lokaal eigendom, een update
Een raadslid stelde op 20 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Gemeente Rotterdam
Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: T.M. Dekker Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 24bb000460 Ons kenmerk: M2401-6888 - 24b0003228 Onderwerp: Beantwoording SV 'Lokaal eigendom, een update'
Aan de gemeenteraad
Datum: 27 februari 2024
Op 25 januari 2024 stelden M.Y. Morkoç (GroenLinks) en I. van Wifferen (D66) ons schriftelijke vragen over Lokaal eigendom, een update (24bb000460).
Inleidend wordt gesteld: 'Begin dit jaar hebben wij een regeling van werkzaamheden ingediend over het onderwerp Lokaal Eigendomschap over hernieuwbare energie. Sindsdien hebben de ontwikkelingen rondom energie in Rotterdam niet stilgestaan. Zonnepanelen worden aangelegd en het bouwen van windmolens wordt voorbereid. Er is een volgende stap gezet voor een windturbine op Rozenburg, door het verlenen van een vergunning.
In de wethoudersbrief over de vergunningverlening voor de windturbine Rozenburg staat: "Rozenburgers en Maassluizenaren (bewoners en ondernemers) kunnen tot 50% medeeigenaar zijn van de windmolens en meeprofiteren van de opbrengst." GroenLinks Rotterdam moedigt lokaal eigendom van harte aan, zoals ook aangegeven in onze aanvraag voor een regeling van werkzaamheden. Helaas hebben wijvernomen dat in de praktijk blijkt dat de 50% mede-eigenaarschap voor Rozenburgers en Maassluizenaren niet gegarandeerd is. Op dit moment blijkt dat maximaal 20% van het eigenaarschap bij de Rozenburgers en Maassluizenaren terechtkomt.' Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Is het college op de hoogte dat er in de praktijk geen garantie is dat 50% medeeigenaarschap voor Rozenburgers en Maassluizenaren gerealiseerd wordt en dat de huidige situatie is dat maar maximaal 20% via de lokale energiecoöperaties in eigendom komt van de lokale bewoners en ondernemers?
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
2/4 27februari 2024 M2401-6888
Antwoord:
Ja, het college is ervan op de hoogte dat er geen garantie is voor 50% medeeigenaarschap van Rozenburgers en Maassluizenaren. Immers is er sprake van een streven naar 50% lokaal eigendom; dit is geen garantie. Het college is er niet van op de hoogte dat er maximaal 20% in lokaal eigendom komt bij de lokale energiecoöperaties, omdat op dit moment de gesprekken tussen de betrokken partijen nog gaande zijn.
Vraag 2:
Hoe reflecteert het college op deze constatering?
Antwoord:
De locatie voor de nieuwe windmolen in Rozenburg is in 2021 door het Rijk in de markt gezet. Lokaal eigendom is in die tender niet als gunningscriterium opgenomen. De Leidraad Windenergie is wel meegegeven en in aanvullende randvoorwaarden vanuit de gemeente is aangegeven dat er financiële participatie moet worden aangeboden en dat onderzocht moet worden of een lokale energiecoöperatie kan investeren in de windturbine. Ook hierin is 50% lokaal eigendom het streven. Op basis van deze kaders hebben de ontwikkelaar en de lokale energiecoöperaties een intentieovereenkomst gesloten. Deze partijen zijn nog in overleg over de afspraken en de contractuele vaststelling daarvan. Hierin zijn verschillende keuzes te maken, waarbij de interesse vanuit de omgeving, de financiële haalbaarheid en de wensen van de coöperaties een rol spelen. Er is nu nog geen definitief beeld van de wijze waarop lokaal eigendom wordt ingevuld.
Stadsbreed hebben we in het coalitieakkoord afgesproken dat het college voor nieuwe windparken een kader maakt met uitgangspunten ten aanzien van financiële participatie; daarin krijgt het streven naar 50% lokaal eigendom een plek. Met dat kader geven we als gemeente duidelijkheid wat we verwachten als het gaat om mede-eigenaarschap van bewoners. We kunnen niet afdwingen dat mensen lid worden van een energiecoöperatie en investeren in windmolens. We kijken daarom ook naar andere manieren om de betrokkenheid en zeggenschap van Rotterdammers bij energieprojecten in hun buurt te vergroten.
Vraag 3:
Wat gaat het college doen om te garanderen dat 50% van het eigendom bij de Rozenburgers en Maassluizenaren terechtkomt?
Antwoord:
In lijn met het landelijk Klimaatakkoord streven we als college naar 50% lokaal eigendom.
Garanderen dat 50% van het eigendom bij Rozenburgers en Maassluizenaren terecht komt, kunnen wij niet. De gemeente blijft bij de partijen het belang van 50% lokaal eigendom benadrukken. Dit doen we door gesprekken te voeren met de betrokkenen en te zoeken naar raakvlakken in de belangen.
Voorts wordt gesteld: 'Voorts hebben wij, voorafgaand aan de bespreking in de commissie, de volgende vragen over het proces rondom de totstandkoming van de Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom. We hopen met de beantwoording van deze vragen de bespreking te bevorderen.'
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
3/4
27 februari 2024 M2401-6888
Vraag 4:
Worden de meedenksessies over lokaal eigendom vastgelegd en kunnen wij hier een terugkoppeling van krijgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Van de meedenksessies zijn impressieverslagen gemaakt, welke zijn gedeeld met de genodigden. Tijdens de eerste sessie zijn de deelnemers in gesprek gegaan met elkaar over de doelen en randvoorwaarden rondom lokaal eigendom en financiële participatie. Er is gesproken over wat men belangrijk vindt als het gaat om zeggenschap, het benutten van lokale kennis en expertise, de verdeling van lusten en lasten en maatschappelijke koppelkansen. Tijdens de tweede sessie stonden de rollen en verwachtingen van verschillende partijen in de fases van de ontwikkeling van wind- of zon projecten centraal.
Door de deelnemers werd benadrukt dat er heldere spelregels vanuit de gemeenten zouden moeten zijn ten aanzien van zeggenschap, lusten- en lastenverdeling en participatie. De input uit deze twee meedenksessies verwerken we in de uitvoeringslijn lokaal eigendom.
Vraag 5:
Hoe ziet het proces van totstandkoming van het beleid eruit? Welke partijen zijn benaderd en in welke vorm zijn zij betrokken?
Antwoord:
Aan de hand van de landelijke doelstellingen en lokale praktijkervaringen zijn we met Rotterdamse partijen een proces gestart om te komen tot een uitvoeringslijn lokaal eigendom. Met als doelstelling dat de uitvoeringslijn concrete handvaten moet bieden aan de omgeving, mogelijke ontwikkelaars, energiecoöperaties en de gemeente zelf.
De uitvoeringslijn komt tot stand door onder andere: deskresearch, 1-op-1 interviews, meedenksessies en feedbackrondes. Daarbij zijn aangehaakt: Holland Solar, NWEA, diverse Rotterdamse Energiecoöperaties, Energie Samen, energiebedrijven, adviesbureaus, Havenbedrijf Rotterdam, Provincie Zuid-Holland, Deltalinqs, verschillende wijkraden en klankbordgroepen van windprojecten.
Vraag 6:
In welke vorm zijn wijkraden betrokken bij de besprekingen over lokaal eigendom?
Welke afweging is gemaakt bij het uitnodigen van de wijkraden en waarom is de keuze gevallen op alleen de wijkraden die in gebieden actief zijn waar windenergie is voorzien?
Antwoord:
Voor de meedenksessies zijn de wijkraden uitgenodigd waar opwek van wind- en grootschalige zonne-energie speelt, zodat we hun ervaringen kunnen verwerken in de uitvoeringslijn. We hebben niet alle 39 wijkraden uitgenodigd, gelet op de tijdinspanning van de meedenksessies en het ontbreken van gerelateerde ervaring. Er zijn immers genoeg wijken in de stad waar geen windmolen of groot zonnepark ontwikkeld kan worden. Ook in het vervolgproces worden deze wijkraden betrokken, dit doen we door het onderwerp te bespreken in een wijkraadvergadering.
Blad:
Datum:
Ons kenmerk:
4/4 27 februari 2024 M2401-6888
Tenslotte wordt gesteld: 'Wij hebben vernomen dat bij onder andere het drijvende zonnepark op de Slufter er nog geen lijn bepaald is over de wenselijkheid van lokaal eigendom en lokaal eigenaarschap ook niet opgenomen gaat worden in de gunningscriteria. Wij maken ons zorgen dat dit zou betekenen dat bewoners niet kunnen meedoen met zo'n groot hernieuwbaar energieproject en hebben daarom de volgende vraag:
Vraag 7:
Wat gebeurt er in de tussentijd met lopende projecten? In hoeverre wordt lokaal eigendom daarin geborgd en op welke manier?
Antwoord:
Totdat de Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom is vastgesteld door uw raad worden lopende wind projecten beoordeeld en ontwikkeld volgens de Leidraad Windenergie. Voor lopende zon-projecten heeft de gemeente nog geen beleid over financiële participatie/lokaal eigendom waaraan getoetst kan worden. Daarbij zien we dat partijen zich committeren aan de bestaande gedragscodes van Holland Solar en NWEA.
Met uitzondering van het drijvend zonnepark op de Slufter van Havenbedrijf Rotterdam en het Rijk zijn er geen andere projecten bekend die voor de vaststelling van de uitvoeringslijn getenderd of aanbesteed worden.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.