Raadsbrief beantwoording schriftelijke vragen D66 DEF
Een raadslid stelde op 21 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout (8 vragen).
In het kort
8 vragen en wat het college antwoordt
- Zijn de voorwaarden in Artikel 2 lid 1 daadwerkelijk (juridisch) te handhaven door de gemeente Noordwijk? → Ja, de voorwaarden in artikel 2 lid 1 zijn juridisch te handhaven.
- Gaat het handelen van ouders een voorwaarde zijn voor het wel of niet geven van jeugdhulp (zoals in Artikel 2 lid 6 aangegeven)? → Mag de inzet van ouders een reden zijn om hulp door de gemeente aan kwetsbare kinderen te weigeren?
- In hoeverre zijn Artikel 10 lid 2b en 2f gecheckt op rechtmatigheid? → Welk risico loopt de gemeente dat lid 2b gezien wordt als strijdig met het recht op jeugdhulp?
- Is de eis in Artikel 11.1 dat een ondertekend ondersteuningsplan verplicht is rechtmatig? → Ja, deze eis is rechtmatig.
- Denkt u dat Artikel 11.3, waarbij het College de uitspraak van een jeugdrechter opnieuw beoordeeld rechtmatig is? → Ja, dit artikel is juridisch houdbaar.
- In Artikel 13 ontbreekt het aan algemeen geldende kwaliteitsnormen. → Denk bijvoorbeeld aan: • verplichting tot kwaliteitscertificering (HKZ, ISO) • verplichting tot meldcode huiselijk geweld • verplichting tot incidentenregistratie • verplichting tot…
- De eisen aan het toekennen van een PGB zijn zeer zwaar (Hoofdstuk 6). → • Artikel 18: Zeer strikte pgb vaardigheidseisen • Artikel 20: Zware kwaliteitseisen die informele hulp beperken Antwoord: Ja, deze eisen zijn rechtmatig en sluiten aan bij de landelijke…
- Kan het college een vergelijking maken met andere gemeenten te laten zien in hoeverre onze gemeente streng, danwel ruimhartig is in het toekennen van jeugdhulp? → We denken daarbij aan een vergelijking binnen onze eigen regio (HLT/Katwijk) en met een gemeente buiten onze regio.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Zijn de voorwaarden in Artikel 2 lid 1 daadwerkelijk (juridisch) te handhaven door de gemeente Noordwijk?
Antwoord van het college
Ja, de voorwaarden in artikel 2 lid 1 zijn juridisch te handhaven. Het uitgangspunt van eigen kracht en gebruikelijke hulp volgt rechtstreeks uit de Jeugdwet en de rechtspraak. De verordening maakt dit concreet met objectieve en toetsbare criteria, zoals draagkracht, draaglast en beschikbaarheid van het netwerk (zie ook Toelichting bij artikel 2), waar staat dat het gaat om een redelijke verwachting zonder dat ouders overbelast raken of in financiële problemen komen. Wij verwezen ook naar de richtlijnen voor gebruikelijke hulp die in de toelichting achter de verordening zijn opgenomen. Besluiten worden altijd vastgelegd in een gemotiveerde beschikking, waardoor rechtsbescherming is geborgd. Hiermee is sprake van een concreet en uitvoerbaar toetsingskader voor het college en het sociaal wijkteam. Vraag:
Vraag 2
Gaat het handelen van ouders een voorwaarde zijn voor het wel of niet geven van jeugdhulp (zoals in Artikel 2 lid 6 aangegeven)?
Antwoord van het college
Mag de inzet van ouders een reden zijn om hulp door de gemeente aan kwetsbare kinderen te weigeren? Antwoord: Nee, het handelen of de inzet van ouders is geen zelfstandige weigeringsgrond. De Jeugdwet en de verordening gaan uit van de primaire verantwoordelijkheid van ouders, maar alleen als hulp binnen het gezin of netwerk redelijkerwijs mogelijk is, kan dit leiden tot geen inzet van een individuele voorziening (zie Toelichting bij artikel 2). Bij overbelasting of onvermogen van ouders wordt juist wel ondersteuning geboden. De inzet van ouders is dus een afwegingsfactor, geen uitsluitingsgrond op zichzelf. Vraag:
Vraag 3
In hoeverre zijn Artikel 10 lid 2b en 2f gecheckt op rechtmatigheid?
Antwoord van het college
Welk risico loopt de gemeente dat lid 2b gezien wordt als strijdig met het recht op jeugdhulp? En is er een risico op willekeur met betrekking tot lid 2f, omdat dit lid vaag geformuleerd is? Antwoord: Deze bepalingen zijn juridisch getoetst en passen binnen de Jeugdwet. Lid 2b zorgt ervoor dat eerst wordt gekeken of andere hulp (zoals Wmo of zorgverzekering) passender is. Dit sluit aan bij het principe van voorliggende voorzieningen. Lid 2f voorkomt dat jeugdhulp wordt ingezet waar normalisering of acceptatie beter past. Het wijzigingspakket benadrukt dat uitsluitingsgronden altijd zorgvuldig en individueel moeten worden toegepast. Het risico op willekeur wordt beperkt doordat elk besluit goed gemotiveerd moet zijn en bezwaar mogelijk is. Vraag:
Vraag 4
Is de eis in Artikel 11.1 dat een ondertekend ondersteuningsplan verplicht is rechtmatig?
Antwoord van het college
Ja, deze eis is rechtmatig. Het ondersteuningsplan fungeert als aanvraag en onderbouwing van het besluit. Het zorgt voor zorgvuldigheid en rechtszekerheid voor de aanvrager. Vraag:
Vraag 5
Denkt u dat Artikel 11.3, waarbij het College de uitspraak van een jeugdrechter opnieuw beoordeeld rechtmatig is?
Antwoord van het college
Ja, dit artikel is juridisch houdbaar. De Jeugdwet kent meerdere verwijzers, maar de gemeente blijft verantwoordelijk voor inzet en bekostiging van jeugdhulp. De toelichting bij artikel 11 lid 3, maakt duidelijk dat het college geen inhoudelijke herbeoordeling doet van de rechterlijke uitspraak, maar wel een toets op de noodzakelijkheid van een jeugdhulpvoorziening uitvoert. Dit mag niet leiden tot feitelijke weigering van noodzakelijke hulp; dit wordt geborgd via motivering en rechtsbescherming. Passende hulp kan immers ook gelegen zijn in de verwijzing naar een algemene voorziening. Pagina 2 van 4 Vraag:
Vraag 6
In Artikel 13 ontbreekt het aan algemeen geldende kwaliteitsnormen. Andere gemeenten werken hier wel mee. Is niet verstandig kwaliteitsnormen in deze verordening op te nemen?
Antwoord van het college
Denk bijvoorbeeld aan: • verplichting tot kwaliteitscertificering (HKZ, ISO) • verplichting tot meldcode huiselijk geweld • verplichting tot incidentenregistratie • verplichting tot transparantie over eigendomsstructuur Antwoord: De verordening bevat wel kwaliteitswaarborgen, maar kiest voor een andere vorm. In artikel 13 worden integriteits- en betrouwbaarheidseisen aan aanbieders gesteld (zie Toelichting bij artikel 13). Aanvullende kwaliteitseisen zijn deels wettelijk geregeld (Jeugdwet) en deels vastgelegd in contracten en nadere regels. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om bijvoorbeeld extra certificeringseisen (zoals HKZ/ISO) op te nemen in de verordening, maar de het risico is dat dit kan leiden tot minder flexibiliteit en meer administratieve lasten. Vraag:
Vraag 7
De eisen aan het toekennen van een PGB zijn zeer zwaar (Hoofdstuk 6). Heeft het college onderstaande twee punten laten checken op rechtmatigheid?
Antwoord van het college
• Artikel 18: Zeer strikte pgb vaardigheidseisen • Artikel 20: Zware kwaliteitseisen die informele hulp beperken Antwoord: Ja, deze eisen zijn rechtmatig en sluiten aan bij de landelijke lijn van het Ministerie van VWS. Het uitgangspunt van VWS is dat een PGB bedoeld is om eigen regie en keuzevrijheid mogelijk te maken, mits de aanvrager het budget verantwoord kan beheren of daarbij passende ondersteuning heeft. De toets op pgb-vaardigheid is geen extra drempel, maar een noodzakelijke waarborg voor een verantwoorde en uitvoerbare inzet van het PGB. De verordening Noordwijk 2026 sluit hierop aan. De verordening sluit niemand automatisch uit van een pgb. Er wordt altijd individueel beoordeeld of een pgb passend en verantwoord is. Factoren zoals schulden of psychische problematiek zijn geen uitsluitingsgronden, maar signalen waarop extra zorgvuldig wordt beoordeeld of iemand een pgb goed kan beheren Vraag:
Vraag 8
Kan het college een vergelijking maken met andere gemeenten te laten zien in hoeverre onze gemeente streng, danwel ruimhartig is in het toekennen van jeugdhulp?
Antwoord van het college
We denken daarbij aan een vergelijking binnen onze eigen regio (HLT/Katwijk) en met een gemeente buiten onze regio. Antwoord: Noordwijk heeft samen met de andere gemeenten in Holland Rijnland gekozen voor een scherpere afbakening van de jeugdhulpplicht. Deze keuze is regionaal afgestemd, gebaseerd op een gezamenlijke werkgroep van 13 gemeenten, best practices en juridische toetsing (zie toelichting onder punt 1.3 aanpak). Binnen de regio zijn de verordeningen grotendeels vergelijkbaar, omdat is gestuurd op uniformiteit, waarbij ook is afgestemd met HLT vanwege de gezamenlijke Vi1-aanbieder. Pagina 3 van 4
Bekijk de brief: Raadsbrief beantwoording schriftelijke vragen D66 DEF
Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordwijkerhout (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.