251-2025 Beantwoording raadsvragen VL- buurthuis en welzijnswerk.pdf
Een raadslid stelde op 29 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (8 vragen).
In het kort
8 vragen en wat het college antwoordt
- Zijn bij de toepassing van deze regeling nadere uitvoeringsregels, beleidsregels of beoordelingskaders gehanteerd die niet integraal in de subsidieregeling zelf zijn… → Zo ja, welke documenten betreft dit en op welke datum zijn deze vastgesteld?
- Kan het college bevestigen dat de vertaalslag van behaalde scores naar toegekende subsidiebedragen plaatsvond volgens een vooraf vastgestelde en uniforme methodiek? → Zo ja, waar is deze methodiek formeel vastgelegd?
- Is bij de beoordeling van subsidieaanvragen gebruikgemaakt van een extern bureau? → Zo ja: a. wat was de formele opdracht aan dit bureau; b. betrof dit een adviserende rol of (mede)beoordelende rol; c. en hoe is de eindverantwoordelijkheid van het college geborgd?
- Kan het college aangeven op welke wijze het heeft vastgesteld dat de door of namens het externe bureau aangeleverde beoordelingen: a. consistent zijn toegepast; b… → Evenredigheid en motivering van besluiten
- Is het college van oordeel dat de verstrekte beschikkingen zodanig zijn gemotiveerd dat voor aanvragers duidelijk en navolgbaar is: a. waarom een activiteit wel of niet… → Positionering binnen sociaal-maatschappelijk domein
- Is het college van mening dat bij de inzet van NPR-middelen voldoende aansluiting wordt gezocht bij bestaande vrijwilligersstructuren, waaronder wijk- en dorpshuizen, om… → Informatievoorziening aan de raad
- Is het college bereid de raad te voorzien van: a. het volledige beoordelingskader en eventuele wegingsmatrix die is gehanteerd; b. de formele opdracht aan het externe… → Slotvraag
- Is het college bereid de toepassing van de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029 na afronding van deze eerste subsidieronde bestuurlijk te evalueren en de raad… → Namens de fractie(s) van Vitaal Liberaal, Jac Wezenbeek Wij beantwoorden de vraag als volgt: Besluitvormingskader en bevoegdheden 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Gemeente i
Roosendaal
De fractie heeft de volgende vragen:
De fractie Vitaal Liberaal is groot voorstander van buurthuiswerk door vooral vrijwilligers in onze dorpen en wijken van de stad. Werken met elkaar aan een sterk sociaal weefsel draagt bij aan een sterke en weerbare maatschappij. Onze fractie Vitaal Liberaal heeft kennisgenomen van de subsidiebeschikkingen inzake de toekenning van activiteitensubsidies aan wijk- en dorpshuizen, verleend op grond van de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029, inclusief het overzicht van behaalde scores en toegekende bedragen per activiteit.
Gelet op het maatschappelijke belang van het vrijwillig gedragen buurthuiswerk en de toepassing van een nieuwe subsidieregeling, acht de fractie het noodzakelijk dat de besluitvorming, beoordelingssystematiek en rolverdeling binnen het proces helder, controleerbaar en juridisch juist zijn toegepast.
De fractie stelt het college daarom de volgende vragen.
Besluitvormingskader en bevoegdheden
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Zijn bij de toepassing van deze regeling nadere uitvoeringsregels, beleidsregels of beoordelingskaders gehanteerd die niet integraal in de subsidieregeling zelf zijn opgenomen?
Antwoord van het college
Zo ja, welke documenten betreft dit en op welke datum zijn deze vastgesteld?
Beoordelingssystematiek en toepassing van de regeling
Vraag 2
Kan het college bevestigen dat de vertaalslag van behaalde scores naar toegekende subsidiebedragen plaatsvond volgens een vooraf vastgestelde en uniforme methodiek?
Antwoord van het college
Zo ja, waar is deze methodiek formeel vastgelegd?
Inzet extern bureau en rolverdeling
Vraag 3
Is bij de beoordeling van subsidieaanvragen gebruikgemaakt van een extern bureau?
Antwoord van het college
Zo ja: a. wat was de formele opdracht aan dit bureau; b. betrof dit een adviserende rol of (mede)beoordelende rol;
c. en hoe is de eindverantwoordelijkheid van het college geborgd?
Vraag 4
Kan het college aangeven op welke wijze het heeft vastgesteld dat de door of namens het externe bureau aangeleverde beoordelingen: a. consistent zijn toegepast; b. aansluiten bij de subsidieregeling; c. en geen zelfstandige beleidsafweging bevatten?
Antwoord van het college
Evenredigheid en motivering van besluiten
Vraag 5
Is het college van oordeel dat de verstrekte beschikkingen zodanig zijn gemotiveerd dat voor aanvragers duidelijk en navolgbaar is: a. waarom een activiteit wel of niet is gehonoreerd; b. en hoe dit voortvloeit uit de regeling?
Antwoord van het college
Positionering binnen sociaal-maatschappelijk domein
Vraag 6
Is het college van mening dat bij de inzet van NPR-middelen voldoende aansluiting wordt gezocht bij bestaande vrijwilligersstructuren, waaronder wijk- en dorpshuizen, om overlap en parallelle uitvoering te voorkomen?
Antwoord van het college
Informatievoorziening aan de raad
Vraag 7
Is het college bereid de raad te voorzien van: a. het volledige beoordelingskader en eventuele wegingsmatrix die is gehanteerd; b. de formele opdracht aan het externe bureau; c. de vastgestelde methodiek voor de omzetting van scores naar subsidiebedragen?
Antwoord van het college
Slotvraag
Vraag 8
Is het college bereid de toepassing van de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029 na afronding van deze eerste subsidieronde bestuurlijk te evalueren en de raad hierover te informeren, met specifieke aandacht voor transparantie,uitvoerbaarheid en evenredigheid?
Antwoord van het college
Namens de fractie(s) van Vitaal Liberaal, Jac Wezenbeek
Wij beantwoorden de vraag als volgt:
Besluitvormingskader en bevoegdheden
1. Kan het college bevestigen dat de subsidiebeschikkingen voor activiteitensubsidies aan wijk- en dorpshuizen zijn genomen op grond van de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029 en dat het college hierbij het bevoegde bestuursorgaan is geweest?
Ja, dat kunnen wij bevestigen.
2. Zijn bij de toepassing van deze regeling nadere uitvoeringsregels, beleidsregels of beoordelingskaders gehanteerd die niet integraal in de subsidieregeling zelf zijn opgenomen?
Zo ja, welke documenten betreft dit en op welke datum zijn deze vastgesteld?
Er zijn geen nadere uitvoeringsregels, beleidsregels of beoordelingskaders gehanteerd bij de beoordeling.
Beoordelingssystematiek en toepassing van de regeling
3. Kan het college bevestigen dat bij de beoordeling van aanvragen uitsluitend gebruik is gemaakt van de criteria en systematiek zoals bedoeld in de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029 en eventuele formeel vastgestelde uitvoeringsregels?
Ja, dat kunnen wij bevestigen.
4. Kan het college aangeven: a. of binnen de regeling sprake is van minimumscores, drempelwaarden of plafonds die leiden tot het niet honoreren van activiteiten; b. en hoe deze elementen concreet zijn toegepast bij de recente subsidietoekenning?
De subsidieplafonds kunt u vinden in de Subsidieregeling wijk- en dorpshuizen 2026 - 2029:
Subsidieregeling wijk- en dorpshuizen 2026 tot en met 2029 1 Lokale wet- en regelgeving. Voor de activiteitensubsidie geldt een subsidieplafond van €215.000 met een maximum van €45.000 per wijkof dorpshuis.
Om binnen het maximale subsidieplafond voor activiteitensubsidie van €215.000 te blijven, is subsidie toegekend voor activiteiten met een score van meer dan 56 punten op een schaal van 100 punten.
Hoe tot deze drempelwaarde is gekomen wordt bij vraag 8 nader toegelicht. Indien wijk- of dorpshuis met het aangevraagde budget voor activiteiten met deze drempelwaarde boven het maximum van €45.000 per wijk- of dorpshuis uit komen zijn de activiteiten met de laagste scores afgevallen om wel binnen deze bandbreedte te blijven.
5. Kan het college bevestigen dat de vertaalslag van behaalde scores naar toegekende subsidiebedragen plaatsvond volgens een vooraf vastgestelde en uniforme methodiek? Zo ja, waar is deze methodiek formeel vastgelegd?
Ja, dat kan het college. In de Subsidieregeling staan de beoordelingscriteria inclusief weging en scoreverdeling benoemd en die onderdelen zijn daarmee vastgesteld. Op basis daarvan heeft B&A groep (zie ook beantwoording van de volgende vraag) per wijk- of dorpshuis scores toegekend op activiteitenniveau van hun subsidieaanvraag.
Inzet extern bureau en rolverdeling
6. Is bij de beoordeling van subsidieaanvragen gebruikgemaakt van een extern bureau? Zo ja:
a. wat was de formele opdracht aan dit bureau; b. betrof dit een adviserende rol of (mede)beoordelende rol; c. en hoe is de eindverantwoordelijkheid van het college geborgd?
Ingevolge artikel 10 van de Subsidieregeling beoordeelt een team inhoudelijke deskundigen de subsidieaanvragen en brengt dit team hierover advies aan het college uit. De gemeente Roosendaal heeft extern bureau B&A groep verzocht om de inhoudelijke beoordeling te doen van de aangevraagde activiteitensubsidie (in antwoord op subvragen a en b). Dit mede in verband met een openstaande interne vacature. B&A Groep heeft de wijze van beoordelen en de bevindingen die daaruit volgden aan het college voorgelegd. Het college heeft vervolgens beoordeeld of de beoordelingswijze en de bevindingen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen (zie hierover meer in de beantwoording van vraag 9). De eindverantwoordelijkheid ligt altijd bij het college en is daar ook in dit proces nadrukkelijk blijven liggen (in antwoord op subvraag c).
7. Kan het college aangeven op welke wijze het heeft vastgesteld dat de door of namens het externe bureau aangeleverde beoordelingen: a. consistent zijn toegepast; b. aansluiten bij de subsidieregeling; c. en geen zelfstandige beleidsafweging bevatten?
B&A groep heeft de opdracht gekregen om de subsidieaanvragen te beoordelen, omdat zij daartoe geëquipeerd is. Zij heeft hiervoor specifieke expertise in huis en bovendien was B&A groep al goed bekend met de dorps- en wijkhuizen in de gemeente Roosendaal. B&A groep heeft namelijk — vanwege diezelfde expertise — een bijdrage geleverd aan de doorontwikkeling van de wijk- en dorpshuizen in de gemeente Roosendaal. Ook heeft B&A groep een adviserende rol gehad bij de totstandkoming van de huidige subsidieregeling en is zij ook daarom als geen ander in staat om de aanvragen objectief en anderszins zorgvuldig te beoordelen. Uiteraard hebben wij in gesprek met B&A groep aandacht gehad voor die vereiste objectiviteit en zorgvuldigheid, waarvan onder meer de consistentie en aansluiting bij de subsidieregeling vereisten zijn. Zie verder ook de beantwoording van vraag 9.
Evenredigheid en motivering van besluiten
8. Kan het college toelichten hoe bij de besluitvorming is getoetst aan het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb), met name in situaties waarin activiteiten met vergelijkbare scores verschillend zijn gehonoreerd?
Met de beschikkingen zijn de dorps- en wijkhuizen in gelijke zin behandeld en is geen sprake van een onevenredigheid in welke zin dan ook.
De B&A groep heeft eerst alle subsidieaanvragen per activiteit beoordeeld. Uit deze analyse bleek dat het subsidieplafond zou worden overschreden als alle (onderdelen van de) aanvragen zouden worden gehonoreerd. Dat is budgettair geen optie. B&A groep heeft daarom — in afstemming met de gemeente — gekeken op welke manier het beschikbare budget juist op evenredige en gelijke manier onder de aanvragers kan worden verdeeld. Er is namelijk precies om deze redenen gekozen voor een beoordeling per activiteit en met een drempel van meer dan 56 punten op een schaal van 100 punten.
Zou bijvoorbeeld zijn beoordeeld op het niveau van de aanvragen, dan was de onwenselijke uitkomst ervan geweest dat één of meerdere wijkhuizen géén subsidies zou hebben ontvangen. Zou voor een andere drempel zijn gekozen, bijvoorbeeld meer dan 55 punten of meer dan 60 punten, dan was er te weinig budget beschikbaar (bij meer dan 55 punten) respectievelijk zou er juist budget zijn overgebleven (bij meer dan 60 punten). Met een drempel van meer dan 56 punten worden de
beschikbare middelen maximaal ingezet voor de dorps- en wijkhuizen zonder dat het budget wordt overschreden.
In de regeling is niet alleen een subsidieplafond (€ 215.000) opgenomen voor activiteitensubsidie voor alle buurthuizen tezamen, maar ook een subsidieplafond voor activiteiten per buurthuis van € 45.000. Dat heeft ertoe geleid dat niet alleen een drempel in aantal punten per activiteit geldt, maar ook dat een buurthuis nooit meer dan € 45.000 subsidie kan ontvangen voor activiteiten. Daarom kan het voorkomen dat een activiteit wel meer dan 56 punten krijgt, maar geen subsidie krijgt toegekend.
De werkwijze in deze situaties is dat van de activiteiten die meer dan 56 punten hebben gescoord de best scorende activiteiten worden toegekend totdat het subsidieplafond van € 45.000 wordt overschreden. Het aangevraagde subsidiebedrag voor de activiteit(en) met de laagste score (maar meer dan 56 punten) wordt dan in het geheel niet toegekend. Dat heeft bij een enkel buurthuis ertoe geleid dat een activiteit met meer dan 56 punten niet is toegekend.
Aldus is weloverwogen gekozen voor een evenredige en objectieve beoordeling op activiteitenniveau.
Alle dorps- en wijkhuizen hebben voor hun activiteiten die meer dan 56 of hoger scoorden het volledig door hen aangevraagde bedrag ontvangen. Dit uiteraard tot het in de subsidieregeling opgenomen maximumsubsidiebedrag van € 45.000 per buurthuis. Dat er verschillen zitten in de uiteindelijk toegekende bedragen heeft als oorzaak de verschillend aangevraagde bedragen. De oorzaak daarvan ligt niet in de gemeentelijke beoordeling van die aanvragen.
9. Is het college van oordeel dat de verstrekte beschikkingen zodanig zijn gemotiveerd dat voor aanvragers duidelijk en navolgbaar is: a. waarom een activiteit wel of niet is gehonoreerd;
b. en hoe dit voortvloeit uit de regeling?
Ja, dat oordeel heeft het college. Het college is binnen zijn bevoegdheid tot het nemen van subsidiebeschikkingen overigens verplicht om te beoordelen of die deugdelijk zijn gemotiveerd en anderszins zorgvuldig tot stand zijn gekomen.
Ter toelichting nog het volgende: wij vinden het belangrijk om richting de individuele dorps- en wijkhuizen zo open en transparant als mogelijk te communiceren bij het afgeven van subsidiebeschikkingen. Wij hebben daarom ervoor gekozen om de score op activiteitenniveau als bijlage bij de beschikkingen te voegen. Ook hebben wij in de bijlage inzichtelijk gemaakt welke bedragen andere wijk- en dorpshuizen aan activiteitensubsidie beschikt hebben gekregen.
Verder hebben wij de dorps- en wijkhuizen de optie geboden om de toegepaste beoordelingssystematiek toe te lichten en hun vragen over de beoordeling rechtstreeks aan B&A groep te stellen. Hiervoor wordt een bijeenkomst ingepland. Ter voorbereiding zullen de wijk- en dorpshuizen de volledige beoordeling (score per criteria) op activiteitenniveau ontvangen.
Positionering binnen sociaal-maatschappelijk domein
10. Kan het college aangeven hoe het vrijwillige buurthuiswerk, zoals ondersteund via de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029, zich verhoudt tot: a. door de gemeente gesubsidieerde professionele welzijnsactiviteiten; b. en activiteiten die (mede) vanuit NPRmiddelen worden gefinancierd?
Zowel het buurthuiswerk, het professionele welzijnswerk en de activiteiten vanuit het NPR zijn gericht op het versterken van de sociale cohesie in de wijk en het vergroten van de betrokkenheid van bewoners bij elkaar en bij de ontwikkeling van hun buurt/ wijk. In de diverse subsidieregelingen wordt hieraan daarom nadrukkelijk aandacht besteed. In de sturing op de subsidieregelingen wordt zowel
vanuit de gemeentelijke opdrachtgeversrol als vanuit het NPR ingezet op het versterken van de afstemming en samenwerking tussen partijen in de wijk.
11. Is het college van mening dat bij de inzet van NPR-middelen voldoende aansluiting wordt gezocht bij bestaande vrijwilligersstructuren, waaronder wijk- en dorpshuizen, om overlap en parallelle uitvoering te voorkomen?
Ja, de inzet van NPR-middelen is erop gericht om bestaande activiteiten en structuren in de wijken te versterken.
Informatievoorziening aan de raad
12. Is het college bereid de raad te voorzien van: a. het volledige beoordelingskader en eventuele wegingsmatrix die is gehanteerd; b. de formele opdracht aan het externe bureau; c. de vastgestelde methodiek voor de omzetting van scores naar subsidiebedragen?
De door u gevraagde informatie ligt feitelijk besloten in de Subsidieregeling en in de uitleg die is gegeven in de individuele beschikkingen gericht aan de dorps- en wijkhuizen. In het bijzonder wordt de aanleiding om überhaupt voor een drempel en meer specifiek déze drempel te kiezen, in de beschikkingen uitgelegd. De door u gevraagde 'vastgestelde methodiek voor de omzetting van scores naar subsidiebedragen' is geen andere dan dat de deelbedragen voor alle activiteiten die meer dan 56 punten scoren volledig worden gehonoreerd.
Verder vraagt u om toezending van de formele opdracht aan B&A groep.
Gelet op de hier door u gevraagde informatie vragen wij uw aandacht voor de onderling gemaakte afspraak om elkaar scherp te houden op de rolduidelijkheid en de rolzuiverheid van uw raad versus die van het college. Dit naar aanleiding van het rapport "Giftig samenspel. Bestuurscultuur en sociale onveiligheid belemmeren mens, organisatie en stad in hun ontwikkeling". Het college is het bevoegde orgaan om op individuele aanvragen voor subsidie te besluiten. De details waarom u nu vraagt kunnen in de onderlinge rolverdeling tussen college en raad afleidend werken. Het past onzes inziens bij de rol van uw raad om het debat te voeren op de (financiële) lijnen van de gewenste doorontwikkeling van de wijk- en dorpshuizen en de doelen die de gemeente met het subsidieinstrument beoogt te bereiken.
Als we de mate van detail van uw vraagstelling doortrekken naar het debat, is volgens ons goed denkbaar dat tussen uw raad en het college een debat ontstaat over een individuele situatie(s); bijvoorbeeld over een bepaalde activiteit in een specifiek wijk- of dorpshuis. Dit is niet wenselijk. Het college moet de ruimte behouden om het goede gesprek met individuele dorps- en wijkhuizen te kunnen voeren. Een standpunt over bijvoorbeeld een bepaalde activiteit in een raadsdebat kan óók voor dit gesprek afleidend werken, mogelijk zelfs tot een onterechte onderling verschillende aanpak.
De gemeentelijke processen zijn bovendien reeds ingericht op het kunnen voeren van het individuele gesprek. Ultimo staat het de wijk- en dorpshuizen vrij om formeel bezwaar te maken. Dit bezwaar wordt dan door een onafhankelijke en daartoe deskundige bezwaarschriftencommissie beoordeeld.
Ook in dat stadium is er altijd ruimte voor gesprek en toelichting. Wij achten het niet passend noch wenselijk om daar in een raadsdebat al een voorschot op te geven.
Slotvraag
13. Is het college bereid de toepassing van de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 20262029 na afronding van deze eerste subsidieronde bestuurlijk te evalueren en de raad hierover te informeren, met specifieke aandacht voor transparantie, uitvoerbaarheid en evenredigheid?
De toepassing van de Subsidieregeling Wijk- en dorpshuizen 2026-2029 wordt geëvalueerd. Wij zijn bereid om de raad over de uitkomsten te informeren.
Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
Bekijk de brief: 251-2025 Beantwoording raadsvragen VL- buurthuis en welzijnswerk.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Roosendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.