21 februari 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Nijmegen

Brief aan de raad beantwoording vragen raadsgesprek 10 januari 2024 Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing

Een raadslid stelde op 21 februari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Postadres Gemeente Nijmegen

Aan de gemeenteraad van Nijmegen

Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Bezoekadres Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen T 14 024 nijmegen.nl

Datum Onderwerp

Contactpersoon Robert Tannemaat [email protected] T 024 – 329 20 52

6 februari 2024 Beantwoording vragen raadsgesprek 1001-2024 Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing

Ons kenmerk E24.000497

Geachte leden van de raad, Op 10 januari jl. zijn in de gespreksronde van de raad vragen gesteld over de voorgestelde visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing.

Vanwege tijdsgebrek tijdens de bespreking is toegezegd de vragen schriftelijk te beantwoorden.

U vindt een overzicht van uw vragen en onze reactie daarop in deze brief.

Hoogachtend,

Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen

A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris

H.M.F. Bruls burgemeester

Gemeente Nijmegen

Pagina 1 van 11

Ordevoorstel Vraag: Wel/ niet aanpassen in startnotitie?

Afspraak: bespreking als voorliggend raadsvoorstel met beslispunten behouden en dat vast laten stellen. Opgehaalde en op te halen richtingen en concretiseringen meenemen in actieprogramma.

Vragen en suggesties uit de raad Stadspartij Door mevrouw Thomassen.

Vragen V1.

A1.

Ambitie ‘cultuuromslag’ is taai om te realiseren. Wat is het vooruitzicht van het college over hoe dit in te zetten in de komende jaren?

Verandering in cultuur vereist inderdaad een lange adem (en een gezamenlijk gedeelde visie en toewijding). Verandering in cultuur ontstaat door nieuwe vormen te onderzoeken en toepassen en daar gezamenlijk op reflecteren om ook houding en gedrag bij te kunnen stellen als dat nodig is. Dit is een stapsgewijs proces wat in het actieprogramma nader wordt omschreven.

Suggesties voor in actieprogramma S1.

S2.

S3.

Begin met dienstverlening, gezicht aan het loket, het mailtje wat inwoners ontvangen van Meld en Herstel, contact met wijkregisseur. Dit moet hoogste prioriteit zijn omdat als dit al niet goed loopt je al een enorme imago achterstand hebt.

Mik op doelgroepen die veel meer met de overheid te maken hebben dan de gemiddelde inwoners. Sommigen zijn heel afhankelijk van gemeente. Neem WMO, armoederegelingen.

Nodige cultuuromslag vraagt ook om hand in eigen boezem ook als raad. Daar over doorpraten hoe invulling te geven aan deze visie.

Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s):

T1. Suggestie S1, S2 en S3 nemen we mee bij opstellen actieprogramma.

PVDA Door mevrouw Maas.

Vragen V2.

Heeft het college al meer expliciete ideeën over hoe om te gaan met bereiken van het stille midden en de inzet ervaringsdeskundigen?

Gemeente Nijmegen

Pagina 2 van 11

A2.

Ja. Uitwerking van richting 2 uit de visie (Verbindingen in en met de Stad) is hierop onder andere gericht. Door te investeren in een sterker sociaal netwerk in de stad en onze verbindingen daarmee komt er ook meer verbinding met wat we nu het stille midden noemen. Onderdeel voelen van een gemeenschap schept betrokkenheid. Dit kunnen we niet alleen maar dit moet samengaan met diverse partners in de stad. Het gaat om het verbonden samenspel hierin. Ook de inzet van nieuwe democratische instrumenten, zoals in de visie is genoemd bij richting 3, moet bijdragen aan een grotere ruimte voor betrokkenheid voor mensen die zich nu niet zo snel betrokken voelen. Instrumenten en ontwikkeling van sterkere en nieuwe verbindingen moet in samenhang gebeuren. Voorstel hiervoor volgt in het actieprogramma.

De inzet van ervaringsdeskundigen gebeurt nu ook al en is onderdeel van het inclusieprogramma. Bij opzet en uitvoering van het actieprogramma zorgen we ervoor dat we beide programma’s goed op elkaar afstemmen. Zodat het versterkend werkt. Op die manier kan er een coherent samenwerken geheel gevormd worden in plaats van dat we allerlei losse instrumenten en participatievormen hebben zonder dat de onderlinge relatie en eventuele overlap goed georganiseerd is. Met een algemeen participatiebeleid (richting 4) willen we de werkbare samenhang tussen de verschillende participatievormen beschrijven en vastleggen.

V3.

A3.

Kan de wethouder ingaan op bereiken/ betrekken van jongeren?

Vanuit het programma voor jongerenparticipatie is en wordt hier ook al aandacht aan besteed. Net als bij ervaringsdeskundigheid moet bij de uitvoering van het actieprogramma de samenhang gezocht, gevonden en uiteindelijke beschreven worden in een algemeen participatiebeleid.

V4.

Kan expliciet aandacht worden besteed aan jongeren van 15-25 jaar bij projecten die onder andere ook hen aangaan?

Ja.

A4.

V5.

A5.

Kan er een overzicht komen van instrumenten / participatiemiddelen gekoppeld aan bepaalde processen? Zodat inwoners weten welke instrumenten er zijn en dan kunnen betrokken partijen weten wat er verwacht wordt van ons als stadsbestuur?

Participatie vraagt bij uitstek om maatwerk. Een instrument dat voor het ene project goed werk hoeft niet pers sé voor een vergelijkbaar project ook te werken. Er zijn veel factoren die de keuze van het instrument bepalen. Het maken van een ‘vast’ overzicht geeft dan ook een schijn-houvast wat eerder voor verwarring en een afvinkcultuur leidt, en dat is wat we niet willen. Voor het ruimtelijke domein is nu al afgesproken dat we per project aan de voorkant een participatieplan maken waarin het hele participatieproces is omschreven. Dit geeft betrokkenen het gewenste inzicht van wat ze kunnen verwachten van de gemeente, welke ruimte er is voor invloed en wat er van hen verwacht wordt. We

Gemeente Nijmegen

Pagina 3 van 11

kunnen ons voorstellen dat deze werkwijze uiteindelijk voor alle initiatieven gaat gelden en beschreven gaat worden in het algemene participatiebeleid (richting 4). Definitieve invulling hiervan volgt echter later (als het actieprogramma voldoende is uitgevoerd om tot besluiten over algemeen beleid te kunnen komen).

Tegelijkertijd begrijpen we dat een overzicht van wat er in de gereedschapskoffer zit helpend is. Zo’n index met daarbij per instrument omschreven voor welke situaties het globaal inzetbaar is, wat de rol en invloedruimte erbij is van raad en andere betrokkenen, zullen we daarom opstellen bij de uitvoering van richting 3 van de visie (nieuwe instrumenten voor directe democratie).

V6.

A6.

Voor het vervolg van het komen tot bepaald beleid willen we graag weten wanneer de raad aan zet is en wanneer niet.

Het proces om te komen tot een algemeen participatiebeleid zal worden beschreven in het actieprogramma. Daarbij geven we ook aan bij welke stappen naar ons idee de raad betrokken wordt of aan zet is.

Suggesties voor actieprogramma S4. Meenemen aandacht voor bereiken stille midden, inzet ervaringsdeskundigheid en bereiken/ betrekken van jongeren.

S5. Wanneer wordt welk middel / instrument ingezet?

Toezegging(en) college naar aanleiding van de suggestie(s):

T2. Suggestie S4 en S5 nemen we mee bij opstellen actieprogramma. Hierbij gaan we in beginsel uit van de wat we hebben aangegeven bij de antwoorden A2, A3, A4 en A5.

ODV Door mevrouw Van Doorn Vragen V7.

A7.

V8.

A8.

Raad volledig betrekken bij opstellen uitvoeringsagenda (actieprogramma).

We zien de visie en koers als een kader dat door de raad wordt vastgesteld. Het is aan het college om hier goed uitvoering aan te geven. Het maken van het actieprogramma hoort bij deze uitvoering. De raad zal zoals toegezegd voor de zomer van de resultaten op de hoogte worden gesteld.

Toelichting geven over preferendum. Zorg ik dat minderheidsbelangen niet sneuvelen.

Een preferendum kan worden uitgevoerd op een manier waarbij de stemmer waarde toe kan kennen aan verschillende opties. Op die manier vraag je de stad om een weging van voorstellen (bijvoorbeeld de verschillende adviezen die uit een inwonersberaad komen). Het hoeft dus niet per se een ‘binair stemsysteem’ te zijn. Bij het opstellen van een preferendum moet altijd aandacht zijn voor

Gemeente Nijmegen

Pagina 4 van 11

belangrijke (relevante) mogelijke ongekende minderheidsbelangen. Bovendien is de uitkomst van een inwonersberaad altijd een (zwaarwegend) advies aan de raad. Het eraan verbonden preferendum daarmee dus ook. De raad kan daarmee altijd nog wegen aan een, eventueel, minderheidsbelang.

V9.

A9.

Wie wordt probleemeigenaar van de gevolgen van keuzes naar aanleiding van uitvoering van een burgerbegroting?

Bij de opdracht aan een burgerbegroting worden belangrijke kaders meegegeven waarbinnen uitvoering gegeven moet worden. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over situaties zoals beschreven in de vraag.

Bovendien moet voor alle nieuwe direct democratische instrumenten, zoals een burgerbegroting, nog beleid worden op- en vastgesteld. Dit doen we na verkenning van de instrumenten met het opstellen van een algemeen participatiebeleid. Hierin worden ook kaders vastgelegd over de verdeling van verantwoordelijkheden bij uitvoeren van een burgerbegroting (en andere instrumenten).

V10.…

Bekijk de brief: Brief aan de raad beantwoording vragen raadsgesprek 10 januari 2024 Visie en koers voor participatie en democratische vernieuwing

Bron: raadsinformatie van de gemeente Nijmegen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Nijmegen

Alle artikel 35-vragen in Nijmegen