BOPA.2.pdf
Een raadslid stelde op 12 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeenteraad De T datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp
2 juli 2024 M. van 't Verlaat 2024-0062241 6358 Artikel 40-vragen D66 bebouwing historisch Dijklint, verlening BOPA's
Geachte heer, mevrouw, Op 22 mei 2024 heeft de D66-fractie artikel 40 vragen gesteld omdat na de raad van 14 december 2023 niet alles duidelijk was met betrekking tot het bindend adviesrecht en deels naar aanleiding van een concreet bouwplan aan de Kerkbuurt/ Kraaihoek, welke onder de aandacht van de raad is gebracht door een bewoner. Gevraagd wordt geen uitgebreide uiteenzettingen te geven die niet direct een antwoord op de vragen zijn. Met behulp van deze raadsinformatiebrief is getracht hieraan tegemoet te komen. Helaas vraagt het specialistische en juridische karakter van de Omgevingswet soms een nuancering van hetgeen is gesteld en is beantwoording met een simpel ja of nee niet mogelijk.
Vraag 1 Zoals de D66-fractie het begrijpt worden alle aanvragen voor een omgevingsvergunning die bij de gemeente binnenkomen getoetst aan de omgevingsvisie en het omgevingsplan van rechtswege, zoals die sinds 1 januari 2024 van kracht zijn. Onder dat omgevingsplan vallen onder meer alle ruimtelijke plannen die de gemeente al had.
Vraag 1 a.
Klopt dit tot zover?
Niet helemaal. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege. Past de aanvraag niet in het omgevingsplan van rechtswege dan wordt bezien of afwijking van het omgevingsplan mogelijk is waarbij voor de afwijking wordt getoetst aan de omgevingsvisie. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit twee delen namelijk een tijdelijk deel waarvan o.a. de onherroepelijke bestemmingsplannen en beheersverordeningen deel uitmaken en van een nieuw deel waarvan bijvoorbeeld het voorbereidingsbesluit bodem deel uitmaakt.
Bij toetsing aan het omgevingsplan van rechtswege moet ook worden getoetst aan ontwerp-bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 ter inzage zijn gelegd. Deze plannen maken eveneens deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rechtswege. In casu is dat het ontwerpbestemmingsplan Dijklint.
Vraag 1 b.
Kan gesteld worden dat de Dijkvisie onderdeel is van het omgevingsplan van rechtswege en er dus onder meer aan de Dijkvisie getoetst wordt in geval van een aanvraag in dat gebied?
De Dijkvisie sec. maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan maar is separaat vastgesteld beleid. Wel is het zo dat de Dijkvisie is verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan Dijklint en in de omgevingsvisie 1.0. Bovendien dient bij een afwijking ook het vastgestelde beleid, zoals de Dijkvisie, te worden betrokken.
Vraag 1 c.
Op 05-12-2023 heeft het college het besluit Dijklint Papendrecht (NL.IMRO.0590.BPDijklint2001) genomen. Te lezen is dat dit bestemmingsplan is gebaseerd op de Nota uitgangspunten voor het Dijklint 2016 en tien karakteristieken uit de Dijkvisie Klopt het dat bij vergunningaanvragen voor een BOPA aan het bestemmingsplan wordt getoetst? En indien het antwoord op vraag b en c beide ‘ja’ is, graag een toelichting hoe dit zich verhoudt tot elkaar.
Ja het klopt dat een aanvraag omgevingsvergunning dat niet voldoet aan het vigerende bestemmingsplan daarna wordt getoetst aan het ontwerp-bestemmingsplan Dijklint om te bezien of het bouwplan voldoet aan het toekomstig bestemmingsplan.
Vraag 2 Gesteld is dat van het omgevingsplan kan worden afgeweken als ‘het plan bijdraagt aan hetgeen is opgenomen in de omgevingsvisie of daar geen afbreuk aan doet’. Het college kan dan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verlenen. Het college is het bevoegd gezag.
Kan gesteld worden dat de argumentatie om af te wijken van de omgevingsvisie, met zoveel woorden moet bevatten waarom het bijdraagt aan de visie of daar geen afbreuk aan doet?
Een afwijking van het omgevingsplan moet altijd worden gemotiveerd. In de motivatie zal worden verwezen naar de omgevingsvisie. Daarbij maakt het niet uit of het gaat om een positief of negatief besluit. Overigens is door ons college aangegeven dat geen medewerking zal worden verleend aan een aanvraag omgevingsvergunning indien deze aanvraag in strijd is met de omgevingsvisie voordat uw gemeenteraad is geconsulteerd.
Vraag 3 De raad heeft bij het vaststellen van de omgevingsvisie alle tot dan toe bekende feiten meegewogen. Zoals bij alle raadsvoorstellen gebeurt. Zo weten we als raad bijvoorbeeld al zeker tien jaar, dat Papendrecht zo goed als volgebouwd is en weten we ook al langere tijd dat er woningnood is. De raad heeft de facto gezegd: dit wetende, dan nóg willen we niet dat er in parken wordt gebouwd, stellen wij zeer strenge eisen voor bouwen aan het historisch dijklint, enz. Alle kaders zoals opgenomen in de omgevingsvisie en vallend onder het omgevingsplan.
De mening van de D66-fractie is daarom dat bij verlening van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactviteit al bekende argumenten niet als grond voor afwijking van de visie kunnen gelden. Met andere woorden: woningnood en weinig bouwruimte kunnen geen grond voor afwijking zijn.
Is het college het met ons eens dat feiten die bekend waren en meegenomen zijn bij het opstellen van de omgevingsvisie/ het omgevingsplan, niet tevens gebruikt kunnen worden als argumenten om af te wijken van diezelfde visie? Indien het antwoord ‘nee’ is, graag een
toelichting, met daarin in ieder geval de kijk op de democratische legitimiteit van het afwijkingsbesluit.
Zoals al aangegeven bij de beantwoording onder vraag 2 is het college niet voornemens medewerking te verlenen aan initiatieven die in strijd zijn met de door de raad vastgestelde omgevingsvisie. Dit betekent dat wanneer aanvragen die in strijd zijn met de omgevingsvisie en waarvan het college van mening is dat toch medewerking moet worden verleend de aanvragen omgevingsvergunning aan de gemeenteraad ter consultatie worden voorgelegd door middel van een brief waarin verzocht wordt om een reactie. Hierdoor kan de raad – mocht dat nodig zijn – aangeven dat de raad zich niet kan vinden in de motivering van het college met betrekking tot de afwijking.
Vraag 4 In het raadsvoorstel Bindend adviesrecht onder de Omgevingswet in de raad van 14 december 2023 werd de gemeenteraad gevraagd in te stemmen met onder meer: het afzien van bindend advies door de gemeenteraad bij alle bouwprojecten van minder dan 20 woningen. Bij dit voorstel werd een amendement ingediend door de D66-fractie met de titel: ‘Aanpassing bindend adviesrecht onder de Omgevingswet’. Hierin werd onder meer voorgesteld om ingeval van beeldbepalende locaties, waaronder het hele historische dijklint, de gemeenteraad wél over elke ontwikkeling in deze gebieden bindend advies te laten uitbrengen. Dit amendement is verworpen. Het college is hierin nu bevoegd.
Vraag 4a.
Voor de duidelijkheid de vraag nogmaals: Klopt het dat geen enkel bouwproject van minder dan 20 woningen aan het dijklint automatisch voor bindend advies naar de raad komt?
Allereerst is het belangrijk te benadrukken dat het een onjuiste veronderstelling is dat door de verwerping van het amendement het college nu bevoegd is. Het college is volgens de wet altijd het bevoegde orgaan om te beslissen op een aanvraag omgevingsvergunning. De raad heeft de bevoegdheid aan te geven in welke gevallen zij bindend advies wenst uit te brengen. Het college is gehouden aan dit advies van de raad bij het nemen van de beslissing op een aanvraag omgevingsvergunning. Dit betekent dus dat de raad geen bevoegdheid weggeeft bij bindend adviesrecht.
Voor wat betreft de beantwoording op de vraag is het antwoord ja.
Vraag 4 b.
Wethouder Janssen stelde in de beantwoording van vragen in de raad van 14 december 2023: “Zoals wel vaker verwoord heeft het college aangegeven dat er geen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, die BOPA’s waar we het telkens over hebben, worden verleend, wanneer het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie. Is dat wel het geval, dan moet het college met u in overleg.” Betekent dit dat aanvragen voor een omgevingsvergunning aan en op het dijklint, waarvoor een BOPA nodig is, toch altijd automatisch naar de raad komen voorafgaand aan verlening van een vergunning? En hoe verhoudt dat zich met het antwoord op vraag 4.a.?
Nee want niet elke BOPA aan het Dijklint is in strijd met de omgevingsvisie.
Vraag 4 c.
Zo ja op vraag b. Wat betekent:… met u in overleg? Betekent dit bindend advies of iets anders?
Graag helderheid over de bevoegdheid van de raad in dezen.
Hoewel de beantwoording van vraag 4b, nee is, begrijpen wij wel hetgeen u bedoelt.
Naar u toekomen betekent dat wij de raad door middel van een raadsinformatiebrief vragen of u zich kunt vinden in het verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning (dit in verband met het voldoen aan de wettelijke termijnen). De raad kan een reactie op de raadsinformatiebrief geven indien de raad het niet eens is met de motivering van het voorgenomen collegebesluit.…
Bekijk de brief: E04. 20240702 RIB beantwoording vragen D66 over BOPA.2.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Papendrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.