vragen VVD - Bijzondere graven
Een raadslid stelde op 28 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 4 oktober 2025 Zaaknummer: 1254928 Steller van de vragen: Bert Snoek Politieke partij: VVD Molenlanden Onderwerp: Raadsvoorstel Bijzondere graven Portefeuillehouder: Wethouder Lock Behandelend ambtenaar: Denis Burggraaf Toelichting: Onder verwijzing naar de bespreking van een eerder voorstel in juni 2024,
afstemming met de woordvoerders en het nu voorliggende raadsvoorstel, komen in onze
fractie diverse vragen naar voren die hieronder zijn weergegeven. Een enkele vraag ligt in het verlengde van schriftelijke vragen (2 oktober) van collega-raadslid de heer Timmer.
Toelichting.
In het Rv (beslispunt 1) wordt gesteld dat Bijzondere graven mogelijk in aanmerking komen voor de ‘lijst’ mits dat ze in goede technische staat verkeren.
Zie ook het onderdeel Argumenten 3.1 en de vragen 1 en 2 van de heer Timmer.
Vraag 1 a:
Kan het college aangeven in welke technische staat de 61 graven vanuit de voormalige
gemeente Graafstroom zijn en kunt u aangeven of sprake is van ‘graven zonder ingreep’ i.c. dat er ondergronds geen sprake is van een (voormalige) ruimingen.
Vraag 1 b:
Zie de vraag 2 van de heer Timmer van 2 oktober 2025.
Het antwoord van het college geeft naar verwachting duidelijkheid c.q. inzicht in de beheerkosten van dit aantal graven.
Antwoord 1a:
De 61 graven vanuit de voormalige gemeente Graafstroom verkeren in een goede technische staat. Voor deze graven geldt dat er vanuit de interpretatie van het
raadsbesluit van destijds geen boven- én ondergrondse ruimingen hebben plaatsgevonden.
Antwoord 1b:
Aangezien de inventarisatie door een externe partij wordt uitgevoerd is op voorhand geen inschatting te maken van het aantal graven en daarmee dus ook niet van de totale
beheerkosten. De beheerkosten per graf liggen naar verwachting tussen de € 40 - € 60 per jaar.
Toelichting.
Het Rv (punt 2) en het onderdeel Argumenten (punt 2.1.) geven aan dat er graven die op de lijst geplaatst gaan worden altijd ondergronds geruimd zullen gaan worden. Dit ook als op dat moment geen ruimtegebruik is danwel sprake is van een noodzakelijke herindeling van een specifiek onderdeel van de begraafplaats.
Vraag 2:
Is het uit kostenoverweging niet veel logischer om het ondergronds ruimen voor deze
categorie graven pas uit te voeren om het moment dat er daadwerkelijk ruimtegebrek of verplaatsing noodzakelijk is?
Antwoord 2:
Ruimingen op begraafplaatsen worden vanuit praktische- én kostenoverwegingen zoveel
als mogelijk geclusterd uitgevoerd. Er zal echter niet gewacht worden tot het moment dat
er daadwerkelijk ruimtegebrek is of verplaatsing noodzakelijk is om recht te doen aan het gelijkheidsbeginsel en het door u gestelde beleidskader:
‘We hanteren een actief ruimingsbeleid (bij verstrijken termijn of als afstand wordt gedaan). Ook als er geen ruimtegebrek is.’ Toelichting.
In het Rv (punt 3) en onder Argumenten (punt 3.1) wordt gesteld dat dat de
woordvoerders expliciet hebben uitgesproken dat de 61 graven uit de voormalige
gemeente Graafstroom worden gerespecteerd en toegevoegd worden aan de nieuwe totaallijst van de gemeente Molenlanden (2026).
Er lijken derhalve verschillende criteria te worden toegepast.
Voor de 61 graven telde een relatief grote mogelijkheid om te voldoen. In het huidige Rv wordt dit sterk beperkt. Maar de inventarisatie op andere begraafplaatsen in de huidige gemeente moet nog worden uitgevoerd. Deze en ook de nieuwe Bijzondere graven worden op basis van de nieuwe en beperkter aantal criteria bepaald.
Vraag 3a :
Kan het College aangeven of het correct is dat er tussen het aantal van 61 graven en de
nog uit te voeren inventarisatie op de overige begraafplaatsen c.q. nieuwe toevoegingen aan de lijst Bijzondere graven een verschil in toepassing ontstaat?
Vraag 3 b:
Hoe oordeelt het college over deze ongelijkheid?
Vraag 3 c:
Ziet het college mogelijkheden om binnen het aantal van de 61 graven onderscheid te maken zodat duidelijk wordt welk aantal ook voldoet aan de nieuwe criteria?
Antwoord 3a:
Dat is correct.
Antwoord 3b:
Het college respecteert, net als de woordvoerders van uw raad hebben gedaan, de lijst van
voormalig Graafstroom. Gevolg is dat daarmee ook het verschil in beoordelingscriteria van destijds en nu wordt geaccepteerd.
Antwoord 3c:
De lijst van voormalig Graafstroom wordt opgenomen en onderdeel van de totaallijst van bijzondere graven, waarbij wat het college betreft wel helder moet blijven welke graven
onder de destijds geldende criteria en besluitvorming zijn opgenomen en welke onder de nieuwe criteria. De meerwaarde om binnen de lijst van voormalig Graafstroom nog onderscheid te maken wordt niet gezien en ook ontraden.
Toelichting.
Het Rv vraagt in beslispunt 1 om het criterium van 40 jaar (minimaal) vast te stellen.
Onder verwijzing naar de Beheerverordening (artikel 15) is het denkbaar dat een andere termijn wordt gehanteerd. Zeker omdat een particulier graf voor de tijd van 20 jaar, 30 jaar of 50 jaar kan worden aangevraagd. En eventueel worden verlengd.
Vraag 4 :
Op welke wijze is het college tot het voorstel gekomen om 40 jaar te hanteren?
Antwoord vraag 4:
De minimale leeftijd van 40 jaar is gekozen, omdat de ervaring leert dat na dit tijdsbestek de binding met een graf aanzienlijk kleiner wordt en zelfs vaak wegvalt. Tot die tijd wordt een graf vaak nog in stand gehouden door rechthebbenden.
Toelichting.
De Geschiedkundige Verenigingen in Molenlanden krijgen een rol bij de aanwijzing van Bijzondere graven.
Vraag 5 :
Is afgestemd of de verenigingen deze rol willen invullen en kunnen zij ‘uit de voeten’ met de voorgestelde criteria?
Antwoord 5:
Er heeft nog geen afstemming met de verenigingen plaatsgevonden. Zoals in het
raadsvoorstel verwoord worden eerst alle graven door een gespecialiseerde externe partij aan de gestelde criteria getoetst. De totaallijst van grafbedekkingen die in aanmerking
komen voor de lijst wordt vervolgens gedeeld met de Geschiedkundige Verenigingen die dan om hun oordeel wordt gevraagd. Dit oordeel spitst zich toe op één beoordelingscriteria, te weten:
Lokaal belang (referentie aan belangrijke personen/gebeurtenis/geschiedkundig feit) Hier ligt de expertise van de Geschiedkundige Verenigingen en het college kan zich niet voorstellen dat de Verenigingen deze rol niet zouden willen invullen.
Toelichting.
Het is denkbaar dat, nadat de familie afstand heeft gedaan van een Bijzonder graf,
initiatieven van de inwoners en/of verenigingen danwel kerkgenootschappen naar voren
komen die om principiële redenen garant willen gaan staan voor het behoud van het graf en de beheerkosten. Dit zou voorkomen dat deze kosten volgens de beleidsregel op de gemeenschap gaan drukken.
Vraag 6 :
Op welke wijze denkt het college ruimte te kunnen bieden aan deze mogelijkheid?
Antwoord vraag 6 :
Ervan uitgaande dat het betreffende graf op basis van de criteria op de lijst staat kan het college zich voorstellen dat in voorkomende gevallen deze mogelijkheid wordt geboden, mits hierover heldere schriftelijke afspraken worden gemaakt over met name verantwoordelijkheden en tijdsduur van instandhouding.
Toelichting.
Onze fractie mist in de Beheerverordening een specifieke passage over de eregraven (oorlogsslachtoffers).
Vraag 7 :
Is onze aanname juist dat deze specifieke groep (ook) valt onder de nieuwe criteria?
Antwoord vraag 7 :
Deze aanname is niet juist; De oorlogsgraven op onze begraafplaatsen worden door de oorlogsgravenstichting beheerd en in stand gehouden en vallen hiermee buiten de
gemeentelijke beheersverordening. Deze graven zijn per definitie uitgezonderd van boven- en ondergrondse ruiming.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen VVD - Bijzondere graven
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.