de FUMO
Heuvelman stelde op 1 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Wat is het actuele ziekteverzuim bij de FUMO, zowel organisatie breed als specifiek bij bedrijfsvoering, en welke verbeter afspraken zijn daarover gemaakt? → Het ziekteverzuim bij de FUMO bedraagt organisatiebreed circa 8%.
- Welke concrete resultaten verwacht het college van de extra middelen voor bedrijfsvoering, ICT en P&O, en wanneer wordt de raad daarover geïnformeerd? → Het college verwacht dat de extra middelen voor bedrijfsvoering, ICT en P&O leiden tot een structureel sterkere en minder kwetsbare FUMO.
- Hoe voorkomt het college dat incidenteel genoemde ICT- en ontwikkelkosten structureel onderdeel worden van de deelnemersbijdrage? → Het college voorkomt dat incidentele ICT- en ontwikkelkosten structureel onderdeel worden van de deelnemersbijdrage door deze kosten duidelijk te onderscheiden van de reguliere uitgaven.
- Waarom acht het college de productiviteitsnorm realistisch, terwijl recente realisaties lager lagen? → Het college acht de productiviteitsnorm realistisch omdat deze in de begroting bewust is bijgesteld op basis van de feitelijke realisaties van de afgelopen jaren, die lager lagen dan eerder…
- Welke taakuitbreidingen mag de FUMO niet uitvoeren zonder expliciet raadsbesluit? → De FUMO voert haar werkzaamheden uit binnen de kaders van de gemeenschappelijke regeling en de jaarlijks vastgestelde begroting.
- Kan het college uitsluiten dat de FUMO-taken uitvoert die primair bij landelijke toezichthouders, zoals de NVWA, thuishoren? → De FUMO opereert binnen haar eigen wettelijke opdracht als omgevingsdienst, gericht op vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en fysieke leefomgeving.
- Wat is in OWO-verband concreet afgesproken over kostenbeheersing, taakafbakening, productiviteit en dienstverlening? → In OWO-verband is afgesproken om gezamenlijk op te trekken richting de FUMO, waarbij de OWO-gemeenten vanuit een constructief kritische houding samenwerken.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Mededeling aan de raad Van Datum B&W Onderwerp Portefeuillehouder Domein
: : : : :
Burgemeester en wethouders 30 juni 2026 Schriftelijke vragen VPO over de FUMO Lisa Edema Ruimte
Kennis te nemen van De beantwoording van de schriftelijke vragen van mevrouw Heuvelman van de VPO naar aanleiding van de FUMO ontwerpbegroting 2027,
Inleiding Op 1 juni 2026 heeft de VPO schriftelijke vragen gesteld over de FUMO (S-001). In de mededeling aan de raad worden de schriftelijke vragen beantwoord.
Kernboodschap Met deze mededeling aan de raad worden de schriftelijke vragen van mevrouw Heuvelman van de fractie VPO beantwoord, waarbij de nummering van de fractie is aangehouden.
Vragen en antwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat is het actuele ziekteverzuim bij de FUMO, zowel organisatie breed als specifiek bij bedrijfsvoering, en welke verbeter afspraken zijn daarover gemaakt?
Antwoord van het college
Het ziekteverzuim bij de FUMO bedraagt organisatiebreed circa 8%. Binnen de afdeling bedrijfsvoering is sprake van een aanzienlijk hogere belasting: bij deze afdeling is een sterk oplopend ziekteverzuim zichtbaar, met een piek van ruim twintig procent . Om dit te verbeteren wordt de bedrijfsvoering versterkt en wordt gericht gewerkt aan professionalisering van organisatie, leiderschap en cultuur, waarbij ook P&O een aanpak heeft uitgewerkt om het verzuim terug te dringen. Het verzuim hangt bovendien samen met de productiviteitsnorm, die daarom realistischer naar beneden is bijgesteld om de werkdruk te verlagen en beter aan te sluiten op de praktijk.
Vraag 2
Welke concrete resultaten verwacht het college van de extra middelen voor bedrijfsvoering, ICT en P&O, en wanneer wordt de raad daarover geïnformeerd?
Antwoord van het college
Het college verwacht dat de extra middelen voor bedrijfsvoering, ICT en P&O leiden tot een structureel sterkere en minder kwetsbare FUMO. Dit gebeurt door het versterken van de bedrijfsvoering en interne sturing, het moderniseren van de informatievoorziening en het verbeteren van de personele bezetting en organisatieontwikkeling. Dit moet resulteren in meer continuïteit, voorspelbaarheid en een kwalitatief betere uitvoering van de VTH-taken en advisering. De raad wordt hierdoor de FUMO over geïnformeerd via de reguliere P&C-documenten van de FUMO en via inhoudelijke verantwoordingsdocumenten zoals het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag van de FUMO, waarbij 2027 als investeringsjaar geldt en de resultaten in de daaropvolgende jaren zichtbaar worden.
Vraag 3
Hoe voorkomt het college dat incidenteel genoemde ICT- en ontwikkelkosten structureel onderdeel worden van de deelnemersbijdrage?
Antwoord van het college
Het college voorkomt dat incidentele ICT- en ontwikkelkosten structureel onderdeel worden van de deelnemersbijdrage door deze kosten duidelijk te onderscheiden van de reguliere uitgaven.
Incidentele investeringen, zoals voor nieuwe systemen of verbetertrajecten, worden tijdelijk en afzonderlijk in de begroting opgenomen en niet automatisch doorvertaald naar structurele kosten.
Tegelijkertijd wordt kritisch gekeken naar het effect van deze investeringen, bijvoorbeeld of ze op
termijn juist leiden tot lagere kosten of efficiënter werken. Door dit onderscheid en deze jaarlijkse afweging blijft de deelnemersbijdrage hoofdzakelijk gericht op de structurele taken en wordt voorkomen dat tijdelijke uitgaven ongemerkt permanent worden. Daarnaast wordt de raad via de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting in positie gebracht om te reageren op eventuele structurele doorwerking van taken en kosten.
Vraag 4
Waarom acht het college de productiviteitsnorm realistisch, terwijl recente realisaties lager lagen?
Antwoord van het college
Het college acht de productiviteitsnorm realistisch omdat deze in de begroting bewust is bijgesteld op basis van de feitelijke realisaties van de afgelopen jaren, die lager lagen dan eerder werd aangenomen. Daarmee sluit de norm beter aan bij wat in de praktijk haalbaar is, in plaats van een theoretisch uitgangspunt. Tegelijkertijd wordt ingezet op versterking van de organisatie, onder andere via verbetering van de bedrijfsvoering, duidelijkere sturing en betere ondersteuning van medewerkers.
Deze maatregelen dragen eraan bij dat de randvoorwaarden voor het werk verbeteren en daarmee een positief effect kunnen hebben op de haalbaarheid én op termijn mogelijk zelfs een stijging van de productiviteitsnorm ondersteunen.
Vraag 5
Welke taakuitbreidingen mag de FUMO niet uitvoeren zonder expliciet raadsbesluit?
Antwoord van het college
De FUMO voert haar werkzaamheden uit binnen de kaders van de gemeenschappelijke regeling en de jaarlijks vastgestelde begroting. In de praktijk worden taakuitbreidingen in de uitvoering afgestemd tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, bijvoorbeeld via de jaarlijkse uitvraag van werkzaamheden.
Wanneer een deelnemer extra taken bij de FUMO wil beleggen, worden deze vertaald naar uren en middelen en verwerkt in de ontwerpbegroting. De raad wordt vervolgens via deze ontwerpbegroting in positie gebracht om hierop te reageren met een zienswijze. Op deze manier vindt de invulling van taken in de uitvoering plaats, terwijl de financiële controle en besluitvorming bij de raad geborgd blijft via de begrotingscyclus.
Vraag 6
Kan het college uitsluiten dat de FUMO-taken uitvoert die primair bij landelijke toezichthouders, zoals de NVWA, thuishoren?
Antwoord van het college
De FUMO opereert binnen haar eigen wettelijke opdracht als omgevingsdienst, gericht op vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en fysieke leefomgeving. Hierbij wordt gewerkt binnen landelijke kaders en in afstemming met andere toezichthouders, waarbij ieders rol en verantwoordelijkheid is afgebakend. In de praktijk betekent dit dat de FUMO geen taken overneemt die primair bij andere overheidsinstanties zoals de NVWA horen, maar dat er wel afstemming en samenwerking plaats kan vinden in situaties waarin verschillende toezichtdomeinen elkaar raken en meerdere bevoegdheden samenkomen. Dit betreft dus samenwerking tussen aangrenzende toezichtdomeinen, waarbij iedere partij vanuit de eigen wettelijke bevoegdheid blijft handelen.
Vraag 7
Wat is in OWO-verband concreet afgesproken over kostenbeheersing, taakafbakening, productiviteit en dienstverlening?
Antwoord van het college
In OWO-verband is afgesproken om gezamenlijk op te trekken richting de FUMO, waarbij de OWO-gemeenten vanuit een constructief kritische houding samenwerken. Dit geldt ook voor thema’s als kostenbeheersing, taakafbakening, productiviteit en dienstverlening. Daarbij wordt het belangrijk gevonden dat bij de FUMO de basis op orde is, in de zin van een goed functionerende en voorspelbare uitvoering van de bestaande taken. Vanuit dit uitgangspunt wordt ook ingezet op vraaggestuurd werken, zodat de inzet van de FUMO beter aansluit bij de behoeften van de gemeenten. De OWOgemeenten richten zich daarmee op gezamenlijke afstemming richting de FUMO, terwijl tegelijkertijd is afgesproken dat iedere gemeente de ruimte houdt om een eigen zienswijze in te dienen wanneer standpunten binnen het OWO-verband uiteenlopen, zodat de bestuurlijke autonomie geborgd blijft.
Vervolg N.v.t.
Bijlagen
1. Schriftelijke vragen S-001 VPO- FUMO
Bekijk de brief: Mededeling aan de Raad - Beantwoording schriftelijke vragen VPO over de FUMO
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ooststellingwerf (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.