3 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

Krachtige meisjes verdienen eerlijke kansen

Een raadslid stelde op 3 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

I

*'lþ

Gemeente Rotterdam

Onderwerp: Krachtige meisjes verdienen eertijke kansen Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling

Portefeuille: Onderwijs, Cultuur, Evenementen Portefeuiltehouder: Said Kasmi Van: Mary van Wieringen

Telefoon:14 010 Uw kenmerk:25bb009107 Ons kenmerk: M2512-988 - 26bb000743

Aan de gemeenteraad

Datum: B&W3 februari 202ó

Op 4 december2025 stelden J. Vicario (WD) en l.M. Nunnely (Dóó) ons schriftelijke vragen over'Krachtige meisjes verdienen eertijke kansen'.

Inteidend wordt gesteld:

Recent onderzoek, gepubliceerd op nu.n[1[aat zien dat meisjes in Nederland gemiddetd beter scoren op de doorstroomtoets dan jongens, maar desonddnks minder vaak een havo- of vwo-advies krijgen. Dit wijst mogetijk op structurele (onbewuste) vooroordelen in het schooladviesproces. Als Rotterdamse WD vinden wij dat elk kind, ongeacht geslacht, getijke kansen moet krijgen om zijn of haar potentieel waar te maken. Niet afkomst of aannames, maar prestaties en ambitie moeten leidend zijn in de route naar succes.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:

Is er6i¡ het cottege recente signalering of data bekend waaruit btijkt dat meisjes in groep 8, ondanks goede resultaten op de doorstroomtoets, in Rotterdam gemiddeld een lager schooladvies krijgen dan jongens? Zo ja, kan het college deze resultaten deten?

Antwoord:

Uit recentetijk (tandelijk) onderzoek van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), waar het artikel dat in de inleiding wordt genoemd naar verwijst, is gebleken dat meisjes vaker een lager schooladvies krijgen dan jongens, ondanks vergetìjkbare scores op de eindtoets.

Aangenomen kan worden dat Rotterdam geen uitzondering vormt ten opzichte van deze tandetijke gegevens. Echter, het co[[ege beschikt niet over (openbare) data waarmee we deze aanname kunnen onderbouwen.

1

Meisies scoren beter op eindtoets, maar kriiqen minder vaak havo- of vwo-advies I Binnenland I NU.nl

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

'olþ

2t6 3'februari2O26 M2512-988

Vraag2= Wetke inzichten heeft het coltege over de manier waarop Rotterdamse basisscholen het voorlopig schooladvies en de uitslag van de doorstroomtoets wegen bij het toekennen van een havo- of vwo-advies? In hoeverre wordt een hoger advies op basis van de doorstroomtoets in de praktijk teidend gemaakt, en waar btijft het leerkrachtadvies doorslag gevend?

Antwoord:

De basisschool is verantwoordetijk voor het geven van een passend schootadvies, gebaseerd op zowe[ leerresultaten (LVS-toetsen) als'zachte'factoren (werkhouding, motivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling), waarbijde [eraren en intern begeleiders dit afwegen en een professionele verantwoordetijkheid dragen. Het is aan het professionete oordeel van de schooI om het schooladvies vast te stel[en. Schoten moeten in de schootgids opnemen hoe het schooladvies tot stand komt.

Met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn scholen verplicht een doorstroomtoets af te nemen. De doorstroomtoets is verplicht voor a[[e leertingen in groep 8 van het basisonderwijs (po), en scholen zijn wettelijk verplicht deze af te nemen, als vervanging van de eindtoets. De doorstroomtoets is een betrouwbaar tweede gegeven naast het schootadvies. Hiermee kan de schooI bepalen welk voortgezet onderwijs (vo) het best bij een leerling past. Die eerlijke kans verdient iedere teerting.

Ats het advies dat uit de doorstroomtoets komt ('toetsadvies') hoger uitvatt dan het voorlopig schooladvies, is de SchooI verplicht het schooladvies bij te ste[[en. Scholen mogen hier atleen van afwijken als een bijstetting niet in het,betang van de leerling is. De schoo[ moet deze keuze motiveren.

Het college beschikt niet over specifiek Rotterdamse cijfers waaruit btijkt in hoeverre een hoger advies op basis van de doorstroomtoets in de praktijk leidend wordt gemaakt. Uit de 'Monitor schooladvies en doorstroomtoets'(DUO, 2024) btijkt dat in schooljaar2023/2024 driekwart van het aantal leerlingen dat op de doorstroomtoets liet zien meer uitdaging aan te kunnen een bijgesteld advies heeft gekregen, in eerdere jaren was dit slechts een derde van het aantal leerlingen2. Aangenomen kan worden dat Rotterdam niet (significant) zal afwijken ten opzichte van deze landelijke gegevens.

Vraag 3:

Wat doet de gemeente Rotterdam om te waarborgen dat schooladviezen eerlijk en objectief worden gegeven, zodat talenteh niet onbedoeld worden gekleineerd of beperkt?

Antwoordz Het komen tot een passend schooladvies voor ieder kind is een zorgvuldig proces dat niet altijd eenvoudig is. Het is vanzelfsprekend dat binnen een zorgvutdige afwêging door de school/leerkracht als onderwijsprofessiona[, schooladviezen eertijk en objectief worden gegeven.

Als gemeente hebben wij hierin geen wettelijke taak, maar wij vinden het thema (eerlijke en objectieve schooladvisering) erg betangrijk. Daarom faciliteert de gemeente een aanta[ interventies met betrekkinE tot dit thema.

2 Monitor schoqladvies

en doorstroomtoets 2023-2024, pagina 3ó (Ministerie van OCW)

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

3/6

3lebruari2026

'*'lþ

M2512-988

Een lokale interventie is de Sfuurgroep PO-VO Rotterdam (sinds schooljaar 2O2L/2O22).

De Stuurgroep PO-VO Rotterdam bestaat uit een vertegenwoordiging van de scholen in het Rotterdamse basisonderwijs (po)en voortgezet onderwijs (vo), de samenwerkingsverbanden PPO en KoersVO en de gemeente. De Stuurgroep beoogt de samenwerking tussen de scholen te versterken om kansengelijkheid in de po-vo overstap te bevorderen en een passend schootadvies voor íedere Rotterdamse [eerling te realiseren. Er wordt ingezet op verschittende thema's, zoats: het verbeteren van advisering, het bieden van handvatten voor het warme overdrachtstraject en het intensiveren van kennisuitwisseling en samenwerking tussen het basis- en voortgezet onderwijs.

Interventies met betrekking tot transparantie en objectiviteit in de advisering staan hoog op de agenda van de Stuurgroep PO-VO Rotterdam. Gezamenlijke initiatieven moeten meer inzicht, transparantie en objectiviteit bieden in het adviesproces zodat scholen leerlingen beter ondersteunen bij een passende overstap van het po naar het vo.

De interventie Brede SchoolAcademie (BSA), binnen het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), heeft als doe[ om leerlingen zo te begeleiden datzij het schooladvies kunnen

krijgen wat past bij hun potentie. Er is specifieke aandacht voor leerlingen die de potentie hebben om een vwo-niveau te behalen, maar die door achterstanden (bijvoorbeetd in taal of rekenen) tijdetijk niet naar potentie presteren. Deze interventie maakt onderdee[ uit van Dagprogrammering waarin leertingen op 42 scholen verlengde teertijd ontvangen. Dit programma biedt een verruimd dagprogramma met extra onderwijstijd en activiteiten die de brede ontwikkeling van leerlingen stimuleren.

Yraag4= Is erin Rotterdam sprake van sygtematische bijstetting van schooladviezen als de eindtoets hoger uitvalt dan het leraarsadvies? Zo ja: hoe vaak gebeurt dat, en in hoeveel gevallen betreft het meisjes die eerder een lager advies hadden gekregen?

Antwoord:

Het voorlopig schooladvies, toetsadvies en heroverweging zijn input voor het definitieve schootadvies. Sinds het schooljaar2023/2024is de heroverweging verplicht, maar de docent kan in betang van de leerling afzien van een bijstetting.

Het co[[ege beschikt niet over cijfers waaruit btijkt hoe vaak er sprake is van bijstetl.ing van schootadviezen als de eindtoets hoger uitvalt dan het [eraarsadvies en ook niet over in hoeveeIgevatten het meisjes betreft die eerder een lager advies hadden gekregen.

Vraag 5:

Wetke maatregelen kan of wil het college nemen om ervoor te zorgen dat leerlingen, ongeacht geslacht, gelijke kansen krijgen bij doorstroming naar havo of vwo, wanneer hun eindtoets dat laat zien?

Antwoord:

Bij het opstellen van het schootadvies houden scholen rekening met verschittende factoren. Doorslaggevend zijn vaak de cognitieve prestaties van de leerling, zoals die te zien zijn in de toetsresultaten. Daarnaast kijken schoten ook naar individuele kenmerken van leerlingen, zoals hun sociaal-emotionele ontwikkeling, werkhouding en motivatie. Al deze factoren laten veeI ruimte voor eigen interpretatie en beoordeling.

Om onderadvisering te voorkomen, is het betangrijk dat onderwijsprofessionals zich afvragen óf en in hoeverre hun beoordeling retevant is voor het schooladvies. Daarmee kunnen ze voorkomen dat leerlingen ten onrechte worden onderschat.

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

'

4/6 3februari2026

t'lþ

M2512-988

Zoals bij vraag 3 reeds is benoemd, staan transparantie en objectiviteit in de advisering hoog op de agenda van de Stuurgroep PO-VO Rotterdam en met het oog daarop is inmiddels a[ het nodige gerealiseerd. Met de jaarlijkse PO/VO-conferentie, georganiseerde adviesmiddagen, ontwikketde producten én praktijkgerichte professionele leergemeenschappen (PLG's) voor schooladvies zijn betrokken partijen bij elkaar gebracht.…

Bekijk de brief: [26bb000743] Beantwoording vragen Vicario en Nunnely over Krachtige meisjes verdienen eerlijke kansen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam