8 mei 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Noordwijkerhout

vragen Nota Overheidsparticipatie _ Participatieverordening

Een raadslid stelde op 8 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Vraag: Welk budget is nodig voor opstellen en uitvoeren van het nieuwe beleid? → Voor de uitvoering van het nieuwe beleid is op dit moment geen extra budget of capaciteit nodig.
  • Vraag: Wat is er in de tot op heden vastgelegd/besloten over de positie van het referendum? → Tijdens de informele sessie met de gemeenteraad op 24 april 2024 is besproken dat het referendum niet specifiek wordt genoemd in de ‘Nota Inwonersparticipatie’.
  • Vraag: Is het uitdaagrecht nu al opgenomen in de Gemeentewet en vloeit uit het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht een besluit in de zin van de Algemene wet… → Per 1 januari 2025 is de Wet participatie op decentraal niveau in werking getreden.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording vragen Nota overheidsparticipatie / Participatieverordening

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Vraag: Welk budget is nodig voor opstellen en uitvoeren van het nieuwe beleid?

Antwoord van het college

Voor de uitvoering van het nieuwe beleid is op dit moment geen extra budget of capaciteit nodig. De beleidsstukken zijn opgesteld door onze eigen medewerkers.

We verwachten dat ook de uitvoering binnen de huidige formatie kan plaatsvinden.

Team Participatie bestaat uit 3,34 FTE. Dit is inclusief de wijkregisseur. Het team is onderdeel van de vaste formatie welke is opgenomen in de gemeentelijke begroting.

Daarnaast zijn er vanuit de afdelingen communicatie en juridische zaken uren besteed aan de beleidsstukken.

Mocht het aantal initiatieven hoger uitvallen dan voorzien, dan kan dit invloed hebben op de benodigde capaciteit. In dat geval zullen we bij een volgende begrotingswijziging een nadere financiële onderbouwing geven en waar nodig aanvullende middelen voorstellen.

Vraag 2

Vraag: Wat is er in de tot op heden vastgelegd/besloten over de positie van het referendum?

Antwoord van het college

Tijdens de informele sessie met de gemeenteraad op 24 april 2024 is besproken dat het referendum niet specifiek wordt genoemd in de ‘Nota Inwonersparticipatie’. Dat is een bewuste keuze. In ons beleid benoemen we geen vaste participatievormen, zodat we per situatie kunnen bepalen wat het beste werkt. Deze flexibiliteit stelt ons in staat om maatwerk te leveren en steeds de meest passende participatiemethode te kiezen, afgestemd op de context. Het referendum is één van de beschikbare participatiemiddelen, en is daarom opgenomen in de bredere 'toolbox' van participatiemethoden. Dit betekent dat het referendum kan worden ingezet wanneer dat passend is.

Vraag 3

Vraag: Is het uitdaagrecht nu al opgenomen in de Gemeentewet en vloeit uit het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, met bijbehorende rechtsmiddelen, voort?

Antwoord van het college

Per 1 januari 2025 is de Wet participatie op decentraal niveau in werking getreden.

Deze wet brengt onder andere een wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet mee. Artikel 150 van de Gemeentewet luidt sinds 1 januari 2025 als volgt:

1. De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken.

2. Indien de raad de in het eerste lid bedoelde betrokkenheid regelt in de vorm van inspraak, dan wordt deze verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij in de verordening anders is bepaald.

3. In de verordening worden voorwaarden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen de volgende taken kunnen uitvoeren:

a. taken inzake de huishouding van de gemeente waarvan de raad de uitvoering aan het gemeentebestuur heeft opgedragen;

b. taken waarvan de uitvoering bij of krachtens een andere dan deze wet van het gemeentebestuur is gevorderd, voor zover de uitvoering van de taak door een ander dan het gemeentebestuur met het bij of krachtens die wet bepaalde niet in strijd is.

Uit deze tekst volgt dat de wetswijziging de gemeenteraden verplicht tot het vaststellen van een participatieverordening. Dat is de verordening die nu in route is gebracht. Artikel 150, derde lid van de Gemeentewet geeft daarbij aan dat de verordening voorwaarden stelt voor het uitvoeren van taken van de gemeente (het uitdaagrecht).

Eenvoudig gezegd verplicht artikel 150 van de Gemeentewet de gemeenteraden dus om een participatieverordening vast te stellen, en daarin op te nemen hoe burgers kunnen participeren. Dat is de verordening die nu in de besluitvormingsroute is gebracht.

Het uitdaagrecht is één van vele mogelijke vormen van participatie. Wij hebben ervoor gekozen niet alle optionele vormen te benoemen in de verordening. Wel is het uitdaagrecht uiteraard één van de opties, en kunnen de burgers van Noordwijk hier gebruik van maken. Dit kan overigens ook op grond van bijvoorbeeld artikel 5 van de Grondwet (het petitierecht) of artikel 2.6.7 van de Wet maatschappelijke ontwikkeling.

Artikel 150 van de Gemeentewet spreekt niet over besluitvorming in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit de Awb volgt dat onder een besluit wordt verstaan ‘een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling’. Ook volgt uit de Awb dat sprake moet zijn van een aanvraag, waarop het besluit volgt. Over de vraag of in het geval van een verzoek op grond van de participatieverordening een besluit op grond van de Awb volgt, zijn de meningen van de deskundigen verdeeld. Voor de volledigheid is deze vraag uitgezet bij de VNG, om na te vragen hoe zij dit met hun modelverordening hebben bedoeld. Het antwoord van de VNG is als volgt: “Onze indruk, en ook die van een aantal andere juristen die wij hierover gesproken hebben, is dat het geen besluit is omdat het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht niet gericht is op rechtsgevolg. Maar er is in de wetsgeschiedenis niks over gezegd en het zou best kunnen dat een rechter tot de conclusie komt dat het wel een besluit is. Dat is wellicht ook afhankelijk van waar het uitdaagrecht op ziet.

Vooralsnog nemen wij dus aan dat het niet vatbaar is voor bezwaar en beroep. Om die reden wordt in de modelverordening ook gesproken over een reactie op het verzoek en geen besluit op het verzoek.” Wij volgen dit standpunt van de VNG.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen Nota Overheidsparticipatie _ Participatieverordening

Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordwijkerhout (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Noordwijkerhout

Alle artikel 35-vragen in Noordwijkerhout