discrepantie cijfers grootte sociale voorraad
Een raadslid stelde op 15 februari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Rotterdam
Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: M.J. de Bruin Telefoon: 06-10345404 Uw kenmerk: 22bb007039 Ons kenmerk: M2210-6462 D2212-30516323b02641 Onderwerp: discrepantie cijfers grootte sociale
Aan de gemeenteraad
voorraad Datum: B&W 17 januari 2023
Op 30 oktober 2022 stelde het raadslid R. van der Velden (Partij voor de Dieren) ons schriftelijke vragen over 'Discrepantie cijfers grootte sociale voorraad' (22bb007039).
Inleidend wordt gesteld: "Onlangs hebben wij de voortgangsrapportage van de Woonvisie Rotterdam over jaarschijf 2021 ontvangen. Daarin wordt gesteld dat 58,1 procent van alle woningen in Rotterdam op 1 januari 2021 toebehoorde aan de sociale voorraad.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft op 20 oktober jongstleden cijfers uitgebracht over onder meer de stand van de gereguleerde voorraad in de Nederlandse gemeenten. Het zijn cijfers in de zogenoemde Woon base, een bestand van woon- en woning data dat in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voortdurend wordt bijgewerkt. Over de gemeente Rotterdam schrijft het CBS dat 50,19 procent van alle woningen in Rotterdam op 1 januari 2021 toebehoorden aan de sociale voorraad.
Het CBS kijkt naar bewoonde woonruimten, waarbij geldt dat een gereguleerde woning een kale huurprijs tot aan de liberalisatiegrens kent. Zij bakent haar gegevens als volgt af: "De gepresenteerde informatie over aandeel gereguleerde huurwoningen per gemeente is afgebakend op basis van woningen en bewoners. Het betreft het aandeel gereguleerde huurwoningen in de totale voorraad bewoonde woningen. Het gaat hierbij om woningen die een woonfunctie hebben en door een particulier huishouden met inkomen (excl. studentenhuishoudens en huishoudens die een woning delen) worden bewoond." De gereguleerde voorraad zoals dat door het CBS wordt geduid, komt overeen met de duiding die de gemeente Rotterdam geeft aan haar begrip van sociale voorraad."
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2 17 januari 2023
M2210-6462
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Kunt u ingaan op de discrepantie tussen de percentages voor de grootte van de sociale voorraad in Rotterdam van de gemeente Rotterdam (58,1%) en die van het CBS voor de grootte van de gereguleerde voorraad (50,19%) op 1 januari 2021? Kunt u daarbij ingaan op:
Het meetellen door de gemeente van onbewoonde woonruimten: gebeurt dit? Om hoeveel woningen (in%} gaat het?
Het meetellen door de gemeente van woningen met daarin studentenhuishoudens: gebeurt dit? Uit de zogenoemde Feitenkaart gebruikt door de afdeling Onderzoek & Business Intelligence van de gemeente blijkt dat de inkomens van deze huishoudens niet worden toebedeeld aan de vraagzijde van wonen, vervat in het begrip van sociale doelgroep. Het is evenwel niet duidelijk of woningen betrokken door studentenhuishoudens wél worden toebedeeld aan de grootte van de sociale voorraad. Om hoeveel woningen (in %) gaat het? En maakt u daarin een onderscheid tussen zelfstandige en onzelfstandige eenheden?
Het meetellen door de gemeente van woningen die worden gedeeld: gebeurt dit?
Worden alle huurcontracten van een gedeelde woning opgeteld en als één huurprijs gezien of telt u ze afzonderlijk van elkaar? Wordt een kamer in een gedeelde woning gezien als nieuwe onzelfstandige woonruimte, hetgeen kan betekenen dat een kadastraal perceel met woonbestemming in verhuurde staat meerdere wooneenheden omvat?
Antwoord:
De definitie van sociale voorraad in (de regio) Rotterdam is breder dan de gereguleerde huurvoorraad, zij omvat ook koopwoningen tot een zekere WOZ-waarde. De koopwoningen zijn een eerste verklaring voor verschillen tussen cijfers in de Voortgangsrapportage woonvisie en de cijfers van het CBS. Een tweede verklaring is de manier, waarop de omvang van de particuliere sociale huurvoorraad wordt berekend.
Daarop komen we later in deze beantwoording terug. Een derde verklaring is ten slotte, dat in (de regio) wordt uitgegaan van alle woningen, ongeacht bewoning of leegstand. Het CBS heeft enkel de bewoonde woningen meegenomen in haar berekening. Leegstand in Rotterdam is volgens het CBS zo'n 3%.
Zowel de regionale monitor als het CBS gaan uit van zelfstandige woonruimte. Kenmerken van de bewoner (zoals inkomen) zijn geen criterium bij bepalen van de gereguleerde voorraad.
Hoe (de regio) Rotterdam nu meet Cijfers over de omvang van de sociale voorraad in de Voortgangsrapportage woonvisie zijn overgenomen uit de monitor van het Regioakkoord. Die monitor wordt jaarlijks door Stec Groep opgesteld voor de samenwerkende regiogemeenten. Informatie in de monitor over de corporatievoorraad komt van Maaskoepel, de federatie van corporaties in de regio Rotterdam. Informatie over sociale koop komt van het CBS, in de vorm van een maatwerkbestand met aantallen woningen tot een gedefinieerde WOZ-waardegrens.
Informatie over particuliere sociale huur komt uit de Lokale Monitor Wonen, een instrument van VNG, Woonbond en Aedes.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3 17 januari 2023 M2210-6462
Particuliere sociale huurvoorraad Over de omvang van de particuliere sociale huur was de laatste jaren in toenemende mate twijfel. Er zou in de Lokale Monitor Wonen sprake kunnen zijn van overschatting. Dat komt doordat cijfers worden berekend (mede gebaseerd op het driejaarlijkse WoonOnderzoek Nederland en de CBS-huurenquête) en niet baseren op registraties. Er is immers geen centraal register van huurcontracten in Nederland.
De twijfel over omvang van de particuliere sociale voorraad is ook expliciet in de Voortgangsrapportage woonvisie benoemd. Ook is het probleem benoemd, dat er vooralsnog geen andere bron beschikbaar is, die tot een beter inzicht kan leiden.
Bij behandeling van de Voortgangsrapportage editie 2020 was dit voor uw raad aanleiding om een breed gesteunde onderzoeksmotie in te dienen: "Zicht op particuliere (ver)huur" (21bb14255). De uitvoering daarvan loopt momenteel. Een extern bureau (Realstats BV) brengt voor ons in kaart, wat de huurprijzen, servicekosten, contractvormen etc. in de particuliere huursector zijn. Dit gebeurt door analyse van huuradvertenties en enquêtes onder huurders. Resultaten verwachten wij in het eerste kwartaal 2023 te kunnen delen.
Studentenhuishoudens De Feitenkaart 'Aandachtsgroepen volkshuisvesting' van de gemeentelijke onderzoeksafdeling OBI beschrijft de omvang van bepaalde inkomensgroepen in de stad.
Studenten- en institutioneel wonende huishoudens worden daarbij buiten beschouwing gelaten. De feitenkaart maakt wel inzichtelijk, of een bepaalde inkomensgroep woont in een huur- of koopwoning. Die woonsituatie is niet gekoppeld aan een prijssegment. De feitenkaart kan dus ook niet worden gebruikt om uitspraken te doen over de omvang van de sociale voorraad.
Meetellen van gedeelde woningen Eerder in deze beantwoording is aangegeven, welke bronnen in (de regio) Rotterdam worden gebruikt om uitspraken te doen over de omvang van de sociale voorraad. De ons ter beschikking staande gegevens uit die bronnen zijn niet gedetailleerd genoeg, om uitspraken te doen over de mate van gedeelde bewoning.
Vraag 2:
Weet u uit welke gegevens het CBS put om te komen tot een constatering van de grootte van de sociale voorraad in Rotterdam? En zijn dat gegevens waar de gemeente ook uit put om te komen tot rapportage over de voortgang van de Woonvisie Rotterdam?
Antwoord:
Zoals onder vraag 1 werd gesteld, is de sociale voorraad in (de regio) Rotterdam breder gedefinieerd. In de berichtgeving van het CBS wordt gesproken over gereguleerde huurwoningen. Wat betekent dat, ten opzichte van de in (de regio) Rotterdam gebruikte definitie, in ieder geval de koopwoningen buiten beschouwing worden gelaten.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4 17 januari 2023 M2210-6462
CBS Woon base is nog in ontwikkeling Het CBS is bezig met het opstellen van een zogeheten Woon base. Dat is een set databestanden, waarin koppelingen kunnen worden gelegd tussen bestaande en nieuwe informatiebronnen over woningen en huishoudens. In potentie is dit een goed alternatief voor de methodiek in de monitor van het Regioakkoord, en een aanvulling op de uitkomsten van de onderzoeksmotie 'Zicht op particuliere (ver)huur'.
De Woon base is echter een geheel nieuw instrument. Het is ook nadrukkelijk nog in ontwikkeling en wordt de komende jaren verbeterd. Dat het CBS er recent in een nieuwsbericht uit publiceerde, specifiek over de huurvoorraad, kwam voor veel onderzoekers als een verrassing. Vanwege het experimentele karakter is het CBS zeer terughoudend met ter beschikking stellen van toegang tot de Woonbase. Ook is dit beperkt tot de jaren 2018 en 2019, omdat die gegevens betrouwbaarder worden geacht.
Databronnen en schattingen Het CBS gebruikt in haar Woon base meerdere bronnen en een combinatie daarvan, die voor de gemeente in principe niet toegankelijk zijn. Denk aan informatie over huurtoeslagen.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.