16 december 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Molenlanden

vragen VVD - Verbeterregeling onderwijshuisvesting

Een raadslid stelde op 16 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)

Datum: 21 november 2025 Zaaknummer: 1253693 Steller van de vragen: Bert Snoek Politieke partij: VVD Molenlanden Onderwerp: Verbeterregeling onderwijshuisvesting Portefeuillehouder: Wethouder H. Akkerman Behandelend ambtenaar: Wilton Christiaanse en Anne Duine Toelichting:

VVD Molenlanden wil ook voor de ‘nieuwere’ scholen (die zich buiten de kopgroep van het IHP bevinden) een goed binnenklimaat. Ter verduidelijking en voor onze meningsvorming hebben wij enkele vragen.

Toelichting vraag 1:

In de 2e alinea onder het punt Inleiding geeft u aan:

“hoewel de gemeente voor deze scholen geen wettelijke verantwoordelijkheid draagt, constateren wij dat ook deze gebouwen kampen met een ondermaats binnenklimaat’.

ARBO-wetgeving en de toelichting daarop geven aan dat de werkgever en/of de eigenaar van het pand verantwoordelijk is voor een goed binnenklimaat. Dat kan mede mogelijk worden ingevuld door de aanwezigheid van de juiste installaties.

Installaties wordt ook door u genoemd in het raadsvoorstel.

Vraag 1:

Uw zin en de ARBO-wetgeving lijken in tegenspraak. Kunt u ons duidelijkheid geven in wat exact wordt bedoeld?

Antwoord vraag 1:

Het klopt dat schoolbesturen op grond van de ARBO-wetgeving verantwoordelijk zijn voor een goed binnenklimaat in hun gebouwen. De schijnbare tegenstelling ontstaat doordat deze verantwoordelijkheid niet wordt ondersteund door een specifieke rijksbekostiging

voor het toevoegen van installaties aan bestaande gebouwen. Deze ingrepen vallen niet onder het reguliere groot onderhoud waarvoor schoolbesturen middelen ontvangen.

Hierdoor ontbreekt voor hen de financiële ruimte om deze verbeteringen zelfstandig door te voeren. We constateren ook dat deze gebouwen kampen met een ondermaats binnenklimaat en willen daarom verantwoordelijkheid nemen door de benodigde investeringen te bekostigen. Op deze manier wordt invulling gegeven aan het gezamenlijke doel om een gezond en toekomstbestendig binnenklimaat te realiseren.

Vraag 2 en 3 :

Kunt u beamen dat voor de genoemde scholen in feite sprake is van ‘achterstallig

onderhoud’ (of dat een inhaalslag moet worden gemaakt) omdat zelfs bij toepassing van de VNG-norm de noodzaak om te komen tot het niveau “Frisse scholen klasse B” is opgenomen? Wilt u uw antwoord nader toelichten?

Antwoord vragen 2 en 3:

De term ‘achterstallig onderhoud’ is in deze context minder passend. Een ‘inhaalslag’ is inderdaad een betere omschrijving. Dit komt doordat pas vanaf 2012 in het Bouwbesluit een ventilatie-eis is opgenomen die overeenkomt met het niveau van Frisse Scholen Klasse B. Voor de meeste bestaande gebouwen gold deze eis destijds niet, met uitzondering van het gebouw van de Knotwilg/Eben-Haezer. Bovendien richt deze ventilatie-eis zich uitsluitend op luchtkwaliteit en niet op temperatuurbeheersing. Juist dat laatste vormt een belangrijk knelpunt in de huidige situatie, ook in het gebouw van de Knotwilg/Eben-Haezer. De noodzaak om nu te investeren is dus niet het gevolg van achterstallig onderhoud, maar van het feit dat de normen en inzichten in binnenklimaat zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld en dat bestaande gebouwen daarop moeten worden aangepast.

Toelichting vraag 4 :

De eerste 13 scholen (de kopgroep van het IHP) zullen de komende jaren en in het

afgesproken tempo, via het raadsvoorstel “Verhogen kwaliteit en kosten schoolgebouwen” kunnen komen tot invulling van de norm die het bureau Hevo adviseert (115%-norm).

Binnen deze norm alsook bij de VNG-norm is expliciet opgenomen dat “Frisse scholen klasse B, moet gelden.

Vraag 4 :

Is het juist dat het toepassen en uitvoeren van de verbeterregel voor de genoemde

scholen er toe leidt dat het niveau “Frissen scholen klasse B” beduidend eerder wordt ingevuld dan het grootste deel van de 13 scholen die in het IHP als kopgroep wordt vermeld? Graag toelichting op uw antwoord.

Antwoord vraag 4 :

Ja, dat klopt. Het toepassen van de verbeterregeling maakt het mogelijk om bij een aantal scholen op korte termijn voorzieningen te realiseren voor frisse lucht en temperatuurbeheersing. Voor een grote groep scholen wordt dit in het IHP al voorzien via

nieuwbouw en integrale vernieuwing, dat is een omvangrijker traject met een langere doorlooptijd. Ook voor de scholen die niet tot de “kopgroep” behoren is het noodzakelijk deze voorzieningen te treffen, gezien deze onder de maat zijn.

Omdat het bij de verbeterregeling om een kleinere groep en een minder grootschalig project gaat, kan de uitvoering sneller plaatsvinden. Daarmee wordt het niveau Frisse Scholen Klasse B voor deze scholen eerder bereikt dan bij de scholen die in het IHP als kopgroep zijn opgenomen.

Vraag 5 :

Als uw antwoord op vraag 4 bevestigend is, kunt u dan aangeven of en op welke wijze deze, schijnbare, ongelijkheid moet of zou kunnen worden opgelost?

Antwoord vraag 5 :

In feite is er natuurlijk altijd sprake van enige ongelijkheid tussen schoolgebouwen, deze worden immers nooit allen gelijktijdig gerealiseerd. Prestatie-eisen worden continue verhoogd. Uiteindelijk wordt de ongelijkheid door nieuwbouw/renovatie van 13 scholen uit het IHP én de verbeterregeling voor de overige scholen de komende jaren geminimaliseerd. Een oplossing zou zijn om ook tijdelijk de ventilatie voor de 13 IHP scholen aan te pakken, maar dat zou leiden tot aanzienlijk hogere kosten.

Vraag 6.

Kunt u aangeven wat de status van het binnenklimaat is van de resterende basisscholen in de gemeente Molenlanden?

Bedoeld wordt zowel categorie 1 (4 scholen in 3 gebouwen die na 2015 in gebruik zijn genomen) als categorie 2 (4 scholen die projectmatig worden vernieuwd).

Dus exclusief de kopgroep van 13 scholen; IHP categorie 3 en exclusief de genoemde 7 scholen/5 schoolgebouwen; IHP categorie 4.

Antwoord vraag 6 :

Categorie 1: van deze scholen is dit niet bekend, maar door de schoolbesturen zijn hierover geen meldingen gedaan van klachten.

Categorie 2: in het project Giessen-Oudekerk is rekening gehouden met Frisse Scholen 2021, conform Klasse B. In het project Groot-Ammers wordt rekening gehouden met Lucht en Koeling Frisse Scholen. Zie hiervoor het Technisch Programma van Eisen, 13 juni 2022, p. 33 .

Bekijk de brief: Beantwoording vragen VVD - Verbeterregeling onderwijshuisvesting

Bron: raadsinformatie van de gemeente Molenlanden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Molenlanden

Alle artikel 35-vragen in Molenlanden