hoe gaat het met de vroegsignalering schulden in Rotterdam
Een raadslid stelde op 18 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal mr. N.D.Z.R. (Natasha) Mohamed-Hoesein Van: M. Bernard Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 24bb001935 Ons kenmerk: M2403-6271 24bo005579 Onderwerp: Hoe gaat het met de vroegsignalering schulden in Rotterdam
Aan de gemeenteraad
Datum: B&W 11 juni 2024
Op 28 maart 2024 stelde S. Reitema (PvdA) ons schriftelijke vragen over de vroegsignalering van schulden in Rotterdam (24bb001935).
Inleidend wordt gesteld:
De nationale ombudsman heeft recentelijk in het rapport ‘Hoe eerder, hoe beter’ gepleit dat gemeenten meer moeten doen om mensen met schulden proactief te helpen en roept op tot meer persoonlijk contact. De realiteit is dat het veel gemeenten niet lukt om burgers te bereiken. Vooral het bereiken van jongeren is een uitdaging. De PvdA Rotterdam heeft eerder haar zorgen geuit over het aantal betalingsachterstanden en vragen gesteld over de vroegsignalering schulden in onze stad. Het onderzoek van de ombudsman bevestigt dat ‘burgers met (dreigende) problematische schulden via vroegsignalering door gemeenten kunnen worden bereikt én geholpen. Zelfs als burgers een hulpaanbod vanuit vroegsignalering niet (direct) accepteren, zijn zij wel te weten gekomen dat hun gemeente zowel financiële als niet-financiële hulp kan bieden.’ Onze fractie wil weten hoe Rotterdam er nu voor staat. In het rapport wordt uitgebreid ingegaan op de knelpunten binnen de vroegsignalering, en hoe gemeenten hier voortvarend mee aan de slag kunnen. Wij vragen een reflectie op deze knelpunten. Ook willen we weten hoe Rotterdam aan de slag gaat met de duidelijke aanbevelingen.
Daarom stellen wij deze vragen.
Vroegsignalering is een taak van gemeenten. ‘Een gemeente moet uit eigen beweging (schuld)hulpverlening aanbieden aan burgers, als zij van een vaste lasten partner een signaal ontvangt over betalingsachterstanden. (…) Als een gemeente een signaal ontvangt, moet zij binnen maximaal vier weken (28 kalender dagen) contact opnemen met de burger en een gesprek aanbieden.’ In het rapport wordt geadviseerd om vroegsignalering goed te registreren, zodat deze ook geëvalueerd kan worden.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/8 11 juni 2024 M2403-6271
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Registreert de gemeente alle signalementen, en vervolgens alle contactpogingen die ondernomen worden?
Antwoord:
De vroegsignalen die de gemeente ontvangt, worden geregistreerd en vervolgens gedurende 6 maanden bewaard. De contactpogingen die ondernomen worden, worden geregistreerd.
Vraag 2 en 3:
Zo ja, hoeveel signalementen van betalingsachterstanden via vaste lasten partners heeft de gemeente ontvangen, en hoeveel contactpogingen heeft zij vervolgens ondernomen in 2023? Zo nee, kan het college toezeggen hier wel werk van te maken?
Antwoord:
Het aantal vroegsignalen dat de gemeente ontvangt fluctueert tussen de 5.800 en 7.500 signalen per maand. Gemiddeld onderneemt de gemeente maandelijks ongeveer 8000 contactpogingen. Dit aantal wordt nader gespecifieerd bij vraag 7.
Vervolgens wordt gesteld: ‘Het aantal pogingen om contact te leggen geeft een indruk van hoeveel moeite een gemeente doet om de vroeg signalering tot een succes te maken’. Een van de adviezen van het rapport is dan ook dat de gemeentes zo nodig meerdere pogingen moeten ondernemen om persoonlijk contact te krijgen.
Vraag 4:
Kan toegelicht worden in hoeverre de gemeente inzet op herhaalpogingen als contact niet in een keer tot stand komt? Als na één keer niet geantwoord, opgenomen of opengedaan wordt, is er dan standaard een tweede contactpoging (met eventueel een andere benaderingswijze)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Na ontvangst van een vroegsignaal wordt iedere Rotterdammer benaderd door de gemeente, met een brief, telefoon, sms of deurbezoek. Het type inzet hangt af van een aantal factoren: frequentie (hoe vaak een bepaald signaal achter elkaar wordt ontvangen), matches (het aantal verschillende signalen in een maand op één adres) en de hoogte van het bedrag.
Bijvoorbeeld: Als sprake is van een enkelvoudige betalingsachterstand van een relatief laag bedrag (bijvoorbeeld ter hoogte van 100 euro) dan sturen wij een brief/email met de contactgegevens van het Hulpteam Geldzaken. Als daar niet op wordt gereageerd dan ondernemen wij in deze situaties geen tweede contactpoging. Bij dergelijke relatief lage bedragen is de kans namelijk reëel dat iemand bijvoorbeeld vergeten is te betalen en dit later weer inhaalt. Stel dat er drie afzonderlijke signalen (Evides, energieleverancier en huurachterstand) in een maand binnenkomen op een adres dan wordt er een brief gestuurd, twee belpogingen ondernomen en een deurbezoek afgelegd. Als wij een signaal van betalingsachterstanden ontvangen van €500,- van een Rotterdammer die ouder is dan 27 jaar dan ondernemen wij twee belpogingen en versturen wij een sms en/of whatsapp bericht.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/8 11 juni 2024 M2403-6271
Bij 65+’ers én gezinnen met kinderen wordt altijd een deurbezoek afgelegd als er een signaal binnenkomt van bijvoorbeeld de waterleverancier.
Er wordt standaard een deurbezoek afgelegd als een signaal wordt ontvangen met een bedrag vanaf €1.200,-. Stel dat een inwoner een huur heeft van €1.300,-, en dit wordt niet betaald, dan krijgt de gemeente een signaal. Vervolgens wordt er een brief gestuurd, twee belpogingen ondernomen en een deurbezoek afgelegd.
De meest intensieve inzet is: een telefonische benadering, vervolgens een deurbezoek met een niet-thuis-kaart en vervolgens een berichtje via de sms of WhatsApp. Deze inzet wordt gepleegd als er een signaal binnenkomt van een achterstand van tenminste €1.000,- en waar volgens het BRP minderjarige kinderen en/of 65+-ers staan geregistreerd.
In alle andere gevallen wordt, afhankelijk van bovenstaande factoren, een brief of sms gestuurd of gebeld in combinatie met een sms en/of WhatsAppbericht. Bij telefonisch contact, ondernemen we altijd meerdere pogingen. Als er een emailadres bekend is, nemen wij via de mail contact op.
Vervolgens wordt gesteld:
Aanbevolen wordt om de toon en inhoud van het contact af te stemmen op de doelgroep.
Vraag 5:
Hoe wordt in de contactpogingen rekening gehouden met Rotterdammers die geen Nederlands of Engels spreken (de enige twee talen die het college wil gebruiken voor informatievoorziening)?
Antwoord:
Onze schriftelijke communicatie is in het Nederlands. In deze communicatie verwijzen wij naar de website voor informatie. Deze is door middel van de knop translate beschikbaar in meerdere talen, waaronder Engels. De consulenten Vroegsignalering maken daarnaast, indien nodig, gebruik van de tolkentelefoon. Tenslotte is het mogelijk dat de Rotterdammer een tolk uit het eigen netwerk inzet. In voorkomende gevallen kan een consulent in persoonlijke contacten Engels (of andere talen) spreken met de Rotterdammer.
Vraag 6:
Hetzelfde geldt voor laaggeletterdheid en digitale vaardigheden: hoe gaat de gemeente hiermee om?
Antwoord:
Wij hebben aandacht voor dit vraagstuk. De gemeente hanteert verschillende benaderingswijzen. Als gedurende het contact blijkt dat sprake is van laaggeletterdheid of beperkte digitale vaardigheden, wordt ingezet op contact met naasten en volgt indien nodig een deurbezoek. Als de Rotterdammer open staat voor hulpverlening, wordt altijd gezocht naar een manier waarop het contact en de hulpverlening adequaat tot stand kan komen.
Vervolgens wordt gesteld:
Gemeenten dienen zelf een afwegingskader te maken waarin zij opschrijven hoe om te gaan met verschillende signalen. Zo kunnen minder ernstige signalen met een informatiebrief of e-mail worden opgevolgd. Een ernstig signaal zou rechtvaardigen dat de gemeente meer moeite doet voor contact, bijvoorbeeld door een deurbezoek of telefonisch contact.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/8 11 juni 2024 M2403-6271
Vraag 7:
Kan uitgesplitst worden hoe vaak de verschillende vormen van contactlegging (mailen, bellen, bezoeken) in 2023 hebben plaatsgevonden?
Antwoord:
De gemiddelde inzet van de gemeente per maand is bij benadering: 5.800 tot 7.500 brieven; Ongeveer 1.800 telefonische benaderingen, bestaande uit bellen en/of een sms- of whatsappbericht; 325 deurbezoeken waaraan voorafgaand telefonisch contactpoging is geweest en een sms- of whatsappbericht is verzonden.
Vervolgens wordt gesteld:
In de beantwoording van eerder gestelde schriftelijke vragen uit oktober 2022 werd omschreven hoe de gemeente op dat moment haar afwegingen maakte voor vroegsignalering: ‘De beschikbare capaciteit is wel een belangrijke factor in de afweging welke interventies we kunnen toepassen.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.