2023.02.03 Memo beantwoorden vragen raad IBK
Een raadslid stelde op 22 februari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Bevorderen kansengelijkheid. → Worden hierin kinderen met een beperking ook meegenomen?
- In beeld brengen van inwoners met minder kansen door middel van preventie vanuit meerdere invalshoeken. → In het beleidskader wordt aangegeven dat voorkomen van moeilijkheden, signaleren van risico’s die inwoners lopen en dat inzet en samenwerking in de volle breedte van het sociaal domein (ook…
- Mantelzorgers dan met name het onzichtbaar zijn van deze doelgroep. → Wordt hierbij gekeken naar de hoeveelheid aan formulieren en administratie wanneer een mantelzorger aanklopt voor ondersteuning?
- Bij eenzaamheid wordt de inzet voor de lijn sterke samenleving gekoppeld aan de mogelijke vermindering van eenzaamheid. → Graag vragen wij u ook in algemene zin iets zeggen over dit onderdeel (communicatie). datum pagina betreft 26 januari 2023 6 van 8 beantwoording vragen integral beleidskader Op het moment…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Memo aan
van
De leden van de raad
Wethouders Postma en Struijk
datum
pagina
26 januari 2023
1 van 8
Beantwoording vragen integraal beleidskader sociaal domein n.a.v. bespreking in raadscommissie van 12 januari ’23 Vragen van de van de Partij van de Arbeid (Pagina 15 hoofdstuk 2. Punt 2.a.) Vraag 1: De Rijksoverheid gaat uit van de huidige AOW leeftijd per 1 januari 2023 (66 en 10 maanden). Waarom is er geen rekening gehouden met de huidige AOW leeftijd en is er gekozen voor 65 jaar in dit document van 14 november 2022?
Daarvoor is gekozen omdat de informatie waarmee landelijk geprognosticeerd en vergeleken wordt op die indeling naar leeftijdsgroepen is gebaseerd.
Vraag 2: Hierdoor ontstaan er andere cijfers wat de levensverwachting betreft. Is het College bereid om daar opnieuw naar te kijken en de huidige AOW leeftijd te hanteren?
Een indeling in leeftijdscategorieën ten behoeve van prognoses heeft geen invloed op de levensverwachting van mensen.
Vraag 3: Zijn de parameters Opleiding, Beroepskeuze en Inkomen meegenomen in de gepresenteerde percentages die van invloed zijn op de levens tafels? Hierdoor ontstaat er een beter beeld over de verschillen in het ouder worden, waardoor er beter gemonitord kan worden voor Nissewaard, wat ons te wachten staat en er een duidelijker beeld wordt gepresenteerd naar de toekomst toe.
De gegevens die gebruikt zijn en de trend die wij daarmee zien, is voor het college voldoende om de ontwikkelingen met betrekking tot vergrijzing te duiden in een inleidend hoofdstuk over de behoefteontwikkeling Nissewaard als opmaat naar een integraal beleidskader. (Pagina 18 punt 2.d) Voor de meest kwetsbare inwoners die in het verleden veelal in een woon-zorgvoorziening zouden verblijven, is extramurale ondersteuning het alternatief geworden. De verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van deze kwetsbare groep is in 2015 overgeheveld naar de gemeenten. De gemeente loopt het risico dat er te weinig plekken zijn voor inwoners.
Vraag 4: Houdt de gemeente hier rekening mee in de woon-zorgvisie?
De woon-zorgvisie is bij uitstek bedoeld om aan te geven hoe om te gaan met behoefte aan voorzieningen waar wonen en zorgen in een zelfstandige woonsituatie samen kan gaan. Over de woon-zorgvoorzieningen in het kader van de Wlz gaan de zorgkantoren binnen de kaders van VWS.
Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail [email protected] www nissewaard.nl
datum…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Bevorderen kansengelijkheid. In Nissewaard is er een grotere uitdaging dan de meest andere gemeenten als het gaat om kansen voor jeugdigen. Op welke manier wordt hier naar gekeken en ingezet om de kansen voor kinderen te vergroten?
Antwoord van het college
Worden hierin kinderen met een beperking ook meegenomen?
Het beleidskader geeft aan hoe we naar oplossingen willen kijken en niet wat we concreet gaan doen. In het beleidskader wordt deze ‘grotere uitdaging’ erkend. Het wordt als een urgente opgave gezien waaraan vanuit verschillende invalshoeken en meerdere domeinen invulling aan wordt gegeven. De manier waarop dat precies gaat gebeuren zal in concreet beleid uitgewerkt worden, dat moet voldoen aan de visie zoals in de beleidslijnen genoemd. Ook kinderen met beperkingen worden hierin meegenomen. (Blz. 27)
Vraag 2
In beeld brengen van inwoners met minder kansen door middel van preventie vanuit meerdere invalshoeken. Wordt hier gekeken naar inzet vanuit TIDW of wordt er meer gekeken naar inzet van professionals in de wijk (wijkverpleging, POH huisartsen, Verenigingen, vrijwilligersorganisaties etc.) Belangrijke partners welke werkzaam zijn binnen de kernen/wijken. Welke de wijk in kaart hebben en weten waar de zwaktes in deze wijk liggen?
Antwoord van het college
In het beleidskader wordt aangegeven dat voorkomen van moeilijkheden, signaleren van risico’s die inwoners lopen en dat inzet en samenwerking in de volle breedte van het sociaal domein (ook informele organisaties en met partners buiten het sociaal domein), belangrijke aspecten zijn die in de aanpak van sociale vraagstukken een plek moeten krijgen. Andere aspecten die in het beleidskader in dit verband genoemd worden, zijn het belang van een goede aansluiting bij de (specifieke) leefwereld van inwoners en het inzetten op het versterken van het oplossend vermogen; daarmee streven we naar oplossingen die beter ingebed zijn in het dagelijkse leven van inwoners en die een blijvend karakter hebben. (Blz 27)
Vraag 3
Mantelzorgers dan met name het onzichtbaar zijn van deze doelgroep. Deze doelgroep weet vaak niet wat er geboden wordt binnen de wijk. Kan de sociale kaart meehelpen in dit doel?
Antwoord van het college
Wordt hierbij gekeken naar de hoeveelheid aan formulieren en administratie wanneer een mantelzorger aanklopt voor ondersteuning? Hoe kan dit proces vergemakkelijkt/laagdrempelig worden zodat inwoners/mantelzorger sneller zullen aankloppen bij de WMO ter ondersteuning of vraag?
Het beleidskader geeft aan dat we alle inwoners die risico lopen om in de problemen te komen willen bereiken om (verdergaande) problemen te voorkomen. Deze inwoners bereiken kan door allerlei vormen van communicatie en door signalering en preventie. Ook geldt voor alle inwoners dat ondersteuning laagdrempelig moet zijn. Dat geldt dus ook voor mantelzorgers. Hoe dat precies gaat gebeuren als het om mantelzorgers gaat komt aan de orde in het Uitvoeringsplan Mantelzorg waar momenteel aan wordt gewerkt.
datum
pagina
betreft
26 januari 2023
3 van 8
beantwoording vragen integral beleidskader
Vragen van het CDA (blz. 4/5 en blz. 25) Binnen de 3 doelen is o.a. “herstel van bestaanszekerheid” opgenomen. Graag een toelichting.
Waarom is dit zo expliciet opgenomen? Immers door dit zo expliciet onderdeel te laten zijn 1 van de 3 doelen, wekt dit de illusie dat herstel van bestaanszekerheid binnen Nissewaard geen automatisme is/was.
Bestaansonzekerheid is voor inwoners het meest bedreigende probleem dat je kan overkomen en leidt over het algemeen tot een stapeling van vervolgproblemen. Bovendien groeit dit vraagstuk enorm onder druk van de crises: energiekosten, inflatie, woningtekort. We zullen ons daarom blijvend inzetten. Met ‘herstel’ wordt overigens niet bedoeld dat we de gemeentelijk aanpak herstellen, maar dat we problemen ten gevolge van bestaansonzekerheid van inwoners herstellen. (Blz 7/8) Afgelopen periode heeft de fractie van CDA regelmatig verduidelijkingsvragen over TidW gesteld. Uit de antwoorden kwam o.a. het beeld naar voren dat er een beweging gaande was binnen TidW van decentrale naar een centrale ontmoetingsgelegenheid (De Boekenberg). Nu lezen we in dit beleidsstuk dat ondersteuning en voorzieningen meer in de eigen buurt van inwoners moet komen.
Dit door o.a. faciliteren van ontmoetingen en het integreren van meerdere functionaliteiten binnen (ontmoetings)voorzieningen (blz 7/8. Binnen deel 1 van de ontwikkelagenda zien we die decentrale benadering van TidW ook terug (bv blz. 7). Dit roept toch de nodige vragen op zoals: o Gaat TidW weer decentraal binnen wijken en kernen georganiseerd worden? o Wat als er geen fysieke ontmoetingsvoorziening binnen een kern of wijk aanwezig is? o Is het mogelijk om een themabijeenkomst te organiseren over TidW en High Five met daarin o.a. de visie, doelen, raakvlakken en het lange termijn perspectief van deze programma’s?
De manier waarop TidW zich verder ontwikkelt, past volledig binnen de zienswijze van het integraal beleidskader. Om de invulling van TidW en in het bijzonder de ontmoetingsvoorzieningen te bespreken, is -zoals u ook al aangeeft- een andere gelegenheid geschikter. Dat kan bijvoorbeeld in een themabijeenkomst voor de raad, zoals we die al enkele jaren kennen en waarin Thuis in de Wijk al vaker het thema was. In zo’n bijeenkomst zou dan ook het in de Ontwikkelagenda genoemde plan voor ontmoeting meegenomen kunnen worden. (Blz. 9) Blz. 9 geeft aan op welke wijze de doelen vertaald zullen worden maar meetbare prestatie indicatoren. Hoe wil het college omgaan met de motie over de bestuurlijke informatie sociaal domein die in de raad van november 2022 is aangenomen?
In het voorjaar wordt met een afvaardiging van de raad gesproken over de wensen en mogelijkheden met betrekking tot de bestuurlijke informatie in het Bestuursverslag. Dan kan dit verder worden besproken. (Blz. 11) Waarom is er ook alweer een onderverdeling boven en onder de leeftijd van 67 jaar?
Dit is -zoals genoemd- een indeling die (soms) gehanteerd wordt door de wetgever.
datum
pagina
betreft
26 januari 2023
4 van 8
beantwoording vragen integral beleidskader
Hoe kunnen we bereiken dat we in contact komen met bewoners die een verhoogd risico lopen?
Door het uitwerken van een adequate signaleringsfunctie voor individuele situaties en door risicogroepen specifiek te benaderen via en samen met organisaties in de leefwereld van inwoners (scholen, huisartsenpraktijken, gemeente, wijkcentra enz.).
Bewoners die een bijzondere kwetsbaarheid hebben willen we alternatieven aanbieden; aan welke soort alternatieven kunnen we hier denken?
We denken aan alternatieven of aanvullingen qua voorzieningen die goed aansluiten bij het dagelijks leven van inwoners, met name in de sfeer van ontmoeting, dagbesteding, dagopvang en (lotgenoten)groepen of maatjes voor onderling contact en hulp. Dat sluit vaak beter aan bij de behoefte van inwoners die moeite hebben met het dagelijks functioneren, dan uitsluitend het voeren geplande individuele begeleidingsgesprekken met professionals. Daarnaast zijn er inwoners met kwetsbaarheden die niet gedijen in een reguliere voorziening. We gaan in het beleidskader uit van ‘er is voor iedereen een plek’ en niet van ‘er is één plek voor iedereen’.
Het college wil kritischer kijken naar de effectiviteit van voorzieningen? Dat is altijd goed natuurlijk, maar hoe wil het College dat doen.
Door de effecten van de inzet ook op andere manieren te monitoren dan alleen met cijfermatige data. Denk aan kwalitatieve informatie zoals clientervaringen op gebied van toegankelijkheid, mate waarin de inwoner ervaart dat zijn/haar situatie verbeterd is met de voorziening die werd/wordt ingezet enz. Ook wordt als dat tot de mogelijkheden behoort gekozen voor interventies die -op basis van wetenschappelijk onderzoek- bewezen effectief zijn.
Is afstemming met de financiers van de Zvw en Wlz het hoogst haalbare beleid om meer balans te krijgen tussen de kosten die door de gemeente binnen het SD worden gemaakt en de verzekeraars?
Deze afstemming blijft een voortdurend aandachtspunt. De VNG speelt daarbij een rol om als belangenbehartiger voor gemeenten invloed uit te oefenen op landelijk niveau. Mogelijk draagt toekomstige wetgeving over domeinoverstijgende financiering hieraan bij.
VRAGEN Jong Nissewaard
1) We moeten van problematiseren naar normaliseren —> Hoe ver gaat dit? Iets dat als een probleem gezien wordt, wordt aangepakt worden, terwijl iets dat als ‘gewoon’ gezien wordt – in de presentatie werd aangegeven dat met normaliseren ‘gewoon’ maken bedoeld werd – vaak coulant benaderd wordt. Kortom, kan toegelicht worden hoe naïviteit in de praktijk voorkomen wordt?
Normaliseren betekent niet dat een hulpverlener op basis van vraag van een inwoner zonder onderbouwing kan bepalen ‘dit is heel normaal, dus wij doen niets’. Normaliseren is een proces waarin we inwoners meer bewust maken van hun eigen oplossend vermogen en ondersteunen hen om dat te versterken en daarbij hun netwerk in te zetten. Daarnaast passen we het hulpaanbod zodanig aan dat het inwoners in contact brengt met andere inwoners die soortgelijke moeilijkheden doormaken of doormaakten. Door nadrukkelijk de vragen/moeilijkheden van inwoners te bespreken in verdiepende vraagverhelderingsgesprekken bij inwoners thuis, waarvan een gezamenlijk probleemanalyse en oplossingsrichting het resultaat is, moet elke gradatie van naïviteit bij
datum
pagina
betreft
26 januari 2023
5 van 8
beantwoording vragen integral beleidskader
hulpverleners uitsluiten. Waarom is in een bepaalde situatie wel/niet professionele hulp nodig, zal altijd onderbouwd moeten kunnen worden.
2) In de presentatie over het integraal beleidskader werd aangegeven dat meer domeinen euro’s bijdragen aan het sociaal domein. Dit bleek in de discussie vóór het reces over de motie eenzaamheidsbestrijding ook het geval. Het lijkt ons belangrijk om hier een accuraat overzicht van te houden, zodat de raad ook zijn controletaak kan uitvoeren. Het is immers prettig om bepaalde financiële keuzes in de totale context te zien, zodat ze ook beter aan inwoners uitgelegd kunnen worden. Zodoende de vraag: hoe houden we toezicht op de bedragen die vanuit andere domeinen een bijdrage leveren aan het sociaal domein?
Het zal niet mogelijk zijn die bijdragen te kwantificeren in geldbedragen. Het gaat er vooral om dat we willen bewerkstelligen dat ‘het (beleids)mes aan twee kanten snijdt’ qua doelbereik.
Bijvoorbeeld: aan de leefbaarheid van buurten kan vanuit meerdere domeinen worden bijgedragen.
In de omgevingsvisie zal die samenhang zichtbaar moeten worden, maar ook in de woon-zorgvisie of de visie op veiligheid en zorg. Deze visiedocumenten zijn in ontwikkeling.
Hetzelfde geldt voor bijdragen vanuit de deel-beleidsvelden binnen het sociaal domein. Zo dragen bijvoorbeeld dagbesteding, ontmoetingsvoorzieningen, ontspanningsactiviteiten en het doen van vrijwilligerswerk ook bij aan het verminderen van eenzaamheid.
3) Voor deze collegeperiode ligt de focus op het vaststellen en implementeren van de visie(s). Echter, het lijkt ons ook belangrijk dat je daarbij rekening houdt met toezicht op die visie. In andere woorden, de visie moet realistisch zijn in die zin dat het uitvoerbaar is, maar ook realistisch in de zin dat de visie vastgehouden kan worden ná de implementatie ervan. Is er in het opstellen van de visie rekening gehouden met het kunnen waarborgen van de visie na implementatie? Zo ja, hoe?
De visie is een toetsingskader voor de raad. Het is een set van eisen voor de beleidsontwikkeling, waarop door college en management gestuurd wordt en door beleidsmedewerkers aan gewerkt wordt. Het is een kader dat ook al is vertaald naar een praktisch handelingskader voor de uitvoering; daarmee wordt momenteel al geleerd te werken.
Het integraal beleidskader biedt richting en tegelijk ook ruimte om flexibel te zijn in de uitwerking ervan naar concrete beleids- en uitvoeringsplannen, afhankelijk van de maatschappelijke dynamiek.
Dus met realisme en haalbaarheid kan alleszins rekening gehouden worden.
Het op een andere manier benaderen van sociale vraagstukken heeft betrekking op de volle breedte van het sociaal domein en zal gaandeweg worden ‘geïmplementeerd’ door wat we al doen en nog gaan doen kritisch tegen het licht te houden en dat veranderen waar nodig. Het is dus geen afgebakend implementatietraject, mar een ontwikkeltraject.
Vraag 4
Bij eenzaamheid wordt de inzet voor de lijn sterke samenleving gekoppeld aan de mogelijke vermindering van eenzaamheid. Echter, er zijn ook mensen die dusdanig eenzaam zijn dat het ontzettend moeilijk is om deze mensen te bereiken met de programmalijn sterke samenleving. Hoe zorgen we er in de praktijk voor dat de maatregelen die we nemen ook daadwerkelijk landen bij de doelgroep waarop ingezet wordt?
Antwoord van het college
Graag vragen wij u ook in algemene zin iets zeggen over dit onderdeel (communicatie).
datum
pagina
betreft
26 januari 2023
6 van 8
beantwoording vragen integral beleidskader
Op het moment dat een inwoner zwaar gebukt gaat onder eenzaamheid en -erger nog- risico loopt op toenemende (mentale of andere ) problemen, dan is evenals bij andere problematiek, een adequate signaleringsfunctie erg belangrijk om in contact kunnen komen met deze inwoner.
Dat kan bijvoorbeeld de huisarts, de school, de wijkagent, de woningbouwcorporatie of een vrijwilligersorganisatie zijn. Ook kan iemand vanuit het eigen (wellicht kleine) netwerk samen met de persoon contact leggen met de Integrale Ingang en kan een vraagverhelderingsgesprek plaatsvinden.
Qua communicatie moeten we dus niet alleen denken aan het direct bereiken van mensen die eenzaam zijn. De communicatie zal ook ingezet moeten worden via organisaties waarmee deze inwoner al contact heeft en die als verwijzers kunnen fungeren. Tenslotte moeten we realistisch zijn: we kunnen als overheid niet alle eenzame inwoners bereiken en ook niet alle eenzaamheid wegnemen
Vragen van Nissewaard Lokaal Tijdens deze presentatie vroegen wij al of de gemeente en beleidsmaker die de presentatie verzorgde bekend is met de zienswijze van Machteld Huber en de positieve gezondheid. Positieve gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies. Met deze brede benadering draagt het bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. En om zoveel mogelijk eigen regie te voeren. https://www.iph.nl/positieve-gezondheid/wat-is-het/ Nissewaard Lokaal zou ervoor willen pleiten dat ook onze gemeente gebruik zou gaan maken van deze zienswijze. Enerzijds omdat er al vele zorgorganisaties en organisaties binnen het sociaal domein deze zienswijze (en visie) op gezondheid omarmen en hiervan gebruik maken in de eigen ontwikkeling en plannen en anderzijds omdat de zienswijze en tools van positieve gezondheid beleidsmatig aansluit op de huidige maatschappelijke uitdagingen en uitvoering zou geven aan de integrale benadering van sociale vraagstukken op elk niveau en over de domeinen heen. Nissewaard lokaal is van mening dat wanneer dit een zichtbare plek in dit beleidskader en de uitvoering hiervan zou krijgen dit weer andere partijen zal uit nodigen om hier weer op aan te sluiten. https://www.iph.nl/kennisbank/positieve-gezondheid-inspireert-gemeente-tot-ontschotten/ https://publicaties.zonmw.nl/projectencatalogus-gezonde-wijk/gezonde-wijk/#c60047
1) Is het college bekend met de zienswijze van Positieve gezondheid van Machteld Huber.
Ja, het college is hiermee bekend.
2) Is het college bekend met de ontwikkelde tools en benaderingswijze van positieve gezondheid.
Ja, daarmee is het college ook bekend. Ergo: de levensgebieden die in de tools waarnaar wordt verwezen gebruikt worden om inzicht te krijgen in het ‘hele’ leven van iemand zijn nagenoeg gelijk aan die in het sociaal domein gebruikt worden. Dat zien we bijvoorbeeld in de vragen-set die gebruikt wordt voor de Vraagverheldering. En ook in de aanpak van complexe problematiek in Nissewaard waarop een deel van de medewerkers getraind zijn of worden. Deze aanpak is gebaseerd is op de GrowCare methode (zie: databank ‘effectieve sociale interventies’ van Movisie).
datum
pagina
betreft
26 januari 2023
7 van 8
beantwoording vragen integral beleidskader
3) Welke (aansluitende) ontwikkelingen ziet men binnen het sociaal domein; zo werd bijvoorbeeld tijdens de presentatie de J.i.M (jouw ingebrachte mentor )interventie genoemd.
Wellicht wordt hier met ontwikkeling in het sociaal domein bedoeld: welk aanbod qua voorzieningen het college voor ogen staat. Om in deze context (een beleidskader) niet te vervallen in een lange opsomming van mogelijk denkbare voorzieningen, beperken we het antwoord op deze vraag door te stellen: we zien als ontwikkeling dat alle voorzieningen (beter) passen binnen de missie en visie van het integraal beleidskader. Het voorbeeld van JIM in de jeugdzorg, past hier al uitstekend in omdat het uitgaat van oplossingen in de eigen leefwereld van de jeugdige en behoud van eigen regie.
4) Ziet het college een mogelijkheid (haakjes) om positieve gezondheid beleidsmatig in dit integraal beleidskader sociaal domein op te nemen en een zichtbare plek te geven in dit beleidskader en de toekomstige uitvoering en agenda hiervan?
Het college is van mening dat er voldoende aansluiting is bij het idee van positieve gezondheid en dit zelfs een deel van de beleidslijnen overlapt. Er zijn ook voldoende mogelijkheden om in het gezondheidsbeleid (dat ook onder het sociaal domein valt) daar specifieker op aan te haken.
5) “Het beleidskader is op te vatten als ‘de bril’ waarmee we de komende jaren naar oplossingen voor vraagstukken binnen het sociaal domein kijken”: ziet het college mogelijkheden om “deze bril” verder in te vullen en met “de bril van positieve gezondheid” naar oplossingen voor vraagstukken te kijken. Deze ontwikkeling is landelijk binnen het sociaal domein binnen sommige gemeentes al gaande, ook werken steeds meer organisaties binnen het sociaal domein met deze “bril” en worden medewerkers getraind om hiermee te kijken en inwoners vanuit deze zienswijze te benaderen.
Dit is ons bekend.
6) Ziet het college mogelijkheden om de benaderingswijze en tools van positieve gezondheid te gebruiken bij/in de toekomstige uitvoering van dit integrale beleidskader In de optiek van het college is deze ‘positieve-gezondheids-bril’ al goed ingebed in het beleidskader dat voorligt.
7) Kan de zienswijze en benaderingswijze van positieve gezondheid worden meegenomen in de concrete vertaling van de plannen in de ontwikkelagenda Als dat aanvullend nodig is dan is hiervoor ruimte en zijn voldoende ‘haakjes’.
Vragen lijst Soeterboek Wederom mooi duidelijk vergezicht waarvoor complimenten. Wel een op zichzelf staand document mi. Ik vraag me wel af wat de meerwaarde van dit stuk is tav de ontwikkelagenda. Had dit niet gecomprimeerd kunnen worden tot 1 stuk en de essentiële punten van dit kader hierin meenemen.
Het IB is de basis/ het fundament, waarop je mi de ontwikkelagenda had moeten bouwen in 1 doc.
Hoe kijkt u hiernaar?
Het college ziet dit nadrukkelijk als twee aparte documenten omdat ze een verschillend doel hebben.
datum
pagina
betreft
26 januari 2023
8 van 8
beantwoording vragen integral beleidskader
De Ontwikkelagenda gaat over hetgeen het college gedurende de collegeperiode wil bereiken (het ‘wat’). Het Integraal Beleidskader gaat over de missie en visie die ten grondslag ligt aan de manier waarop we doelen in het sociaal domein willen bereiken, in deze collegeperiode én daarna, om daarmee een toekomstbestendig sociaal domein te bewerkstelligen (het ‘hoe’). Dat beide nauw met elkaar verbonden (moeten) zijn is evident. ‘We moeten om deze redenen dan ook enigszins terughoudend zijn voor wat betreft het opstellen van specifiek beleid en het inzetten van specifieke voorzieningen voor specifieke doelgroepen. Wat mbt lhbtiq/ Spaanse groep ed. (“Daarop maken we uitzonderingen als een doelgroep-benadering toch noodzakelijk is om het gewenste resultaat en effect te bereiken. -blz 10). Gaan we groepen terugdraaien als bv Spaanse groep/ lhbti groep. We creëren zo meer uitzonderingen dan dat we eenheid creëren. Volgens mij verkokeren we zo juist meer dan dat we inclusie/eenheid beogen. Hoe kijkt u hier naar?
Het college beaamt dat een té stringent streven naar inclusie, integratie, sociale cohesie e.d. in strijd kan zijn met de behoefte aan specifieke voorzieningen die emancipatie en/of participatie van specifieke groepen bevorderen. Anderzijds werkt een vergaande verbijzondering naar doelgroepspecifieke voorzieningen juist stigmatisering en daarmee uitsluiting in de hand. Waar deze invalshoeken strijdig zijn met elkaar, zal een (politieke) afweging en keuze gemaakt moeten worden.
Voor het college is inclusie leidend, tenzij er goede redenen zijn in de sfeer van maatschappelijke participatie en emancipatie. Of anders gezegd: ‘er is voor iedereen een plek’ en niet van ‘er is één plek voor iedereen’.
Bekijk de brief: 2023.02.03 Memo beantwoorden vragen raad IBK
Bron: raadsinformatie van de gemeente Nissewaard (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.