232-2025 Beantwoording raadsvragen CDA - Voortgang GebiedsGerichte Aanpak (GGA) Brabantse Wal.pdf
Een raadslid stelde op 29 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Wat is op dit moment de stand van zaken van de GGA Brabantse Wal, hoe ziet het tijdpad voor de komende tijd eruit en hoe wordt de gemeenteraad hierin meegenomen? → Agrarisch ondernemerschap:
- Hoe schat u de gevolgen in van het onmogelijk maken van beregening, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest op gronden met een actieve agrarische bestemming? → Wie zal, gelet op de waardevermindering, deze gronden nog willen kopen?
- In hoeverre is er aandacht voor de financiële gevolgen voor agrarisch ondernemers van het verminderen van gebruiksmogelijkheden op bestaande agrarische gronden, en van… → Komt de overheid tegemoet aan deze ondernemers daar waar de financiële gevolgen voortkomen uit veranderd beleid?
- Hoe wordt er omgegaan met het vrijkomen van agrarische gronden door ondernemers die geheel of gedeeltelijk stoppen? → Hoe wordt voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit op deze locaties achteruit gaat?
- In West-Brabant worden er veel groenten geproduceerd voor de Nederlandse markt. →
- In hoeverre vindt er op dit dossier overleg plaats met de provincie, en bent u, indien u onze zorgen deelt, bereid deze met het college van Gedeputeerde Staten van de… → Namens, Sebastiaan Hamans en Pieter Smits (CDA Roosendaal) Wij beantwoorden de vraag als volgt: Algemeen: 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Raadsvraag (art. 37)
Gesteld door:
CDA Datum Onderwerp Portefeuillehouder
27 november 2025 232-2025 Raadsvragen CDA - Voortgang GebiedsGerichte Aanpak (GGA) Brabantse Wal College B&W
De fractie heeft de volgende vragen:
Geachte voorzitter,
Op 2 april 2024 zijn er raadsvragen (059-2024) beantwoord van diverse fracties, waaronder het CDA Roosendaal, over met name de GebiedsGerichte Aanpak (GGA) Brabantse Wal. Daarna, op 13 juni 2024, is de gemeenteraad geïnformeerd over het Visiedocument GGA Brabantse Wal (raadsmededeling 36-2024). Voor zover wij hebben kunnen terugvinden, is de gemeenteraad daarna niet meer geïnformeerd over dit onderwerp.
De Brabantse Wal is een Natura 2000-gebied. Dit betekent dat er wettelijke verplichtingen van toepassing zijn (op grond van o.a. de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, de Wet Natuurherstel en Stikstofreductie en de Kaderrichtlijn Water). Om die reden, en omdat de natuur op onderdelen aan verbetering toe is, richt de GGA zich vooral op de bodem, het water en de lucht. Maar de GGA zal zeer waarschijnlijk ook gevolgen gaan hebben voor de woningbouw, de landbouw en andere economische ontwikkelingen.
De uitwerking van de GGA is een groot en complex proces. Daarin zijn meerdere overheden, maatschappelijke partners en belanghebbenden betrokken. Uiteraard moet er daarom goed naar alle belangen worden gekeken. Het is goed om de natuur te versterken. Het is ook goed om de ondernemers die in dit gebied actief zijn te ondersteunen. Zij maken namelijk het gezonde en verse voedsel dat wij elke dag nodig hebben.
De natuur op de Brabantse Wal gaat deels achteruit vanwege stikstof. Het is algemeen bekend dat 60% daarvan afkomstig is uit België. Een relatief klein deel is afkomstig van agrarisch ondernemers.
Het is dan ook volgens ons niet logisch om in overwegende mate aan agrarisch ondernemers beperkingen op te gaan leggen met het oog op stikstofreductie. Dat is gelukkig ook niet het uitgangspunt van het Roosendaalse ambitieakkoord ‘Zij aan Zij’. Daarin staat op pagina 11: “We bieden agrarische ondernemers de mogelijkheid om de landbouw verder te verduurzamen en tegelijkertijd te werken aan een gezonde bedrijfsvoering.”
Toch bereiken ons recentelijk geluiden dat er grote zorgen bestaan bij agrarisch ondernemers over de gevolgen van de GGA. Er zou sprake zijn van een ‘conditiekaart’ waarop verschillende zones zijn ingetekend.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat is op dit moment de stand van zaken van de GGA Brabantse Wal, hoe ziet het tijdpad voor de komende tijd eruit en hoe wordt de gemeenteraad hierin meegenomen?
Antwoord van het college
Agrarisch ondernemerschap:
Vraag 2
Hoe schat u de gevolgen in van het onmogelijk maken van beregening, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest op gronden met een actieve agrarische bestemming?
Antwoord van het college
Wie zal, gelet op de waardevermindering, deze gronden nog willen kopen?
Vraag 3
In hoeverre is er aandacht voor de financiële gevolgen voor agrarisch ondernemers van het verminderen van gebruiksmogelijkheden op bestaande agrarische gronden, en van de stijgende schaarste van gronden waar nog wel gebruiksmogelijkheden zijn?
Antwoord van het college
Komt de overheid tegemoet aan deze ondernemers daar waar de financiële gevolgen voortkomen uit veranderd beleid?
Vraag 4
Hoe wordt er omgegaan met het vrijkomen van agrarische gronden door ondernemers die geheel of gedeeltelijk stoppen?
Antwoord van het college
Hoe wordt voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit op deze locaties achteruit gaat? Welke mogelijkheden voor beheer of nieuw eigenaarschap zijn hier realistisch?
Overig:
Vraag 5
In West-Brabant worden er veel groenten geproduceerd voor de Nederlandse markt. Wat zijn naar verwachting de gevolgen van de GGA Brabantse Wal voor de voedselproductie en de voedselprijzen?
Antwoord van het college
Vraag 6
In hoeverre vindt er op dit dossier overleg plaats met de provincie, en bent u, indien u onze zorgen deelt, bereid deze met het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant te delen (het CDA Roosendaal zal overigens ook zijn communicatiekanalen binnen de provincie aanspreken)?
Antwoord van het college
Namens, Sebastiaan Hamans en Pieter Smits (CDA Roosendaal)
Wij beantwoorden de vraag als volgt:
Algemeen: 1.
Hoe is de gemeenteraad na de raadsmededeling 36-2024 verder geïnformeerd over de voortgang van de GGA Brabantse Wal?
De raadsmededeling 36-2024 is de laatste berichtgeving geweest m.b.t. het GGA-proces. Na die tijd is door de 18 gebiedspartners gezamenlijk, onder regie van de gebiedsmanager, intensief gewerkt aan het concept-ontwikkelperspectief Brabantse Wal dat momenteel in wording is.
2.
Kunt u uitleggen wat de rol van de gemeenteraad van Roosendaal is binnen de GGA Brabantse Wal, en met name welke besluiten er op welke termijn door ons genomen moeten worden?
Tussen de overheden die betrokken zijn bij de GGA Brabantse Wal (Provincie, gemeenten en waterschap) vindt momenteel afstemming plaats over de besluitvorming van het Ontwikkelperspectief. Allereerst is voorzien dat het Bestuurlijk Overleg GGA Brabantse Wal, waarin alle gebiedspartners zijn vertegenwoordigd, in maart 2026 een standpunt inneemt over het Ontwikkelperspectief. Binnen het bestuurlijk overleg GGA Brabantse Wal wordt afgestemd op welke wijze het ontwikkelperspectief door de betrokken overheden (provincie, waterschap en gemeenten) wordt verankerd. De intentie van Roosendaal is dat het Ontwikkelperspectief na de zomer 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden met in achtneming van de daarbij behorende inspraak en participatie conform de Wet Algemeen Bestuursrecht.
3.
Vindt u dat de gemeenteraad voldoende op de hoogte is om die besluiten te kunnen nemen, en waarom?
Ja, omdat het door het Bestuurlijk Overleg GGA Brabantse Wal geaccordeerde Ontwikkelperspectief met u zal worden gedeeld. Op dit moment zit we nog in de voorbereidende fase en een procedure inclusief besluitvorming is nu nog niet aan de orde.
4.
Wat is op dit moment de stand van zaken van de GGA Brabantse Wal, hoe ziet het tijdpad voor de komende tijd eruit en hoe wordt de gemeenteraad hierin meegenomen?
Zie beantwoording vraag 2.
Agrarisch ondernemerschap: 5.
Herkent u de hierboven beschreven grote zorgen, in hoeverre zijn deze volgens u gegrond en op welke manier worden deze geadresseerd in de verdere uitwerking van de GGA Brabantse Wal?
Wij veronderstellen dat de zorgen die u omschrijft zijn ingegeven door de Statenmededeling Aanpak overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden d.d. 21 oktober 2025 (bijlage). Daarin is beschreven welke stappen de Provincie op dit moment gaat en moet zetten (op basis van jurisprudentie) en voor welke zaken de provincie afhankelijk is van de keuzes van een volgend kabinet.
De Statenmededeling gaat over het beleid dat de provincie aan het ontwikkelen is voor overgangsgebieden. Dit beleid wordt niet gemaakt binnen de GGA. De signalen uit de GGA zijn wel input voor de ontwikkeling van het beleid. Tegelijkertijd kan de GGA helpen om dit beleid uit te voeren.
De agrarische sector is vertegenwoordigd in de GGA en levert via deze lijn directe inbreng voor de ontwikkeling van het beleid, plannen en projecten.
Binnen de GGA Brabantse Wal kunnen concrete projectvoorstellen in de nabijheid van Natura 2000 gebieden een bijdrage leveren aan het verminderen van drukfactoren op de N2000-gebieden.
Voor de helderheid dient te worden vermeld dat er geen sprake is van een conditiekaart in het Ontwikkelperspectief. Het Ontwikkelperspectief, met een tijdshorizon tot 2050 schetst een visie van de gewenste ontwikkelingen om, op termijn, te voldoen aan de bestaande doelstellingen vanuit de Vogel- en habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Omdat er nog een aantal stappen gezet moet worden in de uitwerking van de overgangsgebieden kan op dit moment nog niet worden aangegeven hoe de uitwerking ervan binnen het GGA-proces is.
6.
Hoe borgt u binnen het proces van de GGA Brabantse Wal dat agrarisch ondernemers op en rond de Brabantse Wal in staat worden gesteld om een gezonde en duurzame bedrijfsvoering te blijven voeren?
De agrarische sector is als gebiedspartner vertegenwoordigd in de GGA Brabantse Wal. Met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving wordt in gezamenlijkheid het ontwikkelperspectief voor, onder andere, de agrarische sector geschetst. Het ontwikkelperspectief vormt daarna de basis om te kijken hoe deze beleidsdoelen het beste bereikt kunnen worden. De gemeente moet zich wel verhouden tot de regels van het rijk en de provincie.
7.
Hoe is getoetst of de plannen binnen de GGA Brabantse Wal die de agrarisch ondernemers raken daadwerkelijk bijdragen aan de natuurdoelen?
De basis voor projecten wordt gevormd door de Natuurdoelanalyse (NDA) waarin maatregelen zijn gedefinieerd die bijdragen aan het bereiken van de natuurdoelen. Deze maatregelen zijn beoordeeld door de Ecologische Autoriteit. Er vindt een actualisatie van het Natura 2000 beheerplan plaats.
Daarin wordt eveneens gekeken naar welke maatregelen helpen bij het halen van de instandhoudingsdoelen.
8.
Hoe schat u de gevolgen in van het onmogelijk maken van beregening, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest op gronden met een actieve agrarische bestemming? Wie zal, gelet op de waardevermindering, deze gronden nog willen kopen?
Voor de goede orde dient worden vermeld dat het overgangsgebiedenbeleid niet vanuit de GGA is geformuleerd maar een uitwerking van provinciaal beleid is.
Er is op dit moment geen sprake van het onmogelijk maken van beregening, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Voor gewasbeschermingsmiddelen en beregening geldt op basis van jurisprudentie wel een vergunningplicht. De provincie gaat voor gewasbeschermingsmiddelen onderzoeken of het mogelijk is voor bepaalde activiteiten een vrijstelling op te nemen, bijvoorbeeld biologische gewasbeschermingsmiddelen of een spotspray. Voor beregening is er samen met de waterschappen beleid in ontwikkeling waarbij iedereen minder gaat beregenen maar er wel beregening mogelijk blijft (dus geen beregeningsverbod). De provincie heeft op dit moment geen verplichte maatregelen ten aanzien van bemesting aangekondigd.
Vooralsnog worden overgangsgebieden niet opgenomen in de provinciale omgevingsverordening waardoor er nog geen sprake is van nadeelcompensatie. De provincie houdt een vinger aan de pols en als het doelbereik van de aanpak onvoldoende is kan, op termijn, de inzet van de omgevingsverordening in beeld komen. Het opnemen van extra gebruiksbeperkingen voor overgangsgebieden in de omgevingsverordening (bovenop de vergunningplicht) kan leiden tot nadeelcompensatie. Hiervoor is de provincie grotendeels afhankelijk van het beschikbaar komen van middelen vanuit het Rijk.
9.
Blijft er, zowel ruimtelijk als financieel, voldoende ruimte voor agrarisch ondernemers die willen extensiveren (en die daarvoor betaalbare grond met de juiste gebruiksmogelijkheden nodig hebben)?
Deze vraag is op voorhand niet te beantwoorden omdat bijvoorbeeld het kunnen beschikken over voldoende betaalbare grond niet op voorhand is te sturen.
10. In hoeverre is er aandacht voor de financiële gevolgen voor agrarisch ondernemers van het verminderen van gebruiksmogelijkheden op bestaande agrarische gronden, en van de stijgende schaarste van gronden waar nog wel gebruiksmogelijkheden zijn? Komt de overheid tegemoet aan deze ondernemers daar waar de financiële gevolgen voortkomen uit veranderd beleid?
Zie beantwoording van vraag 8.
11. Hoe wordt er omgegaan met het vrijkomen van agrarische gronden door ondernemers die geheel of gedeeltelijk stoppen? Hoe wordt voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit op deze locaties achteruit gaat? Welke mogelijkheden voor beheer of nieuw eigenaarschap zijn hier realistisch?
Op dit moment worden situaties van vrijkomende bedrijven individueel beoordeeld en wordt in 2026 beleid ontwikkeld voor de vrijkomende agrarische bedrijven (VAB). Het nieuwe beleid beoogt mogelijkheden om andere dan de oorspronkelijke activiteiten te koppelen aan in een gebied voorkomende kwaliteiten. Doel is om zo enerzijds recht te doen aan de kwaliteiten van een gebied en anderzijds mogelijkheden voor ondernemerschap.
Overig:
12. In West-Brabant worden er veel groenten geproduceerd voor de Nederlandse markt. Wat zijn naar verwachting de gevolgen van de GGA Brabantse Wal voor de voedselproductie en de voedselprijzen?
Het betreft hier de gevolgen van beleidsontwikkeling en niet de gevolgen van de GGA.
Deze vraag is niet te beantwoorden omdat dit afhankelijk is van marktwerking en verdere uitwerking van het provinciaal en rijks beleid.
Er blijven in het GGA-gebied Brabantse Wal mogelijkheden voor voedselproductie, waarbij in de nabijheid van N2000-gebied vooral kansen liggen voor een meer biologische of natuurinclusieve bedrijfsvoering.
13. Hoe wordt er op dit moment gewerkt aan het verminderen van de stikstofdepositie op de Brabantse Wal die afkomstig is van andere bronnen dan onze agrarisch ondernemers, met name bronnen in onze buurlanden?
Via de overleggen van de Rijksoverheid en Provincie met Vlaanderen wordt dit onderwerp geagendeerd.
14. Is al bekend in hoeverre de GGA Brabantse Wal invloed gaat hebben op onze woningbouwopgave, en zo ja: wat is die invloed?
De woningbouwopgave zoals die in SRWB verband is afgesproken, is verwerkt in het ontwikkelperspectief. Uiteindelijk zal de reductie van de stikstof-depositie resulteren in het kunnen uitvoeren van infrastructurele en ruimtelijke projecten die nu beperkingen ondervinden.
De projecten die door de gebiedspartners in de GGA worden uitgevoerd dragen bij aan het versterken van de natuur en het reduceren van de effecten van stikstofdepositie.
15. In hoeverre vindt er op dit dossier overleg plaats met de provincie, en bent u, indien u onze zorgen deelt, bereid deze met het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant te delen (het CDA Roosendaal zal overigens ook zijn communicatiekanalen binnen de provincie aanspreken)?
De provincie is dossiereigenaar van de GGA Brabantse Wal en we zijn, zowel ambtelijk als bestuurlijk, in goed gesprek met de provincie en brengen daarbij signalen die wij ontvangen over en maken ze bespreekbaar wat overigens ook door de gebiedspartners wordt gedaan.
Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Roosendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.