20 juni 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Rheden

S25 83 Antwoord schriftelijke vragen GL-PvdA kadernota

Een raadslid stelde op 20 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rheden (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Uitwerking amendement 1 Kadernota 2025 Op welke wijze heeft het college concreet invulling gegeven aan elk van de subpunten genoemd in amendement 1? → i.
  • Budget Cultuur Welk budget resteert er na de voorgestelde bezuinigingen op de portefeuille Cultuur? → De budgetten die beschikbaar zijn voor de jaren 2026-2028: 2026 522.180 euro 2027 519.680 2028 514.680 Dit bedrag is in 2026 opgebouwd uit: Zoomerij, cultuuronderdeel: 431.750 Filmhuis…
  • Afbouw SMI en inzet pilot Incluzio Het college stelt dat de afbouw van de SMI risico’s met zich meebrengt, waaronder een toename van uithuisplaatsingen, en dat deze… → De gemeenteraad heeft met de vaststelling van de programmabegroting besloten tot bezuinigingen op SMI’s.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Technische vragen van GroenLinks / PvdA over Kadernota agendapunt 3 Raadsvergadering 1 juli 2025 Datum vraag: 20 juni 2025 Indiener: Marloes van de Kolk Nummer: S25/83 Datum antwoord: 27 juni 2025 Aanleiding Eind mei heeft het college een raadsinformatiebrief (RIB) verzonden waarin onder andere wordt teruggekomen op amendement 1 bij de Kadernota 2025. In deze brief wordt alleen ingegaan op de punten met betrekking tot de sociale basis.

Daarnaast zijn er zorgen over de gevolgen van de reeds voorgestelde bezuinigingen op de portefeuille Cultuur en de afbouw van de SMI.

Vragen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Uitwerking amendement 1 Kadernota 2025 Op welke wijze heeft het college concreet invulling gegeven aan elk van de subpunten genoemd in amendement 1? Kan het college per subpunt een toelichting geven op de uitvoering en/of voortgang?

Antwoord van het college

i. De financiële opgave is uitzonderlijk groot. Zowel de eigen organisatie, inwoners en organisaties met een subsidierelatie zullen hier een bijdrage aan leveren.

Antwoord:

Van augustus 2024 tot en met april 2025 hebben wij intensieve gesprekken gevoerd met inwoners, maatschappelijke partners en vrijwilligers. De opkomst was groot en de betrokkenheid hoog. Er is breed meegedacht over hoe we – ondanks de bezuinigingen – de sociale basis kunnen behouden en versterken. Het vertrekpunt van deze gesprekken was het financieel kader van de programmabegroting 2025, gecombineerd met het beleidsmatige kader uit het Koersdocument Sociaal Domein en de kennis van organisaties zelf. We blijven de komende periode in gesprek, zowel per dorp als per organisatie. Zo werken we toe naar afspraken die bijdragen aan een sterke sociale basis en aan het behalen van de bezuinigingstaakstelling. We kijken hierbij naar de onderlinge relaties tussen organisaties en hoe keuzes in samenhang en samenwerking uitpakken en wat de consequenties van ombuigingen zijn voor de gesubsidieerde partners. Het in beeld brengen van de consequenties van ombuigingen komt de komende periode aan de orde. Het uitgangspunt is en blijft een sociale basis in stand houden die gericht is op de kwaliteit van onze samenleving.

ii. We zoeken de besparing in eerste instantie in een soberder uitvoering van medebewindstaken, verminderen van externe inhuur en personele effecten. Bij de begroting worden hier concrete en realistische bedragen voor ombuigingen aan gekoppeld die in balans zijn met de extra bijdrage (hogere heffingen en minder subsidies) die van inwoners wordt gevraagd;

Antwoord: Reeds bij de begroting 2025 zijn maatregelen doorgevoerd om deze kosten te verlagen. Daarnaast is er een additionele taakstelling oplopend tot € 2.6 mio opgenomen om de negatieve autonome ontwikkelingen binnen programma 1 Samenleving te compenseren. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is er een strategische agenda opgesteld die dit jaar ter besluitvorming in de Raad voorligt. iii.

Inwoners belanden niet onder het bestaansminimum;

Antwoord:

Voortgang: in uitvoering Toelichting: Er is een minima-effectrapportage (MER) in opdracht van de gemeenteraad uitgevoerd en daaruit blijkt dat inwoners met het doorvoeren van de ombuigingen, niet onder het bestaansminimum belanden. In de kadernota 2026 is een voorstel aangeboden om een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten voor inwoners met een zorgvraag. iv.

Preventieve maatregelen voor kinderen en jongeren worden ontzien. Zij worden geen ‘kind van de rekening’.

Antwoord:

Op diverse manieren organiseren we preventieve maatregelen voor kinderen en jongeren binnen het sociale domein. Deze maatregelen zijn gericht op het bevorderen van een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen, het voorkomen van problemen, en het vroegtijdig signaleren van risico’s.

De preventieve maatregelen vanuit de Jeugdgezondheidszorg en onderwijs maken geen onderdeel uit van de ombuigingen. Preventieve maatregelen vanuit de sociale basis, zoals het aanbod van Incluzio, bibliotheek, cultuur, (sport)verenigingen maken wel onderdeel uit van de ombuigingen. Het in beeld brengen van de consequenties van ombuigingen komt de komende periode aan de orde.

Het uitgangspunt is en blijft een sociale basis in stand houden die gericht is op de kwaliteit van onze samenleving waarbij kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie prioriteit hebben.

v.

De sociale basis (bibliotheken, buurthuizen, kunst en cultuur, podiumvoorzieningen) is essentieel voor de kwaliteit van onze samenleving en moet daarom zo veel mogelijk in stand worden gehouden.

Antwoord: dit is en blijft uitgangspunt. Uitgangspunt dat gehanteerd wordt is de door de gemeenteraad vastgestelde richtlijn om 25% te verminderen op de structureel gesubsidieerde organisaties. vi.

Aan vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor de samenleving (minima, ouderen, kinderen, buurten) wordt perspectief geboden op realistische subsidiëring voor het voortzetten van hun activiteiten in de samenleving.

Antwoord: in samenspraak met de vrijwilligersorganisaties hebben we gesprekken gevoerd en deze vinden nog steeds plaats om samen tot een realistische subsidiering te komen. Hierbij blijft de vastgestelde ombuiging op de sociale basis staan, conform amendement 1. vii.

Organisaties en initiatieven die te maken krijgen met verlaging of stopzetten van subsidies worden ondersteund in het vinden en aanboren van alternatieve inkomstenbronnen. De gemeente stimuleert en verbindt.

Antwoord: we ondersteunen organisaties met het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen.

Hierbij ondersteunt overigens ook de Zoomerij met o.a. crowdfunding-workshops.

Op het gebied van sportverenigingen wordt de kostenstijging ‘sport’ voor een belangrijk deel door de verenigingen intern opgevangen, over het algemeen zonder negatief effect op de rol die sport speelt in de sociale basis. viii.

Als door een bezuiniging een activiteit in de sociale basis dreigt te verdwijnen, wordt gemotiveerd hoe de maatschappelijke meerwaarde hiervan op een andere wijze geborgd wordt of waarom deze maatschappelijke meerwaarde niet essentieel is voor de sociale basis.

Antwoord: Indien dit aan de orde is, dan zoeken wij naar mogelijkheden hoe wij de meerwaarde kunnen borgen. Het verdwijnen van sommige activiteiten kunnen wij echter niet voorkomen omdat dit ook een inwonersverantwoordelijkheid kan zijn.

ix.

De mogelijkheid tot samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties en de mogelijke besparingen bij die vrijwilligersorganisaties wordt in samenspraak met deze organisaties opgesteld.

Antwoord: Op deze wijze zijn gesprekken aangegaan met de maatschappelijke partners. x.

Subsidies dienen effectief te zijn. Ze dienen bij te dragen aan het verwezenlijken van de ambities zoals verwoord in de Koersnota’s Samen leven, Omgevingsvisie en Economische Visie.

Antwoord: Dat is en blijft uitganspunt. xi.

Positieve doorrekeningen van de mei- en september circulaire worden ingezet voor bovenstaande randvoorwaarden, en ter versterking van de algemene reserve.

Vraag 2

Budget Cultuur Welk budget resteert er na de voorgestelde bezuinigingen op de portefeuille Cultuur? Uit welke (deel)budgetten of potjes is dit bedrag opgebouwd?

Antwoord van het college

De budgetten die beschikbaar zijn voor de jaren 2026-2028: 2026 522.180 euro 2027 519.680 2028 514.680 Dit bedrag is in 2026 opgebouwd uit:

Zoomerij, cultuuronderdeel: 431.750 Filmhuis: 18.375 Rhederart: 16.125 RTV Rheden-Rozendaal: 27.900 Investeringslasten cultuur en activiteiten: 20.530 ZOOM festival: 7.500 (wordt afgebouwd naar 0 in 2028

Vraag 3

Afbouw SMI en inzet pilot Incluzio Het college stelt dat de afbouw van de SMI risico’s met zich meebrengt, waaronder een toename van uithuisplaatsingen, en dat deze risico’s deels worden opgevangen door inzet van Incluzio. Wat was de exacte inhoud en doelstelling van de pilot met Incluzio die hiervoor in 2023 is uitgevoerd? Wat waren de uitkomsten en conclusies van deze pilot? Is de pilot inmiddels formeel afgerond? Is de werkwijze die in de pilot is getest inmiddels structureel ingebed in de dagelijkse praktijk? Heeft dit geleid tot een daadwerkelijke verlaging van de inzet of benodigde capaciteit van de SMI in 2024 en/of 2025?

Antwoord van het college

De gemeenteraad heeft met de vaststelling van de programmabegroting besloten tot bezuinigingen op SMI’s. Momenteel voeren wij een pilot uit om de inzet van SMI te heroverwegen. In de zomer van 2025 evalueren wij de pilot. Op basis van deze evaluatie delen we de resultaten als ook een voorstel om de ombuiging door te zetten of deze te heroverwegen. Op dit moment voeren we de SMI uit op basis van de huidige verordening.

Bekijk de brief: S25 83 Antwoord schriftelijke vragen GL-PvdA kadernota

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rheden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rheden

Alle artikel 35-vragen in Rheden