vragen VVD en Doe mee! - Groenplan Schelluinen
Een raadslid stelde op 7 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 5 april 2025 Zaaknummer: 1238375 Steller van de vragen: Bert Snoek en Bob Brokking Politieke partij: VVD Molenlanden en Doe Mee Molenlanden Onderwerp: Groenplan Schelluinen (RIB 11 maart 2025) Portefeuillehouder: Wethouder Jan Lock Behandelend ambtenaar: Denis Burggraaf/Arie van den Berg Toelichting:
De raadsinformatiebrief ‘Groenplan Schelluinen’ inclusief de bijlage schetst behalve de voortgang van de (mogelijke) invulling en uitvoering van de motie (M2024-03) een
onverwachte keuze die het college heeft gemaakt. Dit ziet op een samenloop met de
realisatie van een voornemen van een projectontwikkelaar aan de westzijde van het dorp.
Daarnaast is de vraag of de inbreng van de Dorpsberaad en de inwoners op dit onderdeel in voldoende mate heeft meegewogen. Binnen Schelluinen ontstaan hier vragen over die als gevolg hebben het toch al broze vertrouwen in de gemeentelijke overheid en draagvlak voor besluiten van die overheid verder afneemt.
Vraag 1:
Op welke wijze en op welke momenten bent u in gesprek gegaan met het Dorpsberaad en de inwoners van Schelluinen om te verkennen welke maatregelen nodig zijn om op
diverse plaatsen de groene zone in te vullen of te verbeteren? Zie punt 1 van de motie 2024-03.
Antwoord 1:
Verschillende vakspecialisten van de gemeente zijn in gesprek gegaan met het
Dorpsberaad van Schelluinen tijdens meerdere overleggen in 2024. Daarbij zijn zowel
zorgen als kansen in kaart gebracht over de invulling en verbetering van de groene zones.
Ook tijdens informele gesprekken in het dorp zijn signalen opgehaald door de Dorpsraad.
Deze gesprekken hebben bijgedragen aan het vormen van het groenplan. De verbinder
van de gemeente heeft het Dorpsberaad steeds ondersteund en begeleid bij het opstellen van het groenplan.
Vraag 2a:
Welke, onderscheidenlijke, voor- en nadelen liggen ten grondslag aan het voornemen om de combinatie projectontwikkeling/uitvoering van een gedragen groenplan aan de westkant van Schelluinen na te streven?
Antwoord 2a:
De vraag naar vergroening én woningbouw is landelijk en dus ook in onze gemeente
steeds groter geworden. Kijkend naar beschikbare gronden afgezet tegen de ruimteclaims die de opgaven vragen, ligt het voor de hand steeds vaker te zoeken naar combinaties waarbij recht wordt gedaan aan beide opgaven.
Vraag 2b:
Indien er geen combinatie plaatsvindt van projectontwikkeling en uitvoering van het
groenplan, blijven dan de voor het groenplan bestemde middelen onaangesproken, zodat deze volledig kunnen worden ingezet voor andere elementen in het groenplan, zoals de ontwikkeling ten zuiden en oosten van het dorp Schelluinen? Of is hier sprake van onverkort ‘meeliften’ van projectontwikkeling op het groenplan?
Antwoord 2b:
Ja, deze blijven dan onaangesproken en zullen voor zover nodig en haalbaar worden ingezet voor andere elementen in het groenplan, conform de inhoud van de door de gemeenteraad aangenomen motie (dus met een oriëntatie op zuid en oost).
Vraag 3:
Is elke projectontwikkeling in Molenlanden gehouden aan een adequate en reguliere invulling van de groennorm zoals geldt in het Handboek Duurzaamheid?
Antwoord 3:
Ja, dat geldt voor elke woningbouwontwikkeling.
Vraag 4:
Is een autonome ontwikkeling van het voornemen van de projectontwikkelaar aan de
westkant van Schelluinen ook als uitwerking onderzocht en welke voor- en nadelen, op hoofdlijnen, geeft deze invulling te zien?
Antwoord 4:
Er zijn en worden gesprekken gevoerd met de projectontwikkelaar, waarbij vanaf het
eerste contact is aangegeven dat een robuuste invulling van groenvoorzieningen in zijn plan moet worden opgenomen. Er is dus geen sprake van een autonome ontwikkeling.
Vraag 5:
Deelt het college de mening van het Dorpsberaad Schelluinen dat ook zij de voorkeur
geeft aan een exclusieve groeninrichting die recht doet aan de inhoud van motie 202403? Graag een onderbouwing van uw antwoord.
Antwoord 5:
Het college voert de door de raad aangenomen motie uit. Die gaat uitsluitend over
vergroening aan de west-, oost- of zuidkant van het dorp Schelluinen. Het college ziet in een woningbouwontwikkeling aan de westkant een meekoppelkans voor vergroening,
waardoor de middelen beschikbaar komen voor de oost- en/of zuidkant. De middelen zijn conform de inhoud van de motie niet exclusief bestemd voor de westkant.
Vraag 6:
Kunt u aangeven en toelichten hoe het college kijkt naar het steeds verder afnemende draagvlak en het dalende vertrouwen bij het Dorpsberaad/de inwoners richting de
gemeentelijke overheid als de combinatie van wonen/werken en het groenplan zoals voorgesteld, zonder meer ten uitvoer wordt gebracht?
Antwoord 6:
Het college voert de motie van de raad uit en wil daar door meekoppelkansen het
maximale voor het dorp Schelluinen voor realiseren. Uw vraag doet vermoeden dat er in het dorp t.a.v. de motie van de raad andere verwachtingen leven. Dat betreuren we
uiteraard. Het college hecht veel waarde aan een goede afweging en gedegen onderzoek naar haalbaarheid van diverse opgaven, waarbij de invulling van uw motie (en daarmee het groenplan) wordt meegenomen.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen VVD en Doe mee! - Groenplan Schelluinen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.