27 maart 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid

Een raadslid stelde op 27 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Gemeente Rotterdam

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur, Evenementen Said Kasmi Van: Linda Verboom Telefoon: 14 010 Uw kenmerk: 23bb008345 + 23bb008249 Ons kenmerk: M2312-1200 - 24b0002831 Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen BIJl Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid

Aan de gemeenteraad

(NROB) inzake 'evidence based' Datum: B&W 30 januari 2024

Op 6 december 2023 stelde raadslid A.G. van der Elst (BIJ1) ons schriftelijke vragen over het Nieuwe Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB).

Inleidend wordt gesteld:

Afgelopen donderdag 30 november 2023 is het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid in de raadsvergadering besproken. Rotterdam BIJ1 heeft hierover een amendement ingediend.

In het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid wordt namelijk genoemd dat één van de uitgangspunten van het beleid is dat er 'evidence based' en 'evidence informed' gewerkt zal worden. Rotterdam BIJ1 staat volledig achter een werkwijze met transparantie als uitgangspunt, maar wij zien deze transparantie nog niet direct terug in dit plan. Wij missen in dit beleidsplan namelijk de verwijzing naar de beleidsontwikkelingen voorafgaand aan dit nieuwe plan.

Oftewel, wij missen de verwijzing naar desbetreffend 'evidence' uit het hiervoor genoemde 'evidence based and evidence informed' werken. Want hoe kunnen wij als gemeenteraad tenslotte evidence informed te werk gaan als wij hierover niet geïnformeerd zijn.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:

Wat is het generieke effect geweest van het voorgaande onderwijsbeleid?

Antwoord:

In het vorige onderwijsbeleidsplan 'gelijke kansen voor elk talent' zaten diverse beleidsindicatoren en collegetargets waar uw commissie door middel van een jaarlijkse voortgangsrapportage over geinformeerd werd. De generieke effecten van het totale beleid zijn moeilijk vast te stellen.

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

2/4 30 januari 2024 M2312-1200

Dit heeft twee hoofdredenen:

• Er zijn veel factoren die invloed hebben gehad op de doelen van het vorige beleid, bijvoorbeeld onderwijsresultaten, denk aan diverse vormen van armoede, een verandering in de woon- en leefsituatie van kinderen en jongeren, opvoeding, woonsegregatie, algemene toename van krapte op de arbeidsmarkt, mondiale ontwikkelingen zoals de COVID-19 pandemie, klimaatveranderingen en oorlogen etc.

• Wij als gemeente hebben een beperkte rol in het Nederlands onderwijssysteem en zijn afhankelijk van partners.

Om deze redenen is er in het nieuwe Rotterdams Onderwijsbeleid gekozen voor beleidsindicatoren en een collegetarget waar wij als gemeente meetbaarder invloed op hebben.

Vraag 2:

Hoe zijn deze effecten uit voorgaand onderwijsbeleid verwerkt in het nieuwe onderwijsbeleidsplan?

Antwoord:

Op basis van onze eigen monitoring, via rapporten zoals Staat van het Onderwijs, en signalen vanuit het veld zijn wij gekomen tot deze selectie van speerpunten, beleidsindicatoren en maatregelen. Een aantal succesvolle onderdelen hebben we overgenomen in het nieuwe beleid. Zo is bijvoorbeeld de aanpak van het personeelstekort in het onderwijs grotendeels gelijk gebleven. Daarnaast hebben we als college een aantal andere keuzes gemaakt ten opzichte van het vorige beleidsplan. In het NROB is bijvoorbeeld meer aandacht voor het jonge kind en zetten we als gemeente meer in op de voorschoolse educatie. De basis hiervoor zijn wetenschappelijke inzichten en gesprekken met het onderwijsveld.

Vraag 3:

Hoe is het college tot de middelen uit de vier speerpunten gekomen en welk resultaat verwacht zij hiermee te behalen?

Antwoord:

Per speerpunt is er een aantal beleidsindicatoren opgenomen in het NROB. Op basis van die beleidsindicatoren zijn er maatregelen ontwikkeld. Deze maatregelen zijn voortgekomen uit successen van het oude beleid, uit onderzoek of uit het onderwijsveld.

Vervolgens is er gekeken naar de kosten van deze maatregelen. Deze kosten zijn de basis van het budget per speerpunt.

Vraag 4:

Welke monitoring krijgt het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid?

Antwoord:

In het hoofdstuk monitoring in het NROB beschrijft het college de beleidsindicatoren en hoe deze gemonitord gaan worden. Uw raad zal jaarlijks via een dashboard geinformeerd worden over de voortgang van deze beleidsindicatoren.

Vraag 5:

Hoe wordt invulling gegeven aan de 'extra aandacht voor het jonge kind' als uitgangspunt van het NROB?

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

3/4 30 januari 2024 M2312-1200

Antwoord:

Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met achterstanden die deelnemen aan kwalitatief goede voorschoolse educatie (VE) beter voorbereid starten in het basisonderwijs.

Om deze reden zet het college er op in om zo veel mogelijk kinderen die hier baat bij hebben deel te laten nemen aan voorschoolse educatie. We zetten daarom extra in, naast de reguliere taken die we al uitvoeren, op het vergroten van deze groep door bijvoorbeeld:

• In NPRZ gebied vanaf 2024 VE gratis te maken voor doelgroeppeuters extra spelen en leren, waarvan de ouders een inkomen hebben tot 130% van het wettelijk sociaal minimum.

• Met een actiegerichte wijkaanpak meer doelgroeppeuters te bereiken. Denk hierbij aan acties als: informatie/communicatiecampagnes, inzetten sleutelpersonen, verbeteren samenwerking in de wijken etc.

• De huidige processen te verbeteren die moeten zorgen voor de toeleiding van doelgroeppeuters naar de VE. Hierin nemen we ook eventuele administratieve belemmeringen die door ouders worden ervaren mee.

• Te lobbyen richting het Rijk om het stelsel te wijzigen vanuit het perspectief dat kinderopvang/VE een basisvoorziening dient te zijn voor elk kind. Dit helpt het wegnemen van drempels bij ouders om kinderen naar de VE te laten gaan.

• Integrale Kind Centra (IKC) te stimuleren en de mogelijkheid te onderzoeken om het CJG in IKC's te vestigen, om de toeleiding naar de VE gemakkelijker te laten verlopen.

Vraag 6:

Hoe wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt "vanuit gescheiden verantwoordelijkheden van onderwijs/kinderopvang besturen en gemeente, werken we aan het gemeenschappelijk doel: het beste onderwijs voor Rotterdam."?

Antwoord:

In het Nederlandse onderwijssysteem hebben de verschillende spelers (i.e. rijksoverheid, gemeente, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden) allemaal eigen verantwoordelijkheden. Schoolbesturen zijn in principe verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De Onderwijsinspectie ziet hierop toe. De gemeente heeft een beperkt aantal wettelijke taken zoals onderwijshuisvesting, voldoende en adequate huisvesting voor bewegingsonderwijs en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten (een volledig overzicht van deze wettelijke taken kunt u vinden in bijlage 1 van het NROB). Daarnaast heeft het college een aantal stedelijke ambities geformuleerd in het NROB in de vorm van de vier speerpunten en het collegetarget 'Schil om de School'. De beleidsindicatoren en de onderliggende maatregelen zijn gebaseerd op de rol die de gemeente heeft ten opzichte van de bovengenoemde andere spelers.

Vraag 7:

Welke gemeentebrede inzet op onderwijs en kinderopvang vanuit het 'Schil om de School' uitgangspunt zal het college hanteren?

Blad:

Datum:

Ons kenmerk:

4/4 30 januari 2024 M2312-1200

Antwoord:

Het uitgangspunt van Schil om de School is om leraren en onderwijspersoneel te ontzorgen. In een school met een schil bevinden zich activiteiten, projecten, en professionals die ondersteunend zijn aan de kerntaken van het onderwijs.

Inzet ervan draagt bij aan het verminderen van de werkdruk van leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Voorbeelden hiervan zijn de interventies uit het collegetarget: u kunt hier denken aan de schoolzorgteams en jongerenwerk op school.

Vraag 8:

Hoe wordt tot slot invulling gegeven aan de transparantie over onderwijsresultaten, 'evidence based en evidence informed werken'?

Antwoord:

In het NROB heeft het college de ambitie uitgesproken om in de kwaliteitssubsidie aan po- en vo scholen de voorwaarde te verbinden dat scholen in de aanvraag uitleggen op basis van welke (wetenschappelijke) overwegingen ze het subsidiegeld gebruiken. Dit kunnen 'evidence-based', 'evidence-informed' of innovatieve interventies zijn. In het jaarlijkse dashboard zal uw raad hierover geïnformeerd worden. Daarnaast kunt u overzichten vinden van de Rotterdamse onderwijsresultaten in het jaarlijkse online overzicht Staat van het Onderwijs. 1

Burgemeester en wethouders van Rotterdam,

De secretaris,

J.H. Meijer, l.s.

1

Staat van het Onderwijs- Rotterdam (onderzoek010.nl)

meester,

Bekijk de brief: [24bb000599] Beantwoording vragen Van der Elst over Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam