13 maart 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Rotterdam

onderzoeksvoorstel fraude-casus preventie radicalisering

Een raadslid stelde op 13 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

In de commissievergadering BOFV van 6 maart jl. is u door de burgemeester toegezegd de antwoorden op de gestelde vragen met betrekking tot het geplande externe onderzoek subsidiefraude, schriftelijk na te zenden. Dit ter voorbereiding op de technische sessie van 13 maart aanstaande.

Hieronder de gestelde vragen en de antwoorden:

Leefbaar Rotterdam:

Wat voor type onderzoek ziet de burgemeester voor zich? Wat is de reikwijdte?

Antwoord:

De reikwijdte van het onderzoek ziet in beginsel op de subsidies verstrekt in de periode 20102018 aan de stichtingen zoals die vanuit het OM bekend zijn geworden. Eventueel andere stichtingen waar de bestuurders van deze betreffende stichtingen die vanuit het OM bekend zijn geworden betrokken zijn geweest, worden ook in het onderzoek meegenomen.

Leefbaar Rotterdam:

Is het doel van het onderzoek zoals dat is gegeven in de raadsbrief hetzelfde zoals dat in de eerdere commissievergadering is toegezegd? Of zit hier een verschil in?

Antwoord:

Dat is hetzelfde gebleven. Het doel is om zo gericht, maar ook zo diepgravend als mogelijk onderzoek te doen.

Leefbaar Rotterdam:

Kan de burgemeester nader toelichten wat ze met de beschrijving bedoelt van het onderzoek en de forensische audit?

Antwoord:

Een forensisch onderzoek in deze kwestie betreft onderzoek naar de economische en financiële aspecten van de verstrekte subsidies aan de stichtingen. Daarbij worden documenten geanalyseerd, interviews gehouden en andere activiteiten gedaan die bijdragen om relevante informatie te verzamelen.

Leefbaar Rotterdam:

Is dit onderzoek zo diepgravend als aanvankelijk bedoeld?

Antwoord:

Ja, het onderzoek is zo diepgravend als mogelijk, en op dit moment heel concreet gericht op een beperkt aantal stichtingen, namelijk de twee die door het OM genoemd zijn, en eventuele andere stichtingen waar de drie betrokken bestuurders, bij betrokken waren.

Leefbaar Rotterdam:

Zijn we bevoegd de stromen tussen subsidieverlener en anderen te onderzoeken?

Antwoord:

Het onderzoeksbureau heeft niet de mogelijkheden die het OM heeft qua onderzoek en kan andere partijen niet verplichten om mee te werken. Het onderzoeksbureau heeft dus alleen met medewerking van de stichting de mogelijkheid om geldstromen binnen de stichting en

tussen de stichting en derden te onderzoeken. Maar met het onderzoek dat door het onderzoeksbureau wordt gedaan is binnen de mogelijkheden sprake van een zo diepgaand mogelijk onderzoek.

Leefbaar Rotterdam:

Maken wij met deze opzet maximaal gebruik van de bevoegdheden? Zoeken wij de grenzen op?

Antwoord:

Ja, binnen de mogelijkheden van de privacywetgeving zal het maximale gedaan worden. Aan het einde van deze brief voegen we een overzicht toe van de verschillende soorten onderzoek die mogelijk zijn, met de grenzen en beperkingen die elke vorm van onderzoek heeft.

Leefbaar Rotterdam:

Dit onderzoek lijkt een soort tussenstap, waarom gaan we niet direct over tot diepgravend onderzoek?

Antwoord:

Het onderzoek ziet nu eerst op de subsidies verstrekt aan de genoemde stichtingen. Kijkend naar het onderzoek dat wordt gedaan, een forensische audit, is zeker sprake van een diepgravend onderzoek. Daarbij wordt vooralsnog ingezoomd op de periode 2010-2018, de genoemde stichtingen en de genoemde personen. Of er aanleiding is tot een breder onderzoek zal uit dit onderzoek moeten blijken.

Leefbaar Rotterdam:

Onderzoeksvragen 2 en 3, betalingen aan verleende diensten, is er voor het bedrag wat gemeente heeft gegeven, ook de dienst geleverd?

Antwoord:

Dit is onderwerp van onderzoek.

VVD:

Wat is meerwaarde van het onderzoek ten aanzien van reeds aangeleverde rapporten van de rekenkamer?

Antwoord:

De meerwaarde van dit onderzoek zit met name in het krijgen van duidelijkheid op de vraag of bij de subsidieverstrekking aan de stichtingen waar door het OM een strafbeschikking is opgelegd, onregelmatigheden zijn vast te stellen. Dit onderzoek is dus gerichter dan waar de rekenkamer over heeft gerapporteerd.

VVD:

Welk mandaat heeft u als burgemeester?

Antwoord:

De mogelijkheden in het onderzoek zijn in zekere mate beperkt. We hebben niet de mogelijkheden die het OM en de Rijksrecherche hebben om zwaardere onderzoeksmethoden in te zetten. Dat neemt niet weg dat met een onderzoek als deze extra informatie wordt opgehaald. Als bijlage bij deze brief voegen we een overzicht van de verschillende soorten

onderzoek die mogelijk zijn, met de grenzen en beperkingen die elke vorm van onderzoek heeft.

VVD:

Vraag 5 voelt als uitstel, hoe moeten we deze vraag lezen?

Antwoord:

Dat is zeker niet de insteek van deze vraag. We kijken nu gericht en diepgravend naar subsidies aan de stichtingen en naar de personen die bij de schikking betrokken zijn. Als daaruit komt dat er breder en actueler onderzoek nodig is, dan komt dat uit de conclusies op vraag 5 en gaan we dat doen. We proberen met deze stap juist snelheid te betrachten in het onderzoek.

VVD:

Hoe en op welke manier zorgen we ervoor dat bewijs veilig wordt gesteld, ook als onderzoeken lang duren?

Antwoord:

In zijn algemeenheid houden we ons aan de bewaartermijn die de archiefwet aan ons als gemeente stelt. In het specifieke geval van subsidies en afhankelijk van het type toegekende subsidie is dat 7 of 10 jaar na afhandeling. Voor geweigerde subsidies geldt een bewaartermijn van 5 jaar.

PvdA:

Waarom richt het onderzoek zich op de periode 2010-2018, waarom wordt dit hiertoe afgekaderd?

Antwoord:

Dit is de periode waarover het OM onderzoek gedaan heeft, daar sluiten wij bij aan.

PvdA:

Geen succes bij vaststelling dat dit doelmatig is gebeurd. Hoezo gaat dit onderzoek dit wel opleveren?

Antwoord:

We onderzoeken zoals gezegd nu eerst concreet de verstrekte subsidies aan betreffende stichtingen. Het te contracteren onderzoeksbureau zal gespecialiseerd zijn in dergelijke forensische onderzoeken, wat mogelijke nieuwe inzichten geeft. Zeker weten doen we dat op dit moment dus niet.

PvdA:

Welke info krijgt het onderzoeksbureau voor handen? Is er een barrière in de info die zij krijgen?

Antwoord:

Het onderzoeksbureau krijgt toegang tot alle relevante informatie die bij de gemeente voorhanden is. De beperking die dus wel aan de orde kan zijn is de beschikbaarheid van die informatie, bijvoorbeeld in relatie tot de eerdergenoemde bewaartermijnen. Daarnaast zullen interviews worden gehouden met betrokkenen. Stichtingen of personen gerelateerd aan die

stichtingen of andere personen kunnen niet verplicht worden om mee te werken aan dit onderzoek.

PvdA:

Wat ziet het college zelf als de grootste beperking van het onderzoek?

Antwoord:

De grootste beperking ziet op de beperkte wettelijke mogelijkheden, de beschikbaarheid van relevante informatie in relatie tot bewaartermijnen en dat de onderzoekers afhankelijk zijn van de welwillendheid van de personen die zij willen interviewen.

D66:

Kunnen wij de stichtingen wel echt controleren, waar kunnen we nog achter komen?

Kan er een risicoanalyse komen in het onderzoek of de uitkomsten baat gaan hebben?

Antwoord:

We kunnen het subsidieproces binnen de gemeente in relatie tot deze stichtingen controleren. Dit doen we zoals in de onderzoeksvragen geformuleerd in alle delen van het proces (van aanvraag tot definitieve vaststelling) Maar zoals eerder aangegeven, heeft elke vorm van onderzoek beperkingen, die we hierna uiteen zullen zetten.

Onderzoeksvormen Tijdens het debat kwamen vragen naar voren over de verschillende vormen van onderzoek en hun bijbehorende kenmerken en reikwijdte. Hieronder heb ik voor u een aantal verschillende vormen op een rij gezet met daarbij hun kenmerken. Uiteraard is dit een niet-uitputtende opsomming:

Onderzoek college (al dan niet) met een extern bureau

• Onderzoek intern of door een extern onderzoeksbureau.

• Geen medewerkingsplicht derden (incl. ex ambtenaren/ex-bestuurders). Een verzoek aan derden is wel mogelijk.

• Ambtenaren/bestuurders kunnen worden verzocht mee te werken en in de regel gebeurt dit ook. Gesteld kan worden dat vanuit goed werknemerschap een ambtenaar gehouden is tot medewerking, waarbij wel de beperking geldt van nemo tenetur (niemand kan worden verplicht zichzelf te belasten in strafrechtelijke zin).

• Geen openbaar onderzoekscomponent, dat wil zeggen dat het onderzoek zelf niet in de openbaarheid plaatsvindt.

• Besloten interviews. Interviews vinden plaats op basis van vertrouwelijkheid.

• Onderzoek van bij de gemeente aanwezige documenten.

• Rapport is openbaar, tenzij. Vast gebruik dat alleen niet tot personen herleidbare gegevens worden opgenomen.

Onderzoek rekenkamer

• De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid.

• Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen.

• De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht.

•

•

•

•

•

•

•

•

•…

Bekijk de brief: [25bb001691] Beantwoording vragen BOFV over onderzoeksvoorstel fraude-casus preventie radicalisering

Bron: raadsinformatie van de gemeente Rotterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Rotterdam

Alle artikel 35-vragen in Rotterdam