schriftelijke vragen GroenLinks jeugdhulp
Een raadslid stelde op 13 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Mededeling aan de Gemeenteraad Van
:
Burgemeester en wethouders
Datum B&W
:
12-03-2024
Onderwerp
:
Beantwoording schriftelijke vragen GroenLinks over jeugdzorg
Portefeuillehouders
:
Esther Verhagen en Jan van Weperen
Domein
:
Samenleving
Kennis te nemen van De beantwoording van de schriftelijke vragen van 11 maart 2024 van GroenLinks over het stuk over jeugdzorg.
Kernboodschap Vraag 1 Algemeen (politiek): in november is een motie aangenomen over de jeugdzorg. Hoe is in deze mededeling en het onderzoek die uitspraak van de raad meegenomen?
Antwoord In onze gemeente zijn er zorgen over de financiële houdbaarheid van jeugdhulp. In de motie ‘Toekomst van de jeugdzorg’ gedateerd 7 november 2023 heeft de raad uitgesproken dat “een stijging van kosten ten gevolgen van het kunnen aanbieden van goede tijdige benadeling acceptabel is en dat hier ruimte voor moet zijn, ten goede van onze jeugd”. De uitgangspunten van ons jeugdbeleid is onder andere gebaseerd op de kwaliteitsdriehoek, die ook geborgd is in onze visie op samenleven en de monitoring van het sociaal domein. De kwaliteitsdriehoek houdt in dat er een balans is tussen de kwaliteit van de zorg, de kosten en cliënttevredenheid. De driehoek is op dit moment uit balans omdat de tekorten op jeugdhulp explosief stijgen.
Ook werd in de motie aangegeven dat het college gaat onderzoeken waar de jeugdzorg in onze gemeente efficiënter kan, bijvoorbeeld door preventie, nazorg of eerder ingrijpen. Dit onder andere om lagere zorgkosten op lange termijn te bewerkstelligen. De rapportage van 7 maart 2024 over grip krijgen op de jeugdzorgkosten laat een aanbeveling zien van meer gebruik maken van het voorliggend veld (preventie). De rapportage laat tevens zien waar de effectiviteit van de jeugdzorg verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door de achterliggende problematiek uitgebreider in kaart te brengen zodat de geboden jeugdzorg beter aansluit bij de hulpvraag. Ook laat de rapportage zien dat we jeugdigen relatief vroeg in beeld hebben. Concluderend, de uitspraak van de raad is op verschillende punten meegenomen in de rapportage.
Vraag 2 Pg. 3: 'Niet de jaarlijkse instroom...' Als er geen sprake is van uitstroom, lijkt het er op dat er sprake is van zwaardere zorg. Klopt dat beeld?
Antwoord In sommige gevallen is er sprake van complexe problematiek waardoor jeugdigen langdurig met zware zorg in jeugdzorg verblijven. Dit is echter niet altijd het geval. Uit de rapportage blijkt dat het uitblijven
van uitstroom van jeugdigen uit jeugdzorg samenhangt met de suboptimale effectiviteit van de geboden hulp. Een van de aanbevelingen van de rapportage is dan ook het uitgebreider uitvragen van achterliggende problematiek, zodat de geboden jeugdhulp de wortels van de oorzaak achter de hulpvraag aanpakt.
Vraag 3 Pg. 3. 'Wachtlijsten in de zorg....' Leiden deze wachtlijsten ook niet juist tot het moeten aanbieden van zwaardere zorg? Problemen die bij het melden nog relatief klein kunnen zijn, kunnen zich uitbouwen tot grotere problemen indien er een aantal maanden tussen zitten.
Antwoord Wachtlijsten in de zorg komt ook voor binnen onze gemeente. Echter, de wachtlijstproblematiek is bij ons minder groot dan in andere gemeenten. Binnen onze gemeente wordt een spoedvraag per direct opgepakt via de bureaudienst. De reguliere wachttijd is 3 maanden waarbij er een inschatting wordt gemaakt of de problematiek groter wordt tijdens het wachten. Na 5 werkdagen is er contact met het gezin en wordt de urgentie van de hulpvraag nog een keer besproken en opnieuw beoordeeld. Daarbij wordt ook gekeken of er voorliggende voorzieningen zijn waar al eerder gebruik gemaakt van kan worden. Gezinnen kunnen altijd de bureaudienst bereiken wanneer er vragen zijn of behoefte hebben om af te stemmen wanneer bijvoorbeeld de problematiek verergerd.
Vraag 4 Pg. 4. 'Een mogelijkheid...' Het lijkt logisch om te constateren dat er binnen gezinnen soms iets mis gaat, ook door het hoge aantal kinderen uit hetzelfde gezin dat zorg nodig heeft (pg. 3). Indien we ouders hulp bieden bij de problemen (lange termijn), hebben we dan nog oog voor de kinderen die daardoor ook problemen kunnen ervaren, zodat kinderen niet van de regen in de drup geraken? Financiële problematiek is niet zomaar opgelost.
Antwoord Ja er is oog voor kinderen. Het aanbieden van hulp bij ouders sluit niet uit dat de kinderen geen hulp (meer) krijgen. Het betekend dat de achterliggende oorzaak van de problematiek die bij ouders ligt en uiteindelijk bij kinderen naar voren komt wordt aangepakt. Deze effectieve hulp aan ouders wordt daarbij niet enkel ingezet vanuit de Jeugdwet. Op de lange termijn zal dit leiden tot een snellere uitstroom in jeugdzorg omdat de oorzaak wordt aangepakt en niet enkel wordt ingezet op symptoombestrijding. Op deze manier wordt voorkomen dat kinderen niet van de regen in de drup raken. _________________________________________________________________________________ Vraag 5 Pg 4. ' Deze inspanningen...' Hoe wordt door ouders/jongeren gereageerd op deze verminderde doorverwijzingen?
Antwoord Verminderde verwijzing naar de jeugdzorg door huisartsen betekent niet dat deze ouders/jongeren niet ondersteund zijn. Onze gebiedsteammedewerkers zijn aanwezig bij huisartsen als consulent jeugd. Deze consulenten bieden een aantal consulten aan en kunnen indien nodig ook doorverwijzen naar jeugdzorg. Wanneer tijdens de consulten blijkt dat jeugdzorg niet passend is bij de hulpvraag dan wordt er niet verwezen naar jeugdhulp, maar wordt er tijdens de consulten door een gebiedsteammedewerker bij de huisarts passende zorg geleverd.
Vraag 6 Pg. 4. 'Deze inspanningen...' Welk alternatief wordt er geboden als er niet wordt doorverwezen?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 5. Wanneer er niet wordt doorverwezen bij huisartsen dan zijn er naast de consulten bij de jeugdconsulenten die bij de huisarts zitten alternatieven te vinden in het voorliggend veld. Om gebruik te maken van algemene voorzieningen in het voorliggend veld is geen verwijzing of besluit van de gemeente nodig. Jeugdigen en hun ouders kunnen zich voor deze ondersteuning
rechtstreeks wenden tot het voorliggende veld. Voorbeelden van het voorliggende veld zijn het consultatiebureau waar opvoedondersteuning ingewonnen kan worden. Ook het jongerenwerk, welzijnsorganisaties en vrijwilligersorganisaties kunnen laagdrempelige ondersteuning bieden die vrij toegankelijk is voor iedere inwoner.
Vraag 7 Pg. 5. 'Om dit uit te kunnen voeren...' Dit leest alsof er nog meer administratie wordt toegevoegd bij het aanvragen van hulp. De werkdruk in de zorg en het onderwijs is vaak al hoog, is besproken met hulpverleners of dit mogelijk is? Leidt dit niet juist tot nog meer regeldruk?
Antwoord:
Uit de rapportage blijkt dat het uitblijven van uitstroom uit jeugdzorg bijdraagt aan de toename van het totaal aantal jeugdigen in jeugdzorg. De toename van het aantal jeugdigen in jeugdhulp draagt bij aan de werkdruk in de zorg. Een van de oorzaken van het uitblijven van uitstroom uit jeugdzorg is de suboptimale effectiviteit van de geboden hulp. Om de effectiviteit van jeugdhulp en daarbij een uitstroom uit de jeugdzorg te bewerkstelligen, is een betere onderbouwing van de jeugdzorg nodig. Op korte termijn zal hierdoor de regeldruk hoger worden, daar zijn we waakzaam voor. We verwachten dat het onderbouwen van de jeugdzorg op termijn leidt tot effectievere jeugdzorg met een snellere uitstroom, wat zal leiden tot een vermindering van het totaal aantal jeugdigen in jeugdzorg en daarmee een vermindering de werkdruk in de zorg.
Vraag 8 Pg. 5. ' Een conclusie kan dan ook...' Welk alternatief wordt er dan geboden?
Antwoord:
Wanneer de huidige jeugdhulp niet wordt gecontinueerd zal worden heroverwogen wat de best passende zorg is om de hulpvraag te agenderen. Een alternatief kan een andere vorm van jeugdhulp zijn of ondersteuning vanuit het voorliggend veld. Bij het voorliggend veld kan bijvoorbeeld gedacht worden aan opvoedondersteuning vanuit Humanitas of gesprekken met jongerenwerk.
Vraag 9 Pg. 5. ' Ook de rol van het voorliggend veld...'. We zien dat in het onderwijs, bij huisartsen en dergelijke de werkdruk als heel hoog wordt beschouwd, met bijvoorbeeld in het onderwijs veel burnouts. Hoe zien we dit voor ons?
Antwoord Het vergroten van de rol van het voorliggend veld ligt niet bij het onderwijs en bij de huisartsen. In het onderwijs en bij de huisartsen zitten onze gebiedsteammedewerkers en medewerkers van onze welzijnsorganisatie. Naast de welzijnsorganisatie zijn er ook een aantal vrijwilligersorganisaties die deel uitmaken van het voorliggend veld, bijvoorbeeld Humanitas, die een subsidierelatie hebben met de gemeente. Zij hebben als kerntaak om laagdrempelige ondersteuning te bieden aan onze inwoners.
Van deze ondersteuning uit het voorliggend veld kan nog meer gebruik worden gemaakt, juist om de werkdruk in het onderwijs en in de zorg te verminderen.
Vraag 10 Pg. 6.…
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen GroenLinks jeugdhulp
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ooststellingwerf (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.