3 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

aanbevelingen WODC - rapport 'Werkverandering onder sekswerkers'

Een raadslid stelde op 3 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

\

-1,.^þ Gemeente Rotterdam

Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen 'Aanbevelingen WODC-rapport "Werkverandering onder sekswerkers"'

Cluster: Maatschappetijke Ontwikkeling Portefeui[[e: Zorg, Ouderen, Jeugdzorg, Organìsatie en Dienstver[ening

Portefeuillehouder: Ronald Buìjt Van: D.A.J.J. de Jong Telefoon: L4 0L0

Aan de gemeenteraad

Datum: L5 december 2025 Uw Kenmerk:25bb008ó9ó Ons kernmerk: M2511-3899 - 2óbb000ó9ó

Datum: B&W 3 februari2Ù26

Op25 november 2025 stelde het tid Balcha ons schriftelijke vragen over Aanbevelingen WODC-rapport "Werkveranderi n g onder sekswerkers" (25bbO0 869 6).

Inleidend wordt gesteld:

De Dóó-fractie heeft kennisgenomen van het WODC-onderzoek Werkverandering onder sekswerkers. Uit dit onderzoek komt naar voren dat sekswerkers in.Nedertand te maken hebben met hardnekkige stigmatisering, psychische en fysieke betasting, onveilige werksituaties en beperkte toegang tot passende ondersteuning. Daarnaast btijkt dat begeleidingstrajecten vaak onvoldoende aansluiten op de behoeften van sekswerkers en regelmatig te vroeg worden beëindigd, terwij[ langdurige en integrale begeteiding essentieeI is voor duurzame werkverandering.

Wij maken ons zorgen over wat deze bevindingen betekenen voor de Rotterdamse praktijk. In het bijzonder gaat het om de veitigheid en positie van sekswerkers, de toegankelijkheid en effectiviteit van ondersteuning binnen onze stad, de inzet en besteding van DUUP-middelen en de rol van de gemeente bij het verminderen van stigma en het bevorderen van bestaanszekerheid, waaronder huisvesting.

Het onderzoek doet daarnaast B concrete aanbevelingen voor beleid en praktijk, namelijk: o Bevorder langdurige, integrate begeteidingstrajecten o Versterk de rotvan sekswerk-specifieke organisaties o Vergroot de zichtbaarheid van het ondersteuningsaanbod

r Bied ondersteuning die niet uitsluitend is op uitstap

o OntwikkeI inclusieve en flexibele begeleidingstrajecten o Facititeer contact met ervaringsdeskundìgen en peers o Creëer veilige woon- en werkplekken o Herzie de opzet van de DUUP-dag

Blad: 2/4

-s1-.þ

Datum: 3 februari 202ó

Hieronder volgt de vraag en onze beantwoording:

Vraag 1: In hoeverre ziet het college mogetijkheden om de aanbeveling uit het rapport over te nemen om langdurige, integrate begeteidingstrajecten te ontwikkelen, gezien het feit dat begeleiding nu vaak te vroeg wordt beëindigd? Wat is er nodig om dit mogetijk te maken?

Antwoord:

Het co[tege ziet mogelijkheden om de aanbeveling uit het rapport over te nemen om de trajecten die momenteel [open voor uitstappende sekswerkers meer langdurig en integraal in te richten. Vanuit het ministerie van Justitie en Veitigheid (JenV) worden jaartijks middeten overgemaakt aan de gemeente om uitvoering te geven aan het uitstapprogramma voor sekswerkers. In Rotterdam worden de uitstapprogramma's uitgevoerd door stichting de Haven (hierna: de Haven) en het expertise centrum seksuatiteit sekswerk en mensenhandel (ESSM; onderdeel stichting Humanitas). Beide organisaties bieden jobcoaching aan om uitstappende sekswerkers te begeteiden bij het vinden van een andere baan en bieden daarnaast ook prostitutie maatschappelijk werk aan om sekswerkers ook op andere leefgebieden te helpen. We[ komt het regelmatig voor dat sekswerkers zelf besluiten om het traject eerder te stoppen wegens verschi[[ende redenen, zoals praktische zaken die zijn geregetd of onrealistische verwachtingen over het vinden van een andere baan.

Om langdurige integrale begeleidingstrajecten meer te ontwikke[en is het o.a. nodig dat praktische basiszaken als een woning, (geestelijke) gezondheidszorg en inkomen (waaronder uitkering) sneller gerege[d kunnen worden. Door praktische basiszaken te regelen ontstaat er meer een gevoel van veiligheid en zekerheid bij uitstappende sekswerkers, wat ten goede komt aan het gehele begeleidingstraject. In2026 wordt op basis van het WODC-onderzoek gekeken wat de gemeente kan doen om een bijdrage te leveren aan langdurige, integrale begeleidingstrajecten.

Vraag 2: De onderzoekers benadrukken dat sekswerk-specifieke organisaties cruciaal zijn vanwege hun expertise, laagdrempetigheid en werkwijze.Is het college bereid de rol van dergelijke organisaties in Rotterdam te versterken?Zo ja,hoe?

Antwoord:

Zoals beschreven bij de beantwoording van vraag L zijn er jn Rotterdam 2 sekswerk specifieke organisaties die zich bezighouden met het begeteiden van sekswerkers richting ander werk, binnen of buiten de seksbranche, indien zij dit wensen. Hiervoor zijn jaarlijks voldoende middelen beschikbaar. Het is dan ook niet nodig, naast de inzet die er momenteeI a[is, deze rol verder te versterken.

Vraag 3: Het rapport stelt dat vee[ sekswerkers geen zicht hebben op het beschikbare ondersteuningsaanbod. Herkent het college dit? Hoe gaat het cotlege de zichtbaarheid en toegankelijkheid van dit aanbod vergroten?

Antwoord:

Het cottege herkent niet dat er geen zicht is op het beschikbare ondersteuningsaanbod.

De Haven en het ESSM benaderen via het veldwerk in de vergunde branche (clubs, privé huizen en massagesalons) sekswerkers om te vertellen over hun aanbod, zowel maatschappetijk werk als ondersteuning bij het uitstappen. Ook via het internet worden sekswerkers (o.a. escort en sekswerkers die thuiswerken) op de hoogte gebracht van het

aanbod van beide organisaties. Hierbij is het belangrijk, in het kader van destigmatisering, om niet direct aan te sturen op het uitstappen uit de branche.

Blad:

Datum:

3/4

'*oìþ

3februari2026

De veldwerkers benadrukken het gehele aanbod en hebben goed zicht op de gevoeligheid

rondom het onderwerp uitstappen.

Ook de AVIM (onderdeel potitie die de prostitutiecontroles in Rotterdam doet) verwijzen naar het ESSM of de Haven wanneer zij sekswerkers tegenkomen die behoefte hebben aan ondersteuning bij het uitstappen of op andere gebieden. In het kader van onvergund sekswerk gaan zowet het ESSM als de Haven wel eens mee met prostitutiecontroles van de AVIM en zijn er goede contacten met o.a. wijkagenten en het Leger des Heils.

Vraag 4: De onderzoekers constateren dat ondersteuning vaak sterk gerich.t is op uitstap uit de branche, terwijt veel sekswerkers juist witlen veranderen binnen de branche. Hoetorgt het coltege dat Rotterdamse ondersteuningstrajecten aanstuiten bij beide routes?

Antwoord:

Het co[[ege borgt dit door de inzet van sekswerk specifieke organisaties het ESSM en de Haven die de gevoeligheden en mogetijkheden bjnnen de branche goed kennen. Doordat

beide organisaties vraaggericht werken, zijn beide opties, helemaa[ stoppen of veranderen binnen de branche zelf mogelijk. Ook wordt door beide organisaties de behoefte van sekswerkers gezien om de overstap naar een andere baan geleidetijk te laten verlopen, bijvoorbeeld door parttime ander werk te doen. Bejde organisaties zijn goed op de hoogte van het sekswerkbeleid en iniormeren cliënten over hun keuzes en de consequenties (bv de online pubticatie van de aanvraag van een escort vergunning, versus het risico van onvergund werken). De informatieverstrekking over de overstap op een ándere vorm/sector kan worden gedaan door het ESSM, de Haven en worden besproken bij het informatie- en dienstencentrum voor sekswerkers Doo12Door.

Hier kunnen sekswerkers laagdrempetig terecht om informatie in te winnen. Doo12Door wordt gecoördineerd vanuit het ESSM.

Vraag 5: fn hoeverre sluit het huidige Rotterdamse beleid aan bij de aanbeveling om inclusieve en flexibele begeleidingstrajecten te ontwikkelen die specifiek aansluiten op diverse groepen sekswerkers, zoals transpersonen, mannetijke sekswerkers en sekswerkers met een migratieachtergrond?

Antwoord:

Het huidige beteid sluit aan bijinctusieve en flexibete begeteidingstrajecten, doordat a[te trajecten vraag gestuurd zijn en maatwerk door het ESSM en de Haven wordt aangeboden. De meeste cliënten die zij ondersteunen hebben te maken met overtappende vormen van discriminatie, bijvoorbeeld op grond van gender, seksuele voorkeur, sociaaleconomische achtergrond, verb[,ijfsstatus en/of etniciteit. Daarnaast is er het stigma op sekswerk. Bij het ESSM en de Haven hebben ze oog voor deze overtappende vormen van uitsluiting en borgen dit in hun dienst- en hulpverlening. Daarnaast is het ESSM-expert op het gebied van seksuele- en genderdiversiteit en de impact van het leven met hiv.

Vraag ó: Het rapport benadrukt het belang van peer-support en ervaringsdeskundigheid voor duurzame werkverandering. Is het co[lege bereid in Rotterdam structureel ruimte te maken voor pêêr:initiatieven? Zo ja, op welke manier?

Blad:

Datum:

t*lÀ=

4/4 3 februari 202ó

Antwoord:

Het college vindt peer-initiatieven vanuit de sekswerkers gemeenschap belangrijk, maar ziet op korte termijn niet de mogelijkheid hier ruimte voor te maken. Om peer-initiatieven duurzaam te kunnen ontwikkelen is structurele financiering en een veilige, beschermde setting nodig, gezien het stigma op sekswerk.…

Bekijk de brief: [26bb000696] Beantwoording vragen Balcha over aanbevelingen WODC - rapport 'Werkverandering onder sekswerkers'

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam