007-2026 Beantwoording raadsvragen LdR - Subsidietoekenningen buurthuizen 2026.pdf
Een raadslid stelde op 5 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe kan het zijn dat er zoveel verschillen in beoordelingen zitten tussen buurthuizen onderling? → Graag een toelichting.
- Welke criteria worden precies bij de beoordelingen toegepast? → Buurthuizen zeggen overigens niet op de hoogte te zijn over de zwaarte en wijze van puntentoedeling.
- Kunt u zich enigszins voorstellen dat er vanuit buurthuizen met ontsteltenis kennis is genomen van toegekende subsidies? → Graag een toelichting.
- Deelt u de mening van Lijst De Regt dat het voor sommige buurthuizen met deze subsidies erg lastig wordt om het buurthuis met de activiteiten draaiende te houden, temeer… → Graag een toelichting.
- Bent u bereid met de buurthuizen in gesprek te gaan over deze subsidietoekenning en verdeling en zo ja, wanneer? → Wij gaan op 12 februari in gesprek met de besturen van de wijk- en dorpshuizen.
- Bent u bereid om met de buurthuizen te kijken naar een andere wijze van financiering, bijvoorbeeld gerelateerd aan bezoekersaantallen? → Op dit moment niet.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Gemeente
Roosendaal
De fractie heeft de volgende vragen Geachte voorzitter, Onze fractie heeft verbaasd kennisgenomen van de subsidiebeschikkingen voor de buurthuizen 2026.
Wat ons met name opvalt is de verschillen in beoordelingen tussen de aanvragen onderling. Als voorbeeld noemen we de bedragen omgerekend per inwoner. De Geerhoek in Wouw ontvangt omgerekend 4,32 euro aan activiteitensubsidie per inwoner. Voor Nispen is dat bedrag 22,62 euro per inwoner. Dat is 5x zoveel. In Nispen ontvangt men alleen al 20.000 euro subsidie voor het biljarten.
Dat is al bijna net zoveel als Wouw krijgt voor alle activiteiten samen, nl. 20.977 euro. Daarnaast ontvangt Nispen voor de stamtafel 7332 euro bij 1800 inwoners en Wouw krijgt hiervoor 4992 euro bij bijna 5.000 inwoners. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van totale scheve verhoudingen. Wij gunnen ieder buurthuis het allerbeste, maar e.e.a. dient wel in de juiste verhoudingen te blijven is onze mening.
We hebben hierover enkele vragen.1. Hoe kan het zijn dat er zoveel verschillen in beoordelingen zitten tussen buurthuizen onderling?
Graag een toelichting.
2. Welke criteria worden precies bij de beoordelingen toegepast? Buurthuizen zeggen overigens niet op de hoogte te zijn over de zwaarte en wijze van puntentoedeling.
3. Kunt u zich enigszins voorstellen dat er vanuit buurthuizen met ontsteltenis kennis is genomen van toegekende subsidies? Graag een toelichting.
4. Deelt u de mening van Lijst De Regt dat het voor sommige buurthuizen met deze subsidies erg lastig wordt om het buurthuis met de activiteiten draaiende te houden, temeer dat commerciële activiteiten slechts zeer beperkt zijn toegestaan? Graag een toelichting.
5. Bent u bereid met de buurthuizen in gesprek te gaan over deze subsidietoekenning en verdeling en zo ja, wanneer?
6. Bent u bereid om met de buurthuizen te kijken naar een andere wijze van financiering, bijvoorbeeld gerelateerd aan bezoekersaantallen?
Namens de fractie(s) van Lijst De Regt-De Backer-Brouwers-Roks, Eric de Regt en Gerard de Backer
Wij beantwoorden de vraag als volgt:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe kan het zijn dat er zoveel verschillen in beoordelingen zitten tussen buurthuizen onderling?
Antwoord van het college
Graag een toelichting.
De totaalscore voor een activiteit wordt bepaald door de scores op alle beoordelingscriteria, zoals vermeld in de regeling. Bij gelijksoortige activiteiten kan het zijn dat er op bepaalde criteria lager of hoger gescoord wordt, waardoor de totaalscore op deze activiteiten kan afwijken van elkaar.
Bijvoorbeeld als een activiteit zich richt op een prioritaire doelgroepje, dan krijgt deze meer punten dan wanneer een andere doelgroep wordt bediend. Ook de frequentie van de activiteit kan reden zijn voor een andere score: een activiteit die in een hogere frequentie wordt aangeboden krijgt meer punten dan een activiteit die bijvoorbeeld één of enkele keren per jaar wordt aangeboden. Als gemeente zetten we in op laagdrempelige ontmoetingslocaties waarvan de programmering aansluit bij de behoefte van inwoners uit de wijk of het dorp. Vanuit dit perspectief vinden we het van belang dat activiteiten zich richten op de doelgroepen die in specifieke wijken of dorpen extra aandacht behoeven. Tevens hechten we waarde aan regelmatig repeterende activiteiten waardoor inwoners sociale routine op kunnen bouwen waarmee hun netwerk wordt verstevigd. Daarnaast kunnen scores op andere beoordelingscriteria ook verschillen. Dit alles in lijn met de beoordelingscriteria genoemd in de subsidieregeling.
Daarbij heeft de wijze van beoordelen invloed gehad op onderlinge verschillen. De wijze van beoordelen heeft zich te veel toegespitst op de letter en niet op de geest van de regeling. Bovendien is het een "papieren" beoordeling geweest waarbij het de vraag is of de reële waarde van de aangevraagde activiteiten daarin voldoende tot zijn recht zijn gekomen. [l] Bijvoorbeeld jeugd/jongeren-, senioren-, nieuwkomers- (statushouders/arbeidsmigranten) met een kwetsbare positie, vanwege bijvoorbeeld verminderde mobiliteit, laaggeletterdheid, beperkt netwerk, GGZ-problematiek, beperkt IQ, vergeetachtigheid en/of verlies van partner (zie Subsidieregeling wijken dorpshuizen 2026 tot en met 2029 1 Lokale wet- en regelgeving)
Vraag 2
Welke criteria worden precies bij de beoordelingen toegepast?
Antwoord van het college
Buurthuizen zeggen overigens niet op de hoogte te zijn over de zwaarte en wijze van puntentoedeling.
De beoordelingscriteria inclusief weging — zoals benoemd in de regeling en vastgesteld door het college — zijn toegepast in de beoordeling. Deze staan beschreven in de subsidieregeling wijk- en dorpshuizen 2026 - 2029 onder bijlage 3: Subsidieregeling wijk- en dorpshuizen 2026 tot en met 2029 1 Lokale wet- en regelgeving. Om scores te kunnen toekennen aan de activiteiten zijn de beoordelingscriteria opgedeeld in drie hoofdcategorieën, namelijk (a) Aansluiten bij de beoogde doelstellingen, (b) Samenwerken met andere organisaties en (c) Effectiviteit en efficiëntie, elk met een aantal deelcriteria.
Vraag 3
Kunt u zich enigszins voorstellen dat er vanuit buurthuizen met ontsteltenis kennis is genomen van toegekende subsidies?
Antwoord van het college
Graag een toelichting.
Ja, wij kunnen ons dat voorstellen. Dat heeft met name te maken met de wijze van beoordelen. Deze heeft zich te veel toegespitst op de letter en niet op de geest van de regeling. Bovendien is het een "papieren" beoordeling geweest waarbij het de vraag is of de reële waarde van de aangevraagde activiteiten daarin voldoende tot zijn recht zijn gekomen.
Vraag 4
Deelt u de mening van Lijst De Regt dat het voor sommige buurthuizen met deze subsidies erg lastig wordt om het buurthuis met de activiteiten draaiende te houden, temeer dat commerciële activiteiten slechts zeer beperkt zijn toegestaan?
Antwoord van het college
Graag een toelichting.
De wijk- en dorpshuizen ontvangen subsidie voor enerzijds de gebouwgebonden kosten en anderzijds voor specifieke activiteiten. Daarmee leveren we als gemeente een bijdrage aan het in stand houden van de wijk- en dorpshuizen. Wij zijn ons er zeker van bewust dat de subsidie niet voldoende is om een wijk- of dorpshuis volledig draaiende te houden en dat zij eigen inkomsten moeten genereren voor een sluitende begroting. Het staat de wijk- en dorpshuizen dan ook vrij om naast het gesubsidieerde aanbod andere activiteiten aan te bieden om inkomsten te generen, mits passend binnen de kaders van het geldende omgevingsplan.
Vraag 5
Bent u bereid met de buurthuizen in gesprek te gaan over deze subsidietoekenning en verdeling en zo ja, wanneer?
Antwoord van het college
Wij gaan op 12 februari in gesprek met de besturen van de wijk- en dorpshuizen.
Vraag 6
Bent u bereid om met de buurthuizen te kijken naar een andere wijze van financiering, bijvoorbeeld gerelateerd aan bezoekersaantallen?
Antwoord van het college
Op dit moment niet. De subsidieregeling inclusief het beoordelingskader is namelijk door het college vastgesteld tot en met 2029. Mogelijke andere wijzen van financiering die buiten de kaders van deze regeling vallen kunnen — indien een volgend college dat wenst — onderzocht worden zodra de subsidieregeling opnieuw opgesteld dient te worden. Zoals eerder gezegd staat het de wijk- en dorpshuizen vrij om naast het gesubsidieerde aanbod andere activiteiten aan te bieden om inkomsten te generen, mits passend binnen de kaders van het geldende omgevingsplan.
Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
Bekijk de brief: 007-2026 Beantwoording raadsvragen LdR - Subsidietoekenningen buurthuizen 2026.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Roosendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.