14 september 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Roosendaal

094-2023 Beantwoording raadsvragen PvdA, RL, VL, D66 - Vestiging Cloetta De Meeten 2.pdf

Een raadslid stelde op 14 september 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Waar is de volgende conclusie op gebaseerd? → De bedrijfsactiviteiten van Cloetta zijn niet van dien aard dat bij voorbaat geurhinder verwacht kan worden.
  • Onderschrijft u de redenatie dat als er geen geregistreerde klachten zijn, dat nog niet wel zeggen dat er geen geureffecten zijn op de omgeving? → Dit temeer daar er bij de Spoorstraat sprake is van een bestaande fabriek met gewenning door omgeving.
  • Aan het eind van onderhavig besluit wordt onder 4. → Namens de fractie van PvdA, Paul Klaver, Sjef van der Touw, Jac Wezenbeek en Bejar Taher Wij beantwoorden de vraag als volgt: 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvraag (art. 37)

Gesteld door:

PvdA Vitaal Liberaal D66 Roosendaalse Lijst Datum Onderwerp Portefeuillehouder

6 juni 2023 Vestiging Cloetta De Meeten 2 College B&W

De fractie heeft de volgende vragen:

Aan de voorzitter, De raad heeft zondag 4 juni 2023 een brief ontvangen van Aktiecomité De Meeten II & Bewonersplatform Kortendijk. Wij werden met name verrast door de volgende aangehaalde passage uit het namens B&W genomen Beoordelingbesluit Mer (zie bijlage ‘Besluit MER beoordeling Cloetta Holland BV’):

De bedrijfsactiviteiten van Cloetta zijn niet van dien aard dat bij voorbaat geurhinder verwacht kan worden.

Verder wordt vermeld dat er geen geurklachten zouden zijn!

Inmiddels zijn we in bezit van de geurcontouren van soortelijke suikerwarenfabriek fabriek in Breda van dezelfde orde van grootte als de beoogde vestiging van Cloetta op de Meeten 2. Betreffende geurcontouren staan in de zienswijze van Perfetti Van Melle Benelux B.V. op ontwerp Omgevingsvisie Breda 2040 (zie bijlage ‘Zienswijze ontwerp Omgevingsvisie Breda 2040’).

Op pagina 7 wordt de huidige geurcontour met 80% reductie weergegeven.

Dit brengt ons tot de volgende vragen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waar is de volgende conclusie op gebaseerd?

Antwoord van het college

De bedrijfsactiviteiten van Cloetta zijn niet van dien aard dat bij voorbaat geurhinder verwacht kan worden.

Vraag 2

Onderschrijft u de redenatie dat als er geen geregistreerde klachten zijn, dat nog niet wel zeggen dat er geen geureffecten zijn op de omgeving?

Antwoord van het college

Dit temeer daar er bij de Spoorstraat sprake is van een bestaande fabriek met gewenning door omgeving.

Vraag 3

Aan het eind van onderhavig besluit wordt onder 4. Conclusie gewag gemaakt van voorschriften op grond van artikel 7.20a Wet Milieubeheer. Hoe kunt u maatregelen inzake geur opleggen als de potentiële effecten m.b.t. geur niet inzichtelijk zijn gemaakt?

Antwoord van het college

Namens de fractie van PvdA, Paul Klaver, Sjef van der Touw, Jac Wezenbeek en Bejar Taher

Wij beantwoorden de vraag als volgt:

1. Waar is de volgende conclusie op gebaseerd? De bedrijfsactiviteiten van Cloetta zijn niet van dien aard dat bij voorbaat geurhinder verwacht kan worden.

Zie procesbrief De Meeten 2, onderwerp geur.

2. Wordt hiermee voldaan aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dan onder andere het zorgvuldigheidsbeginsel, in bijzonder het vergaren van kennis, en onder andere het motiveringsbeginsel ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?

Zie procesbrief De Meeten 2, onderwerp geur.

3. Had het niet in de rede gelegen om deze conclusie te baseren op een door bedrijf aangeleverd geurrapport waar nu geen sprake van is?

Zie procesbrief De Meeten 2, onderwerp geur.

4. Onderschrijft u de redenatie dat als er geen geregistreerde klachten zijn, dat nog niet wel zeggen dat er geen geureffecten zijn op de omgeving? Dit temeer daar er bij de Spoorstraat sprake is van een bestaande fabriek met gewenning door omgeving.

Zie procesbrief De Meeten 2, onderwerp geur.

5. Aan het eind van onderhavig besluit wordt onder 4. Conclusie gewag gemaakt van voorschriften op grond van artikel 7.20a Wet Milieubeheer. Hoe kunt u maatregelen inzake geur opleggen als de potentiële effecten m.b.t. geur niet inzichtelijk zijn gemaakt?

Zie procesbrief De Meeten 2, onderwerp geur.

Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.

Bekijk de brief: 094-2023 Beantwoording raadsvragen PvdA, RL, VL, D66 - Vestiging Cloetta De Meeten 2.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Roosendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Roosendaal

Alle artikel 35-vragen in Roosendaal