13 april 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

beantwoording vragen raadsvoorstel BBV-aspecten Grondexploitatieportefeuille Jaarrekening 2022

Een raadslid stelde op 13 april 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Marc Tilburg Telefoon: 14 010 E-mail: [email protected]

Aan de commissie Bouwen, Wonen & Buitenruimte

Uw kenmerk:

Ons kenmerk: M2303-2722 - 23bo004049

Onderwerp: Beantwoording vragen raadsvoorstel BBV-aspecten Grondexploitatieportefeuille Jaarrekening 2022 (23bb001216) Datum: 22 maart 2023

Geachte leden van de commissie, Uw commissie heeft in de procedurevergadering van 8 maart 2023 het volgende advies ten aanzien van het raadsvoorstel BBV-aspecten grondexploitatieportefeuille Jaarrekening 2022 (23bb001216) overgenomen:

De omvang van de IVA (immateriële vaste activa) is in de afgelopen jaren gestegen van € 1 mln (2019) naar € 11,1 mln (2022). Uit het raadsvoorstel blijkt niet of deze kosten worden terugverdiend via de grondexploitatie of dat deze ten laste blijven van de algemene middelen. Bovendien wordt geen bedrag per project gevraagd maar een totaal bedrag ten laste van de algemene middelen zonder dat de raad zicht heeft op wat ermee gebeurt en of het nodig is.

Wordt op verzoek van de commissieleden besproken op een volgende vergadering.

Naar aanleiding van deze behandeling heb ik de volgende vragen ontvangen:

- In de eerdere brieven met IVA is aangegeven dat er een krediet tegenover staat. “Voor deze voorbereidingskosten is een krediet beschikbaar”. Waarom staat dat er bij de voorliggende brief niet meer in? -

Het is niet duidelijk aangegeven dat er een looptijd is van 5 jaar voor het activeren (vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de tabel met de projecten zou daar op moeten worden aangevuld. Dit zodat duidelijk is hoelang men per project heeft tot het in uitvoering nemen van de betreffende grondexploitatie en welk bedrag in welk jaar is geactiveerd.

-

Wat is de verwachting per project op het saldo. Is deze verliesgevend of winstmakend? (waarmee je aangeeft of het kan worden terugverdiend of niet) (en zou je nu al een voorziening kunnen gaan treffen aangezien de kosten dan in alle gevallen tot een afboeking leiden en er ook een andere keuze dan activeren zou kunnen worden gemaakt)

-

Hoe telt het saldo per project op tot het nu weergegeven totaal van € 11,1 miljoen?

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

2/9 22 maart 2023 M2303-2722

-

Er is geen plafond afgesproken voor het activeren van voorbereidingskosten, niet per project en niet in totaal. Tot hoe hoog is het activeren van voorbereidingskosten verstandig en wat zijn de consequenties hiervan? BBV geeft geen richtlijn, maar het groeit van 2019 € 1,0 miljoen, 2020 € 4.0 miljoen, 2021 € 7,6 miljoen, naar 2022 € 11,1 miljoen. Kan natuurlijk per project anders zijn, maar op portefeuille niveau zou een bepaald plafond wenselijk kunnen zijn in relatie tot andere.

-

Waarom wordt deze brief eind februari gestuurd en niet bv in december zoals in de meeste voorgaande brieven, zie de links onderin? Er staat “De voorgelegde besluiten zijn noodzakelijk voor de Jaarstukken 2022, maar kunnen pas nu worden voorgelegd om zo accuraat mogelijk te zijn.” Is dat echt zo want dat staat ook in alle andere jaarlijkse versies.

Deze vragen zullen hieronder worden beantwoord.

Eerst zal ik ingaan op welke wijze het budgetrecht van de IVA’s wordt vorm gegeven (in relatie tot de gestelde vragen) en zal ik afronden met de vraag of de kosten van de IVA’s worden terugverdiend via de grondexploitatie of afgeboekt ten laste van de algemene middelen.

Beantwoording vragen Vraag 1: Hoe is het budgetrecht voor de IVA’s ingericht?

Antwoord:

De Raad neemt tijdens de reguliere P&C-momenten een besluit tot het verstrekken of het ophogen van investeringskrediet omtrent de IVA’s. Het college dient voor de uitvoering binnen dit kader te blijven. Tijdens de P&C-momenten verantwoordt het college zich over de aanwending van dit krediet.

Het nu voorliggende raadsvoorstel BBV-aspecten Grondexploitatieportefeuille (23bb001216) vloeit niet voort vanuit het budgetrecht, maar vanuit een stellige uitspraak van de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording).

De commissie BBV stelt nadere regels voor de uitvoering van de BBV (is het wettelijk kader voor de begroting en verantwoording) en kan hierbij ook stellige uitspraken doen.

Met stellige uitspraken geeft de commissie een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat verwacht wordt dat stellige uitspraken worden gevolgd. Indien een gemeente toch een afwijkende interpretatie kiest, dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en jaarstukken.

De stellige uitspraak houdt in dat het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling onder de immateriële vaste activa is toegestaan onder de voorwaarde dat plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, bestuurlijke instemming moeten hebben, blijkend uit een raadsbesluit. In de door de Raad vastgestelde Verordening Financiën Rotterdam 2021 (VFR) is opgenomen op welke wijze hiermee wordt omgegaan.

Het raadsvoorstel 23bb001216 sluit op deze systematiek aan.

Nadere toelichting:

In 2019 heeft de votering van het lopende krediet door de Raad plaatsgevonden. Het initiële krediet bedroeg € 7 mln. Bij de 10-maands 2021 en de 2e herziening 2022 heeft de Raad ingestemd met het ophogen van het krediet tot een bedrag van € 11 mln. Zowel in 2021 als in 2022 bedroeg de ophoging € 2 mln.

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

3/9 22 maart 2023 M2303-2722

Bij de begroting 2023 is tevens een nieuw krediet aangevraagd en toegekend van € 10 mln voor de nieuw te openen IVA’s in de periode 2022-2026 (huidige collegeperiode).

Er is derhalve sprake van 2 kredieten.

In de VFR 2021 artikel 8 lid 3 is opgenomen dat de voorbereidingskosten voor het realiseren van grondexploitaties geactiveerd worden onder de immateriële vaste activa.

Zoals benoemd in de VFR 2021, artikel 12 lid 5 wordt jaarlijks aan de Raad het besluit voorgelegd over de vaststelling van de lopende initiatieven voor de ontwikkeling van gronden (IVA’s).

Middels dit besluit wordt de door de BBV vereiste bestuurlijke instemming voor het activeren van de voorbereidingskosten geborgd.

Daarnaast is in de toelichting van VFR 2021 opgenomen dat geactiveerde kosten in het lopend jaar ten laste van de exploitatie (algemene middelen) moeten worden gebracht, indien dit voornemen niet wordt bekrachtigd.

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

4/9 22 maart 2023 M2303-2722

Vraag 2: In de eerdere brieven met IVA is aangegeven dat er een krediet tegenover staat. “Voor deze voorbereidingskosten is een krediet beschikbaar”. Waarom staat dat er bij de voorliggende brief niet meer in?

Antwoord:

Zoals in het antwoord op vraag 1 is aangegeven, is voor de IVA’s een investeringskrediet beschikbaar. Dit is dus niet anders dan voorgaande jaren (volgens voorliggende brieven).

Er is voor gekozen dit niet op te nemen omdat het bedrag aan voorbereidingskosten van IVA’s van € 11,1 miljoen in het raadsvoorstel betrekking heeft op de nu lopende IVA’s. De IVA’s die reeds zijn opgenomen in een grondexploitatie in uitvoering zijn niet meer in dit bedrag opgenomen, omdat de voorbereiding immers is gestopt en deze kosten onderdeel zijn geworden van de grondexploitatie. Hierdoor is geen directe aansluiting met het totaal van de investeringen op de lopende IVA’s en dit investeringskrediet te maken.

Vraag 3:

Het is niet duidelijk aangegeven dat er een looptijd is van 5 jaar voor het activeren (vanuit de BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden), de tabel met de projecten zou daar op moeten worden aangevuld. Dit zodat duidelijk is hoelang men per project heeft tot het in uitvoering nemen van de betreffende grondexploitatie en welk bedrag in welk jaar is geactiveerd.

Antwoord:

De commissie BBV heeft de stellige uitspraak gedaan dat plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, bestuurlijke instemming moeten hebben, blijkend uit een raadsbesluit. (zie antwoord onder vraag 1) Het afzonderlijk vermelden van de looptijd van 5 jaar (in het besluit) is derhalve geen verplichting voor de BBV en behoeft niet te worden vermeld in het raadsvoorstel. Het is derhalve niet noodzakelijk om de tabel hierop aan te vullen. Voor de besluitvorming is dit dus niet nodig, maar voor verder inzicht mogelijk wel gewenst. Ik ga in de beantwoording van de volgende vragen nog nader op dit inzicht in.

Vraag 4:

Wat is de verwachting per project op het saldo. Is deze verliesgevend of winstmakend? (waarmee je aangeeft of het kan worden terugverdiend of niet) (en zou je nu al een voorziening kunnen gaan treffen aangezien de kosten dan in alle gevallen tot een afboeking leiden en er ook een andere keuze dan activeren zou kunnen worden gemaakt) Antwoord:

Op dit moment is de verwachting dat de gerealiseerde voorbereidingskosten onder de IVA’s te zijner tijd kunnen worden ingebracht in een grondexploitatie in uitvoering.…

Bekijk de brief: [23bb001925] Wethoudersbrief Zeegers over beantwoording vragen raadsvoorstel BBV-aspecten Grondexploitatieportefeuille Jaarrekening 2022

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam