18 december 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Roosendaal

217-2025 Beantwoording raadsvragen Vitaal Liberaal - Stand van buurtwerk.pdf

Een raadslid stelde op 18 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • Welk kwalitatief beeld heeft het college van wat bewoners zien, voelen en dus ervaren in wijken waar buurtwerk actief is, ook in relatie tot leefbaarheid en sociale… →
  • Hoe beoordeelt het college de samenhang en samenwerking tussen buurtwerk, jongerenwerk, wijknetwerken, buurtpreventie en wijkprofessionals? → Wat gaat goed en wat vraagt versterking?
  • Waar liggen volgens het college verbeterkansen in de afbakening en samenwerking tussen deze partijen, vrijwilligers, bewonersinitiatieven en buurthuizen? → Wijk- en dorpshuizen: positie, exploitatie en financiering
  • Is het college bereid alternatieve financieringsscenario’s te onderzoeken (zoals meerjarige basisfinanciering) om continuïteit te borgen en minder afhankelijk te zijn… → Vooruitblik en bewonersperspectief
  • Op welke wijze worden bewoners structureel betrokken bij het meten van voortgang en beleving (bijvoorbeeld via panels, peilingen, wijktafels of ervaringsmetingen)? → Afsluitende vraag
  • Welke aanvullende keuzes, middelen of bestuurlijke interventies zijn volgens het college nodig om de sociale basis, leefbaarheid en continuïteit van buurtwerk en… → Namens de fractie van Vitaal Liberaal, Jac Wezenbeek Wij beantwoorden de vraag als volgt: Stand van zaken buurtwerk 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Raadsvraag (art. 37)

Gesteld door:

Vitaal Liberaal Datum Onderwerp Portefeuillehouder

5 november 2025 217-2025 Raadsvragen Vitaal Liberaal - Stand van buurtwerk College B&W

De fractie heeft de volgende vragen:

Geachte voorzitter, De fractie van Vitaal Liberaal maakt zich zorgen over de staat van het buurtwerk en de sociale basis in onze gemeente. In diverse wijken ervaren bewoners druk op leefbaarheid, sociale cohesie en veiligheidsgevoel. Buurtwerk is een essentieel instrument om deze problemen vroegtijdig te signaleren, bewoners met elkaar te verbinden en escalatie te voorkomen. Het geeft structuur, aanspreekbaarheid en nabijheid in buurten waar dat het hardst nodig is. De rol van vrijwilligers, verenigingen en de buurthuizen is daarin essentieel.

Wij vragen ook specifieke aandacht voor de rol en positie van wijk- en dorpshuizen. Deze voorzieningen vormen de fysieke ruggengraat van het buurtwerk: het zijn de plekken waar bewoners elkaar laagdrempelig ontmoeten, waar vrijwilligers actief zijn, waar jongerenwerk, wijkprofessionals, buurtpreventie en sociaal makelaarschap samen (kunnen) komen, en waar signalen ontstaan die van groot belang zijn voor leefbaarheid en veiligheid in de wijk.

Tegelijkertijd staat de exploitatie van meerdere buurthuizen zichtbaar onder druk, door stijgende vaste lasten, toenemende eisen, afhankelijkheid van vrijwilligers én een financieringsmodel dat sterk leunt op tijdelijke of projectmatige middelen. Dit zet de continuïteit van het buurtwerk en de onderlinge sociale samenhang in wijken direct onder spanning. In het kader van o.a. de Nationaal Programmaaanpak is juist die sociale basis een fundament. De fractie van Vitaal Liberaal vindt het daarom nodig dat de raad duidelijker zicht krijgt op de stand van zaken, de beleving van bewoners, de effectiviteit van externe partijen en de toekomstbestendigheid van de voorzieningen.

Wij stellen daarom de volgende vragen:

Stand van zaken buurtwerk

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Welk kwalitatief beeld heeft het college van wat bewoners zien, voelen en dus ervaren in wijken waar buurtwerk actief is, ook in relatie tot leefbaarheid en sociale veiligheid?

Antwoord van het college

Vraag 2

Hoe beoordeelt het college de samenhang en samenwerking tussen buurtwerk, jongerenwerk, wijknetwerken, buurtpreventie en wijkprofessionals?

Antwoord van het college

Wat gaat goed en wat vraagt versterking?

Rol externe partijen (WijZijn, Social Klus e.a.)

Vraag 3

Waar liggen volgens het college verbeterkansen in de afbakening en samenwerking tussen deze partijen, vrijwilligers, bewonersinitiatieven en buurthuizen?

Antwoord van het college

Wijk- en dorpshuizen: positie, exploitatie en financiering

Vraag 4

Is het college bereid alternatieve financieringsscenario’s te onderzoeken (zoals meerjarige basisfinanciering) om continuïteit te borgen en minder afhankelijk te zijn van incidentele middelen?

Antwoord van het college

Vooruitblik en bewonersperspectief

Vraag 5

Op welke wijze worden bewoners structureel betrokken bij het meten van voortgang en beleving (bijvoorbeeld via panels, peilingen, wijktafels of ervaringsmetingen)?

Antwoord van het college

Afsluitende vraag

Vraag 6

Welke aanvullende keuzes, middelen of bestuurlijke interventies zijn volgens het college nodig om de sociale basis, leefbaarheid en continuïteit van buurtwerk en buurtvoorzieningen duurzaam te versterken?

Antwoord van het college

Namens de fractie van Vitaal Liberaal, Jac Wezenbeek

Wij beantwoorden de vraag als volgt:

Stand van zaken buurtwerk

1. Kan het college een actueel overzicht geven van het buurtwerk per wijk en dorp, inclusief activiteiten, bezetting, bereik, kernopgaven en belangrijkste knelpunten?

De huidige subsidieregeling voor het opbouwwerk kunt U vinden op Subsidieregeling opbouwwerk 2024 tot en met 2027 | Lokale wet- en regelgeving. In de subsidieregeling staan de doelen omschreven waar het opbouwwerk aan moet bijdragen en voor welke activiteiten zij gesubsidieerd worden. Onze subsidiepartners krijgen de ruimte om naar eigen inzicht op basis van hun expertise invulling te geven aan de uitvoering van subsidieregelingen. Over de uitvoering van de subsidieregeling vinden periodiek gesprekken plaats tussen gemeente en uitvoerende partij(en) op basis van de rapportages en verantwoording die worden aangeleverd.

Aan elke wijk en elk dorp zijn een opbouwwerker en sociaal makelaar verbonden. Zij zijn onderdeel van het gebiedsnetwerk op wijk- en dorpsniveau en dragen in gezamenlijkheid bij aan de leefbaarheid en veiligheid. De kernopgaven binnen hun opdracht staan omschreven in de subsidieregeling. De kernopgaven per wijk of dorp worden door het gebiedsnetwerk bepaald en staan opgenomen in de wijk- en dorpsagenda’s. Om een goed beeld te vormen van de activiteiten van het opbouwwerk is een werkbezoek zeer aan te raden.

Bereik in cijfers eerste half jaar 2025:

Individuele hulpvragen

244 hulpvragen/signalen

Collectieve activiteiten

761 activiteiten (faciliteren, ondersteunen etc.) met 5.304 deelnemers

Voor Elkaar Teams

1.058 inwoners bereikt

Samenwerking met partners

127 unieke partners

2. Welk kwalitatief beeld heeft het college van wat bewoners zien, voelen en dus ervaren in wijken waar buurtwerk actief is, ook in relatie tot leefbaarheid en sociale veiligheid?

Door de inzet van opbouwwerkers, sociaal makelaars, jongerenwerkers en andere maatschappelijke partners in samenwerking met de gemeentelijke verbinders, de afvalcoaches, de coördinator buurtpreventie, de wijkserviceteams en honderden actieve vrijwilligers hebben we een goed beeld van wat er speelt in wijken en dorpen. Wat bewoners daarvan zien, voelen en ervaren hangt af van de vraagstukken die spelen, de behoefte die er leeft onder bewoners en de draagkracht van bewoners om daarin wat te kunnen betekenen.

3. Hoe beoordeelt het college de samenhang en samenwerking tussen buurtwerk, jongerenwerk, wijknetwerken, buurtpreventie en wijkprofessionals? Wat gaat goed en wat vraagt versterking?

Roosendaal heeft een sterke sociale infrastructuur. Dit hebben we inzichtelijk gemaakt in de bijlagen van de raadsmededeling van 11 juni jl. ‘Sociaal Domein in ontwikkeling: transformatie van

zorg naar welzijn’. Elke dag zijn professionals, vrijwilligers en betrokken inwoners druk bezig om de sociale cohesie in wijken en dorpen te versterken en leefbaarder en veiliger te maken. Zij werken samen in het gebiedsnetwerk op wijk- en dorpsniveau. We merken echter dat we een deel van onze inwoners nog niet bereiken met de hulp- en ondersteuningsmogelijkheden en andere interventies die onze sociale basis rijk is. Dit maakt dat we via het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) in alliantieverband werken aan het uitbouwen en het verstevigen van de gebiedsnetwerken. De geleerde lessen hieruit kunnen gemeentebreed meegenomen en toegepast worden in de diverse gebiedsnetwerken.

Rol externe partijen (WijZijn, Social Klus e.a.)

4. Kan het college inzicht geven in de financiële inzet richting externe uitvoerende partijen (zoals WijZijn en Social Klus) over de afgelopen drie jaar voor buurtwerk en aanverwante activiteiten?

Toegekende subsidiebedragen opbouwwerk inclusief sociaal makelaar Jaartal

Bedrag

2023

€ 572.283,06

2024

€ 782.189,80*

2025

€ 799.397,98*

*De werkelijke afrekening van subsidies vindt aan het einde van de subsidieperiode plaats. Het werkelijk toegekende bedrag kan dus nog wijzigen.

Een overzicht van de verleende subsidies in 2025 kunt u vinden op Verleende Subsidies | Gemeente Roosendaal.

5. Welke concrete prestatieafspraken en meetbare indicatoren zijn met deze partijen afgesproken, en welke resultaten zijn daarvan tot nu toe zichtbaar in de wijken?

De doelstellingen waar onze maatschappelijke partners een bijdrage aan leveren kunnen we grofweg onderverdelen in drie overkoepelende doelstellingen:

1. Versterken van sociale samenhang en leefbaarheid: het bevorderen van ontmoeting, gemeenschapszin en inclusie.

2. Ondersteunen van sociale en mentale gezondheid: het verbeteren van welzijn en veerkracht en het bieden van ondersteuning bij psychosociale problematiek.

3. Stimuleren van participatie en vrijwillige inzet: het activeren van inwoners om mee te doen op een voor hen passende manier, het versterken van de kracht van inwoners en de inzet van ervaringsdeskundigheid en vrijwilligers.

De prestatieafspraken en meetbare indicatoren worden per subsidieregeling opgesteld. Via verantwoordingsrapportages maken subsidiepartners zowel kwalitatief als kwantitatief inzichtelijk op welke wijze zij de subsidieregeling uitvoeren en hoe zij een bijdrage leveren aan de geformuleerde doelstellingen.

6. Waar liggen volgens het college verbeterkansen in de afbakening en samenwerking tussen deze partijen, vrijwilligers, bewonersinitiatieven en buurthuizen?

Verbeterkansen liggen in de verbetering van de structurele samenwerking op het niveau van gebiedsteams en gebiedsnetwerken. Vanuit het NPR wordt ingezet op uitbouwen en versteviging hiervan. De geleerde lessen kunnen toegepast worden in andere wijken en dorpen. Zie ook de beantwoording van vraag 3.

Wijk- en dorpshuizen: positie, exploitatie en financiering

7. Wat is de huidige financiële positie van de wijk- en dorpshuizen in onze gemeente en in hoeverre is hun exploitatie op korte én middellange termijn houdbaar?

De financiële positie van de wijk- en dorpshuizen is voor een groot deel afhankelijk van gemeentelijke subsidie en de inzet van vrijwilligers. De gemeente financiert de gebouw gebonden kosten voor 80% en een aanzienlijk deel van de activiteiten die bijdragen aan de vraagstukken in de wijk of het dorp. De wijk- en dorpshuizen dienen daarnaast zelf opbrengsten te genereren om een sluitende begroting te krijgen. De nieuwe subsidieregeling voor de wijk- en dorpshuizen vanaf 1 januari 2026 kunt u vinden op Subsidieregeling wijk- en dorpshuizen 2026 tot en met 2029 | Lokale wet- en regelgeving.

8. Acht het college de huidige subsidieregeling voldoende toekomstbestendig, gezien stijgende lasten en de cruciale rol van buurthuizen voor ontmoeting, cohesie en preventie?

De subsidieregeling vanaf 1 januari 2026 achten wij voor nu als voldoende toekomstbestendig.

Uiteraard wordt bij het opstellen van een nieuwe subsidieregeling een evaluatie gedaan op zowel inhoud als financiën. Dit zal ter zijne tijd voor de subsidieregeling wijk- en dorpshuizen ook opnieuw gedaan worden. Tevens staat de gemeente in nauw contact met de wijk- en dorpshuizen en vinden er periodiek gesprekken plaats over de voortgang en eventuele knelpunten.

9. Is het college bereid alternatieve financieringsscenario’s te onderzoeken (zoals meerjarige basisfinanciering) om continuïteit te borgen en minder afhankelijk te zijn van incidentele middelen?

Vanaf 1 januari 2026 gaat de nieuwe subsidieregeling Wijk- en Dorpshuizen 2026 – 2029 van kracht. De komende vier jaar worden de wijk- en dorpshuizen conform deze subsidieregeling bekostigd. Dit maakt dat we voor nu geen noodzaak zien tot het onderzoeken van alternatieve financieringsscenario’s. Voor de wijken Kroeven en Westrand als onderdeel van het NPR-gebied wordt afhankelijk van het tempo van de uitvoering van de gebiedsvisie Westrand en interventies vanuit het NPR op termijn bezien hoe de wijkhuisfunctie vormgegeven kan worden naar behoefte van de wijk, zoals eerder omschreven in het koersdocument ‘Doorontwikkeling Wijk- en Dorpshuizen in Roosendaal’.

Vooruitblik en bewonersperspectief

10. Welke zichtbare effecten in wijken en buurten mogen bewoners op korte termijn (20252026) verwachten vanuit buurtwerk en sociale basis-investeringen?

Dit hangt samen met de activiteiten die plaatsvinden vanuit de diverse subsidieregelingen, waaronder het opbouwwerk in combinatie met de sociaal makelaars en het jongerenwerk. De

zichtbare effecten hangen af van de vraagstukken die spelen, de behoefte die er leeft onder bewoners en de draagkracht van bewoners om daarin wat te kunnen betekenen. Specifiek voor het NPR staat dit omschreven in het uitvoeringsplan1 dat eerder met uw raad is gedeeld.

11. Welke structurele resultaten beoogt het college op de middellange termijn (2026–2029), en hoe worden deze periodiek gemonitord?

Alle inzet van maatschappelijke partners die door de gemeente Roosendaal wordt bekostigd, draagt bij aan de prioriteiten die zijn gesteld door het college in het collegeprogramma ‘Zij aan Zij’. Deze ambities zijn tevens opgenomen in de Ambitienota Gezondheidsbeleid 2024 – 20282 die eerder met uw raad is gedeeld, waarin ook beschreven staan op welke wijze periodiek wordt gemonitord.

12. Op welke wijze worden bewoners structureel betrokken bij het meten van voortgang en beleving (bijvoorbeeld via panels, peilingen, wijktafels of ervaringsmetingen)?

Op diverse manieren worden bewoners betrokken bij het meten van voortgang of beleving, bijvoorbeeld door het meten van klanttevredenheid door onze maatschappelijke partners. Daarnaast worden er wijktafels georganiseerd waar inwoners terecht kunnen om met professionals in gesprek te gaan over de leefbaarheid en veiligheid in hun wijk. In de dorpen sluit de opbouwwerker regelmatig aan bij activiteiten om op deze manier het gesprek hierover aan te gaan met inwoners.

Een mooie nieuwe ontwikkeling is dat positieve gezondheid steeds vaker wordt ingezet als instrument om behoefte van inwoners te achterhalen of het effect op inwoners te meten.

Ook wordt elke 2 jaar de bewonersenquête uitgezet vanuit de gemeente Roosendaal. De bewonersenquête bevat vragen over de leefbaarheid, veiligheid en sociale voorzieningen in de wijken en dorpen van Roosendaal. De resultaten van de bewonersenquête 2025 worden in 2026 gepubliceerd.

Afsluitende vraag

13. Welke aanvullende keuzes, middelen of bestuurlijke interventies zijn volgens het college nodig om de sociale basis, leefbaarheid en continuïteit van buurtwerk en buurtvoorzieningen duurzaam te versterken?

Structurele (financiële) investeringen zijn essentieel om het welzijn van inwoners en de leefbaarheid en veiligheid in Roosendaal duurzaam te versterken. Hoe we dit doen binnen het sociaal domein en welke ontwikkelingen daarmee gepaard gaan, worden benoemd in de raadsmededeling ‘Sociaal Domein in ontwikkeling: transformatie van zorg naar welzijn’. In het ambitiedocument van het NPR3 worden de ambities en doelstellingen vanuit de alliantie toegelicht en dat daarvoor een integrale en domeinoverstijgende aanpak noodzakelijk is.

1

673646142d969167d1026550_Uitvoeringsprogramma Voor ons Roosendaal.pdf Bijlage-Ambitienota-Gezondheidsbeleid-2024-2028.pdf 3 Ambitiedocument Roosendaal 2

Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.

Bekijk de brief: 217-2025 Beantwoording raadsvragen Vitaal Liberaal - Stand van buurtwerk.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Roosendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Roosendaal

Alle artikel 35-vragen in Roosendaal