20251118 4 Beantwoording vragen Prog. LGDG
Een raadslid stelde op 10 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan de leden van de gemeenteraad
Noordwijk, 13 november 2025
Voorstraat 42 2201 HW Noordwijk Postbus 298 2200 AG Noordwijk T +31 (0)71 36 60 000
Uw kenmerk Uw brief van Zaaknummer Verzenddatum Onderwerp Bijlage(n)
: : 10 november 2025 : 1127717 : 18 november 2025 : Schriftelijke vragen Programma LGDG :
[email protected] www.noordwijk.nl
KvK nummer 73538469 BTW NL8257.92.150.B01 IBAN NL34BNGH0285044621 BIC BNGHNL2G
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 10 november 2025 ontvingen wij van GroenLinks/PvdA de volgende schriftelijke vragen ingevolge artikel 32 Reglement van Orde. In deze brief worden de vragen beantwoord.
Vragen ingevolge artikel 32 Reglement van Orde Vraag 1 als in het programma/visie staat dat het bollenareaal betstaat uit die percelen die in de BRP (gewaspercelen) staan als beteeld met bollen, vloeit daaruit ook niet voort dat je bij het vaststellen van het omgevingsplan dan ook de bestemming van bollengrond die nu niet in gebruik is als bollengrond wijzigt?
Antwoord 1 Nee, het feit dat het bollenareaal in het Programma LGDG wordt gedefinieerd op basis van BRPgegevens betekent niet dat de bestemming van gronden die tijdelijk niet beteeld zijn automatisch moet worden gewijzigd. Alleen bij een gemotiveerde afweging kan een wijziging plaatsvinden, bijvoorbeeld via de nota ‘Niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond’.
Vraag 2 hoeveel geld is gemoeid geweest met de sanering van bedrijfsopstallen door de GOM en hoeveel hebben eigenaren van de opstallen aan deze sanering bijgedragen? Vraag 2 krijg ik dan graag vertrouwelijk/geheim beantwoord.
Antwoord 2 Zoals eerder aangegeven betreft het privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de GOM en de betrokken eigenaren. Deze informatie is niet openbaar en kan niet, ook niet vertrouwelijk, worden gedeeld. Voor inzicht verwijzen wij naar het jaarverslag 2024 van de GOM en de interactieve kaart op de website. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 3 Het antwoord hoeveel bedrijven nu bijdragen aan sanering is dus nog niet helder. Waarop wordt die bijdrage gebaseerd? Graag zouden we daar werkelijk inzicht in willen hebben. Daar zullen toch beleidsregels of iets dergelijks of richtlijnen voor zijn? Graag ontvangen we die.
daar wil ik natuurlijk dan graag weten wat er met het getaxeerde bedrag gebeurt. Wordt dat betaald aan de eigenaar? Hoe wordt gekomen tot het vaststellen van wie wat betaalt en/og ontvangt? Daar zullen handelingsregels en/of afspraken over zijn. Daar zou ik graag inzicht in willen hebben.
Antwoord 3 Zoals eerder aangegeven worden vergoedingen verstrekt op basis van een onafhankelijke taxatie door een gecertificeerd taxateur. Het getaxeerde bedrag wordt, conform de contractuele afspraken, aan de eigenaar betaald. Over de hoogte van de vergoeding wordt niet onderhandeld; in de waardebepaling wordt rekening gehouden met de staat van het vastgoed en het verkoop- of verhuurperspectief binnen de geldende bestemming.
Elke sanering is uniek. Het uitvoeren van taxaties is maatwerk, waarbij de uitkomst afhankelijk is van de getaxeerde opstallen. Ook de kosten die agrariërs maken voor het saneren verschillen per geval.
Hierdoor is het niet mogelijk om aan te geven hoeveel agrariërs zelf bijdragen aan de sanering.
Deze werkwijze is vastgelegd in de interne procedures van GOM en wordt gecontroleerd door de Raad van Commissarissen en accountants. Voor verdere toelichting verwijzen wij naar het jaarverslag 2024 van de GOM (pagina 27). De bijdrage die de GOM doet in geval van sanering is onderdeel van de uitvoering van de GOM en niet van het college.
Vraag 4 Vraag 4 is al beantwoord en hierover zijn geen vervolgvragen gesteld.
Vraag 5 Het antwoord op vraag 25 lijkt te wijzen op het idee dat het niet de bedoeling is dat er nieuwe huisvesting gebouwd wordt op het terrein van agrariërs. Klopt dat? Staat er in het programma niet een omschrijving die uitwerking hiervan in het omgevingsplan juist wel mogelijk maakt/logisch maakt? bijv. "De arbeidsmigranten hebben we in beeld en zijn zoveel mogelijk gehuisvest bij het bedrijf waar ze werken" en "kleinschalige huisvesting op erven." Antwoord 5 Zoals eerder aangegeven is het uitgangspunt dat huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische ondernemingen alleen wordt gerealiseerd zonder verlies van bollenareaal. In de gemeente Noordwijk zijn hiervoor drie pilots gestart, waarbij compensatie een rol kan spelen, maar deze pilots vinden veelal plaats op bestaande bouwvlakken. Voor overige huisvesting wordt ingezet op het gebruik van bestaande agrarische bebouwing. Daarom is in de ruimteberekening geen extra ruimtebeslag opgenomen. Nieuwe huisvesting op het terrein van agrariërs is daarmee echter niet uitgesloten. Het Programma LGDG biedt namelijk ruimte voor kleinschalige huisvesting op erven. Wel richt Noordwijk zich in de eerste plaats op het benutten van bestaande agrarische bebouwing, zoals genoemd in de Beleidsregel “Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek”.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Noordwijk {{esl:Signer1:Capture:size(200,50)}}
Pagina 2 van 3
{{esl:Signer2:Capture:size(200,50)}}
Mw. E.M. Overzier secretaris
Pagina 3 van 3
mr. B.B. (Bernt) Schneiders waarnemend burgemeester
Bekijk de brief: 20251118 4 Beantwoording vragen Prog. LGDG
Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordwijkerhout (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.