21 juli 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Reusel-De Mierden

20220720 Beantwoording raadsvragen mw. F. Bijl inz bestemmingsplan buitengebied Schepersweijer en Wolfsven 22.13481.pdf

Een raadslid stelde op 21 juli 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Op 27 januari 2021 is er pro forma beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank inzake Wolfsven 1. → Is het gebruikelijk dat beroep wordt ingesteld voordat het college hierover een formeel besluit heeft genomen?
  • Wat was de reden dat het college in 2015/2016 niet heeft besloten tot intrekking van de omgevingsvergunning bouwen en milieu en milieu, zeker t.a.v. de zogenaamde stal… → Welke afwegingen speelden een rol?
  • De idee achter ‘de beweging’ welke de basis was van het proces om te komen tot de structuur- cq omgevingsvisie 2018 is dat intensieve veehouderijen zich, onder… → Zo nee, waarom heeft u deze kans voorbij laten gaan?
  • In de ruimtelijke onderbouwing zien we geen toetsing aan geurnormen in de kern Reusel, enkel aan de woning gelegen aan de Lensheuvel 91 welke behoort de zogenaamde… → Antwoord 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording Raadsvragen schriftelijke vragen ex art. 33 Reglement v. Orde, mail en mondelinge vragen commissies en raad Onderwerp:

Bestemmingsplan Datum antwoord: 20 juli 2022 Buitengebied Schepersweijer 4a & Wolfsven 1 Reusel Datum vraag: 19 juli 2022 Portefeuillehouder: de heer P.J.M. van de Noort wethouder Gesteld door:

PvdA Registratienr.:

Vraag

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Op 27 januari 2021 is er pro forma beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank inzake Wolfsven 1. Dit is op 23 februari 2022 aangevuld. Hoe kan dit nu blijkt uit B&W voorstel BW21.0047 dat het college hier pas op 2 maart 2021 een besluit over heeft genomen?

Antwoord van het college

Is het gebruikelijk dat beroep wordt ingesteld voordat het college hierover een formeel besluit heeft genomen? En zo ja, waarom wordt dit dan niet vermeld in het B&W voorstel en/of B&W besluit?

Vraag 2

Wat was de reden dat het college in 2015/2016 niet heeft besloten tot intrekking van de omgevingsvergunning bouwen en milieu en milieu, zeker t.a.v. de zogenaamde stal 3, welke na 3 jaar niet was gebouwd?

Antwoord van het college

Welke afwegingen speelden een rol?

Vraag 3

De idee achter ‘de beweging’ welke de basis was van het proces om te komen tot de structuur- cq omgevingsvisie 2018 is dat intensieve veehouderijen zich, onder voorwaarden, binnen het ruimtelijke gebied met ‘primaat landbouw’ kunnen vestigen en/of ontwikkelen. De koppelkans hierbij is de afname van veehouderijen in ongewenste gebieden, de zogenaamde transitielocaties. Heeft het college overwogen om de onbenutte vergunningen van het Wolfsven, conform beleid, in te trekken zodat de ontwikkeling op de Schepersweijer mogelijk kan worden gemaakt i.c.m. een zogenaamde koppelkans transitielocatie?

Antwoord van het college

Zo nee, waarom heeft u deze kans voorbij laten gaan? Wat waren uw afwegingen?

Vraag 4

In de ruimtelijke onderbouwing zien we geen toetsing aan geurnormen in de kern Reusel, enkel aan de woning gelegen aan de Lensheuvel 91 welke behoort de zogenaamde kernrandzone. Hoe kan dit?

Antwoord van het college

Antwoord

1. Wat is de consequentie indien het ingestelde hoger beroep inzake Wolfsven 1 wordt verloren voordat de bestemmingsplanwijziging waar dit raadsvoorstel over gaat onherroepelijk wordt?

Indien de Raad van State de gemeente in het ongelijk stelt, dan blijft de uitspraak van de Rechtbank overeind en moet de gemeente opnieuw een besluit nemen over het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunningen voor de locatie Wolfsven 1.

22.13481

*22.13481*

1

2.

Welke risico’s zijn er in dit dossier wetende dat er nog een juridische procedure loopt inzake Wolfsven 1?

Met de kennis van nu kunnen een paar dingen gebeuren.

a. Als de gemeente in het gelijk wordt gesteld, dan wordt de uitspraak van de Rechtbank vermoedelijk vernietigd en blijft het besluit van de gemeente om niet in te trekken overeind. Met een vastgesteld bestemmingsplan kan invulling gegeven worden aan de planologische mogelijkheden.

b. Als de gemeente in het gelijk wordt gesteld, dan wordt de uitspraak van de Rechtbank vermoedelijk vernietigd en blijft het besluit van de gemeente om niet in te trekken overeind. Met een niet vastgesteld bestemmingsplan blijft het geldende planologische kader in stand en kan ondernemer de locatie Wolfsven 1 volgens geldende vergunningen in gebruik nemen en blijft de intensieve dierhouderij op deze locatie in stand.

c. Als de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, dan blijft de uitspraak van de Rechtbank overeind en moet de gemeente opnieuw een besluit nemen over het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunningen voor de locatie Wolfsven 1. Met een vastgesteld bestemmingsplan kan ondertussen invulling gegeven worden aan de planologische mogelijkheden. Een nieuw besluit tot intrekking is dan ook niet meer nodig, want planologisch is geregeld dat een intensieve dierhouderij niet meer is toegestaan op het Wolfsven 1 en de omgevingsvergunningen worden op verzoek van ondernemer zelf dan ingetrokken voor die locatie.

d. Als de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, dan blijft de uitspraak van de Rechtbank overeind en moet de gemeente opnieuw een besluit nemen over het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunningen voor de locatie Wolfsven 1. Met een niet vastgesteld bestemmingsplan blijft het geldende planologische kader in stand en kan ondernemer de locatie Wolfsven 1 nog steeds volgens geldende vergunningen in gebruik nemen en blijft de intensieve dierhouderij op deze locatie in stand.

e. Als de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, dan blijft de uitspraak van de Rechtbank overeind en moet de gemeente opnieuw een besluit nemen over het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunningen voor de locatie Wolfsven 1. Met een niet vastgesteld bestemmingsplan blijft het geldende planologische kader in stand en kan ondernemer de locatie Wolfsven 1 nog steeds volgens geldende vergunningen in gebruik nemen en blijft de intensieve dierhouderij op deze locatie in stand. Ondernemer zelf kan dan alsnog de keuze maken om op het Wolfsven 1 een akkerbouwbedrijf te starten, dat is altijd toegestaan binnen een bouwvlak van een agrarische bestemming. Voor de Schepersweijer 4a kan ondernemer binnen het geldende planologische kader alsnog kijken of doorontwikkeling mogelijk is.

Uiteraard bestaat de mogelijkheid ook dat beroep wordt aangetekend tegen het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt dan pas onherroepelijk na uitspraak van de Raad van State. 3.

Op 27 januari 2021 is er pro forma beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank inzake Wolfsven 1. Dit is op 23 februari 2022 aangevuld. Hoe kan dit nu blijkt uit B&W voorstel BW21.0047 dat het college hier pas op 2 maart 2021 een besluit over heeft genomen? Is het gebruikelijk dat beroep wordt ingesteld voordat het college hierover een formeel besluit heeft genomen? En zo ja, waarom wordt dit dan niet vermeld in het B&W voorstel en/of B&W besluit?

Het uitvoeringsmandaat voor het indienen van (hoger) beroep ligt bij VTH. De beslissingsbevoegdheid hiertoe ligt bij het college. Omdat de uiterste datum van indiening van het hoger beroep niet haalbaar bleek (6 weken na 23 december 2021) is in overleg met portefeuillehouder besloten eerst een pro forma beroep in te stellen.

Door de Raad van State was de termijn verlengd tot 26 februari 2021. Om vervolgens die deadline te halen is na afstemming met de portefeuillehouder het beroep alvast ingediend bij de Raad van State, waarna het in het collegevergadering van 2 maart 2021 geformaliseerd is. Had het college in de vergadering overigens anders besloten, dan had het beroep ingetrokken kunnen worden.

22.13481

*22.13481*

2

4.

Graag ontvangen wij een afschrift van het B&W voorstel/voorstellen behorende bij het raadsvoorstel dat nu voorligt.

Het B&W voorstel (BW22.0208) om het bestemmingsplan bij u aan te bieden ter vaststelling is als bijlage toegevoegd. 5.

Graag ontvangen wij een afschrift van het principebesluit dd 19 juni 2018 en het bijbehorende B&Wvoorstel aangaande de verplaatsing dierhouderij van het Wolfsven naar de Schepersweijer.

Het B&W voorstel (BW18.192) om in principe medewerking te verlenen aan het opheffen van een intensieve dierhouderij op Wolfsven 1 en de uitbreiding van de intensieve dierhouderij op Schepersweijer 4a is als bijlage toegevoegd. 6.

Wat was de reden dat het college in 2015/2016 niet heeft besloten tot intrekking van de omgevingsvergunning bouwen en milieu en milieu, zeker t.a.v. de zogenaamde stal 3, welke na 3 jaar niet was gebouwd? Welke afwegingen speelden een rol?

De reden is bij het huidige college niet bekend en niet te achterhalen aangezien de behandelend medewerkers van toen inmiddels de organisatie hebben verlaten, evenals verantwoordelijk portefeuillehouder en burgemeester. 7.

De idee achter ‘de beweging’ welke de basis was van het proces om te komen tot de structuur- cq omgevingsvisie 2018 is dat intensieve veehouderijen zich, onder voorwaarden, binnen het ruimtelijke gebied met ‘primaat landbouw’ kunnen vestigen en/of ontwikkelen. De koppelkans hierbij is de afname van veehouderijen in ongewenste gebieden, de zogenaamde transitielocaties. Heeft het college overwogen om de onbenutte vergunningen van het Wolfsven, conform beleid, in te trekken zodat de ontwikkeling op de Schepersweijer mogelijk kan worden gemaakt i.c.m. een zogenaamde koppelkans transitielocatie? Zo nee, waarom heeft u deze kans voorbij laten gaan? Wat waren uw afwegingen?

De dialoog met ondernemer en het principeverzoek dateren van voor de vaststelling van de Omgevingsvisie.

Bij het principebesluit is wel rekening gehouden met de Omgevingsvisie, maar ook met de omstandigheid dat de gesprekken al gaande waren met ondernemer om te komen tot een herontwikkeling van Wolfsven 1 en Schepersweijer 4a. Het bespreken van een andere locatie dat niet in eigendom van ondernemer is, was dan ook niet logisch. Door dit planvoornemen wordt, weliswaar binnen primaat landbouw, de belasting op de kern Reusel minder omdat de locatie Wolfsven 1 niet meer in gebruik genomen wordt als intensieve dierhouderij.

Het vormt daarmee een puzzelstukje van het groter geheel om te komen tot een verbeterd woon- en leefklimaat. 8.

In de ruimtelijke onderbouwing van Schepersweijer 4a staat in tabel 6-1 (pag 59) opgenomen dat de geurnorm van de voorgrondbelasting op toetsingslocatie Lensheuvel 91 nu 0,6ou/m3 bedraagt. Hoe kan dit aangezien in het dossier van Schepersweijer 1 (raadsvoorstel RA21.054 dd 16 november 2021) stond dat de geurnorm voorgrondbelasting na toepassing van de 50% regeling 0,4ou/m3 was op deze toetsingslocatie?

De geurnorm voor de bebouwde kom is op basis van de gemeentelijke geurverordening 0,1 ou/m3. Dit zorgt ervoor dat bij (nagenoeg) alle dierhouderijen binnen de gemeente sprake is van een overbelaste situatie.

Doordat de vergunde situatie overbelast is, wordt door toepassing van de 50%-regel per bedrijf een ‘nieuwe’ berekende geurnorm bepaald (op basis van de geurreducerende maatregelen). Bij dit bedrijf is in de huidige situatie sprake van een voorgrondbelasting van 0,6 ou/m3 op de maatgevende woning van de kern Reusel, namelijk Lensheuvel 91. De aanvraag voorziet in vermindering naar 0,5 ou/m3. Dit betekent dat de nieuwe berekende geurnorm voor dit bedrijf 0,55 ou/m3 bedraagt. Overigens is ambtelijk geconstateerd dat dit in de tabel niet juist is opgenomen. Dit wordt na vaststelling aangepast, zoals aangegeven in de nota van zienswijzen bij de ambtshalve wijzigingen.

Ten aanzien van het dossier Schepersweijer 1 is een andere uitgangspositie van toepassing omdat het bedrijfsspecifiek is en geldt daar een andere berekende geurnorm.

22.13481

*22.13481*

3

9.

In de ruimtelijke onderbouwing zien we geen toetsing aan geurnormen in de kern Reusel, enkel aan de woning gelegen aan de Lensheuvel 91 welke behoort de zogenaamde kernrandzone. Hoe kan dit?

De woning Lensheuvel 91 is gelegen in de kern Reusel, niet in de kernrandzone. Dit is de maatgevende woning voor dit bedrijf ten aanzien van geur. In bijlage 18 GVM Geur reducerend is aangegeven dat de geurnorm 0,1 ou/m3 bedraagt. Dit wordt ook bevestigd in de toelichting onder figuur 6.1.

22.13481

*22.13481*

4

Bekijk de brief: 20220720 Beantwoording raadsvragen mw. F. Bijl inz bestemmingsplan buitengebied Schepersweijer en Wolfsven 22.13481.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Reusel-De Mierden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Reusel-De Mierden

Alle artikel 35-vragen in Reusel-De Mierden