18 januari 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

Grondslagen afwijzing vergoeding hulphond (22bb005165)

Een raadslid stelde op 18 januari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Gemeente Rotterdam

Maatschappelijke Ontwikkeling Zor g, Ouderen en Jeugd Maart en Stuijvenberg Van: Annelies Nijhuis Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 22bb5165 Ons kennierk:M2207-3248 - 22bo005393 Onderwerp: beantwoording schriftelijke vragen Part ij vd Dieren - afwijzingsgro nden vergoeding

Aan de gemeenteraad

hulphond Datum: 27 september 2022

Op 21 juli 2022 stelde Partij van de Dieren vragen over 'afwijzingsgronden vergoeding hulphond'.

Hierbij sturen wij u onze antwoorden toe.

Inleidend wordt door Partij van de Dieren gesteld:

We hebben de beantwoording van onze schriftelijke vragen over 'Hulphond wordt niet vergoed' in goede orde ontvangen. De vragen gaan over een specifieke casus waarin een verzoek tot verstrekking van een hulphond voor een persoon met posttraumatische stress stoornis (PTSS) in het kader van uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door de gemeente Rotterdam per besluit in oktober 2019 is afgewezen.

Wij beschouwen deze casus als een goed voorbeeld van een systemische houding van de gemeente ten aanzien van Wmo-aanvragen voor hulphonden. Daar komen nieuwe vragen van onze kant uit voort, onafhankelijk van casuïstiek.

De aanvrager heeft bij de rechtbank beroep aangetekend tegen het besluit van de gemeente. Eerst was er een zogenoemde tussenuitspraak, waarbij de gemeente haar eigen besluit nader moest motiveren, te weten: dat de maatwerkvoorziening voor de aanvrager voldoende bijdraagt aan participatie en zelfredzaamheid; dat de hulphond een therapeutisch hulpmiddel is; en dat het effect van hulphonden in het kader van participatie en zelfredzaamheid niet afdoende wetenschappelijk is bewezen. In de uiteindelijke uitspraak van 11 februari 2021- die wij inmiddels hebben kunnen lezen - heeft de rechter het besluit van de gemeente tot weigering van de aanvraag van een hulphond vernietigd.

Het gaat om de hier aangevoerde punten.

Uit de uitspraak blijkt dat de rechtbank het niet op voorhand aannemelijk acht dat de hulphond in het geval van de aanvrager slechts een therapeutisch doel dient. Voor de rechtbank betekent de rol van de hulphond als therapeutisch hulpmiddel niet dat de hond

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

2 27september 2022 M2207-3248 - 22b0005393

óók de doelen van de Wmo - participatie en zelfredzaamheid - kan verwezenlijken. Het ene sluit het andere niet uit. In antwoord op de schriftelijke vragen wordt over de opvatting van de hulphond als eventueel therapeutisch hulpmiddel (voor gedragsregulatie of sociaalemotionele steun) in het geheel niet gerept, terwijl wij dit toch wel behoorlijk essentieel vinden.

Hieronder volgen de vragen en onze antwoorden:

Vraag 1:

Hoe komt u in het algemeen tot het oordeel dat een hulphond vooral een therapeutisch hulpmiddel is? En waarom verwijst u vervolgens naar de Zorgverzekeringswet terwijl ook blijkt dat zorgverzekeraars bepaalde typen hulphonden niet willen vergoeden, bijvoorbeeld PTSS-hulphonden?

Antwoord:

Wanneer er behandeldoelen zijn zoals 'het verminderen van spanning en prikkels' is daarvoor therapie of behandeling geïndiceerd, dit valt onder de Zorg verzekeringswet (zvw). De gemeente verwijst daarnaar, wanneer deze zorg van toepassing is of nog niet ingezet lijkt. Het is aan de zorgverzekeraar om aanvragen te beoordelen voor deze vormen van zorg. Of een verzekeraar wel of niet wil of kan vergoeden is aan de zorgverzekeraar.

Vraag 2.

Volgt u het oordeel van de rechtbank dat een hulphond als therapeutisch hulpmiddel tevens kan bijdragen aan verwezenlijking van de doelen van de Wmo? Indien nee, waarom niet? Indien ja, bent u het met ons eens dat met slechts verwijzing naar de rol van de hulphond als therapeutisch hulpmiddel geen legitieme reden wordt aangevoerd om niet óók te kijken naar andere doelen die de hond kan verwezenlijken?

Antwoord:

Ja. Echter dat iets kán bijdragen aan doelen van de Wmo, betekent niet dat het ook onder de reikwijdte van de Wmo en uitvoering van de gemeente valt. In de Wmo is het aan de gemeente om zelf de voorzieningen te kiezen die zij inkoopt of anderszins treft voor haar inwoners.

Inleidend bij vraag 3 wordt gesteld:

Een andere grond van afwijzing van de aanvraag door de gemeente is dat de merite van een hulphond onvoldoende wetenschappelijk is onderbouwd. De rechtbank stelt in haar uitspraak dat onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing op zichzelf geen reden hoeft te zijn een aanvraag niet te honoreren, verwijzend naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2018 (zie ook navolgende vragen 15 tot en met 19). Daarna stelt de rechtbank: "Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat hulphonden bij bepaalde beperkingen met succes worden ingezet (blindengeleidehond, AOL-hulphond, signaleringshond) en dat zij in sommige gevallen vergoed worden op grond van de Zorgverzekeringswet, zodat niet onaannemelijk is dat een daarvoor opgeleide hond doelgerichte ondersteuning kan bieden op het gebied van zelfredzaamheid en

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

3 27 september 2022 M2207-3248 - 22b0005393

participatie, waardoor de inzet van individuele begeleiding wellicht verminderd kan worden." Wat de rechtbank ons inziens aanvoert, is dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is dat een hulphond in het kader van de Wmo niet bijdraagt aan participatie en zelfredzaamheid. Een gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing als argument houdt daarom geen stand. Daarnaast trekt de rechtbank in twijfel dat merite van een hulphond alleen zou kunnen gelden voor beperkingen waarvoor vergoeding vanuit de Zorgverzekeringswet van toepassing kan zijn. Wij menen dat de gemeente wel zélf kan bijdragen aan wetenschappelijke onderbouwing door aanvragen van een hulphond het voordeel van de twijfel te geven en resultaten te monitoren.

Vraag 3 Is een gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing voor u sturend in het komen tot een oordeel over een aanvraag voor ondersteuning waar een hulphond onderdeel van is?

Indien ja, waarom?

Antwoord:

Nee, het onderzoek naar de beperkingen en de ondersteuningsbehoefte en het leveren van een passende bijdrage aan het verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie is leidend.

In het onderzoek dat volgt op de ondersteuningsvraag wordt betrokken of de Wmo het passende kader is of dat er een voorliggende voorziening is. De Wmo adviseur bespreekt met de aanvrager wat met algemeen gebruikelijke voorzieningen gecompenseerd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de inzet uit het eigen sociaal netwerk of het zorgen voor een begripvol huisdier. De wens voor een specifiek hulpmiddel staat bij het onderzoek en de beoordeling niet centraal.

Na onderzoek wordt een adequate oplossing uitgewerkt, dit kan een maatwerkvoorziening zoals een hulpmiddel of een ondersteuningsarrangement zijn.

Vraag 4.

Volgt u het oordeel van de rechtbank dat het niet onaannemelijk is dat een daarvoor opgeleide hulphond doelgerichte ondersteuning kan bieden in het kader van de Wmo, analoog aan ondersteuning die hulphonden ook al bieden voor medische beperkingen die worden vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet? Indien nee, waarom niet?

Antwoord Ja, we zien dat het aannemelijk is dat een daartoe opgeleide hond mogelijk ondersteuning kan bieden bij medische beperkingen. De gemeente ziet ook dat de voorbeelden van inzet van hulphonden hier in de praktijk in de meeste gevallen betrekking op hebben. Of dit ondersteuning in het kader van de Wmo moet zijn: zie antwoord bij vraag 3.

Vraag 5.

Bent u bereid zelf bij te dragen aan wetenschappelijke onderbouwing over de merite van hulphonden voor participatie en zelfredzaamheid door aanvragen daartoe te honoreren en de resultaten te monitoren? Indien nee, waarom niet?

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

4 27 september 2022 M2207-3248 - 22b0005393

Antwoord Wij volgen vanzelfsprekend wetenschappelijk onderzoek en algemeen wordt dit ook betrokken bij nieuw beleid over arrangementen of hulpmiddelen. Wij zijn het echter niet als onze kerntaak om voor dit onderwerp wetenschappelijk onderzoek te initiëren.

Inleidend bij vraag 6 wordt gesteld:

In april van dit jaar is er een proefschrift opgeleverd aan de Universiteit Utrecht over de interactie tussen hulphonden en veteranen met PTSS. De onderzoeker heeft naar veteranen gekeken omdat dit een relatieve grote en afgebakende doelgroep is waar PTSS voorkomt. Het proefschrift bevat evenwel een conclusie die voor meerdere doelgroepen van toepassing is. De conclusie luidt, deels: "Onderzoek naar de manier waarop honden mensen met PTSS ondersteunen is momenteel beperkt vanwege het kleine aantal menshond combinaties.…

Bekijk de brief: [22bb006114] Beantwoording vragen Van de Peppel over Grondslagen afwijzing vergoeding hulphond (22bb005165)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam