoudens’ maken daar onderdeel van uit.

Daarbij merken we op dat dit niet alleen nieuwbouw betreft, maar ook woonruimte die op een andere manier toegevoegd wordt.

Vraag 2: U noemt in uw voorstel de moties en toezeggingen, kunt u deze moties toevoegen aan de stukken en ook aangegeven hoe de opdrachten uit de moties/ toezeggingen concreet en gespecificeerd worden meegenomen in het uitvoeringsprogramma? Daarbij ook de vraag waarom is dit niet gelijk meegenomen in dit volkshuisvestingsprogramma?

Antwoord 2:

Een overzicht van de moties en toezeggingen voegen wij als bijlage bij.

De nadere uitwerking van in ieder geval een deel van de moties en toezeggingen volgt in het uitvoeringsprogramma; dat is dan ook de reden dat het in het Volkshuisvestingsprogramma nog niet direct meegenomen is.

Vraag 3: In het volkshuisvestingsprogramma heeft u het over de potentie splitsen en toevoegen van woningen in de linten. Op basis van welke criteria heeft u deze aantallen bepaald en onder welke categorie vallen deze woningen (sociaal, goedkoop of duur)? Hoe nemen wij dit op in de aantallen van ongeveer 1700 woningen in het uitvoeringsprogramma?

Antwoord 3:

Voor splitsen geldt dat gekeken is naar een oppervlakte van minimaal 110m², minimaal 15 jaar oud, en in goed scorende Leefbaarometerbuurt. In het onderzoek is gecorrigeerd voor de hoge aantallen woningen die dit oplevert.

Woningsplitsen is met name interessant voor ouderen. De opgave is daarom enkel gericht op deze doelgroep (55+). Voor de doelgroep 55-65 jaar verwachten we een bereidheid om te splitsen van circa 5%, terwijl voor de doelgroep van 65+ we een bereidheid verwachten van circa 10%. Een indeling in prijscategorieën is in het onderzoek niet opgenomen.

Als het om permanente splitsingen gaat, telt het mee voor het aantal van 1.700 woningen.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen SGP Volkshuisvestingsprogramma

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden