De uitbreiding en toepassing van de discriminerende Rotterdamwet
Een raadslid stelde op 10 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
-saìþ
Gemeente Rotterdam
Onderwerp: De uitbreiding en toepassing van de discriminerende Rotterdamwet
Cluster: Stadsontwikkeling
Portefeuille: Handhaving, Buitenruimte, Mobititeit
Portefeui[[ehouder: Pascal LansinkBastemeijer Van: Muttalip Metin Telefoon: 14 010
Aan de gemeenteraad
Uw kenmerk:25bb008434 Ons kenmerk: M25II-2397 - 26bb001744
Datum: B&W 10 maar12026
Op 1-4 november 2025 stetde raadslid M. van Campenhout (BIJL) ons schriftelijke vragen over de Rotterdamwet.
Inleidend wordt gesteld:
De Rotterdamwet is a[ twintig jaar het symbool van een stad die haar eigen bewoners selecteert, scheidt en straft op basis van inkomen, status en afkomst. Wat ooit werd gepresenteerd als een tijdetijke maatregel om de leefbaarheid te verbeteren is uitgegroeid tot een structureel systeem van uitsluiting, Onder het mom van veiligheid en leefbaarheid worden mensen met lage inkomens en een migratieachtergrond geweerd uit hun.wijken, terwijlde oorzaken van armoede en woningnood onbestraft btijven. Deze wet maakt van wonen geen recht maar een privilege.
Ze criminaliseert armoede, normaliseert discriminatie en houdt de ongelijkheid die armoede veroorzaakt in stand.
Rotterdam BIll- kiest voor een ander uitgangspunt: dat iedere Rotterdammer, ongeacht inkomen, afkomst of verblijfsstatus, recht heeft op een thuis. Wij verzetten ons tegen beleid dat mensen verdeelt in gewenste en ongewenste bewoners en eisen een stad die investeert in bestaanszekerheid in plaats van in uitsluitìng.
Met de recente uitbreìding van de Rotterdamwet naar 25 straten en7.4Z3woningen wordt deze logica verder bestendigd. Ongetijkheid wordt niet bestreden maar beheerd.
Rotterdam BIlL stett deze vragen uit verzet tegen een beleid dat ongelijkheid niet oplost maar organiseert.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/9 t0 maar|2126
t'lþ
M257r-2397
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Structurele uitsluiti ng Vraag 1:
De Rotterdamúet beperkt de vrijheid van vestiging, zoals beschermd in artikel 2van het Vierde Protocol bij het EVRM, en raakt aan het grondrecht op huisvesting zoals verankerd in artikel 22van de Grondwet. Kan het college toelichten hoe deze structurele inbreuk juridisch, beleidsmatig en moreel wordt gerechtvaardigd, en op welke manier de proportionaliteit en noodzaketijkheid van deze maatregel zijn onderbouwd?
Antwoord:
Voordat wij de vragen beantwoorden, eerst een verduidetijking. Waar in de vragen en de antwoorden gesproken wordt van 'de Rotterdamwet'wordt voor de specifieke toepassing van de wet in Rotterdam bedoeld: het beperken van overlast en criminaliteit op grond van artike[ ]"0 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijk problematiek (hierna Wbmgp).
Deze maatrege[ houdt in dat woningzoekenden met ernstig overlastgevend of crimineel gedrag niet in aangewezen buurten, straten of comptexen kunnen gaan wonen, waar de leefbaarhejd en veitigheid a[ flink onder druk staan, omdat aan hen geen huisvestingsvergunning wordt verleend. De andere maatregelen uit de Wbmgp met betrekking tot selectieve woningtoewijzing (artikel 8- inkomenseis en artiket 9 - voorrang op sociaaleconomische kenmerken) maken geen onderdeel uit van de recente aanvraag gebiedsaanwijzing.
Selectieve woningtoewijzing op grond van artikel ].0 van de Wbmgp is een bijzondere maatregeldie in uitzonderlijke omstandigheden kan worden ingezet en met veel waarborgen is omgeven. In de wet worden toetsingscriteria genoemd op grond waarvan de gemeenteraad aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtetijke Ordening de aanvraag tot aanwijzing van gebieden moet onderbouwen en'voldoende aannemelijk' moet maken : noodzaketijkheid, geschi ktheid, subsidiariteit en proportionaliteit.
Deze wettelijke toetsingscriteria zijn verwerkt in het afwegingskader (vastgesteld door de gemeenteraad) dat voor de selectie van de straten is toegepast.l Rotterdam bestaat uit meer dan 4.400 straten, waarvan er in de nieuwe aanwijzing 25 zijn aangewezen. Voor woningzoekenden die op grond van artike[ ].0 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen, btijft ruim de mogetijkheid bestaan om zich elders in Rotterdam te huisvesten, gelet op het beperkt aantal straten waarvoor deze vergunningpticht getdt. Het coltege verwijst voor de verdere toelichting en onderbouwing naar de aanvraag die de gemeenteraad vorig jaar bij de minister heeft ingediend en de bijbehorende raadstukken.
Vraag2= Erkent het cotlege dat de toepassing van de Rotterdamwet feitelijk bijdraagt aan stedelijke segregatie en daarmee in strijd is met het beginset van getijke toegang tot de stad en met de gemeentelijke ambitie om Rotterdam als één ongedeelde stad te besturen?
t https://qemeenteraad.rotterdam.nt/Aqenda/Index/5355a4d4-ad75-4e8d-a58d-75b2323f2óbc#óf0c0a94ae28- 4c7 4-9 LdL-f 87 e7 acf 2528
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/9
I0maart2026
*'lþ
M2511-2397
Antwoord:
In Rotterdam streven we naareen inclusieve stad, waariedereen een plek heeft om een thuis te vinden of te maken. Dit getdt voor a[[e bewoners van Rotterdam en staat los van iemands afkomst, achtergrond, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid en/of geslacht. In het najaarvan 2023 hebben we daartoe het Actieplan "samenleven in één Stad" gepresenteerd. Dit Actieplan is het resultaat van diverse gesprekken in de stad over onder meer het tegengaan van discriminatie en het bevorderen van inclusie op de arbeidsmarkt, woningmarkt en in het onderwijs. Maar ook over racisme en emancipatie. De acties dragen bij aan een stad waar iedereen erbij hoort en zichzelf mag zijn.
Ook in de Woonvisie richten we onze aandacht en acties op de aanpak van discriminatie op de woningmarkt. Naast het tegengaan van discriminatie op de woningmarkt en andere misstanden op grond van de Wet goed verhuurderschap gemeenten werken we samen met de verhuurdersbranche om zo veel mogelijk Rotterdamse verhuurders aan te laten stuiten bij een brancheorganisatie of zich te registreren bij een kwaliteitsregister (waar het verkrijgen van een KeurmerkVerhuurVeilig onderdeel van ís).
De toepassing van selectieve woningtoewijzing op grond van artikel ]-0 van de Wbmgp draagt eraan bij dat maatschappetijke problemen niet blijven neerslaan in een beperkt aanta[ kwetsbare gebieden en dat wordt tegengegaan dat bewoners in deze gebieden op grote achterstand staan ten opzichte van bewoners in andere delen van stad. Met deze bijzondere wettetijke mogelijkheid kunnen wijde huisvesting van nieuwe huurders met (een cumutatie van)overlastgevende en criminele gedragingen beperken in aangewezen straten in Rotterdam waar de leefbaarheid en veitigheid at ftink onder druk staan. Zoals bij vraag 1- geantwoord, btijft voor woningzoekenden die op grond van artikel 10 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen, ruim de mogetijkheid bestaan om zich in Rotterdam te huisvesten, getet op het beperkt aantal straten waarvoor de vergunningplicht getdt.
Potitieke en morele verantwoordetijkheid Vraag 3:
De Rotterdamwet gaat uit van de aanname dat "teefbaarheidsprobtemen" voortkomen uit bewonerskenmerken in plaats van uit structurele beleidskeuzes zoals woningnood, armoede en onder investering in pubtieke voorzieningen. Hoe verantwoordt het cotlege dat deze beleidstogica de verantwoordelijkheid voor ongelijkheid verschuift van overheid naar individu, en daarmee bewoners aanspreekt op omstandigheden die door beteid zelt zijn veroorzaakt?
Antwoord:
In de straten waar artiketL0 Wbmgp wordt ingezet, is sprake van een cumutatie van problemen. Daarbij spelen ook factoren als armoede en de woningvoorraad een ro[. In de aanvraag tot aanwijzing van gebieden is de noodzaketijkheid, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit van de toepassing van de maatrege[ onderbouwd. Door de inzet van artikel i.0 Wbmgp, in combinatie met andere genomen maatregelen, witlen we verdere probteemcumulatie voorkomen en kan de reeds bestaande problematiek meer effectief te lijf worden gegaan, Yraag4= Kan het college toelichten waarom wordt gekozen voor uitsluitingsbeleid als instrument voor leefbaarheid, in plaats van voor beleid dat armoede, schulden en woningtekorten aanpakt bij de bron?
Btad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/9 IOmaarf2j26
'*tlþ
M25r1,-2397
Antwoord:
De inzet van artikel ]-0 van de Wbmgp is een ultimum remedium. Binnen onze
mogelijkheden zetten we attes op a[[es om de problematiek in de aangewezen straten met een integrale aanpak, in het kader van de aanpak woonovertast, tegen te gaan. Hierbij gaat het om maatregelen op het gebied van school, werk en wonen zoals in het kader van het Nationaal Programma Rotterdam.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.