16 maart 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

een duurzame toekomst voor het warmtenet

Een raadslid stelde op 16 maart 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Gemeente Rotterdam

Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: Lydia Hameeteman Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 22bb007145- 22b07501 Ons kenmerk: M2211-451 Onderwerp: Een duurzame toekomst voor het warmtenet

Aan de gemeenteraad Datum: B&W 20 december 2022

Op 2 november 2022 stelde het lid M.Y. Morkoç (GroenLinks) ons schriftelijke vragen over 'Een duurzame toekomst voor het warmtenet' (22bb007145).

Inleidend wordt gesteld: "Het Rotterdamse warmtenet is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Gezien de klimaatcrisis en de huidige Russische bezetting van Oekraïne, met alle gevolgen met betrekking tot energie/warmtevoorziening van dien, relevanter dan ooit. Met oog op de toekomst van het Rotterdamse warmtenet stelt GroenLinks deze schriftelijke vragen.

Op 21 september stelden de leden Becker e.a. reeds beantwoorde schriftelijke vragen over het ontbreken van warmtenetten bij het energieplafond en de prijs die Rotterdammers in 2022 gaan betalen voor warmte. Het energieplafond is op een zo kort mogelijke termijn een broodnodige uitkomst in deze situatie van acuut hoge energieprijzen maar waarschijnlijk geen oplossing voor de langere termijn.

In veel delen van Nederland werken warmtenetten op basis van gascentrales, daarom is in deze warmtenetten is een zekere koppeling van de warmteprijs aan de gasprijs logisch. In Rotterdam ligt voor het grootste deel een restwarmtenet, deze wordt verwarmd met restwarmte uit industrie uit de haven. Er is dus geen reële relatie tussen de prijs van warmte in Rotterdam en gasprijs. Deze koppeling bestaat echter wel op papier en bestaat omdat de ACM jaarlijks een maximumprijs voor warmte vaststelt op basis van de gasprijs én omdat de inkoopprijs van warmte in de contracten van het Warmtebedrijf Rotterdam (WBR) gekoppeld was aan de prijs van fossiele brandstoffen. Gezien de waarschijnlijk blijvend hoge prijzen voor fossiele brandstoffen betalen Rotterdammers door deze regeling blijvend hoge kosten voor een netwerk dat letterlijk draait op een afvalproduct: restwarmte. Hierover hebben wij de volgende vragen:"

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

2/4 20 december 2022 M2211-451

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:

Heeft het college recent nog contact gehad met de minister voor klimaat en energie over de wettelijke koppeling van de gasprijs aan de warmteprijs? En zo ja wat was de uitkomst van de gesprekken?

Antwoord:

In juni hebben we samen met 43 andere gemeenten een brief gestuurd naar de minister voor Klimaat en Energie. Daarin hebben we gevraagd om warmtetarieven versneld te ontkoppelen en de fasering in te dikken. Uw raad is hierover geinformeerd (22bb004235).

De minister heeft op 15 juli 2022 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat hij geen mogelijkheden ziet om de warmtetarieven sneller te ontkoppelen dan via de Wet collectieve Warmtevoorziening (Wcw). Hij geeft in deze brief aan dat de warmtetarieven vanaf 2025 stapsgewijs worden ontkoppeld.

Vraag 2:

Is de inkoopprijs van warmte voor de huidige aanbieders van stadswarmte nog steeds gekoppeld aan de prijs van fossielen brandstoffen? Voert het college gesprekken met de betrokken partijen om deze koppeling los te laten?

Antwoord:

De inkoopprijs voor de huidige aanbieders van stadsverwarming in onze stad is grotendeels gekoppeld aan de gasprijs. Wij voeren geen gesprekken met de warmtebedrijven over de ontkoppeling. De ontkoppeling van de tarieven moet door het Rijk worden geregeld, omdat de tariefregulering van warmte wettelijk is vastgelegd. De warmtebedrijven staan positief tegenover de nieuwe kosten gebaseerde tariefregulering van deWcw.

Vraag 3:

Ziet het college, o.a. als verstrekker van de concessies voor het warmtenet, een rol voor zichzelf in het laag houden van de prijzen voor stadswarmte? Zo ja, hoe ziet die rol er dan uit?

Antwoord:

Wij hebben in de concessie met Vattenfall en Eneco afspraken gemaakt over de warmtetarieven die in rekening mogen worden gebracht. Deze tarieven liggen gemiddeld 20% onder het tarief dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) elk jaar vaststelt.

Voorts wordt gesteld: "Zoals aangegeven draait het Rotterdamse stadswarmtenet niet op gas maar op restwarmte. Nu Europa zich los heeft gemaakt van gas uit Rusland is het besparen van gas nog belangrijker geworden. Belangrijk voor het klimaat, maar ook belangrijk om veel minder afhankelijk te worden van import van gas en andere fossiele brandstoffen uit schurkenstaten. Het versnelt uitrollen van het Rotterdamse warmtenet is een manier waarop Rotterdam daar zelf een belangrijke bijdrage aan kan leveren. Daarom hebben wij de volgende vragen:"

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

3/4 20 december 2022 M2211-451

Vraag 4:

Welke stappen neemt het college om het aansluiten van woningen op het warmtenet de komende jaren te versnellen?

Antwoord:

In de Rotterdamse Transitievisie Warmte (21bb4760) die door uw raad is vastgesteld, staat aangegeven in welke wijken er een gebiedsaanpak aardgasvrij loopt en welke gebieden kansrijk zijn om te starten. Dit doen we alleen wanneer de randvoorwaarden zijn ingevuld. Hierbij gaat het onder andere om voldoende middelen vanuit het Rijk voor de bekostiging van warmtenetten en voldoende wet- en regelgeving. Dit is nu nog niet het geval. We zijn daarom in gesprek met het Rijk over de invulling van deze randvoorwaarden.

Voorts wordt gesteld: "Onder de gebiedsstrategie die Rotterdam op dit moment hanteert is het zo dat bestaande gebouwen alleen worden aangesloten als ze in een gebiedsaanpak staan. Dit betekende de afgelopen jaren dat er grotere complexen nog niet zijn aangesloten op stadswarmte omdat het gebied op dat moment nog niet als zodanig was aangemerkt. Op dat moment logisch omdat het vanuit het warmtenet minder efficiënt is als maar een paar gebouwen worden aangesloten en niet gelijk ene hele buurt. Echter op dit moment is er acute noodzaak om zo snel mogelijk zoveel mogelijk gas gebruik te verminderen. Daarom de volgende vraag:" Vraag 5:

Is het college bereid om versneld gebouwen op het warmtenet aan te sluiten als de eigenaar dit wil ook als het complex of gebouw op dat moment buiten de gebiedsstrategie valt?

Antwoord:

Als gemeente werken we gebiedsgericht om een overstap op collectieve warmte mogelijk te maken. Om een warmtenet aan te leggen, is er voldoende vraag nodig. Door gebiedsgericht te werken, kunnen de kosten worden gereduceerd. Eigenaren die niet in een gebiedsaanpak wonen, kunnen ook zelf initiatief nemen om op een warmtenet aan te sluiten. Vaak gaat het hier om grotere VvE's, woningcorporaties en/of particuliere verhuurders. Zij nemen dan vaak zelf contact op met een van de warmtebedrijven in onze stad.

Voorts wordt gesteld: "Warmtenetten mogen van het kabinet vanaf 2025 alleen nog in publieke handen komen.

Dat betekent dat in de nieuwe warmtewet de warmte-infrastructuur voor tenminste 51% in publieke handen moet zijn. Gemeenten krijgen dus een stevigere rol in de warmtetransitie.

Dit betekent dat de gemeente de rol overneemt die Eneco en Vattenfall nu in veel wijken vervullen." Vraag 6:

Hoe gaat het college die rol invullen en kan de wethouder garanderen dat de warmtetransitie geen vertraging oploopt?

Blad:

Datum :

Ons kenmerk:

4/4 20 december 2022 M2211-451

Antwoord:

Het besluit van het kabinet voor de meer publieke route betekent niet automatisch dat de gemeente de rol van Eneco en Vattenfall overneemt. Hoe de meer publieke route eruit komt te zien, wordt nog uitgewerkt. Hierbij is samenwerking met private partijen mogelijk.

Het uitgangspunt van ons college is dat de lopende projecten doorgaan. Dit past ook binnen het overgangsrecht van de Wcw.

Vraag 7:

Is het college voornemens met een reactie te komen richting het Rijk op dit voornemen?

Antwoord:

Wij hebben op 4 oktober 2022 de minister voor Klimaat en Energie geinformeerd over ons standpunt over de Wcw. Op 10 oktober 2022 hebben wij uw raad hierover geinformeerd (22bb006503).

Vraag 8:

Hoe ziet het college dit voornemen in het licht van de recente verkoop van Eneco en het Warmtebedrijf Rotterdam?

Antwoord:

Sinds de liberalisering en splitsing van de energiemarkt (2008) werd er nagedacht over een eventuele verkoop van Eneco. Op 31 januari 2017 zijn Eneco en Stedin gesplitst.

Parallel hieraan is op verzoek van uw raad (16bb8268), opnieuw het publieke belang in Eneco gewogen (17bb1002). In deze analyse is de conclusie getrokken dat er geen publieke belangen met betrekking tot Eneco meer waren die via gemeentelijk aandeelhouderschap moesten worden geborgd, mede omdat er rondom energienetteri bepaalde belangen ook in wet- en regelgeving zijn vastgelegd. Op 3 oktober 2017 heeft uw raad ingestemd met het principebesluit om het aandelenbelang van de gemeente Rotterdam in Eneco Group N.V. af te bouwen. Omdat voor warmte bekend was dat de landelijke regulering zou worden herijkt, zijn er bij de verkoop extra waarborgafspraken gemaakt om de gemeentelijke positie bij de ontwikkeling van het warmtenet te borgen.…

Bekijk de brief: [22bb008780] Beantwoording vragen over een duurzame toekomst voor het warmtenet

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam