Schriftelijke vragen art. 39 Stadspartij Nijmegen betreffende afvalhotspots
Een raadslid stelde op 24 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Heeft het College zicht op de hoeveelheid afvalhotspots en kan het aan de raad inzicht verschaffen hoeveel plekken er in de stad zijn waar meerdere malen per jaar… → Constateert het college hierin bepaalde trends en kan het deze inzichten met de raad delen?
- Klopt het beeld dat het aantal afvalhotspots toeneemt en welke oorzaken liggen daar volgens het college aan ten grondslag? → Wij constateren inderdaad een toename in het aantal afvalhotspots, hoewel er nog steeds sprake kan zijn van fluctuaties.
- Welke methoden van opsporing en handhaving zet het college in om de problematiek van afvalhotspots op te lossen? → Zijn er voornemens om deze methoden uit te breiden?
- Welke inspanning levert het college om de meldingsbereidheid hoog te houden, ook bij melders die keer op keer melding maken van afvalhotspots? → Wij zetten ons in om de meldingsbereidheid van inwoners hoog te houden, ook bij melders die herhaaldelijk melding maken van afvaloverlast en/of een afvalhotspot.
- Is het college het met Stadspartij Nijmegen eens dat het zou helpen om als gemeente en DAR zelf actief contact te gaan opnemen met frequente melders die constateren dat… → Is het college bereid deze taak, om een goed gesprek aan te gaan, nader uit te werken en hierin ook de totstandkoming van de functie stadsconciërge te betrekken?
- Stadspartij Nijmegen vindt de aard van terugmeldingen uit de Meld & Herstel app niet altijd motiverend werken in het geval van terugkerende meldingen van afvalhotspots. → Wij erkennen dat de aard van de terugmeldingen uit de app niet altijd motiverend werkt voor melders.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft het College zicht op de hoeveelheid afvalhotspots en kan het aan de raad inzicht verschaffen hoeveel plekken er in de stad zijn waar meerdere malen per jaar melding wordt gemaakt van verkeerd gedumpt afval?
Antwoord van het college
Constateert het college hierin bepaalde trends en kan het deze inzichten met de raad delen? Wij zien dat het aantal afvalhotspots in de stad wisselt in de tijd. Deze schommelingen zijn het gevolg van meerdere factoren, zoals wijzigingen in de openbare ruimte, wisselende omstandigheden, meldingsbereidheid, maar vooral het menselijk gedrag dat, als belangrijke factor bij deze overlast, onvoorspelbaar blijft. Op basis van ervaringen en meldingen hebben we wel een beeld van de meest hardnekkige locaties waar frequent sprake is van afvaloverlast. Deze hardnekkige hotspots, op dit moment betreft het 20 locaties, blijven consistent naar voren komen in onze data en zijn bekend bij Dar en de gemeente. Wij constateren geen eenduidige trends die structureel een stijging of daling van het aantal hotspots voorspellen. Wel zien wij dat tijdelijke campagnes, controles en handhavingsmaatregelen soms (kortdurende) effecten hebben op het aantal meldingen.
Vraag 2
Klopt het beeld dat het aantal afvalhotspots toeneemt en welke oorzaken liggen daar volgens het college aan ten grondslag?
Antwoord van het college
Wij constateren inderdaad een toename in het aantal afvalhotspots, hoewel er nog steeds sprake kan zijn van fluctuaties. Deze stijgende lijn is zichtbaar ondanks tijdelijke schommelingen in meldingen en duidt op een groeiend probleem met afvaldumpingen op verschillende locaties in de stad. Volgens ons zijn de volgende zaken hierbij van invloed: • Gedrag: wij zien dat gedragspatronen die leiden tot afvaldumping steeds vaker voorkomen. Dit kan te maken hebben met gemakzucht, een gebrek aan verantwoordelijkheid of onwetendheid over de juiste manieren om afval aan te Gemeente Nijmegen Pagina 1 van 4 • • bieden. Bovendien lijkt er een toename te zijn van de groep inwoners die afval bewust niet correct aanbiedt. Seizoensgebonden pieken: hoewel dit onderdeel is van de fluctuaties, merken wij dat tijdens bepaalde seizoenen, zoals lente en zomer, het aantal meldingen consistent hoger is. Groeiende bevolkingsdichtheid en urbanisatie: Nijmegen breidt zich verder uit en wordt net als andere steden, dichter bevolkt. Nieuwe bewoners zijn niet altijd direct bekend met de geldende afvalinzamelprocedures. In combinatie met een toename in bouw- en sloopafval in nieuwbouwwijken, draagt ook dit bij aan meer afvalhotspots. Daarnaast constateren we dat er ruimte is voor verbetering in de voorlichting en bewustwordingscampagnes, zodat inwoners beter begrijpen welke impact afvaldumping heeft op hun leefomgeving.
Vraag 3
Welke methoden van opsporing en handhaving zet het college in om de problematiek van afvalhotspots op te lossen?
Antwoord van het college
Zijn er voornemens om deze methoden uit te breiden? Ziet het college aanvullend op bestaand en voorgenomen beleid en effectieve doorbraakaanpak gericht op het wegnemen van afvalhotspots? Controle en handhaving op afvaloverlast maakt deel uit van de generale, integrale taakstelling van Toezicht & Handhaving. Op grond daarvan zien de toezichthouders toe op de naleving van de voorschriften uit onze afvalstoffenverordening. Dit toezicht op afvaloverlast vindt plaats op verschillende manieren: meldinggestuurd (reactief), geplande inzet (proactief) en op grond van eigen bevindingen bij aantreffen of constatering door toezichthouders. De resultaten van dit toezicht kunnen variëren van het (laten)opruimen van afval tot het doorzoeken van aangetroffen afval naar adresgegevens. Dit laatste kan leiden tot het aanspreken, waarschuwen of beboeten van overtreders. Wij onderschrijven het belang van opsporing en handhaving als laatste schakel in de aanpak van afvaloverlast, nadat de preventieve interventies zijn uitgeput. Wij constateren echter ook dat door capaciteitsproblemen de opsporing en handhaving niet altijd toereikend is geweest om het gedrag op grote schaal te veranderen. De recent ingezette professionalisering van Toezicht en Handhaving, waarbij ook meer capaciteit beschikbaar is gekomen die stapsgewijs wordt ingevuld, maakt dat er meer inzet kan plaatsvinden en de effectiviteit van opsporing en handhaving verder vergroot kan worden. Dit proces is reeds in gang gezet.
Vraag 4
Welke inspanning levert het college om de meldingsbereidheid hoog te houden, ook bij melders die keer op keer melding maken van afvalhotspots?
Antwoord van het college
Wij zetten ons in om de meldingsbereidheid van inwoners hoog te houden, ook bij melders die herhaaldelijk melding maken van afvaloverlast en/of een afvalhotspot. Er is aandacht voor de gebruikersvriendelijkheid van het meld- en herstelsysteem, de afgesproken reactietermijnen en de inhoudelijke terugmelding. Naar aanleiding van sommige meldingen wordt mondeling of telefonisch contact met de melder opgenomen om de gemelde overlast te bespreken. Dit persoonlijke contact is bedoeld om melders te laten zien dat hun signalen serieus worden genomen, om nadere informatie uit te wisselen en de uitdagingen en de mogelijkheden voor een aanpak te bespreken. Bij onze inspanningen om de meldingsbereidheid hoog te houden komen wij de volgende uitdagingen tegen: • Het is helaas niet haalbaar om bij elke melding persoonlijk contact op te nemen vanwege de grote aantallen meldingen die binnenkomen. Wij streven ernaar om Gemeente Nijmegen Pagina 2 van 4 • • zoveel mogelijk melders te woord te staan, maar de capaciteit van het team dat hiervoor beschikbaar is, kent zijn grenzen. Hierdoor kan niet elke melder op individuele basis worden benaderd. Melders hebben soms uiteenlopende verwachtingen van wat de gemeente kan doen en binnen welke tijdsbestekken. Niet alle melders voelen zich gehoord als hun melding niet direct leidt tot zichtbare actie. Dit kan invloed hebben op hun bereidheid om in de toekomst meldingen te blijven doen. Het blijft een uitdaging om deze melders voldoende betrokken te houden en hun verwachtingen te managen. Hoewel er pogingen worden gedaan om terugkoppeling te geven over wat er met een melding is gedaan, lukt dit niet altijd even goed. De complexiteit van sommige situaties of logistieke beperkingen kunnen leiden tot vertragingen in de terugkoppeling, wat soms als frustrerend wordt ervaren door de melder. Ondanks de genoemde uitdagingen blijft het onze prioriteit om melders zo goed mogelijk te informeren en te betrekken bij de aanpak van afvaloverlast in de stad.
Vraag 5
Is het college het met Stadspartij Nijmegen eens dat het zou helpen om als gemeente en DAR zelf actief contact te gaan opnemen met frequente melders die constateren dat de oorzaak van afvalhotspots niet wordt weggenomen en met hen en eventueel andere betrokkenen (buurtbewoners, woningcorporaties, DAR, wijkregisseurs, etc.) het gesprek aan te gaan?
Antwoord van het college
Is het college bereid deze taak, om een goed gesprek aan te gaan, nader uit te werken en hierin ook de totstandkoming van de functie stadsconciërge te betrekken? Wij delen de mening dat het actief contact opnemen met frequente melders een positieve bijdrage kan leveren aan het aanpakken van deze problematiek. Door in gesprek te gaan met deze melders, buurtbewoners, woningcorporaties, wijkregisseurs en andere betrokkenen, kan er een beter inzicht worden verkregen in de oorzaken van afvaloverlast en kunnen gezamenlijk effectievere oplossingen worden bedacht. We erkennen dat frequente melders vaak waardevolle informatie hebben over terugkerende problemen en dat hun ervaringen en suggesties belangrijk zijn om tot duurzame oplossingen te komen. Door deze melders actief te benaderen, kunnen we niet alleen de meldingsbereidheid hoog houden, maar ook vertrouwen opbouwen en het gevoel van betrokkenheid vergroten. Volgens ons spelen ook de wijkregisseurs in dit proces een belangrijke rol. Zij zijn de schakel tussen de bewoners en de gemeente en onderhouden contacten in de buurt. De wijkregisseur heeft oog voor de lokale situatie en kan maatwerk leveren in het contact met melders, maar ook hier geldt dat tijd en middelen beperkt zijn. Wij zijn echter bereid om te onderzoeken of en hoe deze taak structureler kan worden ingericht. Het actief opzetten van dergelijke gesprekken vraagt echter om extra inspanning en capaciteit. De introductie van een stadsconciërge kan volgens ons helpen om deze taak verder te ondersteunen en daarmee een waardevolle aanvulling zijn op de huidige werkwijze, door persoonlijke contacten te versterken en de problematiek op een pragmatische en oplossingsgerichte manier aan te pakken. Gemeente Nijmegen Pagina 3 van 4
Vraag 6
Stadspartij Nijmegen vindt de aard van terugmeldingen uit de Meld & Herstel app niet altijd motiverend werken in het geval van terugkerende meldingen van afvalhotspots. De terugmeldingen zijn erg kort en zakelijke en geven geen inzicht in verdere mogelijkheden die bewoners hebben als zij merken dat telkens weer melden niet het verschil maakt. Is het college bereid deze terugmeldingen te herzien, als we constateren dat er over een bepaalde plek veelvuldig dezelfde melding wordt gemaakt, bijvoorbeeld door de terugmelding te voorzien van tips om een doorbraak te bereiken of de mogelijkheid te bieden in gesprek te raken met een medewerker van de gemeente en/of DAR?
Antwoord van het college
Wij erkennen dat de aard van de terugmeldingen uit de app niet altijd motiverend werkt voor melders. Het klopt dat sommige standaardantwoorden kort en zakelijk zijn. Wij zijn daarom al bezig om de kwaliteit van de terugmeldingen te verbeteren en ook bereid te onderzoeken hoe we melders nog beter kunnen informeren; zeker in gevallen waar blijkt dat over een specifieke locatie veelvuldig dezelfde meldingen worden gedaan. Wij hopen u hiermee voldoende van informatie voorzien te hebben.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Nijmegen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.