geen celstraf maar taakstraf voor drugsuithalers: misdaad lijkt weer te lonen
Een raadslid stelde op 15 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Bestuurs- en Concernondersteuning Burgemeester Ahmed Aboutaleb Van: Madelief Smulders Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 22bb4162 Ons kenmerk: M2206-2367 - 22bo4834
Aan de gemeenteraad Onderwerp: Geen celstraf maar taakstraf voor drugsuithalers misdaad lijkt weer te lonen Datum: 27 juli 2022
Op 10 juni 2022 stelde T.C. Hoogwerf (Leefbaar Rotterdam) het college schriftelijke vragen over Geen celstraf maar taakstraf voor drugsuithalers: misdaad lijkt weer te lonen.
Gezien de aard van de vragen wordt geacht dat deze zijn gesteld aan de burgemeester.
Inleidend wordt gesteld: “Zeven drugsuithalers die begin dit jaar zijn opgepakt op de Maasvlakte gaan toch niet de cel in. De Rotterdamse rechtbank legde eind februari van dit jaar drie tot zes maanden celstraf op, maar in hoger beroep acht het gerechtshof niet bewezen dat de mannen cocaïne uit de zeecontainers probeerden te halen. Hierdoor kregen de verdachten deze week een taakstraf opgelegd. Het Openbaar Ministerie (OM) noemde de uitspraak van het gerechtshof: ‘Een enorme domper.’ Leefbaar Rotterdam baalt ook van de uitspraak van het gerechtshof. De gemeente, de Douane, de politie en andere instanties doen er alles aan om de drugsmaffia te bestrijden, maar als de rechtsspraak ondertussen deze kop van het monster intact houdt, slaan we nog geen deuk in een pakje boter. Iedere maand wordt er namelijk nog altijd zeer veel drugs onderschept. Zo meldde het OM onlangs dat er tussen 11 mei en 29 mei 3600 kilo heroïne onderschept is door de Douane in de Rotterdamse haven. Gelukkig zijn er elf personen aangehouden1.
Het opleggen van taakstraffen zijn een grap in vergelijking met het verdienmodel van drugscriminelen. Misdaad lijkt dus weer te lonen.” Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording:
Vraag 1:
Hoe reflecteert u op de uitspraak van het gerechtshof?
Antwoord:
Sinds 1 januari 2022 is artikel 138aa Sr van kracht. U noemt deze wet in vraag twee ‘de nieuwe uithalerswet’. Met deze wet is het mogelijk een gevangenisstraf op te leggen als iemand zich onbevoegd bevindt op het haventerrein. De Rotterdamse driehoek ziet deze nieuwe wet als een passend sluitstuk in de aanpak van uithalers. Aan het begin van dit jaar heeft het OM dan ook gevangenisstraf geëist tegen personen die zich op het haventerrein bevonden. Zoals u opmerkt is de rechtbank in Rotterdam daar tot op zekere hoogte meegegaan in de strafeis van het OM en werden gevangenisstraffen variërend van drie tot zes maanden opgelegd.
Opnieuw veel drugs onderschept in Rotterdamse haven | Nieuwsbericht | Openbaar Ministerie (om.nl) 1
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2 27 juli 2022 M2206-2367
Het gerechtshof oordeelde in hoger beroep echter anders. Allereerst kwam het hof tot een andere straf. First offenders kregen een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Daarnaast oordeelde het hof dat een first offender het strafproces in vrijheid af mag wachten. Dat betekent dat voorlopige hechtenis niet aan de orde is bij first offenders.
De verdachte wordt dan op een later moment nog steeds vervolgd voor de overtreding van artikel 138aa Sr. Een verdachte met eerdere, relevante antecedenten waarbij een veroordeling heeft plaatsgevonden, kan wel in voorlopige hechtenis worden gesteld.
De driehoek had liever gezien dat de straf die het OM geëist had door het gerechtshof overgenomen was. Helaas is dat niet het geval.
Vraag 2:
Heeft deze uitspraak gevolgen voor de nieuwe uithalerswet die begin dit jaar is ingegaan? Zo ja, welke zijn dat?
Vraag 3:
Welke hiaten kleven er aan de nieuwe uithalerswet, waardoor het opleggen van celstraffen bemoeilijkt kan worden?
Antwoord op de vragen 2 en 3:
Hoewel de driehoek de uitspraak van het hof liever anders had gezien, blijft het artikel 138aa Sr overeind staan als sluitstuk van de aanpak van uithalers. Met de nieuwe wet wordt misbruik van kwetsbare infrastructurele objecten (logistieke knooppunten) strenger bestraft, met als doel het terugdringen van de internationale handel in verboden goederen.
Op het haventerrein worden verdachte personen nog steeds aangehouden. Ook het strafrechtelijk proces om hen te vervolgen op grond van dit artikel loopt door. De nieuwe uithalerswet blijft dus van kracht. Zoals bij vraag 1 is uitgelegd, ziet de uitspraak van het hof op first offenders. Omdat het een nieuw artikel is, wordt de jurisprudentie nog gevormd, dat is nog in ontwikkeling. Het Openbaar Ministerie ziet op dit moment geen hiaten in de wet als zodanig.
Vraag 4:
Kunt u deze vragen beantwoorden voordat de jaarrapportage ondermijning wordt besproken in de commissie en de gemeenteraad?
Antwoord:
Dat is bij deze gebeurd.
De burgemeester,
Robert Simons Loco-burgemeester
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.