Grote spijbelproblematiek in Rotterdam
Een raadslid stelde op 28 augustus 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen Said Kasmi Van: Mijke Withagen Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 24bb003452 Ons kenmerk: M2405-4133 - 24bo006059 Onderwerp: Grote spijbelproblematiek in Rotterdam
Aan de gemeenteraad
Datum: B&W 2 juli 2024
Op 24 mei 2024 stelde S. Ceulemans (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over Grote spijbelproblematiek in Rotterdam.
Inleidend wordt gesteld:
Vandaag op 24 mei heeft het Algemeen Dagblad op basis van gegevens van DUO een artikel gepubliceerd waarin de ‘spijbelcijfers’ van leerlingen in Rotterdam duidelijk worden. Betiteld met de opening: ‘Stoutste jongetje van de klas’, wordt pijnlijk duidelijk hoe slecht het ervoor staat in onze stad met de spijbelcijfers. Meer dan 2.000 Rotterdamse leerlingen spijbelden afgelopen jaar herhaaldelijk, terwijl ruim 5.300 leerlingen gedurende het schooljaar minstens één keer spijbelden. Aangezien volgens de definitie van DUO pas sprake is van spijbelen wanneer leerlingen gedurende vier aaneengesloten weken minstens 16 uur afwezig zijn zonder goede reden, lijken de cijfers eerder een conservatieve dan een royale inschatting van het aantal daadwerkelijke spijbelaars.
We hoeven het belang van aanwezigheid in het klaslokaal niet te benadrukken, maar gezien de problematiek die momenteel speelt kinderen en jongeren aangaande leerachterstanden, vatbaarheid voor criminele activiteiten en mentale problemen, is dit hoge aantal zeer onrustbarend. Deze zorgen worden verder versterkt door het gegeven dat het aantal hoger ligt dan het schooljaar ervoor en door het feit dat Rotterdam het aanzienlijk slechter doet dan de andere G4-steden. Utrecht (30,7 spijbelaars per 1.000 leerlingen), Amsterdam (31,8) en Den Haag (40,3) scoren beduidend beter dan het hoge aantal in Rotterdam (62,1).
Wij -en hopelijk iedereen- maken ons zorgen om deze ontwikkeling. Het is van groot belang om te achterhalen wat de oorzaken van deze spijbelcijfers zijn in onze stad, de reden dat het hier fors slechter gaat dan in andere grote steden, te bekijken in hoeverre het huidige spijbelbeleid tekortschiet en welke eventuele verbeteringen een aanscherpingen kunnen worden doorgevoerd voor de toekomst.
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/4 2 juli 2024 M2405-4133
Vraag 1:
Wat is uw reactie op het het genoemde onderzoek en de resultaten?
Antwoord:
Wij hebben het genoemde artikel en de onderliggende cijfers gelezen. De cijfers die gebruikt worden in het artikel zijn afkomstig uit de rapportage Leerplichtwet schooljaar 2022-2023 en een bijlage bij de brief Passend onderwijs: blijven bouwen aan de basis op orde van minister Paul, d.d. 10 mei 2024. Vergeleken met de overige G4 gemeenten scoort Rotterdam inderdaad hoger met haar verzuimmeldingen.
Hetgeen u spijbelen noemt bestaat in de praktijk uit meldingen van meer dan 16 uur afwezig in vier weken, vervolgmeldingen bij aanhoudend verzuim én meldingen van luxe verzuim. De leerling is dan zonder toegekend verlof buiten de schoolvakanties om op vakantie gegaan.
Wij zijn het roerend met u eens dat het zorgelijk is dat leerlingen in onze stad verzuimen.
Verzuim vraagt onmiddellijke en doelgerichte aandacht, omdat het een symptoom is van onderliggende problematiek en een voorbode van een zich verergerende situatie.
In die zin zijn wij blij met alle meldingen die wij krijgen; dat betekent dat de school het verzuim signaleert en daarin samen met leerplicht wil acteren.
Vraag 2:
Wat is volgens u de reden dat Rotterdam het niet alleen in vergelijking met de rest van het land, maar ook vergeleken met andere G4-steden het zoveel slechter doet?
Welke verklaringen ziet u hiervoor?
Antwoord:
De vraag is of het hogere aantal meldingen ten opzichte van andere grote steden veroorzaakt wordt door daadwerkelijk meer gevallen van verzuim of dat Rotterdamse scholen actiever zijn in het melden van verzuim en het verzuim bijvoorbeeld eerder melden dan in andere steden gebeurt. Bij het antwoord op vraag 5 leest u meer over de taak van scholen in deze. Wij stimuleren scholen verzuim onmiddellijk te melden en dat doen veel scholen ook. Scholen hebben over het algemeen een goede samenwerking met leerplicht en zij hebben vertrouwen in de aanpak en opvolging door de leerplichtambtenaar. Hoe meer meldingen wij krijgen, hoe eerder wij samen met de scholen de onderliggende problematiek kunnen onderzoeken en hoe eerder wij het verzuim kunnen stoppen.
Vraag 3:
Heeft u in kaart welke onder welke groepen leerlingen (o.a. met betrekking tot leeftijd, geslacht, onderwijsniveau, afkomst, culturele en sociaal-economische achtergrond, woonwijk etc) bovenmatig gespijbeld wordt in Rotterdam? Zo ja, om welke groepen gaat het en welke verbanden ziet u? Zo nee,bent u bereid hier op korte termijn onderzoek naar te (laten) verrichten zodat deze problematiek gericht aangepakt kan worden?
Antwoord:
Uit het jaarverslag, bijgevoegd bij de door uw raad aangevraagde regeling van werkzaamheden, betreffende de Stijging van het aantal thuiszittende leerplichtige jongeren, blijkt dat de meeste relatief verzuimmeldingen (16 uur in vier weken) komen vanuit het voortgezet onderwijs, daarna vanuit het MBO. Vanuit het basisonderwijs en vanuit het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn aanzienlijk minder meldingen.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/4 2 juli 2024 M2405-4133
Als we kijken naar de meldingen luxe verzuim komen die juist voor het grootste deel vanuit het basisonderwijs, vervolgens vanuit het voortgezet onderwijs en maar voor een klein deel vanuit het (voortgezet) speciaal onderwijs en vanuit het MBO.
Verzuim komt voor onder alle groepen leerlingen. Wij hebben hierbij de verschillen in leeftijd, geslacht, onderwijsniveau en woonwijk in beeld. Wij mogen geen verbanden leggen tussen de verzuimgegevens en culturele en sociaal-economische achtergrond, laat staan afkomst. Maar élke verzuimmelding wordt door de leerplichtambtenaar opgepakt met als doel het verzuim te stoppen, de leerling weer aanwezig te laten zijn en daarmee de kans op het behalen van een startkwalificatie te vergroten.
Vraag 4:
Onder welke groepen leerlingen in Rotterdam is spijbelen juist een relatief klein probleem en hoe verklaart u de verschillen?
Antwoord:
Bij het antwoord op vraag 3 vindt u het verzuim uitgesplitst naar schooltypen en daarmee ook min of meer naar leeftijd. U vraagt om een verklaring van de verschillen, dan is het belangrijk om te weten dat er meerdere vormen van verzuim zijn die als spijbelen worden genoteerd. Sommige vormen van verzuim zullen vaker voorkomen naarmate de leeftijd stijgt. Als het puur gaat om spijbelen: dat komt het minst voor onder leerlingen van het primair onderwijs. Die groep scoort echter weer hoog als het gaat om andere vormen van verzuim.
Het is daarom aan te bevelen om spijbelen niet apart te benaderen, maar te kijken naar de algemene aan- of afwezigheid van leerlingen. Natuurlijk is er sprake van het “klassieke” spijbelen, de leerling die geen zin heeft in school en thuis blijft of in de stad rondhangt zonder dat zijn ouders het weten. Echter, er zijn ook andere, soms verborgen, vormen van verzuim. Het kan bijvoorbeeld gaan om ;
- Schoolweigering Een leerling wil niet naar school vanwege bijvoorbeeld emotionele stress, angst, depressie of onverklaarbare fysieke symptomen. Vaak wordt een leerling ziek gemeld.
- Schoolonthouding Ouders houden een leerling thuis en laten die niet naar school gaan. Vaak wordt een leerling ziek gemeld.
- Uitsluiten van de schoolgang De leerling is afwezig van school door toedoen van de school. Denk hierbij aan onwettige verwijdering of schorsing. Of het niet kunnen of willen voorzien in de ondersteuningsbehoeften waardoor de leerling niet naar school gaat. Maar ook onwettige ontmoediging door de school, vanwege bijvoorbeeld de leercapaciteiten of het gedrag van de leerling.
Ook van deze leerlingen ontvangt leerplicht geen ‘spijbelmelding’ . En al deze verschillende vormen van verzuim of van school missen komen bij alle groepen leerlingen voor.
Vraag 5:
Kunt u uiteenzetten hoe momenteel het beleid om spijbelen tegen te gaan eruitziet, in hoeverre dit beleid per school verschilt en overeenkomt en op welke manier de gemeente bij dit beleid betrokken is?
Antwoord:
Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de zorg, begeleiding en opvoeding van hun kinderen. Ouders of verzorgers moeten hun leerplichtige kinderen inschrijven op een school. De kinderen moeten ook echt naar die school gaan.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/4 2 juli 2024 M2405-4133
De leerplicht begint op de 1e dag van de nieuwe maand nadat het kind vijf jaar is geworden. Vanaf dat moment zijn ouders of verzorgers ook strafbaar als zij hun kind thuis houden. Vervolgens heeft school een aantal wettelijke taken.
Scholen moeten de afwezigheid van leerlingen registreren in een verzuimregistratiesysteem. En als een leerling verzuimt, moet de school actie ondernemen.
Scholen beslissen zelf hoe zij dat doen en moeten dit in de schoolgids opnemen.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.